Winterwandeling in Von Gimborn Arboretum, Doorn

Het Von Gimborn arboretum in Doorn noemt zich ook wel Bomenmuseum, hoewel de Museumjaarkaart er niet geldt. Maar ja, ze hebben een flinke verzameling bomen. Afgelopen najaar kreeg het arboretum er een aantal Hamamelis struiken (toverhazelaar) bij.

Deze week liep ik de winterwandeling die is uitgezet, speciaal langs de winterbloeiers. De nieuwe toverhazelaars zijn nog maar kleine struikjes, ze staan her en der in verse zwarte aarde en ze hebben nog geen naambordjes (alleen labels met cijfers). Natuurlijk zijn ook de oude toverhazelaars er nog steeds, zoals de felgele Gimborns Perfume, die echt heerlijk ruikt!

Is het je wel eens opgevallen dat sommige bomen en struiken eigenlijk kaal mooier zijn, dan vol in het blad? Kijk bijvoorbeeld eens naar deze Acer (White Tigress). De mooie structuur van de stam was mij minder opgevallen als hij vol in het blad had gestaan. Of deze kurkentrekkerhazelaar (Corylus Avellana “Contorta”). Geen familie overigens van de toverhazelaar. Je ziet gelijk waaraan hij zijn naam dankt.

Er is een grote verzameling magnolia’s, die al vol met dikke knoppen staan. Op de foto een Magnolia Stellata. Over een paar maanden is het hier groot feest met de vele Magnoliasoorten!

Ik ontdekte een struikje dat ik nog nooit gezien heb. Een lilaroze bloeiende rhododendronsoort. Nu ben ik bepaald niet dol op Rhodo’s. Ik vind het blad niet mooi en die grote “bloemkoolbloemen” staan mij ook niet aan. Maar dit is iets anders. Volgens het bordje heet het struikje Rhododendron mucronulatum. Ik heb er vrij weinig over kunnen vinden. Met die kleine bloemetjes en nog vrijwel geen blad liet het donkere plekken tussen de bomen echt oplichten.

Het fijne is dat het Arboretum het hele jaar door elke dag open is. Veel tuinen openen pas weer in maart of zijn in de winter beperkt open. Nu kon ik op een niet al te koude maandagmiddag in februari hier rustig rondlopen. De uitgezette winterbloeiwandeling is niet zo lang en ik zag  ook op andere plaatsen in het park bloeiende struiken en bomen. Het loont dus om van die route af te wijken en je eigen neus te volgen.

Voor meer informatie, hier de website 

 

 

 

 

 

 

Terug- en vooruit kijken

Terugkijken

Eind december is de tijd van de lijstjes en van terugkijken. Ik kan terugkijken op een goed “blogjaar”, waarin weer meer mensen mijn blog bezochten. Ik zeg “bezochten” omdat ik niet weet of ze ook allemaal lazen. Want het aantal reacties is juist teruggelopen ten opzichte van vorig jaar. Hoewel ik wel een aantal trouwe “reageerders” heb. Dank daarvoor! Ik kreeg er ook weer wat nieuwe volgers bij. Welkom!

De twee meest bezochte blogs in 2019 zijn niet van dit jaar. De blog over “Roze  mimosa, Albizia Julibrissin” uit 2018 staat bovenaan, gevolgd door de “Surinaamse spinazie” (2017). “Museum Insel Hombroich” is de hoogste van dit jaar. Insel Hombroich zette het op zijn Facebookpagina, wat ongetwijfeld geholpen heeft.

Soms is er geen peil op te trekken. Over een tuinreis naar Ierland maakte ik drie blogs. “Ierse tuinen” werd goed gelezen. “Ierland, het groene eiland” minder en die over de Botanisch tuin in Dublin nog minder. Hoe het komt, ik heb geen idee. Soms is het wel voorspelbaar. Blogs over wandelingen van bijvoorbeeld Groene Wissels worden vaak bezocht. Poëzie steevast veel minder. Behalve dan “In ons leven tallozen” over Fernando Pessoa, dat meer bezoekers kreeg dan enig ander gedicht. Aantallen zeggen niet alles, ik schrijf ook voor mijn eigen plezier. Maar ik wil natuurlijk wel gelezen worden.

