Zomer in de tuin

Het is zomer! Af en toe stijgen de temperaturen spectaculair, gelukkig steeds gevolgd door een paar koelere dagen. Zomer is ook festivaltijd. Dit weekend was er bijvoorbeeld behalve de Zwarte Cross ook Wonderfeel,  waar ik vrijdag heen ging. Een festival met klassieke muziek in de open lucht op een mooi natuurterrein. Het festival duurt 3 dagen, ik ging één dag. Ik heb genoten. Als je van klassieke muziek houdt buiten de gebaande paden en crossovers, dan zit je hier goed. Mijn hoogtepunt was jazzmusicus Morris Kliphuis met de Poolse pianiste Joanna Duda, het was hypnotiserend, soms ook heftig. Er had een viola da gamba bij gemoeten, maar die was gesneuveld in de bagage op Schiphol. Een paar uur voor de uitvoering was in plaats daarvan een altsax opgetrommeld. En het klonk geweldig. Denk minimal music maar dan steviger. “Wake the dead” heet het. Ik was in elk geval goed wakker.

DSCN9423peultjesZaterdag zat de muziek nog in mijn lijf en kon ik maar moeilijk op gang komen. Terwijl er toch echt wat in de tuin moest gebeuren. Ik begon met de peultjes, ze waren geel, bloeiden niet meer, hier en daar hing nog een enkel peultje. De planten waren klaar.

Ik heb veel peultjes kunnen oogsten, zoveel dat ik er van kon uitdelen. Want invriezen is niks daar worden ze slap van.

Peultjes eruit dus. Ik zocht in de moestuinkalender op wat er op die lege plek nog gezaaid kan worden half juli. Bietjes kan je nog zaaien, zag ik. Dat wordt het dan, want de bietjes die ik eerder heb gezaaid heb zijn lang niet allemaal opgekomen.

Daarna ging ik de goudsbloemen te lijf, die waren veel en groot geworden. Goudsbloemen trekken insecten aan, dat is goed voor de bestuiving. Maar ze moeten niet de te bestuiven planten gaan overgroeien. Dat dreigde nu te gebeuren. Dus hup, flink wat er uit en daarmee ook de uitgebloeide toppen eraf, want zoveel uitzaaiers wil ik volgend jaar niet. Al vind ik ze nog steeds lekker kleurig.DSCN9419kop

DSCN9420kopDe boontjes zijn nog steeds een verrassing. Eerst omdat ze tegen mijn verwachting in nog boven kwamen. En nu zijn ze werkelijk aan alle kanten aangevreten door de slakken. Maar ze bloeien volop en de eerste paarse boontjes zijn al verschenen.

Zie hiernaast de kantachtige bladeren van de boontjes.

Twee weken geleden kreeg ik preiplanten mee, die ik meteen uitplantte. Ik had ergens gelezen dat je preiplanten niet rechtop in de grond moet duwen. Je moet ze wat ruimte geven. Dan gaan ze eerst liggen, maar ze richten zich vanzelf op en wortelen dan beter. Dat heb ik uitgeprobeerd. En jawel nu na twee weken staan de meeste planten rechtop. Ik wil ze nog wel wat aanaarden, zodat het witte deel van de prei langer wordt.

DSCN9422kop

Al kon ik eerst niet zo op gang komen, toen ik eenmaal bezig was zag ik steeds meer dat moest gebeuren. Uitgebloeid vingerhoedskruid afknippen, tomaten dieven en aanbinden, courgettes en aubergine bijmesten, uitgebloeide klaprozen weghalen enz. enz. enz.

Nog steeds zomer in de tuin

Sinds de vorige “zomer in de tuin” blog van eind juni is er wel wat veranderd. Zeker na de regen van de afgelopen dagen ging het snel.  Vrijwel alles is goed gegroeid.

Eten uit de tuin

Dit is de leukste tijd: als er geoogst kan worden. De peultjes zijn alweer op. Het lijkt nog maar net dat ik een vriendin uitnodigde om te komen eten uit de tuin. We aten peultjes, gepofte bietjes en rijst met linzen. Zondagmorgen heb ik de peultjes gerooid, ze werden geel en bloeiden niet meer. Op de lege plek staan nu twee broccoliplanten. Ik verwacht niet dat ik daar dit jaar van kan eten, hangt een beetje af van het najaar. Maar ze overleven waarschijnlijk wel tot het voorjaar.

