Mussen

Mussen

Kijk, de mussen eens zoeken

naar kruimels, zaden of insecten

helaas

ze eten geen slakken.

DSCN9457kop

Ik ben geen vogelkenner, maar ik denk toch te weten dat dit huismussen  (Passer domesticus) zijn. Hoewel ik in het vogelboekje lees dat er veel meer mussensoorten zijn.

Soms als ik buiten zit, komen ze zo dichtbij, dat ik de verschillen zie. Er zitten een paar jonkies tussen die nog een beetje pluizig bolletje hebben. Ze zitten dan zomaar twee tegels bij me vandaan. Deze foto maakte ik door het keukenraam.

Lente in Spanderswoud

20220318_165421Ik moest er echt even uit, vond ik. In het weekend dat de lente begon, fietste ik naar Spanderswoud voor een paar dagen in een natuurhuisje.

Het was een echt Hans-Grietje-huisje in ‘Graveland tegen Hilversum aan, op een terrein van Nauurmonumenten.

“Welkom in de kraamkamer van de reeën”

staat op het bord bij het hek van de oprijlaan. En die reeën heb ik gezien! ’s Morgens en ’s avonds doken ze op uit de bosrand om te grazen. Ik vind het altijd weer bijzonder om reeën te zien. Zelfs als ze verschrikt wegspringen, ziet het er nog gracieus uit. Heel erg schrikachtig waren ze niet. Toen er eentje vlak voor mijn fiets overstak bleef ze rustig een tijdje staan kijken. Ik remde af en durfde me daarna niet meer te bewegen. Het was ontroerend om elkaar zo aan te kijken. Ze leek net zo verwonderd als ik.

DSCN8967kopie

Spanderswoud is vooral bos. Vooral aan het begin bij de oprijlaan staan een paar boerderijen en huisjes. Maar “mijn” huisje lag echt midden in het bos. Af en toe passeerde een wandelaar, maar verder was het stil. 

De bomen en het bos

DSCN8939kopIn het bos kon je goed zien dat er onlangs een paar zware stormen waren. Er lagen veel bomen. Niet netjes afgezaagd, maar zo afgescheurd dat het wel van de storm moet komen. Het is beleid om bomen te laten liggen.  Sommigen lagen er al zo lang dat ze door de tijd tot sculptuur zijn gemaakt. Zoals deze twee, waar ik (met wat fantasie) dieren in zag.

DSCN8933kop

DSCN8934kop

Op het landgoed is ook een tuin, die is privé-eigendom. Ook het terrein bij het landhuis met een rijtje huisjes zijn niet toegankelijk. Dat is niet erg, in de omgeving zijn genoeg landgoederen, zoals de Gooise lusthoven. Daar was het een stuk drukker. Daarover een volgende keer.

DSCN8952kop2

Meer over Spanderswoud

Maria Sibylla Merian

DSCN8762 (2)Jannie wees mij onlangs op een boek van Inez van Dullemen over Maria Sibylla Merian. Kort daarna kwam ook nog eens het bericht dat Inez van Dullemen was overleden. Zij schreef enorm veel reisboeken en romans. Dit is een roman, ik kende dit boek niet maar vond het in de bibliotheek. De schrijfster verweeft het verhaal over Maria Sibylla met dat van Kwasiba een jonge slavin in Suriname. Ik had het boek binnen een dag uit en toen was ik nieuwsgierig naar achtergrondinformatie. Want het boek is een geromantiseerde versie, geen biografie. En haalt vooral  bepaalde periodes naar voren. 

Voor wat feiten en achtergrond pakte ik de catalogus erbij die in1998 verscheen bij een tentoonstelling in Teylers Museum. Ik koop nog zelden catalogi, maar soms grijp ik nog wel eens terug. En deze is mooi en heel uitgebreid.

Kunstenares en natuuronderzoekster (1647-1717)

Maria Sibylla is geboren in Frankfurt am Main; haar vader en later haar stiefvader waren kunstenaars. Als kind verzamelt ze insecten en plantjes en tekent ze. Vooral het proces van rups tot vlinder intrigeert haar. En dat blijft haar boeien. Later noemt ze dit Metamorfosen. Ze verdient haar eerste geld met borduurpatronen. Ze begint een verfstoffenhandel. Al snel verdient ze goed met haar tekeningen en etsen, ook na haar huwelijk en de geboorte van 2 dochters. DSCN8766 (3)De familie heeft vele internationale contacten. Zo kan ze haar werk verkopen. En zo leren ze de gemeenschap van Labadisten kennen. Een strenge sekte die alle bezit afzweert en alleen huwelijken binnen de eigen gemeenschap erkent. Ze hebben een “kolonie” in de  buurt van Leeuwarden. Maria Sibylla trekt erin met haar dochters en noemt zich weer Merian. Was dit om van haar huwelijk af te komen? De roman suggereert het. Ze blijft er wel ruim 15 jaar. 

