Langs de Heiligenbergerbeek

Afgelopen zomer stapte ik de deur uit voor een wandeling langs de Eem. Maar je kunt hier alle kanten op. Deze keer ging ik op zoek naar de herfstkleuren. Eerst een beetje kriskras door het centrum, via het plantsoen, langs de Monnikendam. Dit is een waterpoort. Hier komt de Heiligenbergerbeek vanaf Woudenberg de stad binnen om via de grachten verder te stromen in de Eem.

 Monnikendam

Tegenover de Monnikendam begint het Heiligenbergerbeekpad, dat loopt langs de beek naar Park Randenbroek. In het park herfstkleuren overal. Jammer dat het grote huis nog steeds achter bouwhekken staat. Er zou een restaurant in komen. Hoewel, ik niet weet of dat zo´n goed idee is: het lijkt wel of in elk pand dat leeg komt in de stad horeca komt.

Uit het park gekomen, steek ik de weg over naar het terrein van het oude Sint Elisabeth-ziekenhuis, dat nu “Elisabeth Groen” heet. Het gebied ligt aan weerszijden van de Heiligenbergerbeek. Hier wordt nieuwe natuur “gemaakt”.  Aan de ene kant zijn bomen gekapt en in het open terrein zijn wilde planten ingezaaid. Aan de andere kant is ruimte gemaakt voor moerasgebiedjes (foto). Er ligt ook nog steeds een grote berg puin van de sloop.

Af en toe ga ik kijken wat hier gebeurt. In de zomer stond het er vol bloemen, nu is het een beetje kaal.

Aan het eind van het pad langs de beek kun je rechtsaf: een smal pad tussen de volkstuinen en de sportvelden. Niet het leukste stukje, je loopt ook nog even langs de grote weg, maar al snel kom je uit op een “bospad” in de wijk Dorrestein.

Hier is een een tunneltje onder de A 28 naar de Lockhorsterweg. Je kunt wel zien dat Amersfoort wat met Mondriaan heeft. Ook de graffiti is op Mondriaan geïnspireerd.

Ik steek de Lockhorsterweg over en ga rechtdoor het Lockhorsterbos in. Dit is een klein bosgebied van het Utrechts Landschap, daar zie ik ook de Heiligenbergerbeek weer terug.

Tot mijn teleurstelling zie ik maar weinig paddenstoelen. En die ik zie, zijn vrijwel allemaal al ver op hun retour. Ik spreek een mevrouw die denkt dat dit door de vele regen van de afgelopen tijd komt. Dat kan best kloppen: deze paddenstoeltjes die beschut staan, zijn nog wel in vorm.

Het licht in het bos is zo mooi, dat foto’s maken erg verleidelijk is. Toch valt het me niet makkelijk om het licht goed te vangen, want de contrasten zijn erg groot.

Het licht langs de Heiligenbergerbeek in het Lockhorsterbos

Ik kom het bos uit vlakbij de theetuin/biologische winkel “De Heyligenberg“. Ik dacht er even wat te drinken, maar men is nogal druk met een groepje. Als er na een tijdje nog een grotere groep arriveert, houd ik het voor gezien. Als je even zit, wordt het toch best koud. Ik geloof niet dat het ze is opgevallen.

Ik ga verder naar de Heiligenbergerweg. Deze weg loopt dwars over het voormalige landgoed Heiligenberg. Aan de ene kant ligt het huis met koetshuis en tuin. Aan de overkant van de weg een grote vijver en een duiventoren.

De duiventoren van landgoed De Heiligenberg.

Hier kan ik over een viaduct de grote weg weer oversteken. Na het viaduct kom ik opnieuw in het gebied van Elisabeth Groen, maar dan aan de andere kant van de beek. Even later steek ik de weg weer over naar het Park Randenbroek. De tuin van de dahliavereniging is al kaal. Een enkeling is nog bezig planten te rooien. Langs het park loop ik verder naar de Stadsring en dan via een ander stukje plantsoen weer terug naar huis.