De andijvieplantjes waren behoorlijk aangevreten door de slakken, maar ik heb er plastic flessen overheen gezet en zie, ze beginnen opnieuw te groeien. Mijn bakje pluksla was zomaar in één nacht kaalgevreten. Dat waren rupsen. Ach ja, het blijft levende natuur…..

De aardbeien zijn op, ik heb nu Japanse wijnbessen. De struik is dit jaar wat klein gebleven, dus dit jaar gewoon alle bessen direct opeten. Vanmorgen een handvol door mijn ontbijtmuesli. Vorige jaren zette ik ze wel op suiker en alcohol om te bewaren voor later. Daarvoor zijn er nu te weinig.

De rabarber groeide flink dankzij de regen. Ik twijfelde of ik er nog een keer jam van zou maken. Rabarber oogsten na de langste dag wordt afgeraden. Het gaat ten koste van de plant en het oxaalzuurgehalte wordt hoger in de zomer, dat is ongezond. Toch heb ik vandaag een paar stelen geoogst. De laatste keer dat wel.

De pronkbonen staan weer te pronken met grote roodwitte bloemtrossen. De sperziebonen staan minder vol en ze bloeien nog niet. Maar ze staan er goed bij, dus ik verwacht er wel wat van.

Muntcake

De regen zorgde voor een explosie van munt! Hoog tijd om weer eens een muntcake te bakken. Voor wie dat ook eens wil proberen, het is zo simpel. Maak cakebeslag zoals je dat altijd doet. (of zoals op de verpakking staat als je cakemix neemt). Voeg dan aan het beslag een paar (2-3) handen fijngesneden muntblaadjes toe en een klein beetje citroenrasp of -sap. Meng goed door, doe in het cakeblik en bak in de oven. Je kunt er natuurlijk muntthee bij drinken, als je een echte fan bent. Andere thee kan ook, met koffie vind ik het minder lekker smaken.

En dan de bloemen.

De Oost-Indische kers is helemaal opgeleefd door de regen. Ik moet ze weer met handenvol uittrekken, want ze woekeren behoorlijk. En ik heb dit jaar een paar verrassingen: in de Crocosmia’s, die vorig jaar niet bloeiden, zitten knoppen. Ook de salvia die ik in mei kreeg heeft al knoppen gemaakt. De eerst dahlia’s beginnen te bloeien. De klaprozen zijn bijna uitgebloeid.

Het blijft raar dat ik dit jaar geen afrikaantjes heb. Altijd zaaiden ze zichzelf uit en vond ik ze bijna teveel. Dit jaar hebben ze dat niet gedaan. Ik had een zelf ander, kleiner soort gezaaid. Die zijn door de slakken opgegeten, er staat zelfs geen steeltje meer.

Tot slot werd ik dit jaar verrast door de Verbena bonariensis, die hebben zich royaal uitgezaaid en staan nu overal bovenuit te wuiven.

 

Wat een zomer

Mensen, mensen wat een zomer hebben we achter de rug. Het was zo warm en droog dat Eric in zijn blog verzuchtte: “Tuinieren is niet leuk meer”. Ook ik liep elke dag met een grote gieter door de tuin en oogstte bergen bietjes en courgettes; voor mijn doen dan. Iemand met een grote moestuin zou dit peanuts noemen. Maar voor mij was het een geweldig tuinjaar. Ik oogstte al 5 komkommers van de komkommerplant. Eén komkommer heb ik in schijfjes ingelegd in potjes. Ik kon al vroeg tomaten eten en ze staan er nog steeds goed bij.

De dahlia’s bloeien al vanaf eind juli al en de tithonia die ik gekregen had deed het ook wonderwel. Tithonia wordt ook wel Mexicaanse zonnebloem genoemd en moet veel zon hebben (foto links). In de voortuin bloeide de hibiscus als nooit tevoren.

Toen kwam de regen

Toen in augustus de regen kwam, zullen veel mensen die met gejuich begroet hebben. Ik zag het met gemengde gevoelens: het werd weer bussiness-as-usual. Een kolonne slakken rukte op uit hun schuilplaats en marcheerde de tuin in. Al snel ontdekten ze het rijtje Chinese koolplantjes. Er bleef niet veel van over, ondanks de vergruisde eierschalen die ik eromheen gestrooid had. Ik moest denken aan “Maartens moestuin”, de serie die de VPRO deze zomer maar weer eens in de herhaling uitzond. Ergens zegt hij (Maarten ’t Hart) dat hij een extra rijtje Chinese kool plant voor de slakken, want ze zijn er dol op en dan eten ze geen andere koolplanten. Nog steeds vang ik elke dag wel een paar grote naaktslakken. In de courgettes en pompoenen verscheen meeldauw. Gauw de aangetaste bladeren weggeknipt. En ook nogal bijzonder: in de voortuin komt het groene loof van de blauwe druifjes royaal boven de grond.

