Over fado en saudade; J.J. Slauerhoff

De “Portugese Fries” J.J. Slauerhoff (1898-1936)

DSCN9627slauerhoffSoms begrijp ik niet waarom wij onze literatuur zo onachtzaam behandelen. Alsof alleen nieuw verschenen boeken het nog verdienen te worden uitgegeven en gelezen. Zelfs de CPNB directeur, die het Nederlandse boek zou moeten promoten, doet hier aan mee. 

Neem nou Slauerhoff; wie heeft er nog van hem gehoord, laat staan iets gelezen? (Ik dus toevallig.)

Reizen

J.J. Slauerhoff, geboren in 1898 in Leeuwarden, studeerde medicijnen en werd scheepsarts. Zo kon hij zijn reislust combineren met zijn beroep. Zijn eerste reis ging naar Portugal, zijn eerste gedicht over Porto.

Daarna volgende nog vele reizen, naar Macao (toen een Portugese enclave), naar Zuid Amerika en naar China. Zijn eerste roman “Het verborgen rijk” speelt zich af op Macao en ik vind het nog steeds een mooi en leesbaar boek. Het gaat over een zeevarende avonturier die terecht komt in een mysterieus (droom?)rijk. Hij baseerde het verhaal losjes op Luis de Camōes (1524-1580), één van Portugals grote dichters. In 1990 is “Het verborgen rijk” opnieuw uitgegeven in de serie Grote Lijsters. 

Liefde voor Portugal

Altijd kwam hij weer terug in Portugal. “In Nederland wil ik niet leven” heet één van zijn gedichten. Want: “Er nooit, nee nooit gebeurt een mooie passiemoord“. Met zijn rusteloze ziel en en zijn verlangen naar verre landen, voelde hij zich veel meer thuis bij fado en saudade. Soms gaf hij een gedicht een Portugese titel: “Fado”, “O Engeitado” (de verstotene) of “Saudade”. Maar hij dichtte in het Nederlands.

DSCN9624kop

Fado

Het duurde tot 1997 voor er wat gedichten van hem werden vertaald in het Portugees door Mila Vidal Peletti. Die vertaling had een bijzonder doel: ze was bedoeld om gezongen te worden door de bekende fadozangeres Cristina Branco. Met muziek van Custódio Castelo. In 2000 trad zij op in Nederland met haar programma “Cristina Branco canta Slauerhoff”. Ik hoorde haar in Vredenburg in Utrecht en heb onmiddellijk de CD aangeschaft. Ik hield al van fado en dan deze bijzondere combinatie!

Voor de verre prinses

Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tussenbeide.
Soms staan wij beiden ’s nachts aan ’t raam.
Maar andre sterren zien we in andre tijden.

Uw land is zoo ver van mijn land verwijderd:
Van licht tot verste duisternis – dat ik
Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,
U zou begroeten met mijn stervenssnik.

Maar als het waar is dat door groote droomen
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht
Tot op de verste ster: dan zal ik komen,
Dan zal ik komen, iedren nacht.

DSCN9630kop(Dit gedicht is overgenomen uit het boekje bij de CD) 

Het einde

Slauerhoff was dan wel arts, hij was niet gezond. hij leed aan astma en bronchitis en liep in Zuid-Amerika malaria op. Na een zoveelste vergeefse kuur in Italië stierf hij dan toch gewoon in bed in een Hilversums verzorgingshuis. Hij was nog maar 38 jaar. Ik had hem een langer leven en een mooiere dood gewenst. 

Woningloze

Alleen in mij gedichten kan ik wonen,
Nooit vond ik ergens anders onderdak;
Voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,
Een tent werd door den stormwind meegenomen.

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.
Zolang ik weet dat ik in wildernis,
In steppen, stad en woud dat onderkomen
Kan vinden, deert mij geen bekommernis.

Het zal lang duren, maar de tijd zal komen
Dat vóór den nacht mij de oude kracht ontbreekt
En tevergeefs om zachte woorden smeekt,
Waarmee ‘k weleer kon bouwen, en de aarde
Mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de
Plek waar mijn graf in’t donker openbreekt.

(Uit: verzamelde gedichten)

De portretfoto van Slauerhoff is uit het CD-boekje. 

 

Land Art rond het Eemklooster

Stille Omgang,  land art rond het Eemklooster in Amersfoort

Amersfoort heeft (of had) verschillende kloosters. Eén daarvan is OLV Ter Eem, gebouwd in 1932. Sinds 2009 heeft dit klooster een andere bestemming gekregen. Er zitten kleinschalige bedrijfjes en een kinderopvang.  DSCN9394kopEromheen ligt een bosparkachtig gebied. Daar is nu land art te zien met het thema “Stille Omgang”, een verwijzing naar het klooster. Soms is dat meer, soms minder specifiek. Hierboven in de vijver is een verwijzing naar verdwijnende herinneringen door Alzheimer, gemaakt door Carola Mokveld.

