Een pannenkoekendorp en het blauwste blauw

Pannenkoekendorp

Afgelopen woensdag fietste ik naar Lage Vuursche. Heen via Soest, terug via Den Dolder. Lage Vuursche is een aardig dorp, wel een beetje aangeharkt en tuttig, met “Hans-en-Grietje-huisjes” noem ik ze. En kasteel Drakensteyn natuurlijk, waar prinses Beatrix woont. Maar daarvan zie je alleen het hoge hek.

Wie Lage Vuursche zegt, zegt pannenkoeken. Eigenlijk is het dorp één straat met vooral pannenkoekenrestaurants. Voor de vorm staan er ook nog een paar broodjes en salade op de kaart, maar daar gaat het niet om. In het weekend is het er meestal te druk. Dan mijd ik het dorp en de bossen eromheen. Ook op deze doordeweekse bewolkte dag waren er nog best wat mensen. Nou ben ik toevallig dol op pannenkoeken. En zo zat ik even later op een terras met een pannenkoek. Even leek het leven weer normaal en ik voelde me belachelijk blij.

Zo blauw….

Heb ik nog wat anders gezien dan een pannenkoek? Ja! Onderweg langs het fietspad bij Den Dolder zag ik deze Echium vulgare; ook wel slangenkruid genoemd. Slangenkruid kreeg zijn naam omdat de bloemen lijken op een geopende slangenbek. Er steekt als het ware een gespleten tong uit. De plant werd eeuwenlang gebruikt tegen slangenbeten. Ik weet niet wat er het eerst was: dat de plant hielp tegen slangenbeten en daarom zijn naam kreeg. Of dat men hem tegen slangenbeten ging gebruiken omdat de bloemetjes op een slangenbek lijken.

Je vindt ze op zandgrond, in de duinen vooral, maar ook op andere plaatsen als de grond maar zanderig genoeg is. De bloemen zijn onwaarschijnlijk blauw, zo blauw zie je zelden in de natuur. Ongeveer zo blauw als korenbloemen, maar die kom je ook nauwelijks nog tegen onderweg.

De tuin na de regen.

Was ik in mijn vorige blogpost al enthousiast over het buitje regen, afgelopen week viel er nog meer regen. De tuin is er enorm van opgeknapt. Ik zou bijna het woord “weelderig” willen gebruiken. Nu de temperatuur ook weer wat stijgt, lijkt het groeizaam weer te worden.

Nu is het wel zo dat met regen meteen ook slakken tevoorschijn komen. En ja, ook deze keer, maar tot nu toe viel het mee. Er is weliswaar een zonnebloemplantje opgevreten, maar het had veel erger kunnen zijn. Ik had natuurlijk voorzorgsmaatregels genomen: rond de pas gezaaide Chinese kool en de pril uitgelopen dahlia´s had ik een dikke laag vergruisde eierschalen gestrooid.

Toen ik de jonge spruiten plantte heb ik niet de grond eerst vrij gemaakt. Ik plantte ze juist tussen de klaprozen en de oost-indische kers in, in de hoop de slakken zo op een dwaalspoor te brengen. En het lijkt dat mijn “list” heeft gewerkt: alle plantjes staan er nog. Intussen zijn ze gegroeid en ik heb wat bloemen weggehaald om ze ruimte te geven. Maar nog niet alles. Ik wacht nog even tot het echt stevige planten zijn.

De bonen, waaraan ik twijfelde of ze nog zouden opkomen, klimmen nu langs de stokken. De eerste aardbeien kleuren rood. Het begint echt wat te worden.

Het ziet er goed uit. Maar het blijft altijd afwachten, want nu worden er voor het weekend zware buien verwacht. Ik heb alvast plantensteunen gezet en de tomaten goed aangebonden.

Wordt vervolgd dus….

Zwanenbloem (Butomus umbellatus)

Tijdens een fietstocht deze week zag ik ze weer staan: zwanenbloemen (Butomus umbellatus). Ze stonden langs de slootkant. De zwanenbloem is een moerasplant. Hij wil met de voeten in het water staan.

Als je ze een keer hebt gezien dan herken je ze meteen. Het is een opvallende bloem op een lange stengel met een scherm van roze bloemetjes. De zwanenbloem lijkt nergens op, hij is nl. de enige in zijn plantenfamilie.