Vakantietijd

Een aantal bloggers bleef dapper de hele zomer door nieuwe berichten posten. Vera met jaloersmakende wandelingen en Jeannine ging rennen en hield ons op de hoogte van haar vorderingen. Op mijn blog had ik tot mijn verrassing nog steeds behoorlijk wat bezoekers. Op 4 augustus was alweer de tweede “verjaardag” van Stiensbuitenblog.

Mijn vakantie duurde vier weken en laveerde tussen ziekenhuisafspraken, werklui, bezoek aan mijn moeder en af en toe wat leuks. Ik heb veel gelezen. Eén boek wil ik noemen: “Over oude wegen” van Mathijs Deen. Een boek over lange doorgaande routes in Europa. Over een grote trek uit 800.000 v Chr. die eindigde in Engeland, een bedevaart vanuit Groenland naar Rome, een veldtocht van Napoleon naar Smolensk en een autorace dwars door Frankrijk. Verhalen gebaseerd op bestaande routes en bestaande gebeurtenissen.

Door de warmte had ik minder energie om er op uit te gaan Maar toch: Ik ging naar museum Twente voor schilderijen van Paula Modersohn, zag de landschappen van Sean Scully in De Pont, ging naar museum Voorlinden, waar de tuin er verdord bijlag, en Japanse foto’s kijken in Amsterdam. Ik ging fietsen in de Achterhoek, waarbij ik een gekneusde rib opliep, en zag in Kasteel Ruurlo de schilderijen van Carel Willink en de extravagante jurken van Mathilde Willink (ontwerpen van Fong Leng). Ik zag de tuin van Piet Oudolf en wandelde over landgoed Hackfort. Ik hoorde mooie concerten bij het Festival Oude Muziek in Utrecht. Sommigen activiteiten kwamen terug in een blog.

Meteorologische herfst

Nu is alweer de meteorologische herfst aangebroken met regen en onweersbuien. De nachten zijn kouder geworden en dat merk je. Aan de courgettes bijvoorbeeld, die groeien nu erg langzaam. De hibiscus in de voortuin staat nog vol knoppen, maar bloeit nauwelijks meer. Ik hoop nog steeds op een paar mooie warme septemberweken. Maar de herfst nadert onmiskenbaar, ik zag al paddenstoelen en spinnenwebben. En ach de herfst heeft ook zijn mooie kanten. Maar deze zomer zal ik niet gauw vergeten.

 

 

 

 

Geschilderde tuinen in Singermuseum Laren

meisje in hangmat (1910) Rob Graafland

Deze zomer staat het Singermuseum in Laren in het teken van de tuin. Piet Oudolf ontwierp een nieuwe beeldentuin en binnen hangen geschilderde tuinen. De tentoonstelling knalt er meteen in met “Zomerweelde” van Jac. van Looy (1900). Of heet het toch “Juli“? In de catalogus en op de flyer kom ik twee verschillende namen tegen. Een groot schilderij met knalblauwe bloemen. Het deed me denken aan de bluebells die ik dit voorjaar in Cornwall zag. Het zouden violieren zijn, die ken ik niet zo blauw, misschien een schilderachtige vrijheid? Van hem hangt er ook een groot veld met oostindische kers. Die oostindische kers komt op meer schilderijen voor. Blijkbaar was dat vroeger een geliefde plant. Dat snap ik wel, ik vind ze ook erg leuk, al mopper ik wel vaak op die “woekeraars”, zonder zou ik niet willen.

Er hangen woeste “Rozen” van Charley Toorop (1940) en twee totaal verschillende schilderijen van Leo Gestel. Een bijna klassieke “Stamroos“(1905) en het veel vrijere “Bloemen voor een gebloemde lap” uit 1913 (foto links) Het is jammer dat het Singer zich beperkt tot een bepaalde periode want een bloemenveld van Marc Mulders had hier goed gepast.

Impressionisten

Een volgende zaal gaat over mensen in de tuin. Veel theedrinkende dames. Maar werken in de tuin wordt ook verbeeld, op een tamelijk romantische manier dat wel. Tuinieren is soms ook ploeteren en vies worden.