Persoonlijke favorieten heb ik ook: “Oost-Indische kers” bijvoorbeeld en “De Anna Paulownaboom”, kleine plantenportretjes die ik leuk vind om te maken. En dat blijf ik ook doen. Net als blogs over mijn wel en wee in de moestuin. “Moestuinkrabbels” en “Hoe gaat het in de tuin?” waren ook dit jaar weer een plezier om te maken. Het gaat nl. altijd anders dan je denkt.

Vooruitkijken

Het is mijn bedoeling dat de “blogmolen” ook volgend jaar blijft draaien. Ik ben net terug uit Yorkshire, het land van de Brontë-zusters. Binnenkort ga ik kijken in het Gimborn Arboretum, dat onlangs een collectie Hamamelis gekregen heeft (en ze hadden er al een paar). Ik hoop ook weer een paar mooie wandelingen te kunnen maken het komende jaar. Voor poëzie blijft er een hoekje. En natuurlijk is er een plaats voor mijn ups en downs in de moestuin. Ik ben benieuwd wat voor tuinjaar 2020 wordt.

Met een variatie op “Liedje” van Judith Herzberg:

Het gaat altijd anders dan je denkt;
ook als je denkt het zal wel heel anders gaan dan ik denk.

Dan nog gaat het het heel anders dan je denkt.

 

Ik dank jullie voor het lezen en ik hoop dat jullie dat blijven doen.

Ik wens iedereen een mooi, gelukkig en gezond 2020.

 

 

 

Winter in de tuin

Terwijl ik met mijn hoofd nog in Spanje zat, brak ineens de winter uit. Gelukkig waren de dahlia´s al uit de grond. Verder laat ik zoveel mogelijk liggen, zodat de bodem bedekt blijft. De meeste plantenresten verteren toch wel en komen zo als organisch materiaal in de grond.

Wat er nog staat had deze week een mooi wit laagje. En ineens zie ik hoe mooi een spruitenplant is met zo´n suikerlaagje.

Het duurde maar even. Zodra het begon te regenen was het ook weer weg. Maar even was het sprookjesachtig mooi. Ik houd van dit heldere vriesweer.

De tuin is nog niet leeg….

Vanmorgen heb ik de eerste aardperen opgegraven. Vanavond maar eens aardperensoep maken. Iets wat voor mij bij de winter hoort.

Behalve de spruiten, staan er nog een paar kleine preitjes en er zitten nog wat pastinaken in de grond. Ik heb geen idee hoe groot die zijn. Het loof is niet erg groot, dus misschien is het in de grond ook niet veel. De grootste heb ik al op, geroosterd in de oven vind ik ze het lekkerst.

Terwijl ik dit schrijf is het heel ander weer geworden. De heldere vrieslucht is nu grijs bewolkt en het regent ongeveer de hele dag. Dat vraagt om wat kleur in huis.

Deze bos rozen helpt daar goed bij. En wat kaarsjes natuurlijk.

Voor iedereen die het nodig heeft, wat kleur in grijze dagen.

Mijn recept voor aardperensoep staat hier.

 

Winterakoniet (Eranthis hyemalis)

Afgelopen zondag was een grijze, regenachtige dag. Omdat ik toch al in Leiden was, liep ik nog even naar de Hortus. Voor koffie-met-wat-erbij en om op te drogen in de kassen. Daar hoopte ik de jadebloem weer te zien, met trossen bloemen in een ongelooflijk blauwgroene kleur. Maar het meisje aan de kassa zei dat het daarvoor nog te vroeg was. Het was sowieso een beetje teleurstellend bezoek. Er was maar één kas open. De Victoriakas (die met de grote waterlelies) was gesloten wegens verbouwing. De orchideeënkas was gesloten omdat er teveel planten gestolen werden (!)

Ondanks de regen deed ik nog een rondje door de tuin. En verrassing: vrij ver achterin de tuin was een helling vol met winterakonietjes.

Winterakoniet (Eranthis hyemalis)

Winterakonieten behoren bij de allervroegst bloeiende stinzenplanten. Al in januari kun je de gele bloemen zien, soms nog onder de sneeuw. Ze gaan pas helemaal open als de zon schijnt.

Winterakoniet is niet inheems in ons land, wel in zuidelijke Europese landen. De knolletjes verwilderen gemakkelijk. Je kan ze daarom ook in het bos tegenkomen. Ze houden van schaduw en van vochtige grond. Op zandgrond hebben ze het een stuk moeilijker. Je zou in de verleiding kunnen komen om een paar knolletjes in het wild uit te graven. Pas dan wel op want alles aan dit plantje is giftig.