Landgoedwandeling Windesheim

Een mooie dag in de herfstvakantie, dat vraagt om een wandeling. Het werd de Landgoedwandeling Windesheim (bij Zwolle).

De buschauffeur had het al gezegd: “Daar lopen veel wandelaars”. En ja, vlakbij het dorp Windesheim, met kloosterboerderij, kerk en ruïne, lopen veel mensen.

Maar zodra ik over het bruggetje het landgoed op loop ben ik alleen. Het landgoed Windesheim is 580 ha groot en is hoofdzakelijk agrarisch gebied. Het park is in de 18e eeuw aangelegd in Engelse landschapsstijl. Ik loop langs beukenlanen en zie ook een enorme taxus. Het is er behoorlijk drassig en ik zie veel paddenstoelen, zoals deze (inktzwam die op is ? en bundelmycena?). Uiteindelijk kom ik over een karrenspoor langs een boerderij weer op de weg.

Aan de overkant van de weg ga ik de IJsseldijk op. Het is heerlijk lopen op de grasdijk. In de verte vaart een schip voorbij en hoor ik een troep ganzen. In het gras onderaan de dijk staan alweer paddenstoelen, vooral deze geschubde inktzwammen staan er veel. En ach, ook nog een distelvlinder. Hij verroert zich niet, zelfs niet als ik dichtbij kom. Ik vermoed dat hij aan zijn eind is, zo weerloos midden in het veld.

Ik klauter de dijk weer op en ga verder naar natuurreservaat Tichelgaten, ontstaan uit leemputten van een steenfabriek. Hier kom ik ook weer andere wandelaars tegen. Het is een vogelgebied. Bij de vogelhut zijn er weinig te zien. Vanaf een bruggetje zie ik een grote groep meerkoeten en aan de kant slobberende zwanen. De jonge zwanen slobberen, de volwassen zwaan kijkt toe. Het klinkt enorm hard, dat geslobber.

Na het vogelgebied kom ik weer in het dorp terecht, langs het toegangshek van huis Windesheim. De tuin, die is aangelegd door Springer, is niet toegankelijk. (Maar ach, Amersfoort heeft een “Springerplantsoen”). De theeschenkerij  (“Koffie met appeltaart“) is gesloten. Ik neem direct de bus terug naar Zwolle.

Deze wandeling van 10 km. is een van de 12 “Mooiste landgoedwandelingen in Salland” (uitgeverij Gegarandeerd Onregelmatig). Ook te downloaden op de Wandelzoekpagina.

Wandelen op de Strabrechtse Heide

NS Wandeling Strabrechtse Heide 

Dat de heide weer bloeit, kan bijna niemand ontgaan zijn nu het achtuurjournaal het nieuwswaardig vond. De beelden van de Veluwe waren dan ook prachtig. Afgelopen zaterdag stond er zelfs een bericht in de krant dat mensen dat weekend ongestraft heide mochten plukken. Weliswaar op een beperkt stuk van de Veluwe, maar toch. Ik was nog nooit op het idee gekomen om heide te gaan plukken. Blijkbaar zijn er mensen die dat doen.

Er zijn natuurlijk nog meer heidegebieden in ons land, de Strabrechtse Heide bijvoorbeeld, in Noord-Brabant, bij Heeze. Daar is een NS-wandeling uitgezet die ik graag weer eens wilde lopen. Gelukkig wilde wandelmaatje Corinne mee. De wandeling start in Geldrop, waar we de Sint Brigidakerk passeerden. Sint Brigida is een belangrijke heilige van Ierland (jawel!) en wordt vooral gezien als beschermheilige van het vee. De aanlooproute door Geldrop was tamelijk saai en vooral het kleine stukje langs de snelweg was niet fijn. Maar uiteindelijk kwamen we op de heide. En we werden beloond:

  • bloeiende heide
  • blatende schapen
  • blakerende zon
  • en af en toe een klein koel windje

De droogte en de lage grondwaterstand was goed zichtbaar. Volgens de routebeschrijving passeerden we een paar vennen. Je moest wel erg goed kijken, want er stond geen water meer in.

