Het blijft zomeren in de tuin

Augustus, oogstmaand

Intussen is het alweer augustus en kan er volop geoogst worden. Natuurlijk kon dat eerder ook al, de peultjes zijn op, de pluksla ook. Bietjes heb ik vorige maand al gegeten. Het is erg motiverend om vroege groenten te hebben. Je ziet dan snel waar je het allemaal voor doet.

Crocosmia

Nu heb ik boontjes en courgette. En nog steeds bietjes. Er zijn ook andere bloemen gaan bloeien. De Crocosmia  die vorig jaar niet bloeide, bloeit nu volop. Het klopt dus wat iemand zei: ze slaan wel eens een jaar over. En ook de dahlia’s zijn er al. De oost-Indische kers gaat onvermoeibaar door, die moet ik af en toe flink beknotten.

Tegenvallers

Toch gaat niet alles voorspoedig. De augurkenplant heb ik uitgetrokken en weggegooid. Toen ik terugkwam uit Ermelo was hij geheel verdroogd. Extra water geven hielp niet meer. Gelukkig had ik voor vertrek nog twee potjes augurken in het zuur kunnen vullen.

De paprikaplant had toen ik wegging twee piepkleine vruchtjes. Toen ik terugkwam waren ze er af gevallen. Gelukkig is de plant zelf nog goed in leven. Nu hoop ik maar dat er nog nieuwe paprika’s aan komen. Zowel de paprika als de augurk stonden in een grote pot. Het verrast me toch weer hoe snel planten die in een pot staan verdrogen.

En dan de zonnebloemen. Die zijn allebei danig aangevreten door een slak. Bij de grootste was het zo erg dat het hele hart -met de bloemknop dus- er uit was. Ik heb hem afgeknipt, in de hoop dat hij zijscheuten maakt. De kleinste heeft nog wel de knop, maar de bladeren er om heen zijn ook al aangevreten. Ik had niet verwacht dat slakken zo hoog in een bloemstengel zouden klimmen, maar aan de slijmsporen op de bladeren is te zien dat het toch echt van een slak is. Waarom nemen ze geen portie munt? Dat staat er naast in overvloed!

Nieuwe aanwinsten

De veldsla die ik gezaaid heb is goed opgekomen. Af en toe pluk ik een handvol voor op de boterham of in de salade. Ik heb er nog wat bij gezaaid. Ze groeien in een bakje aan de schutting, de slakken hebben het nog niet ontdekt…… Ook de gezaaide postelein staat boven de grond, maar is nog te klein om van te eten.

Deze week was ik bij een hovenier/kwekerij in Barneveld. Het was een mooi fietstochtje erheen en ik wilde er wel eens rondkijken in de voorbeeldtuinen. Onderweg zag ik hertjes in het gras bij Stoutenburg. Toch weer afgestapt en een tijdje staan kijken, het blijft een mooi gezicht. Het is ook altijd leuk om je te vergapen aan alle planten op zo´n kwekerij en planten te ontdekken die ik nog niet kende. De courgettes stonden er in een tunnelkas en waren jaloersmakend groot en ook de tomaten kleurden al. Die van mij zijn nog keigroen. Om ze meer licht en lucht te geven heb ik veel van het blad eraf geknipt.

Pluimpapaver

 

Ik liep watertandend tussen alle planten en toen zag ik hem opeens: de pluimpapaver! Die wilde ik al een tijdje hebben, maar je ziet ze niet zo vaak. Pluimpapavers (Macleaya cordata) lijken niet op papavers, het zijn vaste planten die twee tot drie meter hoog kunnen worden en ze bloeien met een pluim. De pluimpapaver heeft aanleg om te gaan woekeren, maar ik ben hem al twee keer kwijtgeraakt. Ik heb hem nu nog in een pot staan, zodat ik hem niet dit jaar al kwijtraak. Driemaal is scheepsrecht, als het nu weer misgaat, dan geef ik hem op.

Op de terugweg ben ik gezwicht voor twee hostaplantjes. Ze stonden in een kraampje langs de weg bij een boerderij, samen voor een euro. Ook die heb ik hoog tegen de schutting gehangen. Maar ja, als slakken in zonnebloemen klimmen, dan zie ik het somber in voor deze hosta’s.