Of zoals  DSCN9395mediationMediation” van Jan Everwijn:
Vijf figuren
bijten zich vast
op het scherpst van de snede

Vergeten hun zachte kanten
verbergen zich
achter ruwe bolsters

Zagen poten
van onder stoelen”

Heel specifiek is een werk, ook van Carola Mokveld, op de voormalige begraafplaats. Ter herinnering aan de 139 zusters die hier waren begraven, liggen achter het gesloten hek 139 lakens met een kruis erop.

Hedy Hempe noemt haar werk “Stille Omgang” , het is gemaakt met gestapelde dode takken. Symbool voor de cyclus van leven en dood. DSCN9408kop

DSCN9406roosvensterThea van Vliet maakte “Kapel”. Van natuurlijk materiaal maakte ze kapelvensters, zoals dit roosvenster. Het geheel tussen de bomen, geeft echt de indruk van een kapel.

Even daarnaast ” Waar vinden wij zingen?” van Liesbeth en Hester Pilz, met oude knielbankjes, een doopvont en keramische zwam-wijwaterbakjes aan de bomen. Op de bodem van het doopvont zwemt een figuurtje. Een teken dat je altijd weer opnieuw kan beginnen?

Zo dwaal ik steeds verder het bos in, er zijn “perpetermobiles” van Peter Huibers: “Ware rust is niet het ontbreken van beweging, het is evenwicht in de beweging”. 

En dan is er “Sluiers” van Peggy Eras, paarse sluiers hangend tussen de bomen. Heel simpel eigenlijk, niet het mooiste werk. Maar het raakte me enorm, zomaar ineens. “Met sluiers proberen we iets te verbergen”. “Het herinnert je eraan dat je alles moet waarderen wat je tot nu toe in je leven hebt gedaan.” Alles waarderen wat ik tot nu toe heb gedaan. Er zijn best wat dingen, waar ik niet zo trots op ben. Ik heb ze dan wel geaccepteerd, maar houd ze toch liever onder die sluiers. Waarderen gaat verder dan accepteren. Toch voel ik dat het goed is; dat ik juist met waardering naar die dingen moet kijken. Niet omdat het zo geweldig was, maar vanwege de intentie. En misschien ook omdat er dan ruimte komt? RSCN9410De kleur paars kan ook gezien worden als de kleur van originaliteit, spiritualiteit en inventiviteit. Ik ben nog wel even aan het denken over wat dit kunstwerk bij me oproept.

DSCN9405kopLand art is nog te zien tot 30 oktober 2022.

Er is een boekje met plattegrond en informatie over de kunstwerken. En aan het eind van de route is er ook nog een terrasje.

Tip: in het bos aan de overkant van de weg ligt het Belgenmonument.

Zie ook de website van OLV Ter Eem.

Een tuin voor Leonardo

Leonardo da Vinci 1452-1519,
Amboise- Leonarde da vinci kopwetenschapper, architect, beeldhouwer, schilder, filosoof, botanist, ingenieur etc. was een genie die zijn tijd vaak ver vooruit was. Hij was ook controversieel, excentriek, had machtige vrienden en reisde veel.

Controversieel: hij had grote belangstelling voor de anatomie van het menselijk lichaam en ontleedde lijken. Iets wat de kerk niet kon waarderen.

Excentriek: hij kleedde zich flamboyant, was vegetariër en was nooit getrouwd maar zeer waarschijnlijk van de herenliefde. Feit is dat hij in Florence werd aangeklaagd voor seks met mannen, wat strafbaar was. Hij werd vrijgesproken.

Machtige vrienden; die vrijspraak had hij waarschijnlijk te danken aan die machtige vrienden. zoals de familie De Medici. Hij had ook contacten met het Franse koningshuis.

Reisde veel: Hij reisde van de ene stad naar de andere adellijke familie en liet dan soms zijn werk onafgemaakt achter. Te veel haast, te onrustig, te avontuurlijk? In 1516 nodigde koning François I hem uit aan het Franse hof. Hij nam de uitnodiging aan en woonde met een leerling en een bediende op

Chateau Clos Lucé, bij Amboise.

Toen hij aankwam, bracht hij een enorme stapel manuscripten mee en een paar schilderijen: waaronder de “Mona Lisa”, “Johannes de Doper” en “Maria met Kind en Sint Anna”. Alle drie nu te bewonderen in het Louvre in Parijs.

clos luce, werkkamer da vincikop

Van de koning kreeg hij naast dit kasteeltje ook een ruime toelage, zodat hij ongestoord kon werken. Binnen kun je zijn werkkamer nog steeds zien, de keuken van zijn bediende en de slaapkamer waarin hij overleed. Want 3 jaar na zijn aankomst overleed hij hier. Hij werd bijgezet in de koninklijke kapel in Amboise.

Park Leonardo da Vinci

clos luce propellor1kopHet huis met park is te bezoeken. In de kelder zijn tekeningen te zien en maquettes die men later op basis van de tekeningen heeft gemaakt.

In het park staat een aantal van Leonardo’s ontwerpen uitgevoerd op ware grootte en met het door hem beschreven materiaal. Het is echt bijzonder om te zien dat iemand al 500 jaar geleden het principe van een propeller uitwerkte en een pontonbrug ontwierp.

