“De laatste wildernis” lezen in de Meije

Naar de Meije

En dan is het zover: ik ga naar de Meije. Eerst wacht ik thuis nog een flinke regenbui af en dan stap ik op de fiets. Tussen Amersfoort en Den Dolder zit een buizerd in een boom. Pas als we een tijdje naar elkaar hebben gekeken, vliegt hij op.  Als ik even later de bouwput Utrecht CS ben gepasseerd en de Leidse Kade opdraai, begint het vakantiegevoel echt: water, ophaalbruggetjes, een molen. En dat midden in de stad. Via de Meernbrug verlaat ik Utrecht en rijd  de Zandweg op. Nu hoef ik tot Woerden alleen nog maar de Rijn te volgen.  De laatste 10 km. na Woerden zijn pittig, ik heb de wind pal tegen. Ik ben blij als ik vanaf de Hazekade bij café de Halve Maan de Meije inrijd. (een dorstig hart, vermoeid van het gaan, rust wat uit bij de Halve Maan).

De Meije is van alles: een polder, een kronkelend riviertje en een buurtschap met een lange weg die ook al Meije heet. Het herkenningspunt in de Meije is de watertoren (Piet Potlood) die je al van ver ziet.

DSCN1421

Dan rijd ik het erf op van Marja en Jan, die mij uitnodigden om in de vakantie weer in hun huis te komen. Op tafel staan bloemen, een fles wijn met een glas en een briefje met instructies (schapen tellen, tomaten dieven, wanneer vuilnis aan de weg). Als ik mijn fietstassen heb leeggemaakt, loop ik een rondje over het erf.  He, geen pruimen, maar wel bramen (was vorig jaar andersom), de groentetuin heeft zijn beste tijd gehad en verrassing, er liggen nog eieren in het kippenhok. Dan schenk ik een glas wijn en ga in de tuin zitten uitkijken over het weiland. Er lopen wat koeien, een trekker rijdt op huis aan, er komt een vliegtuig over en dan is het weer stil. Ik ben aangekomen.

Robert Macfarlane “De laatste wildernis”

De volgende morgen begin ik met bramen plukken voor mijn ontbijt. Schapen tellen is niet moeilijk: ze staan vooraan bij het hek. Nieuwsgierig naar de nieuwkomer? Ik ontbijt uitgebreid met de bramen, een versgelegd eitje en de krant erbij. Omdat er stevige buien vallen ga ik met een boek op de veranda zitten. Ik neem altijd boeken mee, maar zie vaak ook boeken staan die ik wil lezen. Het wordt “De laatste wildernis” van Robert Macfarlane. Het boek beschrijft landschapen in Schotland en Ierland die je nog tot echte wildernis zou kunnen rekenen. Hij begin in woeste en onherbergzame gebieden, die hij als oernatuur, maar ook als ongenaakbaar ervaart. Over zijn verblijf op de top van de Ben Hope (in het noorden van Schotland) schrijft hij: “Het was een van de onaangenaamste plekken waar ik ooit was geweest. De zee, het gesteente, de nacht en het weer gingen gewoon hun eigen gang, zoals ze dat al duizenden jaren deden en nog duizenden jaren zouden doen. (…) Geen enkele andere plek dan deze voldeed beter aan mijn visioen van wilde natuur waarmee ik mijn omzwervingen was begonnen. (…) Ik wist niet hoe snel ik het weer moest verlaten. (…) De troosteloze sneeuwvelden, de bevroren rotsen, het gebied was me niet vijandig gezind, verre van dat. Het stond alleen maar onverschillig tegenover me, maar dan ook volstrekt onverschillig.”