We zullen zien.

 

 

 

Nog steeds zomer in de tuin

Sinds de vorige “zomer in de tuin” blog van eind juni is er wel wat veranderd. Zeker na de regen van de afgelopen dagen ging het snel.  Vrijwel alles is goed gegroeid.

Eten uit de tuin

Dit is de leukste tijd: als er geoogst kan worden. De peultjes zijn alweer op. Het lijkt nog maar net dat ik een vriendin uitnodigde om te komen eten uit de tuin. We aten peultjes, gepofte bietjes en rijst met linzen. Zondagmorgen heb ik de peultjes gerooid, ze werden geel en bloeiden niet meer. Op de lege plek staan nu twee broccoliplanten. Ik verwacht niet dat ik daar dit jaar van kan eten, hangt een beetje af van het najaar. Maar ze overleven waarschijnlijk wel tot het voorjaar.

De andijvieplantjes waren behoorlijk aangevreten door de slakken, maar ik heb er plastic flessen overheen gezet en zie, ze beginnen opnieuw te groeien. Mijn bakje pluksla was zomaar in één nacht kaalgevreten. Dat waren rupsen. Ach ja, het blijft levende natuur…..

De aardbeien zijn op, ik heb nu Japanse wijnbessen. De struik is dit jaar wat klein gebleven, dus dit jaar gewoon alle bessen direct opeten. Vanmorgen een handvol door mijn ontbijtmuesli. Vorige jaren zette ik ze wel op suiker en alcohol om te bewaren voor later. Daarvoor zijn er nu te weinig.

De rabarber groeide flink dankzij de regen. Ik twijfelde of ik er nog een keer jam van zou maken. Rabarber oogsten na de langste dag wordt afgeraden. Het gaat ten koste van de plant en het oxaalzuurgehalte wordt hoger in de zomer, dat is ongezond. Toch heb ik vandaag een paar stelen geoogst. De laatste keer dat wel.

De pronkbonen staan weer te pronken met grote roodwitte bloemtrossen. De sperziebonen staan minder vol en ze bloeien nog niet. Maar ze staan er goed bij, dus ik verwacht er wel wat van.

Muntcake

De regen zorgde voor een explosie van munt! Hoog tijd om weer eens een muntcake te bakken. Voor wie dat ook eens wil proberen, het is zo simpel. Maak cakebeslag zoals je dat altijd doet. (of zoals op de verpakking staat als je cakemix neemt). Voeg dan aan het beslag een paar (2-3) handen fijngesneden muntblaadjes toe en een klein beetje citroenrasp of -sap. Meng goed door, doe in het cakeblik en bak in de oven. Je kunt er natuurlijk muntthee bij drinken, als je een echte fan bent. Andere thee kan ook, met koffie vind ik het minder lekker smaken.

En dan de bloemen.

De Oost-Indische kers is helemaal opgeleefd door de regen. Ik moet ze weer met handenvol uittrekken, want ze woekeren behoorlijk. En ik heb dit jaar een paar verrassingen: in de Crocosmia’s, die vorig jaar niet bloeiden, zitten knoppen. Ook de salvia die ik in mei kreeg heeft al knoppen gemaakt. De eerst dahlia’s beginnen te bloeien. De klaprozen zijn bijna uitgebloeid.

Het blijft raar dat ik dit jaar geen afrikaantjes heb. Altijd zaaiden ze zichzelf uit en vond ik ze bijna teveel. Dit jaar hebben ze dat niet gedaan. Ik had een zelf ander, kleiner soort gezaaid. Die zijn door de slakken opgegeten, er staat zelfs geen steeltje meer.

Tot slot werd ik dit jaar verrast door de Verbena bonariensis, die hebben zich royaal uitgezaaid en staan nu overal bovenuit te wuiven.