Hier zou een ven moeten zijn.

Raadselachtige tipies

Halverwege de heide zagen we her en der een soort tipies staan. Geen idee wat dat waren. En dat wil ik dan weten. Ik vroeg het aan een paar mensen die we tegen kwamen onderweg. Niemand wist het, het was zelfs niet opgevallen. Ik liep er naar toe. Het was een bouwseltje van worteldoek met een plastic kapje erop.

Thuisgekomen die avond mailde ik de boswachter van de Strabrechtse heide met de vraag wat ik gezien had. De volgende avond had ik al antwoord:

Dat is een onderzoek naar bodem insecten die op de heide leven. Ze gaan naar boven naar het licht en worden daar gevangen in een bakje. In het lab worden de soorten bekeken en geteld en vergeleken met andere heidevelden om te zien wat de trend is. Met vriendelijke groet, Erik Schram, boswachter Staatbosbeheer Brabant-Oost.”

Mijn nieuwsgierigheid was bevredigd.

Na het stuk over de hei kwamen we door het bos bij het Kasteel van Heeze. We waren best wel blij om in de schaduw van het bos te lopen. Het was puffen op de heide met maar een paar bomen voor wat schaduw.

We passeerden een paar bruggetjes over vrijwel leegstaande beekjes. Al gauw kwamen we langs de slotgracht van het kasteel, waar nog wel water in stond. Daarna liepen we Heeze binnen.

Daar konden we ons eigen vochtpeil wat opvijzelen met een heerlijk koel biertje.

Kempische heideschapen

NS Wandeling Strabrechtse heide (13 km), bekijk hier de Route

Wandelen met meester Li

Over de Tao van het landschap

“Meester Li” is in de Chinese filosofie een wijze die zich bezighoudt met wijsbegeerte en dan met name de Tao. De schrijver wandelt met een Nederlandse meester Li door het Nederlandse landschap. Meester Li bekijkt dit met een oosterse blik en geeft lessen in waarnemen volgens de Tao. Dat ze dit al wandelend doen is niet zo gek want de Tao is nogal lichamelijk ingesteld. Je zit niet in stilte te proberen de kramp in je kuiten los te laten. Je beweegt en beweegt niet. Je handelt en handelt niet. Dat is “WuWei” een begrip dat zoiets betekent als “doen door niet te doen”. De Tao zit vol met deze tegenstrijdigheden.

Wat is de Tao?

Tao betekent zoiets als “de weg”. Het is geen religie maar een oude Chinese filosofie, opgeschreven door Lao Tze die leefde in de zesde eeuw voor Christus. Maar misschien ook niet, want er wordt aan getwijfeld of er wel één auteur is. Behalve wijze teksten staan er ook politieke en praktische adviezen in. De natuur (bomen, bergen, stromen) wordt beschouwd als bezield.

Omdat ik een paar jaar geleden een korte cursus over Taoïstische levenskunst heb gevolgd, was ik erg benieuwd naar dit boek.

Taoïstisch wandelen

In het boek worden 5 wandelingen benoemd door verschillende gebieden of landschappen. Dat was de opzet van de schrijver. Meester Li trekt  zich van deze opzet niets aan en gaat zijn eigen gang. Tijdens het wandelen wordt er gekleid, er worden stenen verzameld en vele gesprekken gevoerd.

Al wandelend geeft meester Li oefeningen in het kijken. Kijk niet naar het pad en naar je voeten, maar kijk hoger of verder. Meester Li wijst op een bijzondere bomenrij en een bepaalde ordening in het landschap die je zou ontgaan als je gewoon maar wat voort wandelt. Kijk hoe het licht valt, kijk die structuur, kijk die vorm. En kijk ook vooral naar de ruimte tussen de dingen. Een lege ruimte is nooit echt leeg.