Na een bezoek aan de Burren (Ierland) verandert zijn visie op wilde natuur, als hij liggend op zijn buik over de rand van een kalksteenplateau in een beschutte spleet kijkt: “ Van het ene op het andere moment staarden we in een oerwoud. (…) in de paar meter die we konden zien gedijden honderden planten in de beschutte omgeving. (..) Zelfs op deze winterdag was het gevoel dat alles leefde overweldigend. (…) Dit is nu echt ongerept gebied. Het is even mooi en ongrijpbaar als welke glen, baai of top ook, misschien nog wel mooier en ongrijpbaarder. Een miniatuur, maar puur natuur.”

Tussen de buien door probeer ik foto’s te maken van vlinders en waterdruppels, met wisselend succes.

 

koolwitje
koolwitje
argusvlinder
argusvlinder
kleine vos
kleine vos

Getemde wildernis, voor hoelang?

s Middags klaart het op en fiets ik over het Meijepad tussen de Zuid- en de Noordeinderplas naar Nieuwkoop. Dit stuk kon je tot vorig jaar met zeer veel fantasie een wildernis noemen. Na een flinke regenbui was het pad vrijwel onbegaanbaar en moest je bij elke tegenligger afstappen om niet weg te zakken in het veen ernaast. Links en rechts groeiden elzenstruiken, wilgenroosjes, riet,  moerasspirea en brandnetels dicht langs het pad en ontnamen je het uitzicht op de plas. Nu is dit stuk natuur getemd door een fietspad van betonplaten, een vlonder voor wandelaars en iemand kwam op het idee om er een strandtent neer te zetten. Allemaal hartstikke leuk, maar toch…  Ik denk aan een citaat van Macfarlane, die in zijn boek een onderzoeker citeert (James Baker) die van 1953 tot 1963 slechtvalken volgde in een gebied in Essex. “Baker vond de vermindering van het aantal roofvogels en de schade aan het landschap bijna ondragelijk. (…) Het uitzicht was prachtig. Het gras was diepgroen, hele velden waren groen en verzadigd met water(..) gras dat ons uiteindelijk allemaal zal overmeesteren en ons beschamende puin gelijkmatig zal bedekken.”

DSCN1467

Gelukkig is  er aan de Noordse kant van de Nieuwkoopse plassen nog een veel ruiger gebied,  Je kunt er met de “zonneboot” (op zon-energie) meevaren naar het dorp Noorden. Meer over de Nieuwkoopse Plassen op de website van Natuurmonumenten.

’s Nachts slaap ik als een roos. Als ik wakker word, wil ik naar de aangekondigde Perseidenzwerm kijken, maar er is geen ster te zien. ’s Morgens lees ik in de krant dat ik een nacht te vroeg was. Het is die morgen koud, grijs en het regent aan een stuk door. Het was een koude nacht, de schapen hebben de schuur opgezocht. Ik lees het boek uit en besluit alvast met dit blog te beginnen.

Nog een laatste citaat: “Mijn oorspronkelijke beeld van een stuk wilde natuur als iets afgelegens, iets wat geen geschiedenis had, waar geen sporen op waren nagelaten, leek me inmiddels hopeloos eenzijdig.(…) Ik had andere soorten ongerepte natuur leren kennen:  de tomeloosheid van de groene natuur (….) die had niets van doen met onherbergzaamheid. Maar alles met volheid, vitaliteit en plezier. Onkruid dat opschiet uit een barst in een stoep, een boomwortel die onbeschaamd door het asfaltpantser heen breekt.”  Ik leg het boek weg en denk aan een wandeling onlangs in een bos bij Bilthoven met veel varens. Een prachtig heldergroene golvende zee van varens. Zonder menselijke inbreng zouden zij dit terrein in korte tijd overgroeien. Het zou opnieuw wildernis worden.

De volgende dagen is het droog en warmer. Nog even tijd om veel buiten te zijn, in de tuin te werken, te fietsen en aan het eind van de dag met een wijntje uitkijken over het weiland.  Dan fiets ik terug naar huis, het was weer een fijne week.

DSCN1455

 

 

Advertenties

2 gedachten over ““De laatste wildernis” lezen in de Meije

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.