DSCN8763 (3)Na die jaren vertrekt ze weer met haar dochters en schoonzoon en gaat naar Amsterdam. In Amsterdam pakt ze de verfstoffenhandel weer op. En ze werkt verder aan haar “Rupsenboek”. De toon van haar observaties veranderde. Eerst noemde ze in alles de goddelijke hand van de Schepper, later werden haar observaties zakelijker. 

In Amsterdam ziet ze tekeningen van tropische planten en insecten. Ze mist echter de ontwikkelingsfasen die eraan vooraf gingen. Daarom vertrekt ze op haar vijftigste (!) met haar dochter Dorothea per boot naar Suriname. In die tijd voor vrouwen, zonder mannelijk gezelschap, een zeer ongebruikelijke en gevaarlijke onderneming. Via via krijgt ze een verblijfsadres op een suikerplantage in Paramaribo en maakt ze reizen naar de binnenlanden. Steeds op zoek naar dieren en planten die ze kan bestuderen en vastleggen. Dit werd haar belangrijkste werk: Metamorphosis Insectorum Surinamensium. DSCN8764 (2)Ze maakt daarbij gebruik van de kennis van Afrikaanse slaven. Haar omgang met hen is voor die tijd bijzonder. Ze heeft zelf een paar slaven (gekocht of gekregen) die voor haar werken, maar tegelijk communiceert ze op gelijke toon. Ze leert veel over de planten, insecten en dieren als slangen, vogels en salamanders. Vaak noemt ze dat de Afrikanen iets als eetbaar of als medicijn beschouwen. In brieven vermeldt ze de wreedheid van de slavernij op plantages. Hoe de Afrikanen haar zelf ervaren hebben, weten we natuurlijk niet. Deze periode in Suriname beslaat het grootste deel van de roman. 

Na ongeveer twee jaar wordt het warme klimaat haar teveel. Ze gaat terug naar Amsterdam met hutkoffers vol preparaten op sterk water en schetsen. Goed voor vele aquarellen en gravures. En ze neemt een slavin mee terug. Maar of die ook Kwasiba heette? Ze leeft en werkt dan nog een tiental jaren in Amsterdam, ontvangt bezoekers uit verschillende landen. Ze verkocht haar werk naar Londen, Sint Petersburg en Duitsland. 

Maria Sibylla Merian, een bijzondere vrouw met een bijzonder leven. 

20211204_130524

De foto’s komen uit deze catalogus, uit 1998. Die bevat ook een aantal brieven van haar in het Duits, Nederlands en Frans. 

Het boek “Maria Sibylla” van Inez van Dullemen verscheen in 2001 bij De Bezige Bij.

Lees hier de recensie van Jannie

 

Een pad op de weg

Afgelopen zaterdag wandelden we in Midden Limburg. Daarover later meer. Nu wil ik het hebben over dit diertje dat we tegenkwamen. Het was plat, piepklein en bijna kleurloos. Het leek een kleine pad. Corinne maakte een foto en we liepen verder. 

IMG-20211113-WA0002 (3)

Maar het liet me niet los. Wat was het? Eerst dacht ik nog aan een foetus (!) van een pad. Maar dat is natuurlijk onzin, padden en kikkers zijn niet levendbarend. Ze leggen eieren. Thuis begon ik te zoeken. Het was geen gewone pad. Daarvoor was hij te klein, het kopje was zo groot als mijn nagel. In werkelijkheid was hij kleiner dan op de foto. En dan die kleur, grijzig, bijna kleurloos. Het zou wel eens een piepjonge vroedmeesterpad kunnen zijn. 

Een vroedmeesterpad is kleiner dan de “gewone” pad die je wel vaker ziet. Hij komt bijna alleen voor in Limburg. Al zijn ze de laatste jaren ook op andere plaatsen gesignaleerd. De vroedmeesterpad heeft iets bijzonders. Als het vrouwtje haar snoer eieren afgezet heeft, drijven ze niet zomaar in het water. Dan komt het mannetje in actie. Hij draagt de eieren met zich mee, gewikkeld om zijn poten tot ze uitkomen, pas dan gaat hij ermee het water in. Aan dit bijzondere gedrag dankt hij zijn naam. 