Dat je ze nu regelmatig tegen komt onderweg, is best bijzonder. In een flora uit 1971 lees ik nog dat ze “veelvuldig voorkomen in voedselrijk water, langs rivieren en plassen”. Maar de zwanenbloem werd zeldzaam. In 2012 werd de zwanenbloem op de “rode lijst” van bedreigde planten gezet. In 2017 is deze lijst herzien en sindsdien staat hij er niet meer op. Nu kun je ze dus onderweg “gewoon” langs de slootkant zien staan.

Ik vraag me wel af hoe hij zich zal houden op de lange termijn, als de droogte die we de laatste jaren meemaken zich voortzet.

En de naam?

Ik dacht altijd dat ze iets met zwanen te maken hadden. Waterplant en watervogel, zoiets. Dat is maar ten dele waar. De stampers van de bloemetjes op het scherm lijken stuk voor stuk op kleine zwaantjes. Ik vind het vergezocht. Maar dit schijnt toch echt de verklaring van de naam te zijn. Waarschijnlijk zie je dat alleen door een goed vergrootglas.

Klein Zwitserland en het Belgenmonument

De Amersfoortse Berg

Deze wandeling met buitenlands tintje begon ik bij het station. Daar begon mijn beklimming van de Amersfoortse berg. Nu vind ik `berg` een nogal weids begrip voor deze wijk, maar de bewoners gaan niet voor minder. Als je `op de berg` woont, dan zit je goed. Ik begon in de Wilhelminalaan, die stevig omhoog loopt. (Fasten your seatbelt, Jannie T. for a trip down Memory Lane!).

Bij het beeld van de reebok sloeg ik af langs een grasveld met een grote eik. Dit is een “veteranenboom”. Ik kwam ze al eerder tegen in park Schothorst. De alleroudste bomen in Amersfoort zijn geïnventariseerd en worden zo goed mogelijk beschermd, als “veteranenboom“: volwassen bomen die volgroeid zijn. Het grasveld was geel van de droogte. Ik ging het park in en stak door naar de Waldeck Pyrmontlaan.

De lanen hebben koninklijke namen, via de Anna Pauwlona-, Nassau- en de Prins Frederiklaan wandelde ik langs grote huizen met grote, vaak mooie, tuinen. Veel rododendrons, die nu natuurlijk extra opvielen omdat ze nog bloeien. Maar ook een tuin met enorme cactussen van cortenstaal.

Bij de Prins Clauslaan kwam ik langs een groot gebouw. Vroeger gebouwd als een heropvoedingsinternaat voor jongens. Ook nog even gebruikt als AZC. Nu zitten er woningen in. Aan weerszijden van het grote grasveld, ook hier geel en droog, stonden vroeger de huizen van directeur en leraren. Dat wist ik allemaal niet, maar een bewoonster nam alle tijd om mijn nieuwsgierige vragen te beantwoorden.

Het Belgenmonument

De Prins Clauslaan komt uit op de Belgenlaan. Hier ligt het Belgenmonument, het grootste monument van Nederland. Het is ontworpen door de Belgische architect Huib Hoste en werd gebouwd door in Amersfoort geïnterneerde Belgische soldaten. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 vluchtten duizenden Belgen naar Nederland. In totaal waren er toen zo´n 20.000 gevluchte Belgen in Amersfoort. Burgers werden ondergebracht bij particulieren. De militairen werden geïnterneerd in kazernes.

Die militairen bouwden “uit dankbaarheid” dit monument. Het kwam gereed in 1918. Het bestaat uit een hoofdgebouw en een gedenkmuur. Op de foto het hoofdgebouw, de lagere gedenkmuur ligt er achter. Er tussenin ligt een tuin die ontworpen is door de Belgische tuinarchitect Louis Vande Swaelmen. Helaas was de tuin wat verwilderd, maar de hagen, de paden en de bloembakken waren goed onderhouden. De reliëfs in de muren zijn van de Zwitser François Gros (verbeeldt de strijdvaardigheid) en van de Nederlander Hildo Krop (verbeeldt het lijden).

Ik kan me voorstellen dat die soldaten behalve “uit dankbaarheid” ook wel iets omhanden wilden hebben en daarom ook wel blij waren met deze bouwklus.

In 1967 kwam er een carillon in het hoofdgebouw en regelmatig worden er concerten uitgevoerd door studenten van de Beiaardschool.