Ook hierin was hij veelzijdig: behalve een waterrad en een tredmolen, ontwierp hij ook voor militaire doeleinden, zoals een tank.

Het werken met waterkracht zie je gedemonstreerd met dit apparaat.

clos luce, waterkrachtkop

Het was een plezier om door dit park te lopen. Alle aspecten komen aan bod, ook die van Leonardo de botanist. Vlak bij het huis is een kruidentuin en langs het riviertje staan planten met de bijpassende tekening.

DSCN9107kop DSCN9106kop

Leonardo da Vinci intrigeert me. Hoe hij al die talenten kon combineren, hoe druk moet het zijn geweest in zijn hoofd? Maar ook hoe goed iemand uit de verf kan komen als allrounder. Tegenwoordige zou hij vast het advies krijgen om zich te specialiseren omdat hij “te breed” zou zijn.

Een aantal jaar geleden verscheen “Leonardo, de biografie”, geschreven door Walther Isaacson. Ik heb het boek nog niet gelezen, maar ik ben het wel van plan.

Voor meer informatie de website van Clos Lucé

Franse tuinen en kastelen

Veel tuinen en parken zijn aangelegd in de Engelse landschapsstijl: met slingerpaadjes, heuveltjes, doorkijkjes etc. Die stijl was een reactie op de renaissance tuinen, die (ook in Engeland) waren aangelegd door Fransen of door ontwerpers die geschoold waren in Frankrijk. Bij kastelen in Frankrijk zie je nog regelmatig renaissancetuinen. Vorige week ging ik een week kastelen kijken langs de Loire.

De Renaissancetuin

De renaissance ontstond in de 14e eeuw in Italië en greep terug op de klassieken, ook voor de bouwkunst. Eén kenmerk is bijvoorbeeld de symmetrie, het gebruik van zuilen is een andere. De tuin moest een eenheid vormen met het kasteel, en werd ook symmetrisch. Vanuit Italië kwam deze stijl ook naar Frankrijk Dit levert “formele” tuinen op, met geometrische patronen, gladgeschoren hagen en planten keurig in het gelid. Dat klinkt misschien saai, maar ik vond het toch heel leuk om een paar van deze tuinen te zien, zoals bij

Chateau de Chambord

Chambord is het grootste renaissancekasteel langs de Loire. En er staan er wel 103! De muur rondom het domaine is 32 km lang. Helaas stond het kasteel in de steigers. Alles is groot, ook de tuinen.  Chambord tuinkop

Vanaf het kasteel had je een aardig overzicht, maar het einde was niet te zien. En aan de andere kant lag nog eens zo’n formaat tuin, maar dan met water. Het was nog een kale bedoening, van dichtbij zag je wel dat er plantjes stonden, maar er bloeide nog niets.

Leuk waren kunstwerken van de Frans-Argentijnse Pablo Reinoso, in het kasteel en buiten. o.a. dit ontspoorde bankje.

Chambord kunst Pablo Rreinoso

Dan

Chateau de Chenonceau

Dit ligt rondom in het water. Koning Henri II schonk het kasteel aan zijn maîtresse Diane de Poitiers. Zij liet er een brug bouwen en een tuin aanleggen. Maar toen de koning overleed, moest ze er uit. De koningin, Catharina de Medici, ging er zelf wonen en legde ook een tuin aan. Zo is er nu links van het kasteel de tuin van Diane en rechts de tuin van Catharina.

chenoncheau, tuin van D.poitiers kopi
Tuin van Diane de Poitiers

chenonceau tuin van c.de medicikop
Tuin van Catharina de Medici

chenonceau bloemstuk kopDaarnaast is er een potager (moestuin) met kas waar ook bloemen worden gekweekt. De potager was helemaal omzoomd met lage hagen van verschillende appelsoorten, wat ik wel bijzonder vond. 

Chambord mag dan het grootste kasteel zijn, Chenonceau is veel mooier ingericht. Niet alleen met meubels, maar ook met prachtige wandtapijten en veel bloemstukken met bloemen uit de eigen tuin.

Diane de Poitiers werd niet direct dakloos, want de koningin gaf haar een kasteel in Chaumont-sur-Loire, dat even verderop ligt.

Chateau du Chaumont-sur-Loire

Mevrouw de Poitiers was maar weinig in dit kasteel, hier is geen renaissancetuin. Maar er is wel veel moois te zien. Rondom het kasteel ligt een park waar kunstwerken staan van moderne kunstenaars. Ook binnen is veel kunst te zien.

chaumon s loire Goldsworth + El anatsui kop
El Anatsui en Andy Goldsworth

chaumont sur loirre entreekop

Er is een leuke potager, waar ook een kleine verticale tuin in was gemaakt. En er is jaarlijks van april tot oktober het internationale Festival des Jardins. Tuinontwerpers en kunstenaars worden uitgenodigd een showtuin aan te leggen. Ik kwam tijd en ogen te kort om alles te zien.