Het is geen pageturner

Het is geen boek dat je achter elkaar uitleest, dat moet je ook niet willen. Af en toe is meester Li nogal belerend. En de schrijver probeert voortdurend verbindingen te leggen tussen oosterse en westerse filosofie. Hij refereert aan Kant en Nietzsche en de wandelende Goethe. Dat maakt het boek niet erg toegankelijk en komt op mij soms nogal gekunsteld over. Waarom zouden die twee niet gewoon naast elkaar kunnen bestaan?

Tot slot

Als je belangstelling hebt voor het Taoïsme of voor oosterse filosofie meer in het algemeen, dan is dit een leuk en leesbaar boek. En met 220 pagina’s niet al te dik. Achterin staat een handig begrippenlijstje. De invalshoek van het wandelen en het landschap maakt het minder abstract.

Tijdens je wandeling af en toe stilstaan om de omgeving eens goed te zien, is zeker het proberen waard. Met aandacht zie je altijd meer, met of zonder Tao.

Foto’s: Eric van Oevelen, Moesblog

Boek: “Wandelen met meester Li”, Eric Brinckmann, uitg. KNNV

De kleuren van de Blauwe Kamer

NS-wandeling De Blauwe Kamer in Rhenen

Langs de Nederrijn

Het was perfect wandelweer: niet te warm, bewolkt maar droog en een koel briesje. We kozen de nieuwe NS-wandeling door de Blauwe Kamer in Rhenen. Het begin is even slikken: vanaf het station moet je eerst de brug over met druk verkeer. Maar eenmaal aan de overkant gaat de route naar beneden langs de Nederrijn. In de luwte van de zomerdijk was het nog best warm. Een troepje schapen lag in de schaduw van een brugpijler en een paar koeien stonden af te koelen in het water. We volgden het graspad langs de rivier tot bij Opheusden, langs een nagebouwde Romeinse wachttoren. (Daar loopt ook het Limespad). Na een stukje over het asfalt van de dijk bogen we af naar het Veerhuis aan de rivier.

Daar pauzeerden we op het terras voor we met een pontje de rivier weer overstaken. Dan kom je in de Blauwe Kamer.

Natuurgebied De Blauwe Kamer 

Dit is het terrein van een voormalige steenfabriek die “De Blauwe Kamer” heette. De ruïne van de fabriek staat er nog. De schoorsteen bijvoorbeeld en een gebouw waar de bomen uit het dak groeien. In de oude ovens wonen vleermuizen. Het gebied is nu eigendom van het Utrechts Landschap, de route leidt ons er kriskras doorheen. De Blauwe Kamer had misschien beter de Gele Kamer kunnen heten. Grote stukken van de wandeling liepen we door gele velden. Geel van boerenwormkruid, agrimonie en vooral van herik en/of koolzaad, wel tot een meter hoog.

Daarnaast was er nog van alles te zien: wilde cichorei, wilde marjolein, kattendoorn, kaardenbol en veel soorten distels.

Over een vlonder liepen we naar een hooggelegen vogelkijkhut. Vanuit die vogelkijkhut kijk je uit op een nat stuk. We er zagen lepelaars (de witte puntjes op de foto) en aalscholvers. Dit stuk is heel anders dan de bloeiende velden waar we eerst langs liepen. Watervogels, eilandjes en bomen die half in het water staan/liggen.

Als we het gebied verlaten hebben, gaat de route verder langs de buitenrand. Daar hadden we mooi uitzicht op de konikpaarden, die wel wat lijken op IJslandse paardjes. En dat is natuurlijk een fotogeniek gezicht.

Waar de route overgaat in de bosrand van de Grebbeberg, namen wij de bus naar het station. We hebben dan 11 km gelopen door een prachtig gebied. Als we in de trein stappen, begint het te regenen…… Goed voor de tuin, maar daarover een andere keer.

 

 

 

 

 

Je stapt gewoon je deur uit

Wandelen langs de Eem

Een tijdje geleden was er een reclame van een buitensportwinkel (Niemand is een binnenmens): “Buiten is nooit ver weg. Je stapt gewoon je deur uit, dan ben je er al.” Soms is het gewoon fijn om je wandelschoenen aan te trekken en de deur uit te stappen om meteen te beginnen. En in Amersfoort kun je alle kanten uit. Twee weken geleden liep ik de deur uit en wandelde een stukje langs de Eem.