Klein Zwitserland

Ik verliet het monument en stak de Utrechtseweg over naar Klein Zwitserland. Het zuiden van Amersfoort ligt op een stuwwal: de Utrechtse Heuvelrug. Hier is in de voorlaatste ijstijd (200.000-125.000 vC) het zand enorm opgestuwd door uitlopers van gletsjers. Daardoor zijn grote hoogteverschillen ontstaan. Dat is in het bos van Klein Zwitserland goed te zien. De Amersfoortse ´berg’ is hier op zijn hoogst: 42,5 meter.

Het is een aardig, klein bos, op zandgrond en ook hier was het erg droog. Ik zag en hoorde veel vogels: een roodborstje dat zo vlakbij zat dat ik me niet durfde bewegen om mijn camera te pakken en deze ekster, die ik erg uit de verte heb gefotografeerd. (Ik dacht dat het een specht was, maar hoor van verschillende kanten dat het gewoon een ekster is!).

Toen ik uit het bos kwam merkte ik pas dat ik toch wel geklommen was, het bospad daalde echt af naar het Borneoplein. Hier zijn de tuinen kleiner, maar minstens zo leuk. Daarna was ik al heel snel weer in het bos Nimmerdor, waar ik de vorige keer gewandeld had. Ik nam dezelfde weg als toen, langs de Zandbergenlaan en het Ponlijntje, terug naar het station.

Verder in de tuin

Een regenbuitje!

En toen viel er zondag ineens een groeizaam buitje regen! Het regende niet hard, maar wel gestaag en voor de tuin was het heerlijk. Ineens zag ik de bietjes echt groeien en de boontjes en de dahlia’s uit de grond komen. Hoera! Je kunt gieten wat je wil, een regenbui heeft toch een heel ander effect.

Donderdag was ik druk bezig geweest met planten verplaatsen. De Hemerocallis gescheurd en verplaatst naar een – hoop ik- betere plaats.  Wat akeleien weggehaald want er kwamen teveel donkerpaarse naar mijn smaak. Op een zonnige hoek zette ik een nieuwe salviaplant die ik meekreeg van Eric en die helderrood moet gaan bloeien. Ik kreeg ook nog een dahlia met mooi donker blad en een augurkenplant mee die ik in een grote pot heb geplant. Ik bracht mijn Dieramaplantjes mee.

Zo leuk als je planten met iemand kunt delen. Het was ook heel fijn om er even uit te zijn en zijn grote tuin weer eens te zien. Ik begon me een beetje “opgehokt” te voelen. Reizen met het OV voelt toch ongemakkelijk. Afstand houden is er soms moeilijk en is mijn reis wel echt noodzakelijk? Mijn antwoord is: ja, voor mijn eigen welbevinden was het noodzakelijk.

Vrijdag stond gelukkig de kraam met de groenteplanten weer op de markt. Ik had nog een nieuwe lavasplant nodig (maggiplant) en ik wilde wat preiplanten kopen. Veel klanten hoorde ik zeggen: “Wat fijn dat jullie er weer zijn.” Hij had lavas en behalve prei, nam ik ook nog wat spruitenplanten.

Van de vier courgetteplantjes, die in de schuur stonden, heeft uiteindelijk maar één het in de volle grond gered. Eén was al minnetjes en de andere twee zijn opgegeten door de slakken. Ik heb nu nog een keer nieuwe gezaaid, met deze temperatuur kan dat nog wel. De broccoliplantjes zien er niet echt goed uit. Ik verwacht daar niet veel van.

Alles staat nu wel zo’n beetje in de grond, misschien dus nog een courgette erbij en er staan nog zonnebloemen in potjes. die moeten echt nog groeien en sterker worden, anders zijn ze een gemakkelijk hapje voor de slakken.

Voorlopig is het droog weer. Nu is het wachten op de oogst. Ik zie al de eerste, nog groene, aardbeien.

 de piepjonge preiplantjes

 

Je stapt gewoon je deur uit: Nimmerdor en een stukje Treek

 

Deze wandeling begon ik bij het station. Ik volgde het fietspad langs het `Ponlijntje`. Dit liep vroeger door tot voorbij Woudenberg, maar nu eindigt het in Leusden. Het wordt alleen gebruikt voor vervoer van auto’s naar garage Pon. Dat gebeurt niet vaak, maar als je pech hebt, dan sta je heel erg lang voor de spoorbomen te wachten tot de autotrein voorbij is. Vandaag was er geen trein.

