“Buiten is het groen”

Verslag van een leeservaring

Tuinboeken zijn in de regel geen boeken die je achterelkaar uitleest. Je bladert erin, je zoekt wat op, je leest nog eens wat en blijft dan hangen bij een bepaald hoofdstuk. Zo verging het mij ook met “Buiten is het groen” van Henk Gerritsen. Het stond al zeker vijf jaar in mijn kast, voordat ik onlangs besloot om het boek eens echt te lezen: van voor naar achter. Het boek verscheen in 2008 en Henk Gerritsen was toen al een van de bekende tuinontwerpers van de “Dutch Wave”. Zelf besteedt hij daar weinig woorden aan. “Om onverklaarbare redenen begonnen los van elkaar op verschillende plekken in Nederland en om uiteenlopende redenen (…) een kwekerij met een vernieuwend sortiment op te bouwen, of een tuin, zoals ik. (….) Zodat het er zowaar op leek dat er sprake was van een doelbewuste beweging.(…) Wanneer er al sprake is van een gemeenschappelijke noemer(……) dan moet het wel de voortdurende vernieuwing zijn.” 

Dit wordt geen objectieve recensie, maar het verslag van een boeiende leeservaring, waarbij ik soms hard zat te knikken, soms moest fronsen en soms moest lachen. Ik heb mijn verslag geïllustreerd met foto’s van planten in hun natuurlijke omgeving, omdat dit een rode – beter groene- draad is in het boek.

De wilde natuur als inspiratie

bloemenweide Pietersberg bij Maastricht (foto Corinne Simons)
bloemenweide Pietersberg bij Maastricht (foto Corinne Simons)

Henk Gerritsen bezocht natuurgebieden in eigen land en overal ter wereld. Daar ziet hij planten in plantengemeenschappen in hun natuurlijke omgeving. Planten die in onze tuinen terug te vinden zijn. Deze verschillende plantengemeenschappen worden zijn inspiratie. Het is voor hem een uitdaging om de tuin zo natuurlijk mogelijk te laten zijn. Geen mest en chemische bestrijdingsmiddelen, zuinig water geven, niet teveel opruimen. In dit boek besteedt hij aandacht aan veel plantengemeenschappen en hun kenmerken: graslanden, rivieroevers, bosranden enz. Hij was vooral ook een groot plantenliefhebber. Planten zijn niet moeilijk of lelijk maar worden dat hoogstens als ze op de verkeerde plaats staan. Zonliefhebbers kwijnen weg in de schaduw, nathalzen verpieteren op droge grond. Een van zijn regels (hij heeft er niet veel) is: kijk goed naar waar een plant in het wild staat. Veel van onze tuinplanten hebben hun oorsprong in een wilde vorm uit bijvoorbeeld Azië of Amerika, maar bijvoorbeeld ook van de Balkan of  Alpenweiden.  Als een plant in het wild voorkomt als moerasplant, dan weet je dat ze ook in de tuin een natte “moerasachtige” plaats nodig heeft.

over Nieuwkoopse plassengebied
oever Nieuwkoopse plassengebied

Met de natuur meewerken

Nog een regel: kies eerst de planten en pas daar dan het tuinontwerp op aan. Welke vorm past bij deze beplanting? Dat klinkt logisch, toch gebeurt het vaak niet. Soms blijft een tuinbezoek niet meer dan “planten kijken”. Dan mis ik de totaalervaring die een tuin maken tot zoveel meer dan “de som der planten”. Ik denk dat ik nu begrijp waar dat door komt. Wat mij ook aansprak is dat hij probeert gebruik te maken van wat er al is. Toen hij begon stonden er in de tuin een paar schuurtjes. Hij liet ze begroeien tot hij tijd zou hebben om ze op te ruimen. Dat heeft hij uiteindelijk niet gedaan: begroeid bleken ze heel mooi in de tuin te passen. Met verontwaardiging schrijft hij over een tuinontwerper “Ik zal zijn naam maar niet noemen”, die een rij oude bomen liet kappen omdat ze niet pasten in zijn ontwerp.