Als je nu denkt: “Het lijken wel lage boterbloemen”. Dan kan dat kloppen: het is verre familie. Allebei horen ze bij de best wel grote Ranonkelfamilie (Ranunculacea).

Lees hier meer over stinzenplanten.

Info over Hortus Leiden

Die jadebloem hebben jullie nog tegoed.

Cock-a-leekie van de laatste prei

Cock-a-leekie soep

Het is winter, het heeft vannacht gevroren, het is koud, er staan nog 2 preiplanten in de tuin. En ineens heb ik zin in cock-a-leekie. Dè wintersoep uit Schotland, een echte klassieker die al in de 16e eeuw werd gegeten, naar men zegt. Er hoort kip in, pruimen en prei. Die prei moest nog wel uit de grond. Aan het eind van de middag lukte dat, erg vastbevoren was de grond nog niet.

Ik geef hier mijn eigen variant die ik maak met linzen en een beetje rijst. Klaar binnen 45 minuten.

Wat heb je nodig:

kip (filet, kippendij of in andere vorm)
kippenbouillonblokje en laurierblad
groene linzen, prei
handje rijst
handje gedroogde pruimen, bij voorkeur zonder pit.

Hoe maak je het:

Was de prei goed. Dat lukt het beste als je hem eerst in de lengte doormidden snijdt. Je kunt dan de grond er gemakkelijk uitspoelen. Snijd de prei in halve ringen. Sommige mensen gooien het groene deel van de prei weg. Dat is nergens voor nodig, het is gewoon eetbaar. Het is alleen wat harder. Als je het groene wat fijner snijdt dan het witte deel, zijn ze toch tegelijk gaar. De buitenste bladeren zijn vaak lelijk en bruin, die kun je beter weggooien.

Snijd het kippenvlees in grove stukken en doe ze in een pan met water, een laurierblad en het kippenbouillonblokje. Geen zout toevoegen, er zit voldoende zout in het bouillonblokje. Breng aan de kook.

Als de kip wit gekleurd is, groene linzen, gesneden prei en een handje rijst toevoegen. Half uurtje laten koken.

Snijd intussen de gedroogde pruimen doormidden. Dan kun je meteen zien of ze echt zonder pit zijn. Ik kwam in mijn handje pruimen-zonder-pit toch een pit tegen. Kan desastreus zijn voor je gebit als je het niet op tijd merkt! Voeg ze tegen het eind toe aan de soep en laat ze nog even (een minuut of 5-10) meekoken.

Als je de soep nog niet gevuld genoeg vindt, kun je er een stevig brood (bijv. roggebrood)bij eten.

Dit is mijn variant, wil je the real stuff.  Klik dan op deze link van The Guardian. Ook leuk om te lezen voor de achtergrondinformatie en de geschiedenis van dit recept.

Heb je nog een rest over?  Dan zul je merken dat die de volgende dag flink is ingedikt. Dat is eigenlijk bij alle soepen met peulvruchten. Die verwerk ik dan in een soort pie: een beetje inkoken en dan in een ovenschaal, afgedekt met een laag aardappelpuree of met een dakje van bladerdeeg.

 

 

 

Winterzoet (Chimonanthus praecox)

Januari, het is weer de tijd van de winterbloeiers. Na de toverhazelaar (Hamamelis) en de kerstroos (Helleborus) zet ik nu een veel onbekendere winterbloeier in het zonnetje: winterzoet (Chimonanthus preacox).

Winterzoet of meloenboompje.

Chimonanthus preaox wordt ook winterzoet of meloenboompje genoemd. De bloemen van winterzoet ruiken… heerlijk zoet. Naar meloenen wordt gezegd. Zelf dacht ik meer aan mandarijntjes, maar misschien komt dat door de tijd van het jaar waarin je nu eenmaal sneller aan mandarijnen dan aan meloenen denkt.

Op het eerste gezicht lijken de bloemen wel wat op die van de Hamamelis. Allebei bloeien ze op de kale takken. Maar Chimonanthus  heeft meer een echte bloem met een (donker) hart, terwijl Hamamelisbloemen op franje lijken.  Hamamelis  is er in heel veel soorten en kleuren, winterzoet alleen in het geel.

