Open tuinen in De Treek

Den Treek-Henschoten is een uitgestrekt landgoed met bossen en heide. Er zijn wandel-, fiets- en ruiterpaden, er staan ook huizen en boerderijen. 

DSCN8260 (2)

Afgelopen weekend waren twee tuinen in De Treek open voor bezoekers. Geheel passend bij het seizoen noemden ze het “bollenweekend”. Ik stapte op mijn fiets en ging kijken. Eerst naar

Tuin Hubertushof 

Vanaf de weg is niet te zien dat hier een flinke bostuin ligt. Je ziet het pas als je door de carport bent. De tuin is aangelegd met respect voor wat er al was. Door de tuin heen loopt een sloot die al meer dan 100 jaar oud is. En ook de hortensia’s zijn blijven staan.

RSCN8263

dramaqueen (2)De tuin staat nu vol met voorjaarsbloeiers. Primula’s, viooltjes, bosanemoontjes, epimediums en de bloembollen zoals tulpen, zomerklokjes, keizerskroon.

En vooral heel veel soorten narcissen. Zo leuk om al die soorten te zien, veel kende ik er niet maar deze narcis vergeet ik niet snel meer. Ze heet dramaqueen en zo ziet ze er ook uit.

Bij de kleine kas stonden plantjes te koop. De eigenaresse was ook niet te beroerd om met een schepje even wat uit te steken.  

DSCN8239 (2)

In de zomer wordt deze tuin een dahliafeest. De eerste dahlia’s stonden al in de grond. Dat had ik deze week ook net gedaan. Toen ik ernaar vroeg vertelde de eigenaresse dat ze dahlia’s -net als ik- ’s winters in dozen op zolder bewaart. 

Achter de tuin liepen een paar ezels, ik hoorde ze balken. Waarschijnlijk vonden ze dat er teveel bezoek was, want ze lieten zich niet zien. Ze dragen wel hun steentje bij: de ezelmest wordt gebruikt in de tuin.

Even verderop ligt de

Tuin In de Boomgaard

DSCN8257 (2)Deze tuin is vanaf de weg gedeeltelijk te zien. Ik was er al eens eerder geweest.

De voortuin is in de kleuren wit en geel gehouden. Ook hier veel narcissen, tulpen en ik zag witte judaspenning.

De tuin achter het huis is anders, hier overheersen de kleuren oranje en rood.

Deze tuin is kleiner dan De Hubertushof en misschien is daarom gewerkt met veel potten. Ze staan in groepjes bij elkaar geschikt. Er zaten prachtige combinaties bij, zoals deze. Met eenvoudige viooltjes, vergeetmijnietjes en één heuchera gaf het een prachtig effect.

Ook hier plantenverkoop. Deze tuin is wat “commerciëler”, want in het tuinhuis is een winkeltje met vazen en potten en je kan er cursussen volgen in bloemschikken en boeketten maken. 

DSCN8258 - kopie

Het is altijd leuk om andere tuinen te zien. Ik doe er altijd wel weer een idee op. Vooral met combinaties van eenvoudige planten en simpele praktische trucs ben ik blij. En vaak leer ik er weer een nieuwe plantennaam bij.

20210501_130945 (2)Meestal neem ik ook wel weer een plantje mee, deze keer kocht ik een pot met botanische tulpen en een lathyrus. Daar moet ik dan nog wel een plek voor vinden, maar dat lukt vast wel.

En omdat het kon, de terrassen weer open zijn en de zon scheen ging ik tussendoor lunchen op een terras. Ik was niet de enige die deze zaterdag een terrasje pakte. Toen ik een foto van mijn smoothie appte kreeg ik reacties terug met “Ik zat ook op een terras!“, al dan niet vergezeld van een plaatje. 

In augustus zijn allebei de tuinen weer open, dan natuurlijk voor de dahlia’s. 

Bekijk hier de beide tuinen:

Hubertushof

In de Boomgaard

 

Oude wijfjes (Ipheion uniflorum)

Toegegeven, de naam “oude wijfjes” klinkt niet bepaald sexy. Toch wil ik hier een lans breken voor dit plantje dat officieel Ipheion uniflorum heet en bekend staat als oude wijfjes. 