Chateau de Villandry

Heel erg enthousiast werd ik van de tuinen in Villandry, De huidige eigenaren kochten het kasteel met een verwaarloosde tuin. Ze hebben hem helemaal teruggebracht in de renaissancestijl. En het is prachtig geworden. Vooral de grote potager was al heel kleurig. Al die slasoorten en koolsoorten, netjes in een bedje. Ik vond het prachtig.

Villandry potager kop

Helemaal achterin op het hoogste terras is een zonnetuin (in geel en oranje) en een schaduwtuin (blauw en wit) aangelegd. Er is een kruidentuin en er zijn twee labyrinten. Er was hier zoveel te zien dat ik het kasteel niet meer in ben geweest.

Meer informatie:

Villandry

Chateau de Chaumont-sur-Loire

Chateau de Chenonceau

Het Mauritshuis in volle bloei

Wat ben ik blij dat ik vorige week naar de bloeiende magnolia’s ging kijken! Want deze week is het heel ander weer. De magnolia’s zullen nu wel verregend zijn. Het is weer om de bloei binnenshuis op te zoeken. Dan komt “in volle bloei” bij het Mauritshuis in Den Haag goed uit. voorplein-mauritshuis-in-volle-bloei

Het Mauritshuis viert zijn 200ste verjaardag. Dat doen ze met bloemen binnen en buiten. Het voorplein van het museum staat vol met bloemen, echt en namaak. Je bent meteen al in de stemming. Binnen is een kleine tentoonstelling met bloemstillevens, voornamelijk uit de 17e eeuw. Maar ook met “voorlopers” die ouder zijn.

20220404_134058kopHet is een tentoonstelling voor liefhebbers. Ik hoorde iemand zeggen dat hij het nu wel gezien had al die bloemen.  Dat snap ik wel, die grote bloemstillevens lijken best op elkaar. Je moet oog hebben voor details.

Zoals op dit schilderij waar achter de grote schelp een schedel ligt. Die ligt daar niet voor de sier, maar om de kijker te herinneren aan zijn sterfelijkheid. Op een ander is naast de vaas een uurwerk te zien, met dezelfde betekenis.

De boeketten bestonden niet echt. Het zijn bloemen uit verschillende seizoenen, tulpen met zonnebloemen bijvoorbeeld. In deze eeuw maakte men voor het eerst kennis met exotische bloemen uit verre landen. Ontdekkers brachten planten en bollen mee. Tekenaars tekenden ze zo natuurgetrouw mogelijk. Er liggen boeken met botanische tekeningen (bijv. van Maria Sybilla Merian). Op de bloemstillevens werden zoveel mogelijk soorten bij elkaar geschilderd, stuk voor stuk natuurgetrouw en zeer gedetailleerd.

20220404_134650kopBloemen waren “hot”. In deze tijd ontstond ook de “tulpenmanie” (tulpengekte), waarbij een tulpenbol een vermogen kostte. Dit schilderijtje (van Balthasar van der Ast) met één tulp op een vaasje is waarschijnlijk bedoeld om de zeldzaamheid en de waarde van de tulp te benadrukken.

Op veel schilderijen zijn insecten te zien: torretjes, vliegen, vlinders, rupsen. Het was ook de tijd waarin men de ontwikkeling van insecten bestudeerde.

Vrouwelijke schilders zijn hier goed vertegenwoordigd. Vrouwen werden niet geacht er op uit te gaan of te studeren. Voor bloemen was geen anatomische kennis nodig en ze waren dichtbij huis. Rachel Ruijsch bijv. voedde 10 kinderen op naast haar schilderwerk. Vrouwen mochten niet naar de academie, maar kregen thuis les van een familielid (vader of oom bijv.).

20220404_141857kopNa de tentoonstelling ging ik naar de vaste collectie. Een suppoost maakte me enthousiast  voor wat er nog veel meer te zien was. De bloemtentoonstelling vond hij een beetje klein als je er speciaal voor met de trein kwam.

“Gezicht op Delft” was prachtig en ik zag “het puttertje”, ook uit de 17e eeuw.

Natuurlijk ook “het meisje met de parel”, bijzonder populair. Maar tja, het puttertje raakte me meer, ook al heb ik het al vaker gezien in andere tentoonstellingen.

Het leuke is dat die schilderijen allemaal in pronkkamers hangen. Het Mauritshuis is eigenlijk nog steeds een “huis”.

“In volle bloei” is nog te zien tot 6 juni 2022.

Website Mauritshuis met info over de andere activiteiten tgv 200 jaar.

(De foto van het Mauritshuis komt van hun website).

Schapen door de eeuwen heen.

A short History of the World According to Sheep

Sally Coulthard beschrijft de geschiedenis aan de hand van schapen. Het is geen chronologisch verhaal. Ze bouwt haar boek op rond een aantal onderwerpen zoals herders en herdershonden, het gebruik van wol, oude gebruiken en zegswijzen etc. Achterin het boek geeft ze een vrij uitgebreide literatuurverantwoording. Dat maakt het boek goed leesbaar.

DSCN1110 - kopie

Schapen liepen al tienduizenden jaren geleden rond op aarde.