 

Zomer in de tuin

De zomer is net begonnen. En dat is toch wel de mooiste tijd in mijn tuin. Alles groeit en bloeit. ´s Morgens vroeg (met een schaaltje yoghurt met verse aardbeien) hoor ik alleen het gezoem van insecten. Hommels vooral. Geen gillende kinderen, geen muziek, geen klussende buurmannen. Alleen het gezoem van hommels die vliegen op de salie, het vingerhoedskruid, de lavendel en de klaprozen. Je snapt niet hoe ze dat lukt, die dikke hommels op die dunne blaadjes van de klaproos. Soms zie ik het ook mis gaan als een hommel landt op de klaproos en het blaadje dan naar beneden dwarrelt. Oeps, uit balans….

Ik heb gewoon zin om jullie foto’s te laten zien. Kijk nou toch, hoe mooi! Klaprozen. bloeiende pastinaak en tabaksplanten.

Asclepias. courgette, oost-indische kers, aardbeien en een pot met van-alles-wat-maar-opkomt. In het stukje grijze pvc-buis ben ik begonnen met vetplantjes; om te beginnen een piepkleine “aanwaaier”. 

Het schaduwhoekje met peultjes, rabarber, rode melde, varen en persicaria (red dragon).

Na een warme week komt er nu een week met buien. Ik hoop dat het zo blijft: afwisselend warmte en buien, dan is het niet erg dat ik (bijna) niet wegga deze zomer.

Recyclen in de tuin

Afgelopen vrijdag liet iemand bij “Gardeners World”  zien hoe hij van een oude trampoline met gaas een rek had gemaakt voor fruitteelt. Toen bedacht ik dat ik misschien ook eens wat van mijn recycle-oplossingen kon laten zien.

Het bovenste plaatje spreekt wel voor zich denk ik.

Bescherming tegen vorst, slakken etc.

Doormidden geknipte plastic (azijn)flessen zijn prima te gebruiken om jonge plantjes te beschermen tegen vorst of tegen slakken. Als je ze langdurig gebruikt kun  je beter alleen de bovenkant gebruiken (zonder dop) omdat er dan frisse lucht bij kan. Maar voor een late nachtvorst, kun je ook de bodem gebruiken.

Rechts is een glazen lampenkap. Die gebruik ik om grote planten te beschermen. Bijvoorbeeld een courgetteplant of een dahlia. Ik moet hem wel elke dag controleren, of de slakken zich niet onder het randje hebben verscholen.

Plantensteunen

Je kan ze kopen in allerlei soorten: tonkinstokken, halfronde metalen steunen en ringen. Ik heb ze allemaal, maar vaak voldoet een stevige tak ook. Ik gebruik heel vaak de dikke stelen van de aardperen van het vorige jaar. Die zijn zo stevig dat ze best een seizoen meegaan. En het jaar daarop heb je weer nieuwe voorraad. Want aardperen komen altijd terug.

En dan nog wat: die stokken en takken zijn aan de bovenkant behoorlijk scherp. Als de planten zijn gegroeid, zie je stok soms niet meteen staan. Dan bestaat het gevaar dat je bij het werken in de tuin met je oog in een stok komt. Dat is niet prettig! Vaak zet men er daarom kleine aardewerk potjes overheen . Plastic potjes zijn te licht, die waaien weg. Ik heb niet voldoende kleine potjes, maar ik heb wel altijd enkele handschoenen. Daar knip ik de vingers af en schuif die over de bovenkant van de stok. Hij valt daardoor op en de scherpte is er af

Plantenmandjes etc.

Eigenlijk kun je alles gebruiken om planten in te zetten: hier een fietsmandje voor aan je stuur. Het gaat al een paar jaar mee als hangmand. Dit is wel het laatste jaar: het valt nu bijna uit elkaar.

En een eiermandje, intussen behoorlijk verroest, maar nog steeds te gebruiken voor een hangplantje.

Ook een oude rieten prullenbak, mandjes voor poetslappen, pannen met een aangebrande bodem, een oud teiltje  etc. zijn te gebruiken voor planten die je niet ophangt. Zorg wel voor een paar gaten in de bodem.

Met een beetje fantasie

Als je om je heen kijkt zie je van alles wat bruikbaar is! Een oude vuilnisbak, zonder bodem, werd een compostbakje. Dat neemt veel minder plaats in dan de officiële. Toen mijn clematis nog heel klein was, heb ik hem op weg geholpen met klimmen tegen een rooster uit mijn oude koelkast. Daar is nu niets meer van te zien. Binnenkort heb ik een nieuw wasrek nodig. Het oude wasrek gaat in de schuur voor volgend jaar. Ik wil er kapucijners overheen laten groeien.

En heel erg voor de hand liggend: de bakjes met doorzichtig deksel waarin je eten afhaalt van de toko, zijn buitengewoon geschikt om plantjes in te zaaien. Ze passen ook nog eens prima op de vensterbank.

De tuin na de regen.

Was ik in mijn vorige blogpost al enthousiast over het buitje regen, afgelopen week viel er nog meer regen. De tuin is er enorm van opgeknapt. Ik zou bijna het woord “weelderig” willen gebruiken. Nu de temperatuur ook weer wat stijgt, lijkt het groeizaam weer te worden.

Nu is het wel zo dat met regen meteen ook slakken tevoorschijn komen. En ja, ook deze keer, maar tot nu toe viel het mee. Er is weliswaar een zonnebloemplantje opgevreten, maar het had veel erger kunnen zijn. Ik had natuurlijk voorzorgsmaatregels genomen: rond de pas gezaaide Chinese kool en de pril uitgelopen dahlia´s had ik een dikke laag vergruisde eierschalen gestrooid.

Toen ik de jonge spruiten plantte heb ik niet de grond eerst vrij gemaakt. Ik plantte ze juist tussen de klaprozen en de oost-indische kers in, in de hoop de slakken zo op een dwaalspoor te brengen. En het lijkt dat mijn “list” heeft gewerkt: alle plantjes staan er nog. Intussen zijn ze gegroeid en ik heb wat bloemen weggehaald om ze ruimte te geven. Maar nog niet alles. Ik wacht nog even tot het echt stevige planten zijn.

De bonen, waaraan ik twijfelde of ze nog zouden opkomen, klimmen nu langs de stokken. De eerste aardbeien kleuren rood. Het begint echt wat te worden.

Het ziet er goed uit. Maar het blijft altijd afwachten, want nu worden er voor het weekend zware buien verwacht. Ik heb alvast plantensteunen gezet en de tomaten goed aangebonden.

Wordt vervolgd dus….

Verder in de tuin

Een regenbuitje!

En toen viel er zondag ineens een groeizaam buitje regen! Het regende niet hard, maar wel gestaag en voor de tuin was het heerlijk. Ineens zag ik de bietjes echt groeien en de boontjes en de dahlia’s uit de grond komen. Hoera! Je kunt gieten wat je wil, een regenbui heeft toch een heel ander effect.

Donderdag was ik druk bezig geweest met planten verplaatsen. De Hemerocallis gescheurd en verplaatst naar een – hoop ik- betere plaats.  Wat akeleien weggehaald want er kwamen teveel donkerpaarse naar mijn smaak. Op een zonnige hoek zette ik een nieuwe salviaplant die ik meekreeg van Eric en die helderrood moet gaan bloeien. Ik kreeg ook nog een dahlia met mooi donker blad en een augurkenplant mee die ik in een grote pot heb geplant. Ik bracht mijn Dieramaplantjes mee.

Zo leuk als je planten met iemand kunt delen. Het was ook heel fijn om er even uit te zijn en zijn grote tuin weer eens te zien. Ik begon me een beetje “opgehokt” te voelen. Reizen met het OV voelt toch ongemakkelijk. Afstand houden is er soms moeilijk en is mijn reis wel echt noodzakelijk? Mijn antwoord is: ja, voor mijn eigen welbevinden was het noodzakelijk.

Vrijdag stond gelukkig de kraam met de groenteplanten weer op de markt. Ik had nog een nieuwe lavasplant nodig (maggiplant) en ik wilde wat preiplanten kopen. Veel klanten hoorde ik zeggen: “Wat fijn dat jullie er weer zijn.” Hij had lavas en behalve prei, nam ik ook nog wat spruitenplanten.

Van de vier courgetteplantjes, die in de schuur stonden, heeft uiteindelijk maar één het in de volle grond gered. Eén was al minnetjes en de andere twee zijn opgegeten door de slakken. Ik heb nu nog een keer nieuwe gezaaid, met deze temperatuur kan dat nog wel. De broccoliplantjes zien er niet echt goed uit. Ik verwacht daar niet veel van.

Alles staat nu wel zo’n beetje in de grond, misschien dus nog een courgette erbij en er staan nog zonnebloemen in potjes. die moeten echt nog groeien en sterker worden, anders zijn ze een gemakkelijk hapje voor de slakken.

Voorlopig is het droog weer. Nu is het wachten op de oogst. Ik zie al de eerste, nog groene, aardbeien.

 de piepjonge preiplantjes

 

Het is weer begonnen in de tuin

De ijsheiligen zijn voorbij. Dit jaar hebben ze zich laten gelden met temperaturen rond het vriespunt en dreiging met nachtvorst. Maar hun tijd is geweest. Voor mij het sein om courgettes en tomaten naar buiten te doen. Ze mogen nu in de volle grond. Voor de courgettes was het hoog tijd. Ze gingen achteruit in het schuurtje. Ik heb nog een paar plantjes achter de hand gehouden voor het geval deze eerste mislukken.  Het was prima weer om nieuwe planten buiten te zetten, wat bewolkt, en niet al te zonnig, zodat ze rustig kunnen acclimatiseren. Tot mijn verrassing kwam precies deze week iemand voorrijden met een grote zak tuingrond. Soms is een zak grond een geweldig cadeau!

De Clematis montana is alweer uitgebloeid. Hij was erg mooi dit  jaar. Hij breidt zich langzaam maar zeker uit over de hele schutting en neemt nu ook de muur erbij. Ik vind het prima, hoe meer schutting er bedekt wordt hoe liever het me is. Een van de nadelen van een stadstuin: tegen schuttingen aankijken. “Don’t fence me in“.

Ik ben enorm ijverig geweest. Lezers die mijn blog al langer volgen, kunnen het volgende stukje gerust overslaan. Want ja, het is eigenlijk elk jaar hetzelfde liedje.

Ik zaaide postelein, rucola en mosterdkruid, viooltjes en afrikaantjes. De campanula kreeg een grotere pot, ik verplaatste wat klaprozen, verspeende korianderplantjes en zette een stokroosje in de volle grond. Een paar geraniumstekjes, die ik was vergeten in de koude nachten, hebben het niet gered. Maar ach, de meeste geraniums van vorig jaar hebben de winter in de schuur goed overleefd. Ik heb zelfs twee tabaksplanten over van vorig jaar. De muurbloemen zijn vrijwel uitgebloeid en opgevolgd door de akeleien. Deze lavendelkleurige is mijn favoriet.

De bonenkluwen

De bonenplantjes die ik heb voorgezaaid, zijn opnieuw geen succes. Dit was nu echt de laatste keer. Een paar jaar lang zaaide ik binnen bonen voor omdat ik ze dan wat vroeger zou hebben. Maar elke keer gaat het mis. Nu waren ze zo hard gegroeid dat ze zich in elkaar hebben gedraaid tot een onuitwarbare kluwen. Ik heb ze toch in de grond gestopt, misschien wordt het nog wat. Van de bonen die ik een paar weken geleden in de volle grond gelegd heb, is niets te zien, waarschijnlijk te koud geweest. Dat heb ik dus nog maar een keer gedaan. Het is er nu goed weer voor.

Dierama, hengel van de engelen

Naast de bekend groente als bieten, bonen, sla, courgette, tomaat , probeer ik ook elk jaar wat bijzondere bloemen te hebben. Afgelopen paar jaar had ik de Tithonia. Dit jaar heb ik Dierama, een grasachtige plantje met felroze hangende bloemen aan… ja, een soort hengeltje..Ik kreeg vorig jaar zaad mee uit een tuin in Ierland. Maar lieve help, wat blijven ze klein. Pas nu kom ik erachter dat ze graag diep wortelen. De potjes waarin ze staan zijn waarschijnlijk te ondiep. Nu eens kijken wat ze in de volle grond gaan doen.

Mijn streven is om altijd iets bloeiends in de tuin te hebben. Vanaf de helleborus en de narcis in januari/februari tot de dahlia´s die doorgaan tot in november. Mijn voortuin ligt op het zuiden, het verschil is altijd weer goed te zien. Voor bloeit het vingerhoedskruid al en achter staan er nog maar net knoppen in.

Je weet nooit wat voor tuinjaar het wordt. Maar…als ik mijn ogen sluit zie ik het voor me: het wordt mooi.

 

Hoe gaat het in de tuin?

Ja, hoe gaat het intussen in de tuin? Zoals je ziet, staat mijn voortuintje er fleurig bij. Met blauwe druifjes, ouwe wijfjes, muurbloemen, en judaspenning. De hoge temperaturen zorgen er voor een uitbarsting van kleur. De moestuin is (nog) een ander verhaal.

In maart heb ik een en ander gezaaid: peultjes, meiraapjes en bietjes. Er staat nog niks boven de grond. Dat komt waarschijnlijk door de combinatie van droogte en nachtvorst. Nu het warmer is geworden ben ik flink gaan gieten. Als er eind van de week nog geen groene puntjes boven de grond staan, denk ik dat ik opnieuw moet zaaien.

Veel vaste planten zijn er natuurlijk al wel: de bieslook, de marjolein, de roomse kervel en de citroenmelisse. Ook de munt komt alweer naar boven en ik zie een andere muntsoort, met net iets donkerder blad, tevoorschijn komen in een hoekje langs de schutting. Ik vermoed dat het Marokkaanse munt is. De salie- en de lavendelstruikjes heb ik teruggesnoeid, de rozemarijn begint te bloeien. Alleen de tijm staat er verpieterd bij en de maggiplant is helaas niet teruggekomen.

De maagdenpalm bloeide gewoon de hele winter door. Muurbloemen staan te bloeien en akeleien staan in de startblokken.  Ook lelietjes-van-dalen steken hun groene punten boven de grond. Vooral op de muurbloemen vliegen heel veel insecten als bijen en hommels. Het boomblauwtje heb ik niet meer gezien.

En kijk, zo ziet een spruitenplant er uit als je hem laat staan tot hij gaat bloeien.

Mijn zaaisels in de vensterbank doen het intussen goed. De courgettes en de boontjes en de koriander gaan straks in de schuur om aan koelere temperaturen te wennen. De broccoli en de tomaten gaan wat langzamer, maar ze groeien wel.

Echt in de volle grond mag alles pas vanaf half mei. Ik houd me toch altijd aan de “ijsheiligen“, klimaatverandering of niet!

 

De natuur gaat gewoon door

Intussen heb ik mijn hele tuin omgespit, dankzij het Coronavirus. Ik zou vandaag naar een verjaardag, maar ik heb een kuchje. Zo´n hoestje waar ik normaal geen aandacht aan zou besteden. Maar het zijn geen normale tijden. Daarom ’s morgens even getemperatuurd en ja, lichte verhoging. Dus geen feestje. Maar ook niet ziek. Dan maar in de tuin. Ik hoorde iemand iets zeggen over het leven dat tot stilstand is gekomen. Maar niet in de tuin, de natuur gaat gewoon door. Dus verplantte ik zaailingen van het vingerhoedskruid, trok overbodige aardbeienstekken uit, zaaide peultjes en spitte het laatste stukje tuin om.