RSCN8204 (2)

Wie verzint zo’n naam? Nou, volgens de website van “Groei&Bloei” was het Rita van der Zalm: “Onze ongekroonde bloembollen-koningin Rita van der Zalm gaf haar een oer-Hollandse bijnaam: Oude Wijfjes, vertederend, want Oude Wijfjes zeggen lieve, bescheiden en verstandige dingen.”

Tja, ik zou hier niet durven beweren dat oude wijfjes alleen lieve, bescheiden verstandige dingen zeggen. Maar goed, Ipheion is een bescheiden plantje. Bescheiden, omdat ze klein is en ook omdat ze zich gemakkelijk laat overgroeien door grotere planten. Overigens kwam ik ook nog de naam “voorjaarster” tegen, dat spreekt mij meer aan. 

Onbekend maakt onbemind?

Ipheion is een tamelijk onbekend bolgewasje. Er is weinig over te vinden, ook in het Bloembollenboek van Jacqueline van der Kloet wordt ze slechts zijdelings genoemd. Ik vind dat jammer, want het is een erg leuk plantje. Het blad heeft een uiachtige geur, ze is familie van de ui. 

Het toeval wil dat Ipheion al jaren in mijn moeders tuin staat. Mijn moeder zei dat het plantje  onverwoestbaar was. Dat sprak mij wel aan. Bovendien leek het mij mooi om te combineren met de blauwe druifjes, die al in mijn voortuin staan. Ik groef een paar pollen uit en plantte ze thuis tussen de blauwe druifjes.

Het eerste jaar zag ik er nog niet veel van, maar dit jaar staan ze her en der te bloeien. Het zijn kleine sterretjes, witte bloemetjes met een zweempje blauw. Eén bloemetje per steel. En ze combineren inderdaad mooi met de blauwe druifjes. Ze bloeien tegelijk, maar Ipheion bloeit langer: van maart tot juni. 

DSCN8201 (2)

Een beetje a-typisch 

Ipheion is geen stinsenplant, maar wel een verwilderingsbol. Eigenlijk een beetje a-typisch bolgewas. In tegenstelling tot de meeste voorjaarsbollen komt ze niet uit Turkije, de Kaukasus of verder weg in Azië. Nee, Ipheion komt uit Argentinië en Uruguay. 

Je kan in het voorjaar polletjes uitgraven en verplanten. Ook vermeerderen door pollen op te splitsen, zoals met sneeuwklokjes. Je kan ook bollen kopen (bijv. via de website van Sterke bollen). Maar bijzonder is dat Ipheion zichzelf ook vermeerdert via zaad. Natuurlijk vormen andere bolgewassen ook zaad, maar het duurt jaren en jaren voor je een tulp uit zaad hebt opgekweekt. Dat kun je beter aan de echte kwekers over laten. 

Ipheion houdt van een droge standplaats in de volle zon. Dat maakt haar interessant nu onze tuinen droger worden. Een bepaalde voorkeur voor de grondsoort heeft ze niet, bij mijn moeder staat ze op klei en bij mij op zand.

Plant dus wat oude wijfjes in je tuin, geef ze wat ruimte tegen het overgroeid raken en vergeet die suffe naam meteen. 

 

Wat is dit nou weer?

Tijdens mijn wandelingen zie ik van alles. Nu dit weer:

Maar wat is het? Ik vind het toch echt lijken op een narcis. Er bestaat een herfstbloeiende narcis: de Sternbergia lutea, maar die is geel. Dus is het dan een narcis die in de war is en veel te vroeg tevoorschijn komt?

29 November mensen en ik vind een bloeiende narcis?!

Herfstbloeiende krokussen zijn algemener. Is dit misschien toch een krokus? Het lijkt er niet echt op, hoewel het trompetje er nogal verfrommeld uit ziet. Wat heb ik gezien?

Voorlopig houd ik het op een verdwaalde narcis.