Al tienduizend jaar en langer geleden waren er al schapen: de Aziatische donkere moeflons met grote hoorns. Toen jager-verzamelaars zo’n tienduizend jaar geleden begonnen met een vorm van landbouw, gingen ze ook schapen houden. En vanuit het Midden Oosten kwamen ze mee tot ver in Europa. Ze waren niet al te kieskeurig met eten, niet snel in paniek, de lammeren groeiden snel. De mest werd gebruikt op de akkertjes.

DSCN8898kopieRecent onderzoek wees uit dat schapen ook behoorlijk intelligent zijn. Zo kunnen ze heel goed gezichten herkennen, zelfs na een jaar nog. Ze vinden hun weg in moeilijk terrein, onthouden dit en volgende keren kunnen ze dit steeds sneller.

De eerste herders waren nomaden. In eerste instantie ging het alleen om het vlees, later ook de melk. Het gebruik  van de wol kwam pas veel later. De Scyten ontdekten de bruikbaarheid van wol in de vorm van vilt. Het hield je warm en werkt verkoelen, is waterafstotend, licht en sterk. Vilt werd werkelijk voor van alles gebruikt: voor tenten (yurts), dekens, kleding. De Vikingenschepen hadden zeilen van kleurig geverfd vilt.

Het spinnen en breien van de wol kwam veel later. Tot die tijd verloren schapen hun vacht gaandeweg en verzamelde men de plukken. Toen men begon met schapen scheren kon men meer met de wol doen.

Leuke feitjes en folklore

DSCN8899kopieLeuke feitjes heeft het boek ook. In een Egyptisch museum bevinden zich de oudste sokken ter wereld, uit ongeveer 100-400 na Chr. Ze zijn gemaakt met nâlebinding, een voorloper van het breien. In de Middeleeuwen was breien een vak: in Parijs was een Brei-Gilde dat streng toezag op het vakmanschap.

Omstreeks1800 ontdekte ene Thomas Burberry de bruikbaarheid van de lanoline uit schapenwol. Hij gebruikte het om kleding waterafstotend te maken. Dit was natuurlijk al veel eerder bekend, maar Burberry paste het commercieel toe in kleding. Ook wordt lanoline nog steeds gebruikt in crèmes.

Nog een leuk weetje dan: de eerste condooms waren van schapendarmen. In elk geval zijn ze aangetroffen bij Romeinse soldaten, in deze vorm zijn ze nog heel lang gebruikt.

En passant schopt de schrijfster nog een beetje folklore omver. Zoals het verhaal van de Schotse tartans van geweven wol. Die zijn weliswaar heel oud, maar het verhaal dat elke clan een eigen tartan heeft is “uitgevonden” in de 19e eeuw. Zo ook de bekende Ierse Aran-trui en de Yslandse trui. Ze werden pas echt Iers/Yslands in de tijd dat deze landen zelfstandig werden en een nationalistisch symbool goed konden gebruiken.

RSCN6267

Tot slot

Vooral waar het boek inzoomt op de oudste geschiedenis, de parallellen en de dwarsverbanden, vind ik het interessant. In het tweede deel van het boek ligt de nadruk veel meer op Groot Brittannië. De wolhandel en de rijkdom die daardoor ontstond en de kwalijke kant van de industriële revolutie met heel veel kinderarbeid in de fabrieken. In dit deel is het schaap ook behoorlijk buiten beeld geraakt en gaat het meer over het product wol.

Nederland was niet zo’n groot schapenland, maar er zijn wel parallellen te trekken. Zo waren ook hier steenrijke lakenkooplieden. (Laken is wol). Ook in ons land werkten kinderen in de spinnerijen. Met carnaval noemen Tilburgers zich nog altijd “kruikenzeikers”, vanwege het oude gebruik van urine bij de wolbewerking.

Het boek maakt duidelijk dat wij veel te danken hebben aan het schaap. Maar of het schaap nou zo blij met ons is?

A Short History of the World According to Sheep.” Sally Coulthard. Geïllustreerd met houtsneden van Sarah Price.

Er is een Nederlandse vertaling verschenen bij uitgeverij Terra: “Een kleine geschiedenis van de wereld aan de hand van schapen”.

Kaarslicht in Gouda

20211212_112609 (2)Gouda, stad van de kaarsen. Al rond 1850 werden in Gouda kaarsen gemaakt. In 1958 schonk de Goudse NV Stearine Kaarsenfabriek 1500 kaarsen aan de stad ter gelegenheid van hun 100 jarig bestaan. Dit werd het eerste “kaarsjesfeest” in de stad.

Het merk “Gouda kaarsen” zit nu in Schijndel. Na een aantal fusies zijn ze overgenomen door de Bolsius kaarsenfabriek.

Het Goudse “kaarsjesfeest” bleef. Het werd een jaarlijks in december terugkerend “Gouda bij kaarslicht“. Maar dit jaar en ook vorig jaar blies corona het feest uit. Geen honderden kaarsjes achter de vensters op de markt in Gouda.