Chimonanthus is een aparte kleine plantenfamilie, oorspronkelijk afkomstig uit China. Het is niet zo’n heel grote boom, eigenlijk  meer een forse struik. Hij kwam via Engeland naar Nederland en ook hier is hij winterhard. Er bestaat ook een witte soort, Chimonanthus nitens, maar die ruikt niet, bloeit “gewoon” in september en dan vallen de kleine bloemetjes nauwelijks op tussen het blad. De toevoeging preacox  verwijst naar de vroege bloei in december-januari, het betekent “vroegtijdig”.

 

Boven: de bloeiende toverhazelaar (Hamamelis x intermedia Antoin Kort) en hieronder winterzoet (Chimonanthus preacox)

Dus ruik je binnenkort meloen, of mandarijn of nog iets ander zoets: loop je neus eens achterna en laat je verrassen.

De eerste sneeuw

De eerste sneeuw van het jaar is altijd weer bijzonder. Je doet de gordijnen open en kijk: een witte wereld! Je weet ook dat die eerste sneeuw nooit lang blijft liggen, de grond is nog te warm. Maar op een zondagmorgen als er weinig verkeer is, dan is het toch altijd weer een plaatje. En in de tuin natuurlijk. Daar blijft het net nog wat langer liggen.

 

 

De sneeuw op het erf
vergeten door de bezem

bij het schoonvegen    

 

Haiku van Basho (1644-1694)

Amelisweerd, landgoed en museum, update

Afgelopen winter zag ik in Oud Amelisweerd het Chinese behang gecombineerd met het werk van Armando. Gisteren kwam plotselinge het bericht dat het museum failliet is en per direct, zondag 19 augustus 2018, is gesloten. Museum Voorlinden in Wassenaar bereidt een tentoonstelling voor over het werk van Armando, die op 1 juli jl overleed. De tentoonstelling is te zien van 3 november tot 10 maart 2019. Lees hier meer.

—————————————————————————————————————————————

 

stiensbuitenblog

Het weekend van de eerste sneeuw. Het witte bos glijdt voorbij mijn treinraampje. Achter mij klinkt heel zacht meerstemmig gezang. Nog even oefenen voor een optreden? Zo wil je elke morgen wel beginnen. 

We lopen vandaag de “pannenkoekenwissel” Amelisweerd. Een wandeling over de landgoederen Oud- en Nieuw Amelisweerd en langs de Kromme Rijn. Het is koud, er ligt een dun laagje sneeuw, het is soms glibberen over bruggetjes. Afgezien van het geluid van de weg is het heel rustig. Een groepje ganzen zwemt voorbij, later zien we ze grazen in het weiland. We passeren landhuis Nieuw Amelisweerd en een boerderij met biologische tuin. We ontdekken nog een late inktzwam en drinken koffie en warme chocolademelk in de “Veldkeuken”, het ruikt er naar versgebakken brood.

Voor de eerste bui regen-en-natte-sneeuw schuilen we in het landhuis Oud Amelisweerd, een klein, bijzonder museum. Het huis is ongemeubileerd, alleen het oude behang is bewaard…

View original post 261 woorden meer

Wintergasten en een blijver

Zwanen, bezoek uit het hoge noorden

In de winter zijn er veel meer zwanen in ons land dan ’s zomers. Je kunt ze nu in grote groepen zien; in het water of grazend in een weiland. Terwijl veel vogels ’s winters vertrekken naar het warme zuiden, zijn er ook vogels die het bij ons al een stuk aangenamer vinden en hier komen overwinteren. Zo’n wintergast is de zwaan, ze zijn hier tussen oktober en maart.

Drie soorten 

Wie gewoon hier blijft is onze eigen, inheemse knobbelzwaan (cygnus olor). De knobbelzwaan leeft ook ’s zomers in ons land. Je herkent hem aan zijn oranje snavel met zwarte knobbel. Hij wordt ook wel gehouden voor het dons. Een paar jaar geleden was er veel ophef over de zgn. zwanendrifters. Handelaren die zwanen kortwieken zodat ze niet weg kunnen. Later komen ze terug om de zwanen te vangen voor het dons. Dit gebeurt allemaal niet zachtzinnig. Tot voor twee jaar kon je er een vergunning voor krijgen, maar vanaf zomer 2016 is het zwanendriften verboden. Het kortwieken (“leewieken”  genoemd) is vanaf dit jaar ook verboden.