Een aparte zaal is gewijd aan “de tuin van de kunstenaar”,Claude Monet natuurlijk. Maar ook andere impressionisten legden zelf een tuin aan en schilderden die vooral in de zomer. Zoals de voor mij onbekende Emile Claus, van wie verschillende doeken te zien zijn. Dan zijn er de mystieke tuinen met een etherisch schilderij van Gustave De Smet “Zomer“.

Bij de impressionisten zijn de verschillende planten niet te onderscheiden. Bij de andere schilders zie ik vooral de gewone tuinbloemen: hortensia, zonnebloem, roos en papaver.

De seizoenen

De laatste zaal zoomt in op de tuin in de verschillende seizoenen. Lieten de andere zalen toch vooral zomerse taferelen zien met bloemenweelde, hier vallen juist de andere seizoenen op. Tuinen in de sneeuw en een onheilspellende “Tuin in de winter” van Carel Willink (1959). Bij de herfst vond ik de “Takken met appels” (foto rechts) erg mooi. Het is een krachtig beeld en je denkt meteen aan die heel eigen stijl van Charley Toorop. En jawel, het is ook van haar hand (1952-53).

Daarnaast zijn er ook nog de Larense tuinen en specifiek de tuin van Anna en William Singer. Daarover binnenkort meer, wanneer ik het over de beeldentuin ga hebben.

Al met al een leuke zomerse tentoonstelling die veel mensen zal aanspreken en niet al te veel moeite van de kijker vraagt.

Te zien t/m 26 augustus 2018

Dahlia’s, nazomerkleur

Je ruikt het en je ziet het: we zitten in de nazomer, voor “herfst” vind ik het nog te vroeg. Ik zie het aan de verkleurende planten, de spinnenwebben, de paddenstoelen. Ik plukte alweer bramen: een klein bakje, precies genoeg voor een toetje.  Als ’s morgens de wekker gaat, is het nog donker. Onderweg zie  ik de nevel op de weilanden liggen. Soms valt er een herfstige regenbui. Wat ben ik in deze tijd van het jaar toch blij met mijn dahlia’s. Ook de afrikaantjes staan nog steeds in volle kleur.  

Veel mensen vinden afrikaantjes en dahlia’s een beetje te gewoontjes. Toegegeven, subtiel kun je ze niet noemen. Met hun felle kleuren zijn ze overduidelijk aanwezig. Maar ik geniet er elk jaar opnieuw van, ze zorgen voor een kleurenfeestje in de tuin. Deze rood-witte heb ik pas voor het tweede jaar. Vorig jaar stond ze teveel in de schaduw van een grotere plant en raakte ze overgroeid. Maar moet je nu zien: vol bloemen en de knoppen blijven komen. 

Een andere verrassing is deze zalm-oranje. Die haalde ik in juni voor een habbekrats uit een opruimingsbak. Juni is aan de late kant om dahliaknollen te planten, maar ze staat nu toch volop te bloeien. Herkomst zegt lang niet alles: ik kocht eens, bepaald niet goedkope, dahliaknollen bij een kweker van naam en faam. Twee jaar op rij geen bloem, geen knop, niks. De tweede winter heb ik ze niet meer uit de grond gehaald. Ze zijn niet teruggekomen.

Deze donkerrode heb ik al jaren. Ze is onverwoestbaar en wordt enorm groot, zelfs in de schaduw. Van deze heb ik al heel veel knollen weggegeven. Het enige nadeel is dat de stelen relatief dun zijn waardoor ze bij zware regenval snel knikken. Maar ze geven zoveel bloemen dat dat niet eens zo erg is. Op de vaas combineren ze schitterend met de roze schermen van sedum.

Tot de eerste nachtvorst zorgen ze voor kleur in de tuin en op een vaas in huis. Zodra de eerste nachtvorst is geweest, zijn de bladeren zwart en spit ik ze uit de grond. Sommige mensen laten hun dahlia’s in de grond zitten en dekken ze af met een laag mulch tegen de vorst. Dat hoef ik dus niet te doen. Ze bevriezen misschien niet, maar de grond is veel te nat waardoor ze wegrotten. Eerst laat ik ze drogen in de schuur. Dan kunnen de beestjes er ook nog uit kruipen. Als ze droog zijn pak ik ze in krantenpapier en zet ze in kartonnen dozen op de zolder.

Wil je nog meer weten over dahlia’s, lees dan:
Het artikel in “De tuin in vier seizoenen”, herfst 2017; of de dahliatest van Eric.

Of bezoek eens een dahliatuin. In veel plaatsen zijn dahliaverenigingen die een gezamenlijke tuin hebben. Vaak hebben ze in de maand september open dagen waar je kunt komen kijken en soms plukken.