De Eem loopt door de binnenstad en komt uit in het Eemmeer, een van de randmeren van het IJsselmeer. De noordkant van Amersfoort ligt lager dan de zuidkant. De Amersfoortse berg ligt op het zand, de noordkant op het veen. Dat hoor je ook aan de buurgemeenten Hooglanderveen, Holkerveen, Nijkerkerveen. Vroeger was dit een moerasachtig gebied. Bij nieuwbouwwijken is daarom overal voorzien in vijvers en sloten. Al snel kom ik bij de Hooglandsedijk waar je nog zo’n moerasgebied kunt zien. Het is een mini-natuurgebiedje met vlonders, waterplanten en vlinderplanten. Rechts kijk je in achtertuinen, er grazen zelfs paardjes. Maar de flats zijn nooit ver weg.

Het vlonderpad eindigt bij het Valleikanaal. Dan moet je een stukje langs de weg tot voorbij de jachthaven. De bermen langs deze weg zijn ingezaaid met wilde bloemen, ik zie wilde margrieten, zuring, wilde peen en de paarse morgenster. Die laatste is niet echt inheems, ook in mijn oude flora komt hij niet voor. Hij zal dus in een wildebloemenmengsel gezeten hebben. Ik zag hem eens in Griekenland in het wild. Sommige mensen zijn er tegen om planten die niet streekeigen zijn uit te zaaien. Ik vind dat niet zo erg. Je loopt natuurlijk het risico dat de niet inheemse plant een woekeraar blijkt te zijn. Maar dat is geloof ik met deze niet het geval. De gele morgenster is overigens wel gewoon inheems.

De Eemdijk

Even voorbij de jachthaven kun je linksaf het fietspad op naar de Eemdijk. Rechts is De Schans, ooit onderdeel van de Grebbelinie. Nu is het privéterrein. In het weiland lopen een paar ezels. Verder staan er heel veel bomen. Aan de overkant van de Eem is een industrieterrein. Op de Eem wordt druk geroeid en ik passeer het clubhuis van roeivereniging Hemus.

Na de Schans kom je langs de achterkant van het ziekenhuis; er is geprobeerd om de tuin enigszins “wild” te houden. Maar ik vind het niet echt geslaagd. Voorbij het viaduct verandert het landschap en loop je langs open gebied, met vooral weilanden. Van tijd tot tijd passeer ik het restant van een bunker. Langs de oever staan gele lissen. Ze bloeien nog net niet. Dan komt landgoed Coelhorst en staan er weer bomen. Een deel van dit landgoed is eigendom van Natuurmonumenten; er loopt een wandelpad overheen (alleen toegankelijk op zaterdag en zondag).

Coelhorst

Behalve over dit wandelpad is Coelhorst niet toegankelijk. Op dit terrein liggen enkele boerderijen,  een kapel met een kleine begraafplaats en een grote beukenlaan. Na een klein stukje van die beukenlaan buigt het pad de weilanden in. Er is een conflict met een bewoner, die geen passanten wil. Daarom zit het hek buiten het weekend op slot; op Tweede Paasdag kon ik het terrein niet op. De kapel is vanaf het pad niet te zien, die is wel te bekijken op “openmonumentendag” in september. Binnen zijn graftombes van de familie Van Tuijl van Serooskerken. Het wandelpad komt uit op de Coelhorsterweg (Hoogland-west), een weg met nog een aantal boerderijen, maar ook veel grote rietgedekte woonhuizen met royale, fantasieloze tuinen.

Aan het eind steek ik de Bunschoterstraat over en loop Hoogland in. Ik kies voor de Van Boetzelaerlaan, want ik wil nog even brood en kaas kopen bij “Groot Wede“, de boerderij van boer Kok. De VPRO maakte in 2010 een documentaire over boer Kok die door de nieuwbouw binnen de bebouwde kom kwam en een bizarre strijd voerde met de gemeente tegen bureaucratische regels die geen rekening houden met biologisch boeren.