20211212_120030 (2)Museum Gouda biedt dit jaar een klein, maar fijn alternatief met de tentoonstelling “kaarslicht“. In een aantal door (elektrische) kaarsen verlichte ruimtes is te zien hoe kunstenaars vroeger het kaarslicht gebruikten in hun schilderijen.

Hoe kaarslicht het onderwerp uitlicht en bijzaken in de schaduw laat. Rembrandt van Rijn is beroemd om dit “clair-obscure”. Uit zijn atelier is “de heilige familie” te zien. Maar hij was niet de enige die hiermee werkte.

Ik werd een beetje verliefd op deze “lezende jongen bij kaarslicht” (1645) door Chr. Jansz. Dusart.

20211212_121217

Hij houdt een kaars bij het boek om te kunnen lezen. Tegelijk zien wij zijn gezicht mooi uitgelicht door het kaarslicht.

Op andere schilderijen zie je hoe het kaarslicht werkte bij verlichting van de woonvertrekken. Het licht wordt gereflecteerd in de kandelaars, de kroonluchters, spiegels, maar ook in de vergulde lijsten en deurknoppen, zelfs op het goudleer behang.

20211212_115635 (2)Ook de juwelen werden gemaakt en uitgezocht op het effect van de weerkaatsing van het licht. Het was misschien niet alles goud dat er blonk tijdens diners en de feesten, maar het schitterde en fonkelde wel, dankzij het kaarslicht.

Deze dame bekijkt haar munt heel kritisch. Is hij wel echt?

Mijn ogen moesten eerst wennen aan de sfeervolle, maar schemerige verlichting van de tentoonstellingsruimtes. Het gaf absoluut een extra sfeer. Zo was het dus met alleen kaarsverlichting om te werken.

20211212_122726 (2)

Tot slot kaarslicht in de buitenverlichting. Tijdens de 19e eeuw werd dit meer en meer vervangen door gaslicht. Maar ook toen schilderde men nog graag kaarslicht. Het paste beter bij deze romantische periode. Zoals hier een nachtmarkt van Petrus van Schendel (1806-1870). (Het effect van gaslicht is later vaak geschilderd door de impressionisten. Die hangen hier niet. )

Toen ik weer buiten stond in de “gewone” museumzalen moest ik opnieuw wennen, nu aan het felle licht. In de museumwinkel kocht ik een paar kaarsen voor thuis.

20211213_172124

“Kaarslicht” is nog te zien t/m 27 maart 2022. Maar het past voor mij vooral juist in deze donkere dagen.

Zie website Museum Gouda

Maria Sibylla Merian

DSCN8762 (2)Jannie wees mij onlangs op een boek van Inez van Dullemen over Maria Sibylla Merian. Kort daarna kwam ook nog eens het bericht dat Inez van Dullemen was overleden. Zij schreef enorm veel reisboeken en romans. Dit is een roman, ik kende dit boek niet maar vond het in de bibliotheek. De schrijfster verweeft het verhaal over Maria Sibylla met dat van Kwasiba een jonge slavin in Suriname. Ik had het boek binnen een dag uit en toen was ik nieuwsgierig naar achtergrondinformatie. Want het boek is een geromantiseerde versie, geen biografie. En haalt vooral  bepaalde periodes naar voren. 

Voor wat feiten en achtergrond pakte ik de catalogus erbij die in1998 verscheen bij een tentoonstelling in Teylers Museum. Ik koop nog zelden catalogi, maar soms grijp ik nog wel eens terug. En deze is mooi en heel uitgebreid.

Kunstenares en natuuronderzoekster (1647-1717)

Maria Sibylla is geboren in Frankfurt am Main; haar vader en later haar stiefvader waren kunstenaars. Als kind verzamelt ze insecten en plantjes en tekent ze. Vooral het proces van rups tot vlinder intrigeert haar. En dat blijft haar boeien. Later noemt ze dit Metamorfosen. Ze verdient haar eerste geld met borduurpatronen. Ze begint een verfstoffenhandel. Al snel verdient ze goed met haar tekeningen en etsen, ook na haar huwelijk en de geboorte van 2 dochters. DSCN8766 (3)De familie heeft vele internationale contacten. Zo kan ze haar werk verkopen. En zo leren ze de gemeenschap van Labadisten kennen. Een strenge sekte die alle bezit afzweert en alleen huwelijken binnen de eigen gemeenschap erkent. Ze hebben een “kolonie” in de  buurt van Leeuwarden. Maria Sibylla trekt erin met haar dochters en noemt zich weer Merian. Was dit om van haar huwelijk af te komen? De roman suggereert het. Ze blijft er wel ruim 15 jaar. 

DSCN8763 (3)Na die jaren vertrekt ze weer met haar dochters en schoonzoon en gaat naar Amsterdam. In Amsterdam pakt ze de verfstoffenhandel weer op. En ze werkt verder aan haar “Rupsenboek”. De toon van haar observaties veranderde. Eerst noemde ze in alles de goddelijke hand van de Schepper, later werden haar observaties zakelijker. 