Al vrij snel passeerde ik een trafohuisje dat helemaal ingegroeid is in een bloeiende ligusterheg. Even verderop langs het spoor stonden grote klaprozen. Aan het eind van het fietspad nam ik een stukje Arnhemseweg tot bij de Zandbergenlaan. Aan het eind van deze laan ging ik bos Nimmerdor in.

Landgoed Nimmerdor.

Nimmerdor is aangelegd door Everard Meyster, een rijke Amersfoorter met vele talenten. Ook introduceerde hij het keitrekken. Nu zou je dat een practical joke noemen, maar het werd een traditie. Nog steeds liggen er her en der grote keien in de stad. Die Everard Meyster dus legde de tuin en het landgoed Nimmerdor aan. Het kwam gereed in 1655.

’t Is Nimmerdor rondsom van boven en ter zijden”. Dankzij de sparren en andere naaldbomen was de tuin namelijk altijd groen. Nu ligt het landgoed ingeklemd tussen de Arnhemseweg, de Leusderweg en de A 28. Een stuk van het landgoed dat langs de Arnhemseweg ligt is niet toegankelijk, want privébezit. Het lijkt nu niet meer op een landgoed, maar op een bos. Er staan nog steeds naaldbomen, maar toch vooral loofbomen. Ik ging het bos in aan het eind van de Zandbergenlaan en zigzagde door het bos dat hier nogal kaal is.

De grond was zanderig en er was vrijwel geen onderbegroeiing. Verderop loopt een brede beukenlaan, die vroeger waarschijnlijk toegang gaf tot het huis Nimmerdor, maar nu dood loopt op een hek. Aan het andere eind zag ik wel heel bijzondere graffiti.

Een hoek van het bos was afgesloten. Om rust te creëren voor roofvogels, stond er op een bordje. Ik zag geen roofvogel, maar wel een plek waar heel veel veren lagen alsof er een duif geplukt was. Ik kwam veel wandelaars tegen met en zonder hond. Ik hoorde de vogels en trof deze vlinder. Ik denk het Bonte zandoogje (Pararge aegeria). 

Naar De Treek

Er loopt één fietspad door het bos. De begroeiing langs het fietspad was veel gevarieerder door de wilde bloemen. Het fietspad komt uit op een fietsbrug over de A 28. Zo kom je gemakkelijk van Nimmerdor in De Treek. Het was niet mijn bedoeling, maar ik besloot om De Treek een stukje in te lopen. Ik wilde zien of de orchideeën alweer bloeien. Mijn eerste blog ging over de orchideeën in De Treek. Zouden ze er al weer zijn?

En jawel, ondanks de droogte stonden ze er weer! Het waren er nog niet veel en ze waren ook nog klein. Ik denk dat ze over een week op hun mooist zijn. Ik zag ook al beginnend veenpluis. Vroeger was hier een heideveld dat ze hebben laten “vernatten”, daarom staan er nu orchideeën en veenpluis. (zie hieronder voor meer info).

Het was verderop zo droog in De Treek dat de hardlopers stofwolken opwierpen. Mijn rondje Treek was door het sjouwen in het zand langer en zwaarder dan ik verwacht had. Maar onderweg kon ik pauzeren op een bankje met een fles water en een mueslireep. Ik ging Nimmerdor weer in via de fietsbrug en besloot om de andere kant van het bos, voor een volgende wandeling te bewaren. Terug naar mijn fiets bij het station.

 

Lees hier mijn eerste blog: Orchideeën op de hei?

 

Het is weer begonnen in de tuin

De ijsheiligen zijn voorbij. Dit jaar hebben ze zich laten gelden met temperaturen rond het vriespunt en dreiging met nachtvorst. Maar hun tijd is geweest. Voor mij het sein om courgettes en tomaten naar buiten te doen. Ze mogen nu in de volle grond. Voor de courgettes was het hoog tijd. Ze gingen achteruit in het schuurtje. Ik heb nog een paar plantjes achter de hand gehouden voor het geval deze eerste mislukken.  Het was prima weer om nieuwe planten buiten te zetten, wat bewolkt, en niet al te zonnig, zodat ze rustig kunnen acclimatiseren. Tot mijn verrassing kwam precies deze week iemand voorrijden met een grote zak tuingrond. Soms is een zak grond een geweldig cadeau!