 

 

De Mookerhei op

Afgelopen weekend stond een wandeling in de Ooypolder op het programma. Met het oog op droge voeten kozen we een hoger gelegen gebied. Want toen ik ’s morgens de deur uit ging, regende het pijpenstelen. Het werd de Groene Wissel over de Mookerheide. We kregen er geen spijt van, wat een prachtige omgeving!

Meteen uit de trein op het stationnetje Mook-Molenhoek, loop je in het groen van het voormalige rangeerterrein. Een trap omhoog en daar ligt de heide. Dat was niet de laatste trap, we zouden nog heel wat klimmen en dalen tijdens deze wandeling. Maar het was het waard: mooie uitzichten over de heide met dramatische luchten, waaruit gelukkig weinig regen viel.

Af en toe gingen we door een klaphek en kwamen we op het terrein van de Schotse hooglanders, “grote grazers” of van schapen, minder grote grazers. De hooglanders lagen midden op het pad, maar ze zagen er zo rustig uit dat we er met een kleine omtrekkende beweging langs konden.

Bij Groesbeek verruilden we de heide even voor het bos, waar al veel paddenstoelen te zien waren. Vooral op boomstronken. Soms ware kunstwerkjes, zoals deze geel met roze. Je zou dit ook zomaar in een museum kunnen zien. Ik dacht even aan kunst van purschuim (zoals bijvoorbeeld Maartje Korstanje maakt). Ik denk dat dit de oranje aderzwam is (Phlebia radiata).

De route ging ook nog langs het Jachtslot Mookerheide, dat een mooi Jugendstil interieur zou hebben. Maar het staat inmiddels leeg, we gluurden door de ramen, er was niet veel te zien. In een van de bijgebouwen zat sinds een week een landwinkel van Natuurmonumenten. Daar sloegen we wat lekkers in voor de terugreis. Met een bocht kwamen we weer op de heide en via een laatste trap weer op het voormalige rangeerterrein. We spotten daar nog even dit bruine zandoogje en een piepklein hagedisje. Geen foto: te snel. En we zagen deze insecten: hoornaars (of toch horzels?)

 

Daarna was het tijd voor de trein terug naar huis.

Op de nu zo vredige Mookerheide is ook veel gevochten. In 1574 was de slag op de Mookerheide en ook in de Tweede Wereldoorlog is hier zwaar gevochten. Na 1639 zijn er verdedigingswerken aangelegd die nog gedeeltelijk te zien zijn (Heumense schans).

(De laatste 3 foto’s zijn van Corinne Simons)

 

 

Bloemeneiland

Vraagje:

Waar denk je dat deze foto is gemaakt?

en deze?

of deze?

Niet meteen verder lezen!

Dacht je ook even aan een warm land, Frankrijk misschien?

Toch is dit Nederland, wel in de provincie met de meeste zonuren: Zeeland. Meer bepaald: op het eiland Tholen.

Vroeger verbouwde men hier vooral aardappels, graan, uien en voederbieten. Maar de laatste jaren zijn steeds meer boeren overgegaan op de teelt van bloemzaad. Van oudsher was men al bekend met de teelt van gladiolen. Bollenpellen was vroeger een geliefde bijverdienste. Maar nu zie je liatris, teunisbloemen, leeuwenbekjes, zonnebloemen, helianthus, zonnehoed enz. Dat maakt het ’s winters zo grijze eiland in de zomers een lappendeken van gekleurde velden. Een feest om er rond te fietsen.

Het zaad wordt geoogst, gedroogd en geleverd aan professionele zaadhandels. Het zou dus zomaar kunnen dat de bloemen in je tuin afkomstig zijn uit zaad van het eiland Tholen.

  

 

 

Als de heide bloeit

de heide bij Lunteren
de heide bij Lunteren

 

Als de heide bloeit moet ik er naar toe om te genieten van die paarse vlaktes. Gelukkig kan dat dichtbij huis: tussen Amersfoort en Soest. Maar niet alleen daar, deze foto’s maakte ik tijdens een “Groene Wissel”-wandeling in Lunteren.

Onderweg zag ik een hazelworm (Anguis fragilis). Hij bewoog zich razendsnel over het pad en verdween aan de overkant tussen de bladeren.

Hij heet hazelworm, hij lijkt op een slang, hij is…..een pootloze hagedis. Hij is totaal ongevaarlijk. Zijn enige verdediging, als hij wordt opgepakt bijvoorbeeld, is het afwerpen van zijn staart.