In Amsterdam ziet ze tekeningen van tropische planten en insecten. Ze mist echter de ontwikkelingsfasen die eraan vooraf gingen. Daarom vertrekt ze op haar vijftigste (!) met haar dochter Dorothea per boot naar Suriname. In die tijd voor vrouwen, zonder mannelijk gezelschap, een zeer ongebruikelijke en gevaarlijke onderneming. Via via krijgt ze een verblijfsadres op een suikerplantage in Paramaribo en maakt ze reizen naar de binnenlanden. Steeds op zoek naar dieren en planten die ze kan bestuderen en vastleggen. Dit werd haar belangrijkste werk: Metamorphosis Insectorum Surinamensium. DSCN8764 (2)Ze maakt daarbij gebruik van de kennis van Afrikaanse slaven. Haar omgang met hen is voor die tijd bijzonder. Ze heeft zelf een paar slaven (gekocht of gekregen) die voor haar werken, maar tegelijk communiceert ze op gelijke toon. Ze leert veel over de planten, insecten en dieren als slangen, vogels en salamanders. Vaak noemt ze dat de Afrikanen iets als eetbaar of als medicijn beschouwen. In brieven vermeldt ze de wreedheid van de slavernij op plantages. Hoe de Afrikanen haar zelf ervaren hebben, weten we natuurlijk niet. Deze periode in Suriname beslaat het grootste deel van de roman. 

Na ongeveer twee jaar wordt het warme klimaat haar teveel. Ze gaat terug naar Amsterdam met hutkoffers vol preparaten op sterk water en schetsen. Goed voor vele aquarellen en gravures. En ze neemt een slavin mee terug. Maar of die ook Kwasiba heette? Ze leeft en werkt dan nog een tiental jaren in Amsterdam, ontvangt bezoekers uit verschillende landen. Ze verkocht haar werk naar Londen, Sint Petersburg en Duitsland. 

Maria Sibylla Merian, een bijzondere vrouw met een bijzonder leven. 

20211204_130524

De foto’s komen uit deze catalogus, uit 1998. Die bevat ook een aantal brieven van haar in het Duits, Nederlands en Frans. 

Het boek “Maria Sibylla” van Inez van Dullemen verscheen in 2001 bij De Bezige Bij.

Lees hier de recensie van Jannie

 

De botanische revolutie

Over de noodzaak van kunst en tuinieren

20211119_123210 (2)Tijdens de periodes van lock down ontdekte heel Nederland de tuin en de natuur.

Ook musea hebben de tuin/de natuur ontdekt. In veel musea waren of zijn tentoonstellingen “Ode aan de natuur” of “Ode aan het landschap”. Het Centraal Museum in Utrecht pakt het iets anders aan met de tentoonstelling “De botanische revolutie“.

Zelf ben ik al heel lang overtuigd van het belang van tuinieren. Daarom was ik benieuwd naar deze tentoonstelling. “De botanische revolutie is een staalkaart van eigentijdse artistieke bespiegelingen op de ecologische en metaforische betekenis van de tuin.” 

Dat klinkt moeilijk en dat vond ik het ook. Toch is het een leuke tentoonstelling met heel verschillende invalshoeken en vormen. Je hoeft er namelijk niet zo diepzinnig over na te denken om toch gewoon mooie of juist heel interessante dingen te ontdekken.

Deze kunstenaars stellen kritische vragen over de manier waarop de natuur wordt bedwongen en uitgebuit en roepen op om deze relatie radicaal anders vorm te geven.” Natuurlijk is er een lijn door te trekken van tuinieren naar het omgaan met de natuur op grote schaal. Tuinieren is soms ook een vorm van bedwingen en beheersen van de natuur. Een plant die het niet helemaal doet naar je zin wordt dan rücksichtslos verwijderd. Planten moeten zich aanpassen aan de omstandigheden van tuin in plaats van andersom: planten die passen bij de omstandigheden van de tuin. Sommigen tuinieren zelfs met gif.

20211119_115858 (2)

Foto’s van Elspeth Dierix

Zaal 1 begint met het Paradijs met een oud Perzisch tapijt als verwijzing naar de Perzische tuinen. En natuurlijk Eva met de appel en de verdrijving uit het paradijs.

Daarna komen we bij de opkomst van de volkstuinen in de 19e eeuw, de tijd van de industriële revolutie. Tuinieren werd toen gepromoot als nuttige bezigheid om de arbeiders orde en netheid bij te brengen. In een glazen vitrine ligt een heel dik tuindagboek van een Duitse volkstuin.

Ik heb erg genoten van “The Garden” van Sara Sejin Chang die een jaar lang haar eigen Amsterdamse volkstuin filmde. De film laat simpelweg zien hoe de seizoenen verstrijken en hoe de tuin zich ontwikkelt. “In schril contrast met het idee van lineaire en oneindige groei.”. 

20211119_123641 (2)

Aparte aandacht is er voor het vroege onderzoek naar de natuur. Er ligt een groot boek over Surinaamse planten en insecten van Maria Sybilla Merian (1705). Als reactie daarop hangt er werk van Patricia Kaersenhout die de tekeningen van Merian verbindt met beelden van Surinaamse vrouwen die haar de kennis leverden. Ik vond dit erg mooi gedaan. Een stukje ervan op de foto hierboven.