Maar ja, was het wel een vroedmeesterpad? Ik schakelde twitter in, m.n. Caroline, die in Limburg woont en veel van beestjes weet. Zij wist het niet, maar stuurde het door naar haar volgers. (ze heeft er veel meer dan ik) Ik kreeg een paar reacties. Iemand had ObsIdentify er op los gelaten. Dat raakte er van in de war en kwam met een zeester. Een zeester in Limburg? Nou nee. Iemand anders stelde voor om het te vragen bij de Stichting RAVON (Reptielen, Amfibieën, Vissen Onderzoek Nederland). Goeie tip, ik kende ze niet. Ik stuurde ze een berichtje met de foto en de vraag: “kan dit een piepjonge vroedmeesterpad zijn?” De volgende dag had ik antwoord. Helaas konden ze op basis van één foto niets met zekerheid zeggen. Of ik nog meer foto’s had? Maar die heb ik niet. Nu heb ik er spijt van dat ik het diertje niet heb omgedraaid voor een foto van zijn andere kant. 

Het blijft nog steeds ongewis. Als iemand het wel weet, dan hoor ik het graag. 

Dit is de website van RAVON

 

Dagpauwoog (Inachis io)

DSCN8105 (2)In maart van dit jaar zag ik de eerste vlinder in mijn tuin. Voor mij een teken dat de lente er aan kwam. Het was de dagpauwoog.

En nu, in oktober, was de dagpauwoog er opnieuw. Kwam hij even langs om afscheid te nemen? Ik vind het een mooie gedachte.

Maar het is niet waarschijnlijk. Zolang leeft de dagpauwoog niet. Hoogstens is het één van zijn nakomelingen.

Het leven van de dagpauwoog

De dagpauwoog (Inachis io) is een van de bekendste vlinders. Hij komt overal, in tuinen, parken, bermen, bos. Hij drinkt nectar uit alle bloemen die voorhanden zijn. Alleen in de zomer geeft hij voorkeur aan rode en paarse bloemen. Maar om eitjes af te zetten, de zgn. waardplant, is alleen de brandnetel geschikt. En die moet dan ook nog op een droge plaats staan.

De vlinder die ik in maart zag was een overwinteraar. In beschutte plekken (boomstam, zolder of schuur) overwinteren ze als vlinder. In het voorjaar komen ze weer tevoorschijn. Hij was waarschijnlijk op zoek naar een vrouwtje. In het vlinderboekje lees ik dat ze in het voorjaar op kale stukjes grond wachten op een vrouwtje. De dagpauwoog leeft dan nog tot juni.

20211007_115922Daarna, vanaf half juli komt de volgende generatie uit hun cocon tevoorschijn. Zij vliegen tot eind september en gaan dan overwinteren.

De vlinder die ik in oktober zag was van juli. Hij zal nu snel op zoek gaan naar een plek om te  overwinteren.

Toch blijf ik het een mooie gedachte vinden dat hij even langs kwam fladderen.

Want tussentijds heb ik bijna geen dagpauwoog in de tuin gezien. Ik denk dat mijn brandnetelpolletje te donker en te nat staat.

Ik hoop nu al dat ik in maart volgend jaar deze weer zie!

Uitzicht

RSCN8401 (2)

Uitzicht

Dat
we daar dan zitten
en dat we dan
geen betonnen schutting zien
geen flat
geen opbouw van geen buren
geen bankgebouw
geen VGZ

alleen maar
wij
koeien
wei

en dat er dan
eentje
naar ons zwaait

Elle van Lieshout, 2016

Dit denk ik ook vaak als ik thuis tussen de -houten-  schuttingen zit. En ik zou er aan toe willen voegen: geen muziek die niet mijn muziek is. Dromen mag altijd!

RSCN8442 (2)

Slakken

Het is een echte Nederlandse zomer aan het worden: na regen komt zonneschijn en andersom. Ideaal weer voor slakken dus. Die houden van vochtigheid.

slakken3

Vanmorgen kwam ik op weg naar het ziekenhuis enorm veel naaktslakken tegen in de bosjes langs het pad. Het had tevoren flink geregend dus ze hadden een lekker regenbad kunnen nemen. Ze hingen nu relaxt in de takken. 