 

Vanuit het hoge noorden,  langs de Barentszee en uit IJsland komt de wilde zwaan (cygnus cygnus). Hij is even groot als de knobbelzwaan, maar hij heeft een gele snavel en geen knobbel. Ik las ook ergens dat hij zijn hals wat rechter zou houden, maar mijn vogelgids zegt daar niets over.  Het is de enige soort zwaan die in IJsland voorkomt. Toen ik er in de zomer was, was heb ik hem daar gezien.

Uit Scandinavië en Rusland komt de kleine zwaan (cygnus colombianus) bij ons op bezoek. De naam zegt het al: hij is kleiner dan de knobbelzwaan en de wilde zwaan.

Er zwemmen ook bruine zwanen tussen, dat zijn de jongen. Denk aan het verhaal van het lelijke jonge eendje…..

 

Het was natuurlijk heel erg leuk geweest als ik een paar van die overwinteraars op de foto had. Maar helaas, voor zover ik het kan zien, zijn het allemaal knobbelzwanen. Soms dacht ik nog even: ha, rechte hals! Maar nee, toch een zwarte knobbel. Maar als je ze onderweg tegenkomt, dan weet je waar je op moet letten. Natuurlijk hoor ik het graag als je een wilde of kleine zwaan hebt gespot.

Deze zwanen zag ik bij Leusden.

Lees hier over het verbod op zwanendriften

De Helleborus

(Helleborus orientalis)

Vorig jaar liet ik jullie zien hoeveel soorten toverhazelaars (Hamamelis) er in januari bloeien. Maar er zijn nog een paar hele vroege bloeiers. De Helleborus bijvoorbeeld. Ik ben altijd weer blij als ik de Helleborus zie bloeien. En daar hoef ik niet eens ver voor te reizen: ze staan in mijn eigen tuin. Ik heb twee soorten: de Helleborus argutifolius en de Helleborus orientalis. De meest bekende is de Helleborus niger: die ook kerstroos genoemd wordt. De H.orientalis bloeit met mooie pastelkleuren,maar donkergroen, rommelig blad. H. argutifolius  bloeit met trosjes kleinere lichtgroene bloemen, ik vind het blad mooier ingesneden.

 

Helleborus argutifolius

En dan ineens is ze er.   
Alle kleur lijkt verdwenen,
de laatste blaadjes
de eerste sneeuw.
Dan laat zij zich zien
kleuren van waterverf
tegen het wit en de grijze grond.
Een tere kracht
in dit donkere seizoen.

 

 

 

(Uit)zaaien of scheuren.

De Helleborus hoort tot de plantenfamilie Ranunculaceae, waar ook de boterbloem bij hoort. Veel soorten hebben hangende bloemen.Voor het zicht is dat minder mooi en daarom worden er nieuwe soorten gekweekt met bloemen die rechtop staan. Dat oogt mooier, maar voor de plant is het een nadeel: de hangende kelk houdt de meeldraden en stampers droog. De Helleborus is een zelfbestuiver. Dat wil zeggen dat stuifmeel uit de bloem terecht komt op de stempel van dezelfde bloem. Zo wordt zaad gevormd. Mooi geregeld door de natuur, want insecten zoals hommels en bijen, om te helpen bij de bestuiving, zie je in de winter maar weinig.

Ik heb mijn Helleborusplanten gewoon zelf gezaaid. Ze zaaien zich ook zelf uit en ze kruisen soms ook onderling. Dus je weet nooit precies wat je krijgt. Als je per se eenzelfde plant wil, kun je beter scheuren. Als je zaad hebt geoogst is het belangrijk om het zo vlug mogelijk uit te zaaien, want de kwaliteit gaat snel achteruit. Het ontkiemen duurt vrij lang. er moet een winter overheen voor de plantjes echt opkomen. Daarom kan het handig zijn om in potjes te zaaien, zodat je ze ’s zomers niet wegschoffelt. Eenmaal boven de grond groeien ze hard en zijn ze bijna onverwoestbaar. Volgens het boekje hebben ze graag kleigrond, maar bij mij op het zand gaat ook prima.

Helleborus Orientalis kan ook op een vaas, maar ze staan niet erg lang.

De Toverhazelaars nog eens zien? Kijk hier