Japanse wijnbes

De Japanse wijnbes (Rubus Phoenicolasius)

Toen ik onlangs de vraag kreeg of die Japanse wijnbes echt eetbaar is, leek het mij een goed idee eens over deze struik te schrijven. De Japanse wijnbes is een nog tamelijk onbekend familielid van de braam. Omstreeks 1876 werd hij in Frankrijk geïmporteerd vanuit het oosten van Azië (Noord-China en Japan). Planten uit die regio doen het over het algemeen goed bij ons, omdat het dezelfde breedtegraad is met een vergelijkbaar klimaat.

Het is een zelfde soort struik als de braam, hevig rankend en met stekels. Die stekels zijn kleiner dan de doorns van de braam, maar evengoed: ze steken wel. De plant stelt vrijwel geen eisen aan de grond. Bij mij staat hij op zandgrond, ik gooi er wel eens resten potgrond bij, maar dat is het dan ook wel. En hij doet het prima. Bij de vrienden, van wie ik ooit de stek kreeg, staat hij aan de  slootkant in veengrond en daar is hij natuurlijk wel veel groter. Volle zon, halfschaduw, hij doet het altijd. Stekken is trouwens een makkie: zodra het uiteinde van een tak de grond raakt, vormt hij wortels en daarmee een nieuwe plant.

In mei/juni verschijnen de bloemetjes. Die zijn zo piepklein dat ik het eerste jaar dacht dat hij niet gebloeid had. Je moet echt goed kijken, maar de hommels weten ze prima te vinden! Vanaf juli tot augustus komen de braamachtige vruchtjes: eerst lichtgeel, dan via rozerood naar helderrood tot dieprood. Ze zijn een beetje kleverig en zitten in trosjes aan de uiteinden van de takken. Daardoor zijn ze veel makkelijker te plukken dan bramen, want je hoeft niet echt met je armen tussen de takken, waardoor je redelijk ongehavend blijft. De struik draagt vruchten op nieuw hout. Na augustus snoei ik hem heel ver terug.

De vruchtjes zijn heerlijk zoetzuur, ze hebben geen suiker nodig. Hoe roder, hoe zoeter. Het is de kunst om te wachten met plukken tot ze dieprood zijn. Maar ook om niet te lang te wachten, want dan vallen ze uit elkaar tijdens het plukken. Als ik er veel tegelijk heb, leg ik ze in. Dat doe ik op de manier van mijn moeder vroeger met bramen. Om en om een laagje vruchtjes en een paar schepjes suiker en bovenop een scheut jenever (tegen de schimmel). Ze blijven zo ongeveer een half jaar goed. Mooi dus voor een kersttoetje.

Jam maken kan ook, er zitten dan wel veel pitjes in. Daarom vind ik jam van alleen Japanse wijnbes niet zo fijn, maar aangevuld met appel of abrikoos is het heerlijk.

De Japanse wijnbes is te koop in verschillende tuincentra. Maar zelf stekken is heel eenvoudig. Als de plant niet vanzelf een uitloper vormt dan help je een handje: buig een tak naar de grond en leg er een steen op om hem daar te houden. De plant zal wortels maken. Met een beetje geluk heb je het volgende jaar al direct je eerste oogst(je).

 

Advertenties

5 gedachten over “Japanse wijnbes

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.