Als ik hier nog wat heb ingeslagen, loop ik terug naar het Valleikanaal en ben ik alweer bijna thuis.

Coelhorsterweg, Hoogland west

Documentaire “De kleine oorlog van boer Kok

Wandelen in het land van Ravenstein

Vorige week wandelden we de NS wandeling in het land van Ravenstein, een vestingstadje aan de Maas in Noord Brabant. Ik heb al best veel kilometers gewandeld in Brabant, maar dit was een ander Brabant dan ik kende. Bij Brabant denk ik toch vooral aan bos en heide. Niets daarvan in Ravenstein. We liepen tussen versgeploegde akkers en over dijken. Het is dat er af en toe een flard carnavalsmuziek langs woei. Het carnaval was tenslotte al over een week.

We wilden eerst koffie, dat was even zoeken. We kwamen langs een molen waar een brouwerij in zat, maar daarvoor was het nog te vroeg. Uiteindelijk bleek er in het centrum toch iets open: “De keurvorst”. Aan de tafel achter ons werd druk gediscussieerd over de komende waterschapsverkiezingen. Zo vlak aan de rivier leeft dat toch meer dan in hier midden in het land.

(foto molen: Corinne Simons)

Na de koffie met mini-bossche bol gingen we op weg. Ravenstein is een oud vestingstadje, je ziet er nog kanonnen. Het kreeg al in 1380 stadsrechten, maar hoort nu bij de gemeente Oss. Hoog in een boom, ontdekten we een aalscholver. Best een bijzondere uitkijkpost om een visje te vangen. Je zou denken dat hij dichter bij het water zou gaan zitten.

Al snel kwamen we in Deursen-Dennenburg. Geen den te zien, wel veel knotwilgen. Onderaan de Maasdijk stond een oude boerderij. De routebeschrijving stelde voor om hier het voetveer naar Batenburg te nemen, maar daarvoor was het nog te vroeg, het vaart pas vanaf mei. Jammer, een goede reden om nog eens terug te komen. Ook al vanwege de tuinen van Demen, onderaan de dijk, maar nu nog gesloten.

Het werd een wandeling met een grote kerkdichtheid. We liepen de verkorte route dwars door het land in de richting van de Maas. Waar je onderweg ook keek: er was altijd ergens wel een kerktoren te zien: de Sint Rochus, de Sint Vincentius, de Sint Michael, de Sint Willibrordus en de Sint Jan de Doper.

Vanaf de dijk hadden we een mooi uitzicht over de Maas en we volgden die dijk tot het plaatsje Neerlangel, met 57 inwoners meer een rijtje huizen. Met een kerkje uit de 10e of 11e eeuw, gewijd aan Sint Jan de Doper. Het is in 1869 afgebroken en herbouwd, maar de toren is nog origineel. Ook binnen in de kerk zijn nog een paar originele details te zien. De kerk is het hele jaar open, dus ook vandaag. Het was nog steeds een simpel kerkje. Volgens hun eigen informatie: “Er is geen sprake van een eenduidige stijl en de afzonderlijke delen van de inventaris zijn nauwelijks van enige waarde.”

Ik brandde er een kaarsje en we zaten er een tijdje in stilte.

 

“Ik zoek een plek om stil te wezen
in ’t lawaai van alledag.
Ik zoek een plek om klein te wezen,
een plaats waar ik even schuilen mag.

Ik zoek een plek om te danken
voor dat wat in mijn leven is.

Ik zoek een plek om stil te staan
bij mensen die ik soms zo mis.”

Daarna verder over de dijk, we zagen Ravenstein al liggen: de molen, de kerken. We sloten de dag af in “De Keurvorst” met een pannenkoek en een biertje. En we namen ons voor om hier zeker in de zomer nog eens terug te komen.

We liepen de verkorte versie van de NS wandeling “Land van Ravenstein”. En ja, de lucht was die dag echt zo blauw!