Naaktslakken

In de tuin zijn naaktslakken wel de grootste veelvraten. In een ommezien hebben ze je malse jonge plantjes op. Er zijn wel middeltjes om ze af te remmen: geplette eierschalen rondom de plantjes, koffiedik strooien, lavendelplanten langs de rand, biervallen in glazen potjes. Allemaal helpt het iets. Maar als er een flinke ploeg slakken aanwezig is, dan laten ze zich nergens door afremmen. Wat mij nog het beste bevalt is preventief slakkenkorrels strooien vroeg in het voorjaar. Ik strooi dan op de plekken waar ze zich verstoppen om eitjes te leggen. Onder een heg, onder de varens, onder een paar plankjes, onder grote bloempotten etc. etc. 

Segrijnslakken

Van de huisjesslakken in mijn tuin is de segrijnslak de grootste. Deze slak wordt ook wel kleine wijngaardslak genoemd. De echte, Franse wijngaardslak is nog veel groter. 

DSCN2400

Ook deze slakken ruim ik zonder pardon op, ze vreten net zo veel als de naaktslakken. Het schijnt dat je ze kan eten, net zoals de grote wijngaardslak. Maar daar komt nog wel wat bij kijken. Je moet ze eerst laten ontgiften. Cees Nooteboom beschrijft hoe hij eens dacht een lekker maaltje wijngaardslakken bij zijn huisje op Menorca geraapt te hebben. Ze waren niet te eten zo bitter. De buren legden lachend uit dat iedereen toch wel weet dat je ze eerst een paar weken moet laten hangen in een zak, zodat ze hun bittere ontlasting kwijt kunnen. Ik heb dit uit het boekje “Rode regen”, een verzameling verhalen (anekdotes) o.a. over zijn wederwaardigheden in het Spaanse dorpje. Een leuk lichtvoetig boekje. 

Daarnaast zie ik nog andere, kleinere slakken. Die laat ik zoveel mogelijk met rust. Ze hebben vaak mooie kleuren, zoals deze rode op de stok. Vaak ook zijn ze gestreept, geel/zwart of rood/bruin. Ze herinneren me aan mooie veelkleurige knikkers.

dscn1298

Deze eten hoofdzakelijk afgevallen plantenresten die al op de grond liggen. Natuurlijk nemen ze ook wel eens een plantje mee, maar dat staat in geen verhouding tot de andere veelvraten. 

En o ja, dan nog een weetje: wij denken altijd dat slakken langzaam zijn. Maar als je ze over de heg gooit, zoals een vriend doet, of in een emmertje wat verder weg brengt, dan zijn ze in korte tijd terug op hun oude stek. 

De reigers van Randenbroek

Reigers. Je ziet ze geduldig wachtend aan de slootkant staan, soms vissen ze een vijver leeg en in de stad wachten ze op een maaltje bij het sluiten van de markt.

Wat je misschien niet verwacht is dat ze hun nesten in bomen maken. Reigers broeden vaak in groepen, kolonies. In Amersfoort zit elk voorjaar een reigerkolonie in park Randenbroek. Ze bouwen hun nesten hoog in de bomen, steeds op dezelfde plek, al meer dan 30 jaar. Je ziet die nesten goed zitten, hoog tussen de kale takken.

Elk jaar in februari komen ze terug en ze blijven dan tot ongeveer juli. Ze gebruiken vaak hun oude nest opnieuw. Soms is het inmiddels “gekraakt”  door een roofvogel en dan maken ze een nieuw nest van takken en riet. Het mannetje brengt het materiaal aan, het vrouwtje bouwt het nest. Daarna legt ze 4-6 eieren en begint het broeden. Dat duurt een kleine maand (23-28 dagen). Anderhalve maand later kunnen de jongen alweer uitvliegen. Maar ze blijven dan nog een paar weken op het nest.

Ik wist al jaren dat er een kolonie blauwe reigers in park Randenbroek zat. Maar ik had ze nog nooit gezien. Tot nu dan, nu ben ik er eens echt voor op pad gegaan. Ze zitten zo hoog dat je ze niet ziet als ze op het nest zitten. Je hoort ze wel heel goed, een schor geroep, echt gezellig klinkt het niet.

Ik ben een keer of vier, vijf gaan “posten”. En jawel, af en toe vloog er één hoog over. Dan wil ik natuurlijk een foto maken. Dat viel nog niet mee. Ze vlogen te hoog, te snel en te onduidelijk tussen de takken door. Dit is de foto enige die min of meer gelukt is.