De Clematis montana is alweer uitgebloeid. Hij was erg mooi dit  jaar. Hij breidt zich langzaam maar zeker uit over de hele schutting en neemt nu ook de muur erbij. Ik vind het prima, hoe meer schutting er bedekt wordt hoe liever het me is. Een van de nadelen van een stadstuin: tegen schuttingen aankijken. “Don’t fence me in“.

Ik ben enorm ijverig geweest. Lezers die mijn blog al langer volgen, kunnen het volgende stukje gerust overslaan. Want ja, het is eigenlijk elk jaar hetzelfde liedje.

Ik zaaide postelein, rucola en mosterdkruid, viooltjes en afrikaantjes. De campanula kreeg een grotere pot, ik verplaatste wat klaprozen, verspeende korianderplantjes en zette een stokroosje in de volle grond. Een paar geraniumstekjes, die ik was vergeten in de koude nachten, hebben het niet gered. Maar ach, de meeste geraniums van vorig jaar hebben de winter in de schuur goed overleefd. Ik heb zelfs twee tabaksplanten over van vorig jaar. De muurbloemen zijn vrijwel uitgebloeid en opgevolgd door de akeleien. Deze lavendelkleurige is mijn favoriet.

De bonenkluwen

De bonenplantjes die ik heb voorgezaaid, zijn opnieuw geen succes. Dit was nu echt de laatste keer. Een paar jaar lang zaaide ik binnen bonen voor omdat ik ze dan wat vroeger zou hebben. Maar elke keer gaat het mis. Nu waren ze zo hard gegroeid dat ze zich in elkaar hebben gedraaid tot een onuitwarbare kluwen. Ik heb ze toch in de grond gestopt, misschien wordt het nog wat. Van de bonen die ik een paar weken geleden in de volle grond gelegd heb, is niets te zien, waarschijnlijk te koud geweest. Dat heb ik dus nog maar een keer gedaan. Het is er nu goed weer voor.

Dierama, hengel van de engelen

Naast de bekend groente als bieten, bonen, sla, courgette, tomaat , probeer ik ook elk jaar wat bijzondere bloemen te hebben. Afgelopen paar jaar had ik de Tithonia. Dit jaar heb ik Dierama, een grasachtige plantje met felroze hangende bloemen aan… ja, een soort hengeltje..Ik kreeg vorig jaar zaad mee uit een tuin in Ierland. Maar lieve help, wat blijven ze klein. Pas nu kom ik erachter dat ze graag diep wortelen. De potjes waarin ze staan zijn waarschijnlijk te ondiep. Nu eens kijken wat ze in de volle grond gaan doen.

Mijn streven is om altijd iets bloeiends in de tuin te hebben. Vanaf de helleborus en de narcis in januari/februari tot de dahlia´s die doorgaan tot in november. Mijn voortuin ligt op het zuiden, het verschil is altijd weer goed te zien. Voor bloeit het vingerhoedskruid al en achter staan er nog maar net knoppen in.

Je weet nooit wat voor tuinjaar het wordt. Maar…als ik mijn ogen sluit zie ik het voor me: het wordt mooi.

 

Zullen we een bos beginnen?

Zullen we een bos beginnen?

Graaf een kuil
en plant je boom
voorzichtig
naast de mijne.

Kunnen ze elkaar
uit de wind houden
als het stormt

of in de zondagzon
samen zwijgen.

En als ze ’s avonds
door de wimpers
van hun twijgen
naar elkaar kijken
beginnen ze al
op een bos te lijken.

Jaap Robben

Uit “Zullen we een bos beginnen?”(2008, herdruk 2019.)

De Judasboom (Cercis siliquastrum)

De Judasboom (Cercis siliquastrum) kan je nu in volle glorie tegenkomen in parken en tuinen. Oorspronkelijk komt de boom uit zuidelijker streken, zoals zuid Europa. Maar als hij hier aangeplant wordt, overleeft hij onze winters goed. Mits hij niet vol in de wind op het noorden staat. Deze bomen staan in Amersfoort in Park Randenbroek op een wat beschutte plaats en het is een feest om ze te zien bloeien.