20211119_124157 (2)

Werkelijk heel bijzonder zijn de werken die gemaakt zijn van tulpenbladeren. Als je dat niet weet dan denk je een leuk mozaïek te zien. Zie foto hiernaast, dit is dus gemaakt van tulpenblaadjes.

Heel interessant vond ik “Seeds of change: Liverpool” van Theresa Maria Alves. Het bestaat uit foto’s en een kaart van allerlei willekeurige plantenzaden die vroeger meekwamen in de “ballast” van de slavenschepen. De waardeloze lading van aarde (met nog niet ontkiemde zaden) die gebruikt werd om de schepen diepgang te geven en die dan in de haven weer gedumpt werd. Boekweit zit er bijvoorbeeld bij. Exoten zijn van alle tijden. Op het plein voor het museum is een perkje aangelegd. Daar heb ik geen foto van want er stonden teveel auto’s. Daarom een linkje naar een foto.

Veel heb ik niet genoemd. Tot slot: aan het eind zie je de tuin van Tetsumi Kudo geheel opgebouwd uit kunststoffen (plastic, kunsthars, aluminium). Misschien een waarschuwing: als we zo doorgaan is dit straks onze enige natuur?

De “botanische revolutie” is nog te zien tot 9 januari 2022.

Website Centraal Museum, Utrecht

Een moderne oude meester in Harderwijk

Foto’s van Saskia Boelsums in Stadsmuseum Harderwijk

Onlangs was ik in het Stadsmuseum Harderwijk. Een klein museum over de geschiedenis van de stad, die ik in vogelvlucht bekeek. Over de stad is een heleboel te vertellen en misschien doe ik dat ook nog een volgende keer. Want Harderwijk was vroeger een welvarende Hanzestad met een eigen universiteit.

Maar ik kwam speciaal voor een tentoonstelling van Saskia Boelsums.

landschappen

Saskia Boelsums maakt foto’s van landschappen. Ze hangen in het Stadsmuseum, in drie zalen. Het zijn zonder uitzondering vierkante foto’s van luchten en landschappen. Zo maakte ze een reeks foto’s geïnspireerd op het werk van Hollandse luchten zoals die van Ruysdael. Of landschappen als de Haagse School. Ook de landschappen van Turner en Constable inspireerden haar. En er is een serie over bloemen.

20210911_140835 (2)

Toen ik de foto’s zo zag, vond ik ze prachtig. Dat zei ik tegen iemand die daar ook rondliep. Hoe mooi het licht viel op een kudde schapen die daardoor uitgelicht werd. Hij zei “Ja maar er zitten veel trucjes in hoor. Ze zijn bewerkt”. Het klonk bijna een beetje misprijzend. Ik betrapte mezelf ook even op die gedachte, dat een foto eigenlijk “naturel” moet zijn en niet bewerkt.

Zelf zegt Saskia Boelsums dit over haar werkwijze:

20210911_142025 (2)Net als een schilder gebruik ik heel eenvoudige middelen om het door mij gewenste resultaat te behalen. Een schilder doet dat met penseel en verf en ik doe hetzelfde maar dan digitaal. Ik bekijk de foto, verdiep me in de beleving die ik zoek en speel dan met uitsnede, compositie, licht en donker. Dat doe ik niet met filters die een hele foto beïnvloeden, want dat werkt voor mij niet. Ik doe het volledig handmatig en voor ieder detail maak ik nieuwe keuzes. Dus ik werk bijna op pixelniveau. Als de foto af is, ken ik dan ook ieder grassprietje en ieder wolkje. Misschien doe ik voor één foto die de juiste beleving oproept en de juiste zeggingskracht heeft wel tachtigduizend handelingen. Alleen zo wordt het hoe ik het hebben wil.”

20210911_140808 (2)Een aardige medewerkster in het museum vertelde me dat de fotografe de foto neemt en die dan zo bewerkt tot hij het gevoel weergeeft dat ze had toen ze de foto maakte.

Het is niet “fotoshoppend” hier nog een boompje en daar nog een wolk erbij.

Zo beschouwd is dit eigenlijk een moderne interpretatie van het ambacht van de oude meesters. Want ook zij gooiden niet in één keer hét schilderij op het doek. Ook zij verbeterden, poetsten en overschilderden, totdat het in hun ogen goed was.

Zo zijn het ook geen “trucjes”, maar is het digitaal, ambachtelijk werken. Want zie ook dan maar eens een lucht zo te krijgen als deze hierboven, die je toch zo aan Turner zou toeschrijven.

Behalve dat het gewoon heel mooi werk is om te zien, (waar mijn foto’s-van-foto’s geen recht aan doen), heeft het me ook op een heel nieuwe manier naar foto’s laten kijken.

Op 6 oktober en 1 december a.s. geeft Saskia Boelsums in Stadsmuseum Harderwijk een lezing over haar werkwijze. De tentoonstelling is nog het hele jaar te zien tot 9 januari 2022.

Kijk verder op haar eigen website: