Je stapt gewoon je deur uit: naar de Schammer

Op een van de laatste warme dagen in juni liep ik naar de Schammer, een nieuw natuurgebied op de grens van Amersfoort en Leusden.  Ik begon weer eens langs het Valleikanaal.

Het Valleikanaal

Onderweg naar het Valleikanaal bloeien geurend de lindes. Als ik dat ruik, is de zomer voor mij echt begonnen. Ik loop langs het kanaal in de richting van de Hogeweg. De bouwactiviteiten zijn er nog lang niet klaar. Maar nu ben ik voorbereid en verlaat het voetpad op tijd.

Na de Zwaluwenstraat steek ik de weg over. Tussen de bomen langs het Orpheuspad kom ik bij een grote flat. Via een onderdoortje kom ik weer bij het kanaal, precies bij het sluisje. Aan het eind van het voetpad langs het kanaal steek ik de straat over. Daar is een tunneltje onder de A 28.

Aan de andere kant gaat het voetpad langs het Valleikanaal gewoon verder. Ik volg eerst nog even dit pad. Vorig jaar zag ik hier heel veel distelvlinders en ik ben benieuwd of ze er nu ook weer zijn. Maar helaas, behalve een enkel (groot) koolwitje geen vlinder te zien. Misschien waait het te hard? Daarom hierbij een foto van vorig jaar juni.

De Schammer

Ik loop terug en sla af naar de Schammer. De Schammer is sinds 2011 gemaakt als overloopgebied voor het Valleikanaal en de Barneveldsebeek. Als het water te hoog komt om goed afgevoerd te worden, dan mag dit gebied onder water lopen. Daarnaast is het natuur/recreatiegebied. Vroeger was dit agrarisch gebied, aan de rand ligt nog steeds een boerderij. Nu is het van het Utrechts Landschap.

Het is nog wel erg nieuw naar mijn smaak, met die geasfalteerde paden. Ik volg eerst een stuk langs het fietspad. Links liggen een paar heuveltjes. Ik denk meteen aan afvalbergen. Maar er staan bankjes bovenop, dan zal het wel niet zo zijn. Op de informatiepanelen staat er ook niets over. Misschien zijn ze ontstaan door het uitgraven van de vijvers die ik rechts zie? Ik lees ook iets over flinke hoogteverschillen door een dekzandrug. Natuurlijk ga ik bovenop kijken naar het uitzicht. Maar daarvoor zijn ze niet hoog genoeg, je kijkt niet echt over de bomen heen.

Bij het water zijn vissteigers gemaakt. In het water dobberen jonge, pluizige, zwaantjes. Als ik een foto wil maken komt een grote zwaan fluks aangezwommen. Ik trek me gauw terug: zo’n ouderzwaan kan flinke meppen uitdelen.

Aan de linkerkant staat een flinke rij berenklauwen. En hoewel berenklauwen een slechte naam hebben, want je kunt er lelijke brandwonden van krijgen, is het een prachtig gezicht. Die grote witte kantachtige schermen, die elk op zich weer uit verschillende kleine bloemetjes bestaan.

Van het fietspad af neem ik een smaller wandelpad naar het vogelkijkscherm. Daar kun je uitkijken over het water en vind je ook wat informatie over de vogels die in dit gebied leven. Helaas zijn er op dit moment vrijwel geen vogels te zien. Daarna terug naar het Valleikanaal en weer onder het tunneltje door.

Langs de andere kant van het Valleikanaal loop ik terug, onderweg is een feestje gaande. Er hangen ballonnen in de boom en mensen zitten op kleedjes aan het water. Even verderop verlaat ik het kanaal om nog een boodschap te doen in het winkelcentrum. En je gelooft het niet, maar op het winkelplein staat een oliebollenkraam! Normaal staat die hier in december, maar bij gebrek aan braderieën en kermissen nu ook al. En hij verkoopt ook nog.

Tot slot: De Schammer krijgt van mij het voordeel van de twijfel. Het wordt vast mooi, maar is voor mij nog wat te aangelegd. Maar eerlijk is eerlijk: als ik wel vlinders en vogels had gezien, was ik vast enthousiaster. Het lieveheersbeestje maakte veel goed.

Aan de overkant van de Hessenweg kun je verder in Bloeidaal, ook een nieuwe natuurgebied. Iets ouder (2006), Daarover misschien een volgende keer.

Hier meer info over Bloeidaal en de Schammer

Klein Zwitserland en het Belgenmonument

De Amersfoortse Berg

Deze wandeling met buitenlands tintje begon ik bij het station. Daar begon mijn beklimming van de Amersfoortse berg. Nu vind ik `berg` een nogal weids begrip voor deze wijk, maar de bewoners gaan niet voor minder. Als je `op de berg` woont, dan zit je goed. Ik begon in de Wilhelminalaan, die stevig omhoog loopt. (Fasten your seatbelt, Jannie T. for a trip down Memory Lane!).

Bij het beeld van de reebok sloeg ik af langs een grasveld met een grote eik. Dit is een “veteranenboom”. Ik kwam ze al eerder tegen in park Schothorst. De alleroudste bomen in Amersfoort zijn geïnventariseerd en worden zo goed mogelijk beschermd, als “veteranenboom“: volwassen bomen die volgroeid zijn. Het grasveld was geel van de droogte. Ik ging het park in en stak door naar de Waldeck Pyrmontlaan.

De lanen hebben koninklijke namen, via de Anna Pauwlona-, Nassau- en de Prins Frederiklaan wandelde ik langs grote huizen met grote, vaak mooie, tuinen. Veel rododendrons, die nu natuurlijk extra opvielen omdat ze nog bloeien. Maar ook een tuin met enorme cactussen van cortenstaal.

Bij de Prins Clauslaan kwam ik langs een groot gebouw. Vroeger gebouwd als een heropvoedingsinternaat voor jongens. Ook nog even gebruikt als AZC. Nu zitten er woningen in. Aan weerszijden van het grote grasveld, ook hier geel en droog, stonden vroeger de huizen van directeur en leraren. Dat wist ik allemaal niet, maar een bewoonster nam alle tijd om mijn nieuwsgierige vragen te beantwoorden.

Het Belgenmonument

De Prins Clauslaan komt uit op de Belgenlaan. Hier ligt het Belgenmonument, het grootste monument van Nederland. Het is ontworpen door de Belgische architect Huib Hoste en werd gebouwd door in Amersfoort geïnterneerde Belgische soldaten. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 vluchtten duizenden Belgen naar Nederland. In totaal waren er toen zo´n 20.000 gevluchte Belgen in Amersfoort. Burgers werden ondergebracht bij particulieren. De militairen werden geïnterneerd in kazernes.

Die militairen bouwden “uit dankbaarheid” dit monument. Het kwam gereed in 1918. Het bestaat uit een hoofdgebouw en een gedenkmuur. Op de foto het hoofdgebouw, de lagere gedenkmuur ligt er achter. Er tussenin ligt een tuin die ontworpen is door de Belgische tuinarchitect Louis Vande Swaelmen. Helaas was de tuin wat verwilderd, maar de hagen, de paden en de bloembakken waren goed onderhouden. De reliëfs in de muren zijn van de Zwitser François Gros (verbeeldt de strijdvaardigheid) en van de Nederlander Hildo Krop (verbeeldt het lijden).

Ik kan me voorstellen dat die soldaten behalve “uit dankbaarheid” ook wel iets omhanden wilden hebben en daarom ook wel blij waren met deze bouwklus.

In 1967 kwam er een carillon in het hoofdgebouw en regelmatig worden er concerten uitgevoerd door studenten van de Beiaardschool.

Klein Zwitserland

Ik verliet het monument en stak de Utrechtseweg over naar Klein Zwitserland. Het zuiden van Amersfoort ligt op een stuwwal: de Utrechtse Heuvelrug. Hier is in de voorlaatste ijstijd (200.000-125.000 vC) het zand enorm opgestuwd door uitlopers van gletsjers. Daardoor zijn grote hoogteverschillen ontstaan. Dat is in het bos van Klein Zwitserland goed te zien. De Amersfoortse ´berg’ is hier op zijn hoogst: 42,5 meter.

Het is een aardig, klein bos, op zandgrond en ook hier was het erg droog. Ik zag en hoorde veel vogels: een roodborstje dat zo vlakbij zat dat ik me niet durfde bewegen om mijn camera te pakken en deze ekster, die ik erg uit de verte heb gefotografeerd. (Ik dacht dat het een specht was, maar hoor van verschillende kanten dat het gewoon een ekster is!).

Toen ik uit het bos kwam merkte ik pas dat ik toch wel geklommen was, het bospad daalde echt af naar het Borneoplein. Hier zijn de tuinen kleiner, maar minstens zo leuk. Daarna was ik al heel snel weer in het bos Nimmerdor, waar ik de vorige keer gewandeld had. Ik nam dezelfde weg als toen, langs de Zandbergenlaan en het Ponlijntje, terug naar het station.

Je stapt gewoon je deur uit: Nimmerdor en een stukje Treek

 

Deze wandeling begon ik bij het station. Ik volgde het fietspad langs het `Ponlijntje`. Dit liep vroeger door tot voorbij Woudenberg, maar nu eindigt het in Leusden. Het wordt alleen gebruikt voor vervoer van auto’s naar garage Pon. Dat gebeurt niet vaak, maar als je pech hebt, dan sta je heel erg lang voor de spoorbomen te wachten tot de autotrein voorbij is. Vandaag was er geen trein.

Al vrij snel passeerde ik een trafohuisje dat helemaal ingegroeid is in een bloeiende ligusterheg. Even verderop langs het spoor stonden grote klaprozen. Aan het eind van het fietspad nam ik een stukje Arnhemseweg tot bij de Zandbergenlaan. Aan het eind van deze laan ging ik bos Nimmerdor in.

Landgoed Nimmerdor.

Nimmerdor is aangelegd door Everard Meyster, een rijke Amersfoorter met vele talenten. Ook introduceerde hij het keitrekken. Nu zou je dat een practical joke noemen, maar het werd een traditie. Nog steeds liggen er her en der grote keien in de stad. Die Everard Meyster dus legde de tuin en het landgoed Nimmerdor aan. Het kwam gereed in 1655.

’t Is Nimmerdor rondsom van boven en ter zijden”. Dankzij de sparren en andere naaldbomen was de tuin namelijk altijd groen. Nu ligt het landgoed ingeklemd tussen de Arnhemseweg, de Leusderweg en de A 28. Een stuk van het landgoed dat langs de Arnhemseweg ligt is niet toegankelijk, want privébezit. Het lijkt nu niet meer op een landgoed, maar op een bos. Er staan nog steeds naaldbomen, maar toch vooral loofbomen. Ik ging het bos in aan het eind van de Zandbergenlaan en zigzagde door het bos dat hier nogal kaal is.

De grond was zanderig en er was vrijwel geen onderbegroeiing. Verderop loopt een brede beukenlaan, die vroeger waarschijnlijk toegang gaf tot het huis Nimmerdor, maar nu dood loopt op een hek. Aan het andere eind zag ik wel heel bijzondere graffiti.

Een hoek van het bos was afgesloten. Om rust te creëren voor roofvogels, stond er op een bordje. Ik zag geen roofvogel, maar wel een plek waar heel veel veren lagen alsof er een duif geplukt was. Ik kwam veel wandelaars tegen met en zonder hond. Ik hoorde de vogels en trof deze vlinder. Ik denk het Bonte zandoogje (Pararge aegeria). 

Naar De Treek

Er loopt één fietspad door het bos. De begroeiing langs het fietspad was veel gevarieerder door de wilde bloemen. Het fietspad komt uit op een fietsbrug over de A 28. Zo kom je gemakkelijk van Nimmerdor in De Treek. Het was niet mijn bedoeling, maar ik besloot om De Treek een stukje in te lopen. Ik wilde zien of de orchideeën alweer bloeien. Mijn eerste blog ging over de orchideeën in De Treek. Zouden ze er al weer zijn?

En jawel, ondanks de droogte stonden ze er weer! Het waren er nog niet veel en ze waren ook nog klein. Ik denk dat ze over een week op hun mooist zijn. Ik zag ook al beginnend veenpluis. Vroeger was hier een heideveld dat ze hebben laten “vernatten”, daarom staan er nu orchideeën en veenpluis. (zie hieronder voor meer info).

Het was verderop zo droog in De Treek dat de hardlopers stofwolken opwierpen. Mijn rondje Treek was door het sjouwen in het zand langer en zwaarder dan ik verwacht had. Maar onderweg kon ik pauzeren op een bankje met een fles water en een mueslireep. Ik ging Nimmerdor weer in via de fietsbrug en besloot om de andere kant van het bos, voor een volgende wandeling te bewaren. Terug naar mijn fiets bij het station.

 

Lees hier mijn eerste blog: Orchideeën op de hei?

 

Je stapt gewoon je deur uit: Landgoed Schothorst

Natuurlijk baal ik intussen van alleen “ommetjes om het huis”. Maar ik moet in beweging blijven en als ik dan onderweg toch weer wat moois zie, kan ik me er wel mee verzoenen. Deze keer liep ik naar de wijk Schothorst. Genoemd naar Landgoed Schothorst, dat vroeger buiten lag, maar nu door alle nieuwbouw midden in de wijk ligt. Met mooi weer is het er druk, maar ik koos een druilerige dag.

Ik begon bij het Valleikanaal, op het punt waar ik de vorige wandeling was gestopt. Ik volgde het kanaal stukje tot langs de zijkant van een verzorgingshuis. Aan het hek hingen bordjes met “Houd afstand”, een mevrouw met een rollator wandelde in de tuin. Dan de wijk Schothorst in. Ik nam het Reinaartpad. Aan de straatnamen te zien is dit een literaire wijk. Eerst passeerde ik  de middeleeuwse `Vos Reinaerde”. (Bruunplein, Tibeerthof). Na het Kanteklaarpad stak ik de Sara Burgerhartsingel over en was ik ineens een paar honderd jaar verder.

Na nog een klein stukje tussen de huizen was ik er. Ik nam niet de hoofdingang, maar een zijpaadje waarmee ik direct in het bosgedeelte was. Het landgoed heeft twee “sferen”: aan de ene kant bos met oude bomen, veel vogels en een mooie laan met rode beuken. Aan de andere kant zijn er de “vegetatietuinen”, de vlindertuin, de natte tuin, de droge tuin etc. Er is een sterrenwacht, een nagebouwde middeleeuwse boerderij, volkstuinen en een natuurspeelplaats.

Van alle kanten zongen vogels en ik weet dat er ook veel vleermuizen zitten. Ik heb hier wel eens met een batdetector gelopen. In een veldje tussen de bomen spotte ik een fazant, later zag ik er ook een op het erf van de boerderij. Onder de bomen zag ik wilde en minder wilde planten: o.a. salomonszegel, veel look-zonder-look, boshyacinten en een donkerpaarse geranium.

Het hek van de boerderij zat dicht, er liepen wel schapen buiten. Verder zag ik geen dieren, waar zouden de koeien zijn gebleven? Ik verliet het terrein langs het landhuis, dat “de villa” wordt genoemd. Een vierkant huis met een bordes en pilaren ervoor. Er zitten kantoren in. Eerlijk gezegd vind ik het nogal lelijk. Langs de Schothorsterlaan gaat het park nog verder. Het natte gebiedje was verboden terrein vanwege het broedseizoen. Verderop zijn sportvelden en een schaapskooi, dan ben je al in Hoogland.

Via het voetpad langs de weg en daarna een graspad wandelde ik terug tot ik weer bij het Valleikanaal was. Het laatste stuk ging langs het kanaal tot mijn beginpunt. Toch weer een mooie middagwandeling.

 

 

Je stapt gewoon je deur uit: van de cavalerie naar het Valleikanaal

Het begint een echte uitdaging te worden: steeds nieuwe wandelingen maken vanuit huis door de stad met zoveel mogelijk groen. Deze keer begon ik met een stukje van het Plantsoen langs de stadsgracht. Over dat plantsoen, dat is aangelegd door Zocher, is alleen al een blog te maken. Misschien een andere keer. Nu volg ik er maar een klein stukje van.

De stier

Op de rotonde  staat een enorme stier. Hij is gemaakt door Thijs Trompert, een Amersfoortse kunstenaar. De eerste versie was van hout, maar die werd in brand gestoken. Deze is van staal en weegt 8000 kg! Inmiddels is de stier een begrip in Amersfoort. De nieuwe stier werd “ingehaald” met muziek door de buurtfanfare. De straat heet hier Flierbeeksingel en aan het eind steek ik de Stadsring over. En daar tref ik ook de Flierbeek, die met nog een paar beken uitkomt via Amersfoortse grachten in de Eem. Ernaast is een nieuwbouwwijk (Willem III) gebouwd op een oud kazerneterrein van de cavalerie, de kazerne Willem III. Met straatnamen als Huzarenstraat en Eskadronstraat.

De cavalerie

Er is niet veel meer te zien van het oude cavalerieterrein. Het grootste deel is rond 1978-’82 gesloopt. Een stukje terug, nog aan de overkant van de Stadsring, staat het voormalig militair hospitaal, een vervallen gebouw in verwaarloosd groen. Het is verkocht, geen idee wat er komt. Op de rest van het terrein van de oude Willem III kazerne is nieuwbouw. Toch, terwijl je het niet verwacht is er een verborgen straatje: de Cavaleriestraat, met een rij witte huizen, voormalige cavaleristenwoningen. Als je het niet weet, zou je er zo aan voorbij lopen.

De Flierbeek loopt achter de huizen langs, ernaast ligt een voetpad, eerst verhard, daarna onverhard. Aan het eind van het pad steek ik een brug over naar het fietspad, dat hier Paardenwed heet. Links van het pad ligt een moerasje ingeklemd tussen de woonhuizen.

Hoewel (of moet ik zeggen: omdat?) vrijwel niemand het kent, is hier bijzondere natuur aangetroffen. Er zitten vleermuissoorten en er zijn bijzondere mossen en korstmossen gevonden. Het Paardenwed eindigt in een woonwijk met mooie tuinen, waar om deze tijd overal bloesem te zien is.

De Flierbeek

Naar het Valleikanaal

Via een klein winkelcentrum steek ik door naar het Valleikanaal. Het Valleikanaal is in de dertiger jaren gegraven in het kader van de werkverschaffing. Als onderdeel van de Grebbelinie en om de afwatering van de Gelderse Vallei te bevorderen. Het kanaal komt uit in de Eem en begint al in de buurt van Rhenen. In Amersfoort loopt er een voetpad naast, vanaf Leusden een fietspad tot aan Veenendaal. Ik fiets er graag. Bij een brug spelen jongetjes in het water (in april!) Even verderop passeer ik twee dames op een bankje. We roepen elkaar bemoedigend toe hoe gezond het is om buiten te zijn.

Langs het Valleikanaal

Halverwege is het voetpad afgesloten met een bouwhek. Ik sla af de woonwijk in, maar het hek loopt veel verder door dan ik verwachtte en ik kom uiteindelijk uit bij het nieuwe zwembad. Als ik dat geweten had, had ik beter een stukje terug langs de ringweg kunnen lopen. Omdat ik geen zin heb om langs alle bouwactiviteiten te lopen, steek ik door de Vogelwijk om daar het pad langs het Valleikanaal weer op te pikken.

Even verderop kom ik voorbij de lege school voor praktijkonderwijs. De schooltuintjes liggen er verlaten bij. Er staat een meidoorn geurend in bloei, er zwemmen volop eenden, maar ik zie nog geen kuikens. Het Valleikanaal loopt nog door tot aan de Eem, maar als ik in mijn buurt kom, steek ik de brug over naar huis.

Ik heb weer een groene stadswandeling gemaakt. Volgende keer een nieuwe…..

Een uitgebreid natuuronderzoek van het gebied rond het Paardenwed (met foto´s) van KNNV vind je hier.

 

De thuisblijf-wandeltag

Een paar jaar geleden startte Vera de Wandeltag. Vera deelt haar wandelbelevenissen op haar blog `VeraWandelt`. Nu het wandelen zich beperkt tot rondjes om het huis, lanceert ze de Thuiswandeltag, over hoe je omgaat met het niet wandelen. Ik vul hem graag voor haar in.

Maak je nog een ommetje of blijf je binnen? 

Ik blijf hoofdzakelijk binnen en maak ommetjes, korte wandelingen en fietstochtjes vanuit huis. Dat deed ik eerder ook al af en toe onder het motto: “Je stapt gewoon je deur uit”.

Wat doe je nu je geen lange wandelingen maakt?

Eigenlijk is er niet zo heel veel veranderd. Ik werk ’s morgens vanuit huis. ’s Middags doe ik wat in de tuin, maak een wandelingetje of fiets een stukje. De afgelopen week zat ik in de zon met een boek. Eén keer per week naar de groenteboer en de supermarkt en onlangs naar de kapel om een kaarsje op te steken voor mensen die ik ken en het moeilijk hebben. Ik was de enige en heb daar een tijdje in stilte gezeten.

Ik besteed meer tijd aan eten koken. Recepten uitproberen deed ik eigenlijk alleen in het weekend, doordeweeks kookte ik op de automatische piloot. Nu ik meer tijd heb, heb ik van alles uitgeprobeerd. Quiche met ui, champignons en blauwe kaas. (Lekker maar ik miste de bite van spek). Soep van een rest zuurkool met zoete aardappel. (apart, maar niet meer doen). Ovenschotel met aardappels, verse groene asperges en diepvrieserwtjes (verrukkelijk). Bananenbrood met chocolade als toetje (dat is eigenlijk gewoon snoepen). En een toetje uit de oven met de allereerste rabarber uit eigen tuin. (Lekker met aardbeien erbij)

Hoe blijf je fit nu je minder wandelt? / Wat mis je het meest nu je minder wandelt?

Behalve wat rek- en strekoefeningen doe ik niet zoveel. Wat ik mis, is de beweging, je hoofd leegmaken en de stilte. Al is het nu hier in de straat ook erg stil. Ik had net weer wandelconditie opgebouwd en merkte dat het lopen goed ging. Ik voerde de afstanden langzaam op. Ik denk dat ik straks weer opnieuw moet beginnen. Vooral hoop ik dat ik niet ziek wordt.

Welke websites bezoek je nu?

Geen. En ik beperk ook het tv-kijken. Ik vind dat ik mezelf niet steeds hoef bloot te stellen aan al dat Coronagepraat. Ik ben blij dat de krant nog steeds komt en ik heb nog best veel ongelezen boeken in de kast staan.

Welke wandeling wil je het eerst maken als het weer kan?

Ik zou al heel lang gaan wandelen in Noord Limburg, bij Swalmen, maar daar kwam het elke keer niet van. Maar of dat de eerste wandeling wordt?

Welk wandelevenement moet je missen?

Ik ben niet van de evenementen. Ik wandel het liefst alleen of met z’n tweeën. Ik wilde graag de NS wandeling Belmonte gaan doen, die eindigt in Wageningen bij het Arbortum Belmonte. Daar staan nu veel magnolia’s in bloei. Gelukkig zie ik veel magnolia´s in de tuinen onderweg.

Wat voor moois heb je in de buurt al ontdekt?

Teveel om op te noemen eigenlijk. Het voorjaar is een prachtige tijd van het jaar. Er valt elke dag zoveel te ontdekken. Zelfs in mijn eigen voortuintje. Daar bloeien blauwe druifjes, muurbloemen, oude wijfjes en zelfs de judaspenning bloeit al. De roos loopt uit en ik heb takken van de meidoorn in de kamer gezet. De hulst heeft al gebloeid, maar zit ook nog steeds vol rode bessen.

De paddentrek is weer begonnen. Ik zag onderweg afzettingen langs de slootkant met emmers om de padden op te vangen. Erbij bordjes met het verzoek de padden toch vooral in de emmers te laten zitten. Ze worden ´s avonds overgezet om te voorkomen dat ze platgereden worden.

Bij de schaapskooi liepen al weer veel lammetjes, altijd mooi.

Vera, ik hoop snel weer je wandelverhalen te lezen.

 

 

 

 

Je stapt gewoon je deur uit: Amersfoorts waterwingebied

Onder het motto:”Je stapt gewoon je deur uit.” maakte ik eerder een blog over het `Heiligenbergerbeekpad` en over `Wandelen langs de Eem`. Deze keer wandelde ik naar het Waterwingebied.

Het waterwingebied is een langgerekte  groenstrook, tot 2003 gebruikt voor de waterwinning voor Amersfoort. Af en toe kom je er nog een waterbekken tegen. Sinds  2003 is het bestemd als natuurgebied. Het is een verrassend stukje natuur tussen een rij flats, een spoorlijn en de A 28.

Bloeiende bomen

Zodra ik mijn tuinpoort uitstap zie ik al de bloeiende  bomen. Zomaar langs de straat en op het schoolplein staat de kersenbloesem (Prunus). In een tuin verderop een grote bloeiende Magnolia. Zachtjes dwarrelen kleine roze blaadjes naar de grond. De lente is nu echt begonnen!

Met een grote glimlach op mijn gezicht loop ik langs de kersenbloesem en via een klein parkje, omhoog naar de nieuwe huizen langs het spoor. Hier loopt een fiets- en voetpad langs de spoorlijn.

Even verderop zijn de volkstuintjes. Omdat de weg hoog loopt, heb je een goed overzicht over de tuintjes. Hier en daar is een stukje omgespit, maar er is nog niet veel activiteit.

Weer een stuk verder is het terrein van het oude zwembad. Ik kijk er altijd met weemoed naar: hier heb ik leren zwemmen en daarna zwom ik er jarenlang elke week. Het zwembad is gesloopt. Ergens anders is een groot nieuw zwembad gebouwd, met voor mij ongunstige tijden. Ik ben er nog nooit geweest.

Het waterwingebied

Aan het eind gaat de spoorlijn rechtdoor, het pad buigt naar rechts, naar het waterwingebied. Dit is iets tussen park en natuur in. Er wordt onderhoud gedaan, er zijn verharde en onverharde paden, er is een speelplaats. Maar de planten en bomen zijn niet speciaal aangeplant. Het zijn de gangbare planten die je ook in het bos tegenkomt: wilgen, bramen, krentenboompjes,eiken.

Er zijn meer wandelaars, maar het is niet druk. Afstand houden is gelukkig goed mogelijk. Ik hoor de vogels. Merels, mezen en duiven natuurlijk en ik zag ook een (appel)vink opvliegen.

Er dendert een trein langs en op het pannaveldje wordt gevoetbald. Echt idyllisch wil het niet worden. Maar ik ben buiten en er bloeit al van alles:

  • ik zie de gele sterretjes van het speenkruid,
  • een veldje vol met groot hoefblad,
  • klein hoefblad langs de waterkant,
  • maar ook zie ik al bloeiend fluitenkruid, dat is echt vroeg, het staat nog laag, maar toch het bloeit al wel (zie foto).

In een kamperfoeliestruik hangen verdroogde hopbellen, terwijl de nieuwe scheuten van de hop zich alweer door de kamperfoelie vlechten.

Hop is een enorme woekeraar. Ik heb hem in de tuin gehad, spontaan aan komen waaien. Het was een mannelijk exemplaar met kleine wat onooglijke bloemen, niet zulke mooie bellen. Hij bedekte de schutting, maar was niet goed in toom te houden en de buren klaagden erover. Het kostte veel moeite om hem eruit te krijgen. Elk jaar kwamen er toch weer hopscheuten boven de grond. Als het een vrouwelijk exemplaar was geweest, met die echte hopbellen, dan had ik haar vast toch laten staan. Ik vind het nog steeds leuk om een hopplant tegen te komen in het bos.

 

Ik steek een straat over, aan de overkant loopt het waterwingebied nog een eind door. Het is wat smaller en ook rustiger. Vorig jaar zag ik hier daslook, maar nu zie ik het niet. Daarvoor is het blijkbaar toch nog te vroeg.

De schapen zijn er ook nog niet. In de zomer loopt hier een kudde schapen die het gras kort houdt. Ook nog te vroeg zeker.

Dan langs een bloeiende wilg (waterwilg?) en een stapel hakhout weer terug naar huis. Het was niet de mooiste wandeling, maar ik heb in  korte tijd veel gezien en een frisse neus gehaald. Toch goed dat dit stukje natuur bewaard is gebleven, er hadden ook zomaar flats kunnen staan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Je stapt gewoon je deur uit: Langs de Heiligenbergerbeek

Afgelopen zomer stapte ik de deur uit voor een wandeling langs de Eem. Maar je kunt hier alle kanten op. Deze keer ging ik op zoek naar de herfstkleuren. Eerst een beetje kriskras door het centrum, via het plantsoen, langs de Monnikendam. Dit is een waterpoort. Hier komt de Heiligenbergerbeek vanaf Woudenberg de stad binnen om via de grachten verder te stromen in de Eem.

 Monnikendam

Tegenover de Monnikendam begint het Heiligenbergerbeekpad, dat loopt langs de beek naar Park Randenbroek. In het park herfstkleuren overal. Jammer dat het grote huis nog steeds achter bouwhekken staat. Er zou een restaurant in komen. Hoewel, ik niet weet of dat zo´n goed idee is: het lijkt wel of in elk pand dat leeg komt in de stad horeca komt.

Uit het park gekomen, steek ik de weg over naar het terrein van het oude Sint Elisabeth-ziekenhuis, dat nu “Elisabeth Groen” heet. Het gebied ligt aan weerszijden van de Heiligenbergerbeek. Hier wordt nieuwe natuur “gemaakt”.  Aan de ene kant zijn bomen gekapt en in het open terrein zijn wilde planten ingezaaid. Aan de andere kant is ruimte gemaakt voor moerasgebiedjes (foto). Er ligt ook nog steeds een grote berg puin van de sloop.

Af en toe ga ik kijken wat hier gebeurt. In de zomer stond het er vol bloemen, nu is het een beetje kaal.

Aan het eind van het pad langs de beek kun je rechtsaf: een smal pad tussen de volkstuinen en de sportvelden. Niet het leukste stukje, je loopt ook nog even langs de grote weg, maar al snel kom je uit op een “bospad” in de wijk Dorrestein.

Hier is een een tunneltje onder de A 28 naar de Lockhorsterweg. Je kunt wel zien dat Amersfoort wat met Mondriaan heeft. Ook de graffiti is op Mondriaan geïnspireerd.

Ik steek de Lockhorsterweg over en ga rechtdoor het Lockhorsterbos in. Dit is een klein bosgebied van het Utrechts Landschap, daar zie ik ook de Heiligenbergerbeek weer terug.

Tot mijn teleurstelling zie ik maar weinig paddenstoelen. En die ik zie, zijn vrijwel allemaal al ver op hun retour. Ik spreek een mevrouw die denkt dat dit door de vele regen van de afgelopen tijd komt. Dat kan best kloppen: deze paddenstoeltjes die beschut staan, zijn nog wel in vorm.

Het licht in het bos is zo mooi, dat foto’s maken erg verleidelijk is. Toch valt het me niet makkelijk om het licht goed te vangen, want de contrasten zijn erg groot.

Het licht langs de Heiligenbergerbeek in het Lockhorsterbos

Ik kom het bos uit vlakbij de theetuin/biologische winkel “De Heyligenberg“. Ik dacht er even wat te drinken, maar men is nogal druk met een groepje. Als er na een tijdje nog een grotere groep arriveert, houd ik het voor gezien. Als je even zit, wordt het toch best koud. Ik geloof niet dat het ze is opgevallen.

Ik ga verder naar de Heiligenbergerweg. Deze weg loopt dwars over het voormalige landgoed Heiligenberg. Aan de ene kant ligt het huis met koetshuis en tuin. Aan de overkant van de weg een grote vijver en een duiventoren.

De duiventoren van landgoed De Heiligenberg.

Hier kan ik over een viaduct de grote weg weer oversteken. Na het viaduct kom ik opnieuw in het gebied van Elisabeth Groen, maar dan aan de andere kant van de beek. Even later steek ik de weg weer over naar het Park Randenbroek. De tuin van de dahliavereniging is al kaal. Een enkeling is nog bezig planten te rooien. Langs het park loop ik verder naar de Stadsring en dan via een ander stukje plantsoen weer terug naar huis.

Landgoedwandeling Windesheim

Een mooie dag in de herfstvakantie, dat vraagt om een wandeling. Het werd de Landgoedwandeling Windesheim (bij Zwolle).

De buschauffeur had het al gezegd: “Daar lopen veel wandelaars”. En ja, vlakbij het dorp Windesheim, met kloosterboerderij, kerk en ruïne, lopen veel mensen.

Maar zodra ik over het bruggetje het landgoed op loop ben ik alleen. Het landgoed Windesheim is 580 ha groot en is hoofdzakelijk agrarisch gebied. Het park is in de 18e eeuw aangelegd in Engelse landschapsstijl. Ik loop langs beukenlanen en zie ook een enorme taxus. Het is er behoorlijk drassig en ik zie veel paddenstoelen, zoals deze (inktzwam die op is ? en bundelmycena?). Uiteindelijk kom ik over een karrenspoor langs een boerderij weer op de weg.

Aan de overkant van de weg ga ik de IJsseldijk op. Het is heerlijk lopen op de grasdijk. In de verte vaart een schip voorbij en hoor ik een troep ganzen. In het gras onderaan de dijk staan alweer paddenstoelen, vooral deze geschubde inktzwammen staan er veel. En ach, ook nog een distelvlinder. Hij verroert zich niet, zelfs niet als ik dichtbij kom. Ik vermoed dat hij aan zijn eind is, zo weerloos midden in het veld.

Ik klauter de dijk weer op en ga verder naar natuurreservaat Tichelgaten, ontstaan uit leemputten van een steenfabriek. Hier kom ik ook weer andere wandelaars tegen. Het is een vogelgebied. Bij de vogelhut zijn er weinig te zien. Vanaf een bruggetje zie ik een grote groep meerkoeten en aan de kant slobberende zwanen. De jonge zwanen slobberen, de volwassen zwaan kijkt toe. Het klinkt enorm hard, dat geslobber.

Na het vogelgebied kom ik weer in het dorp terecht, langs het toegangshek van huis Windesheim. De tuin, die is aangelegd door Springer, is niet toegankelijk. De theeschenkerij  (“Koffie met appeltaart“) is gesloten. Ik neem direct de bus terug naar Zwolle.

Deze wandeling van 10 km. is een van de 12 “Mooiste landgoedwandelingen in Salland” (uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig). Ook te downloaden op de Wandelzoekpagina.

Wandelen op de Strabrechtse Heide

NS Wandeling Strabrechtse Heide 

Dat de heide weer bloeit, kan bijna niemand ontgaan zijn nu het achtuurjournaal het nieuwswaardig vond. De beelden van de Veluwe waren dan ook prachtig. Afgelopen zaterdag stond er zelfs een bericht in de krant dat mensen dat weekend ongestraft heide mochten plukken. Weliswaar op een beperkt stuk van de Veluwe, maar toch. Ik was nog nooit op het idee gekomen om heide te gaan plukken. Blijkbaar zijn er mensen die dat doen.

Er zijn natuurlijk nog meer heidegebieden in ons land, de Strabrechtse Heide bijvoorbeeld, in Noord-Brabant, bij Heeze. Daar is een NS-wandeling uitgezet die ik graag weer eens wilde lopen. Gelukkig wilde wandelmaatje Corinne mee. De wandeling start in Geldrop, waar we de Sint Brigidakerk passeerden. Sint Brigida is een belangrijke heilige van Ierland (jawel!) en wordt vooral gezien als beschermheilige van het vee. De aanlooproute door Geldrop was tamelijk saai en vooral het kleine stukje langs de snelweg was niet fijn. Maar uiteindelijk kwamen we op de heide. En we werden beloond:

  • bloeiende heide
  • blatende schapen
  • blakerende zon
  • en af en toe een klein koel windje

De droogte en de lage grondwaterstand was goed zichtbaar. Volgens de routebeschrijving passeerden we een paar vennen. Je moest wel erg goed kijken, want er stond geen water meer in.

Hier zou een ven moeten zijn.

Raadselachtige tipies

Halverwege de heide zagen we her en der een soort tipies staan. Geen idee wat dat waren. En dat wil ik dan weten. Ik vroeg het aan een paar mensen die we tegen kwamen onderweg. Niemand wist het, het was zelfs niet opgevallen. Ik liep er naar toe. Het was een bouwseltje van worteldoek met een plastic kapje erop.

Thuisgekomen die avond mailde ik de boswachter van de Strabrechtse heide met de vraag wat ik gezien had. De volgende avond had ik al antwoord:

Dat is een onderzoek naar bodem insecten die op de heide leven. Ze gaan naar boven naar het licht en worden daar gevangen in een bakje. In het lab worden de soorten bekeken en geteld en vergeleken met andere heidevelden om te zien wat de trend is. Met vriendelijke groet, Erik Schram, boswachter Staatbosbeheer Brabant-Oost.”

Mijn nieuwsgierigheid was bevredigd.

Na het stuk over de hei kwamen we door het bos bij het Kasteel van Heeze. We waren best wel blij om in de schaduw van het bos te lopen. Het was puffen op de heide met maar een paar bomen voor wat schaduw.

We passeerden een paar bruggetjes over vrijwel leegstaande beekjes. Al gauw kwamen we langs de slotgracht van het kasteel, waar nog wel water in stond. Daarna liepen we Heeze binnen.

Daar konden we ons eigen vochtpeil wat opvijzelen met een heerlijk koel biertje.

Kempische heideschapen

NS Wandeling Strabrechtse heide (13 km), bekijk hier de Route