Ga dus vooral zelf kijken. De blauwe reigers van Randenbroek, nog te horen en soms te zien tot a.s. juli.

 

Tuinvogeltelling

Vandaag begint het weekend van de nationale tuinvogeltelling.

In andere jaren heb ik ’s winters best veel verschillende mezen in de voortuin. Ze komen af op de Hibiscus, die dan nog vol met zaadjes zit. Dit najaar is hij gesnoeid, net als de meidoorn. Er zijn nu alleen kale taken. Ik heb een pindanetje gehangen als compensatie. Dat heeft nog niet veel opgeleverd, misschien is dat toch minder aantrekkelijk? Ik zag paar koolmezen en pimpelmezen en een enkele kauw bungelen aan het netje. Maar vooruit: kauwen zijn ook vogels.

Het is ook nog steeds poëzieweek. Dit gedicht stond eergisteren op mijn kalender:

hé mens,

kijk
wij roodborstjes
doen de winter even voor
hoe je opgaat in het ondergaande licht
en hier
koolmezen
trekken sneller dan de pimpels
gele cirkels ronde de pindabol
en daar
lijsters
die houden pauze in je tuin
op weg naar warmer grond
en heel bijzonder
wij  puttertjes
haast niet te horen of te zien
zo klein is ons verhaal

hé mens, let op: vandaag
vertellen we ons misschien

Kate Schlingemann

Voor wie mee wil doen aan de tuinvogeltelling: https://www.vogelbescherming.nl/tuinvogeltelling/

De ooievaars van Vathorst

Soms wil ik een doel hebben om te gaan fietsen en zondagmiddag ging ik op zoek naar de ooievaars van Vathorst. Al enkele jaren broedt er een ooievaarspaar langs de A 28 bij Vathorst. Alleen, hoe kom je daar op de fiets? Dat was nog een uitdaging. Bij de eerste poging belandde ik bijna met m’n fiets op de snelweg. Oeps, gauw omgekeerd. Even later zag ik een andere fietser precies dezelfde vergissing maken, dus….  Er staat echt geen bord! Bij de tweede poging kwam ik aan de verkeerde kant van de snelweg terecht, ik nam bovenstaande foto over de weg heen. Maar driemaal is scheepsrecht! Aan het eind van een doodlopend weggetje stond ik er ineens vlak voor.

De Uiverhoeve

Het nest staat boven op een kunstwerk, gemaakt van aluminium en staal. Het is van kunstenaar André Pielage, gemaakt in opdracht van de gemeente Amersfoort die een “Landmark” wilde. Dat is het geworden, het staat er sinds 2014 en is vanaf de A 28 goed te zien. Met de fiets moet je wat meer moeite doen.

Het zijn de contouren van de Uiverhoeve, een van de boerderijen die wijken moest voor de nieuwe wijk Vathorst. In dit geval voor de afrit van de A 28 ter ontsluiting van de wijk. Het raamwerk is 10 m hoog en 20 m breed en vanaf de snelweg ziet het er ongeveer uit zoals op de bovenstaande foto. Van dichterbij ziet het er weer anders uit.

Omdat “Uiver” een oud Nederlands woord is voor ooievaar, werd er een plek voor een ooievaarsnest op gezet. En de ooievaars kwamen. Ook dit jaar weer. Ik had geluk: ze waren thuis. Een zat op het nest, de andere kwam net aangevlogen met een boel geklepper. Bracht hij eten? Ik kon het niet zien. Misschien zei hij alleen: “Schat ga jij nu je vleugels maar even strekken.” Want even later vloog de ander weg.

Ooievaars broeden om beurten, ze vliegen ook om de beurt uit op zoek naar eten. Ik zag hem heen en weer stappen in het weiland. Op de achtergrond raasden de auto’s voorbij. Niet bepaald een rustige, idyllisch plek, maar ooievaars kan dat niet schelen. Ze woonden altijd al in de buurt van mensen. Een kerktoren is ook geen stille plek.

Ik ben benieuwd wanneer de jongen er zijn. Ooievaars leggen in april gemiddeld 3-5 eieren en het duurt ruim een maand voor ze uitgebroed zijn. De jongen zitten dan nog 55-60 dagen op het nest voor ze uitvliegen. Ik heb dus alle kans om ze nog eens te gaan opzoeken.

Meer over het kunstwerk lees je hier