Het verborgen leven van bomen

Ik had er al vaak over gelezen “Het verborgen leven van bomen” van Peter Wohlleben, in 2015 was het een bestseller in Duitsland en inmiddels in heel veel andere landen. Ik was er wel benieuwd naar; een nonfictie-bestseller komt niet zo heel vaak voor. Toch was ik ook een beetje beducht voor zweverigheden. Door de ondertitel “Wat ze voelen, hoe ze communiceren- ontdekkingen uit een onbekende wereld.” Eindelijk heb ik het nu gelezen en;

Het is niet zweverig

Wohlleben is houtvester/boswachter in de Eifel. Gaandeweg is hij anders gaan kijken naar bomen en naar het bos. Hij trekt vergelijkingen tussen een productiebos en een oerbos. Bomen in een oerbos nemen de tijd om te groeien, in een productiebos worden omstandigheden zo ingericht dat bomen snel groeien. De algemene opvatting is dat jonge bomen vitaler zijn dan oude bomen en dat je een bos daarom voortdurend moet verjongen. Maar… onderzoek wijst uit dat oude bomen productiever zijn en belangrijker bondgenoten zijn tegen klimaatverandering. Het verjongen van het bos is vooral van belang voor de houtproductie. Nu weet ik ook wel dat je voor elke bewering een onderzoek kunt vinden, maar toch.

En passant haalt hij nog een oude wijsheid onderuit: veel eikels en beukennootjes voorspellen geen strenge winter. Ze weerspiegelen de winter die geweest is.

Bomen hebben karakter

Verschillende bomen hebben verschillende eigenschappen. Beuken willen graag dicht bij elkaar staan. “Beuken kunnen niet eens te dicht op elkaar staan.” Hij beschrijft hoe de oude beuken de jonge beuken klein houden met hun grote dichte bladerdak. Zo worden de jonge bomen eerst sterk, voordat ze de oude beuken voorbij kunnen groeien. Via hun wortels kunnen de oude beuken hun jonkies ook nog bijvoeden.

Beuken willen dicht bij elkaar staan en lenen zich dus uitstekend voor zo’n beukenlaan.

Eiken daarentegen doen het beter in open gebied. In bossen met veel beuken, lijden eiken daaronder. Bovengronds zie je dat niet, maar ondergronds ondergraven de beukenwortels die van de eik, die daardoor langzaam verzwakt. Maar in een weiland, of open veld kan de eik heel oud worden. Ouder dan de beuk, die het in een open veld zonder soortgenoten niet lang zal volhouden. Ik plaats hier een foto van de oude zomereik bij Kasteel Vorden, met een kroon van 39 m breed. Uit verschillende metingen komt een plantdatum van omstreeks 1770 naar voren.

Bij mij kwam de vraag op, hoe het gesteld is met bomen in een arboretum? Dat zijn vaak losse exemplaren. Het boek zegt wel iets over uitheemse bomen. Waarom ze het moeilijk hebben of waarom ze het juist (te) goed doen.

Maar ook inheemse bomen reageren niet allemaal hetzelfde. Wohlleben is van mening dat “voorzichtige” bomen het uiteindelijk beter zullen redden in de opwarming van het klimaat. Bomen die hun bladeren langer vasthouden (omdat de temperatuur nog hoog is) zullen sneller slachtoffer worden van herfststormen, dan hun al kale “voorzichtige” buur.

En hoe zit het dan met die communicatie?

Bomen communiceren met elkaar bijv. via hun wortels. Ze scheiden stofjes af waarmee ze verderwegstaande bomen waarschuwen voor een insectenplaag.  Of ze sturen geuren via de lucht. Als de waterstromen in de boom verbroken is, ontstaan trillingen die andere bomen opvangen. Ze kunnen elkaar dan via de wortels te hulp komen. Ik vind dit onderdeel nog  het meest interessant. De manieren waarop bomen in contact met elkaar staan.

Straatkinderen

Soms voert hij de “vermenselijking” wat al te ver door, in het hoofdstuk “Straatkinderen” bijvoorbeeld. Daarin beschrijft hij hoe moeilijk bomen het hebben die langs straten en in parken staan. Ze staan alleen, in een bos worden ze opgevoed door de oude bomen. Die zorgen er voor dat ze niet te hard omhoog schieten en daardoor extra kwetsbaar zijn. In de eerste jaren krijgen jonge bomen in een park extra water. Na een aantal jaar is dat veel te veel werk en stopt men er mee. De bodem is zo ingeklonken dat er weinig uit te halen valt. De bomen hebben nooit diep hoeven wortelen om water uit de grond te halen. Ze verzwakken snel.

Ik heb gewoond in een straat met lindebomen. In juni geurde de straat naar lindebloesem. Ik werd daar altijd heel gelukkig van. Toen werd de straat heringericht, de bomen zouden blijven staan. Maar toen men eindelijk klaar was, gingen de bomen alsnog dood. Overigens schrijft Wohlleben niet over mijn geliefde lindebomen. Hij beperkt zich vooral tot de beuk, de eik, de den en de spar. Logisch als je bedenkt dat dit de meest voorkomende bomen zijn in productiebossen.

Ik zou nog heel veel uit het boek kunnen citeren, over paddenstoelen als vriend en als vijand. Over naaldbomen, die natuurlijk andere strategieën hebben. Over de invloed van bomen op de klimaatveranderingen en de CO2 uitstoot. Lees zelf maar. Het is toegankelijk geschreven, soms misschien wat droog, met korte hoofdstukken en niet dik. Minpuntje: het ontbreken van illustraties.

Lees hier wat Lalage over dit boek schreef: https://lalageleest.wordpress.com/2017/08/15/het-verborgen-leven-van-bomen/

 

Advertenties

Een gedachte over “Het verborgen leven van bomen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.