De Judasboom bloeit in mei op het kale hout. Pas na de bloei verschijnen de bladeren. Behalve als boom komt hij ook voor als struik.

Als hij is uitgebloeid maakt hij roodbruine zaadpeulen. Hij komt uit de familie van de vlinderbloemigen (Fabaceae). Je zouhet niet denken, maar bonen horen daar ook bij. Van dichtbij is dat aan de bloemen wel te zien.

 

Waar komt de naam vandaan?

Ja, waarom heet de Cercis Judasboom? Het (volks)verhaal wil dat dit de boom is waaraan Judas zich na zijn verraad heeft verhangen. Daarop voortbordurend: eerst waren de bloemen wit, maar na het verraad van Judas verkleurden ze van schaamte.

Ik stel me voor hoe zoiets ontstaat in de tijd dat verhalen nog van mond-tot-mond gingen. Op één van die lange avonden zit een groepje mensen bij het vuur. Iemand vertelt een verhaal over een boom die op het kale hout bloeit met paarse bloemen. En, om het interessanter te maken, vertelt hij dat dit zou komen omdat Judas, jeweetwel……. enz. De volgende dag vertelt iemand het verder, blij met een mooi verhaal. En vele jaren later, eeuwen later misschien wel, staat het overal in de boekjes!

 

 

Je stapt gewoon je deur uit: Landgoed Schothorst

Natuurlijk baal ik intussen van alleen “ommetjes om het huis”. Maar ik moet in beweging blijven en als ik dan onderweg toch weer wat moois zie, kan ik me er wel mee verzoenen. Deze keer liep ik naar de wijk Schothorst. Genoemd naar Landgoed Schothorst, dat vroeger buiten lag, maar nu door alle nieuwbouw midden in de wijk ligt. Met mooi weer is het er druk, maar ik koos een druilerige dag.

Ik begon bij het Valleikanaal, op het punt waar ik de vorige wandeling was gestopt. Ik volgde het kanaal stukje tot langs de zijkant van een verzorgingshuis. Aan het hek hingen bordjes met “Houd afstand”, een mevrouw met een rollator wandelde in de tuin. Dan de wijk Schothorst in. Ik nam het Reinaartpad. Aan de straatnamen te zien is dit een literaire wijk. Eerst passeerde ik  de middeleeuwse `Vos Reinaerde”. (Bruunplein, Tibeerthof). Na het Kanteklaarpad stak ik de Sara Burgerhartsingel over en was ik ineens een paar honderd jaar verder.

Na nog een klein stukje tussen de huizen was ik er. Ik nam niet de hoofdingang, maar een zijpaadje waarmee ik direct in het bosgedeelte was. Het landgoed heeft twee “sferen”: aan de ene kant bos met oude bomen, veel vogels en een mooie laan met rode beuken. Aan de andere kant zijn er de “vegetatietuinen”, de vlindertuin, de natte tuin, de droge tuin etc. Er is een sterrenwacht, een nagebouwde middeleeuwse boerderij, volkstuinen en een natuurspeelplaats.

Van alle kanten zongen vogels en ik weet dat er ook veel vleermuizen zitten. Ik heb hier wel eens met een batdetector gelopen. In een veldje tussen de bomen spotte ik een fazant, later zag ik er ook een op het erf van de boerderij. Onder de bomen zag ik wilde en minder wilde planten: o.a. salomonszegel, veel look-zonder-look, boshyacinten en een donkerpaarse geranium.

Het hek van de boerderij zat dicht, er liepen wel schapen buiten. Verder zag ik geen dieren, waar zouden de koeien zijn gebleven? Ik verliet het terrein langs het landhuis, dat “de villa” wordt genoemd. Een vierkant huis met een bordes en pilaren ervoor. Er zitten kantoren in. Eerlijk gezegd vind ik het nogal lelijk. Langs de Schothorsterlaan gaat het park nog verder. Het natte gebiedje was verboden terrein vanwege het broedseizoen. Verderop zijn sportvelden en een schaapskooi, dan ben je al in Hoogland.

Via het voetpad langs de weg en daarna een graspad wandelde ik terug tot ik weer bij het Valleikanaal was. Het laatste stuk ging langs het kanaal tot mijn beginpunt. Toch weer een mooie middagwandeling.