Groenten voor de sier

Toen ze met de tuin begonnen legden ze ook een groentetuin aan waar ze biologisch-dynamisch wilden gaan tuinieren. “Eigenlijk ging het na twee jaar al fout, zo’n biodynamische tuin moet ontzetten goed georganiseerd worden.(…..) je moet exact weten wanneer je alles moet zaaien en wat met wat gecombineerd moet worden. (…) We hadden niet echt zin ons erin te verdiepen”.   Toen besloot hij om alleen nog groente te telen voor de bloei. Ik heb zelf ook nooit al die moeite willen nemen om precies volgens de biologisch-dynamische voorschriften te tuinieren. Bloeiende prei, radijs of kool is mooi en ik laat ook altijd wat in bloei komen. Maar alleen maar groente voor de bloei, gaat mij toch te ver. dscn1298

Dierenleven

In zijn hoofdstuk over dierenleven besteedt hij aandacht aan alle dieren in de tuin, die hij niet wil indelen in nuttig of schadelijk.  “Ik verbaas me er over dat er niet alleen groene luizen zijn , maar ook witte, roodbruine en zwarte. Zoveel schade doen ze niet. De planten groeien er wel doorheen.” Nu weet ik ook wel dat luizen veel zeggen over de gezondheid van de plant. En dat ik luizen soms beter kan bestrijden met een beetje mest dan met zeepsop en spiritus. Maar dat de plant er wel doorheen groeit, heb ik nog nooit gezien.
Ook zijn omgang met slakken is zacht gezegd wat vreemd. In zijn boek staat een foto van een hosta met kantachtige bladeren, door de slakkenvraat. En eerlijk, op de foto ziet het er mooi uit. Maar om nu, zoals hij deed, wijngaardslakken uit te gaan zetten in je tuin……..

 

Overigens spreekt hij tegen dat hosta’s altijd in vochtige aarde moeten staan. Ze worden dan wel veel groter. In droge grond zijn de bladeren kleiner en dikker en daardoor oneetbaar voor slakken. Over het algemeen ben je volgens hem beter af als je tuiniert op arme grond, de planten groeien dan niet zo hard, waardoor ze niet omvallen en je ze niet hoeft aan te binden.

Absurditeiten

Mooi en ontroerend vond ik het hoofdstukje over de “absurditeiten” van zijn partner Anton. Waar hijzelf altijd bezig was met plantengemeenschappen kon Anton ineens zomaar ergens dahlia’s tussen planten of zonnebloemen zaaien. Ook verschenen er allerlei knutselwerken van vergankelijk materiaal. Hij was er lang niet altijd blij mee, ze verstoorden zijn filosofie van eenheid en natuurlijkheid. Toch bleken ze wonderlijk goed te passen. Na Antons overlijden miste hij ze ontzettend en bleek hij niet in staat om zelf zoiets te bedenken. Hij had ervaren dat “Antons ongerijmdheden een bijdrage aan de tuin leverden en er geen afbreuk aan deden.”

grasveld in IJsland
grasveld in IJsland

Liefde voor planten

Wat me vooral is bijgebleven is zijn liefde en respect voor de planten en voor de natuur. Veel tuinbezitters lijken mij soms in een permanente staat van oorlog met hun tuin. Altijd moet er wel iets bestreden, uitgeroeid of gekapt worden. Planten gedragen zich niet zoals ze moeten, ze groeien te hard of bloeien te weinig, zaaien zich uit op de verkeerde plek. Zeker, ook bij Henk Gerritsen wordt er getuinierd, maar ook dan met respect voor de natuur. “Tuinieren als een rund”: een of twee keer per week door de tuin gaan en planten die te veel uitdijen, brandnetels en andere wortelonkruiden met de hand uittrekken of uitdunnen zonder te proberen de wortels uit de grond te halen. (grazen noemt hij dit). De bodem wordt zo niet verstoord en de planten geven het op den duur op om steeds opnieuw uitlopers te maken.

Veel heb ik niet genoemd. De mopperende tuinclubs die bordjes misten of de tuin te slordig vonden of te uitgebloeid. Of het hoofdstuk over Waltham Place, waarvoor hij een tuinontwerp maakte.

Henk Gerritsen overleed in 2008 aan de gevolgen van aids kort na het verschijnen van dit boek. Zijn tuin wordt voortgezet door een stichting, De Prionatuinen, en onderhouden door vrijwilligers.

 

 

 

 

Advertenties

2 gedachten over ““Buiten is het groen”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.