Wel eerst vanmorgen nog de boodschappen gedaan. De groenteboer had nog voldoende. In de supermarkt viel het nog mee, basiszaken als pasta, bloem en rijst waren er niet veel meer en wc papier was helemaal op. Ik hoorde gisteren al over lege schappen, maar gisteren werkte ik. Want de scholen blijven open. Jongeren krijgen het niet, denkt men. Dat naar huis gestuurde studenten blaffend over de balie hangen om zich af te melden, tja. Ze krijgen het niet, dus ze kunnen me ook niet besmetten toch? Voor mij wringt hier iets……

Het leven wordt rustig, de komende tijd. De botanische tuin in Utrecht is dicht, musea zijn dicht. Ik wilde met het boekenweekgeschenk reizen naar museum De Pont, om het nieuwe werk van Marc Mulders te zien, maar ja Tilburg….. Nu is het museum is gesloten en reizen met het boekenweekgeschenk kan ook niet. Er kwam een afzegging van het Nederlands Danstheater en de bieb is dicht. Ik heb op twitter mijn boeken te leen aangeboden voor wie droog komt te staan. Ik heb wel een paar suggesties:

Liefde in tijden van cholera (Garcia Marques)

Dit boek redt je leven (A.M. Homes)

We are all completely beside ourselves (Karen Joy Fowler)

Wachten op de barbaren (Coetzee)

Kalme chaos (Sandro Veronesi)

De troost van vreemden (Ian McEwan)

Ik ga beginnen in het boek van Nan Shepherd ” De levende berg”. Ik zag het deze winter in een boekhandel in York, maar de taal was me te moeilijk met al die Schotse termen voor natuurverschijnselen. Nu is het vertaald en ik heb het meteen aangeschaft.

En verder, lieve lezers, de natuur is niet besmettelijk. Wandelen, fietsen en in de tuin werken kan gelukkig allemaal nog.

Blijf gezond allemaal.

 

Lente in de lucht! (en stikstof)

Eind februari en de lente zit in de lucht. Natuurlijk, het kan nog steeds gaan vriezen. Toch heb ik vandaag al een stukje van de moestuin omgespit. Ja, ik weet wel dat er mensen zijn die nooit meer spitten. Maar ik vind het een fijn werkje, je ziet de grond echt mooi los, zwart worden. Tot die tijd laat ik zoveel mogelijk liggen, het houdt de grond wat bedekt. Tegen het voorjaar is het meeste inmiddels verteerd. Ik haal nu de harde stukken weg en de zachte spit ik onder.

Zo had ik de pronkbonen in de grond gelaten. De stokken waaraan ze vast zaten staan al in de schuur, maar de rest had ik laten zitten. De ranken lagen op de grond en de wortels zaten nog in de grond. Dat wordt altijd aangeraden omdat bonen stikstof in de bodem brengen, waar de volgende teelt profijt van heeft.

Tijdens het spitten kwam ik die wortels tegen. Ik was verbaasd hoe groot ze waren. Van gewone bonen is na de winter nauwelijks nog wat terug te vinden. Maar deze moest ik er uit spitten. Boven de grond waren de pronkbonen vorig jaar ook erg groot…

Stikstof….

Intussen, met alle discussies over stikstof, begon ik me af te vragen: is er al niet genoeg stikstof? Is het nog steeds zo aanbevelenswaardig om bonen voor stikstof in de grond te laten zorgen?

Wat ik ervan begrepen heb zit het zo. Alle bonenplanten vormen wortelknolletjes. In die knolletjes zit de Rhizobium-bacterie. Deze bacterie stelt de plant in staat om stikstof uit de lucht op te nemen en vast te leggen in de wortelknolletjes. Het is dus geen extra stikstofvorming in de bodem. Stikstof die al aanwezig is in de lucht wordt vastgelegd in de bodem en dient dan voor de volgende teelt als meststof.

Bovendien is het zo dat als er al veel stikstof in de grond zit, de wortelknolletjes kleiner zijn of bijna helemaal afwezig.

Toen ik nog eens goed ging kijken zag ik eigenlijk geen wortelknolletjes bij deze pronkbonenwortels. Waren ze er nooit geweest? Of waren ze in de winter verdwenen? Iets om dit najaar eens op te gaan letten. Maar voorlopig is het nog te koud om bonen te leggen.

Tijd om weer naar binnen te gaan voor een kopje thee en een boek: “Moord op de moestuin“. (Nicolien Mizee). Er is net een schedel gevonden in een bamboebosje. Dat zal mij dan weer niet gauw overkomen.