 

 

Narcissen

Ineens zie ik ze overal: narcissen. In het park en het plantsoen en in de tuinen. Ook valt me op hoeveel soorten narcissen er zijn. Er zijn vroege en late, groot en klein,  heldergeel en bijna wit. Narcissus is een bolgewas en hoort bij de familie van de Amaryllidaceae. De oervorm van de narcis is een bloem met één rij kelkblaadjes en een hart dat uitsteekt en daarom trompet genoemd wordt. Maar er zijn ook dubbele narcissen met zoveel kelkblaadjes dat het hart nauwelijks nog zichtbaar is.

De Griekse mythe over Narcissus

Narcissus was de mooiste jongeman uit de Griekse mythologie. Hij was zo mooi dat iedereen verliefd op hem was, maar hij besteedde geen aandacht aan hen. Daarom werd hij betoverd door zijn eigen spiegelbeeld. Op een dag liep hij langs een vijver waarin hij het gezicht van een mooie jongen zag. Hij boog zich voorover, maar elke keer als hij het water raakte, verdween de jongen. Uiteindelijk stierf hij van verdriet en uitputting. Er bleef alleen een heldergele bloem over: de narcis. Nog steeds buigt het kopje van de narcis zich naar beneden.

Narcissen van vroeg (februari/maart) tot laat (mei)

Een van de vroegste narcissen die iedereen wel kent is de “Tète-a-tète”, kleine felgele bloemen. Je koopt ze in het vroege voorjaar in potjes bij de supermarkt, het tuincentrum, op de markt en het station. Als ze binnen uitgebloeid zijn, kun je ze in de volle grond zetten. Ze komen gegarandeerd het volgend voorjaar als eerste terug. Iets minder bekend, ook vroeg en ook te koop in potten is de “Narcissus bridal crown”. Deze kleine narcis is wit en heeft dubbele bloemen met een klein geel hartje. Er zitten altijd meer bloemen aan één steel (tot wel 20 is mogelijk!). Ze geuren sterk, een geur waar je van houdt of niet….. Ook deze kun je na de bloei in de tuin zetten. Mijn ervaring is dat ze minder makkelijk terugkomen het volgend jaar. Deze twee soorten zijn in april uitgebloeid. Er zijn in april geen narcissen in pot meer te koop.

Je kunt narcissen soms als snijbloem kopen, maar ze staan niet lang in de vaas. Het zijn meestal de zogenaamde potloodnarcissen. Kleine bosjes met stelen zonder blad en heldergele bloemen. Je kunt narcissen niet samen met andere bloemen in een vaas zetten, want ze scheiden een slijmerige, giftige stof uit. Nee, in april moet je narcissen in de tuinen zien. De bollen van de narcis zijn ook giftig. Dat heeft het voordeel dat ze niet worden opgegeten door muizen.

Er zijn nu een heleboel soorten te zien, van wit tot donkergeel. Sommigen hebben een klein hartje, anderen hebben een trompet die groter is dan de kelkbladen. Narcissus Jetfire  bijvoorbeeld is heldergeel met een oranje trompet. Ik zag onderweg een soort staan die helemaal zachtgeel is en naarmate hij langer bloeit steeds witter wordt en met twee bloemen aan één steel. Ik denk Narcissus Curlew. 

Een van de laatste bloeiende narcissen is de Narcissus Poeticus, de dichtersnarcis. die bloeit pas in mei. Hij is wit, het hart is geel met een klein oranje randje.

 

En dit zijn er nog maar een paar: er zijn nog veel meer soorten: Pink Charm; Peeping Tom; Yellow Salome enz. enz.

Hebben?

Wil je zelf narcissen in de tuin, dan zou je kunnen beginnen met de “Tète-a-tète”. Wil je eens wat anders, koop dan bollen bij een goede kweker waar je goede keus hebt. Plant ze in het najaar, in een zachte december kan ook nog wel. Strooi de bollen willekeurig (als pepernoten) en plant ze dan waar ze gevallen zijn. Dat voorkomt stijve rijtjes. Was je handen na het planten, ze zijn licht giftig. En dan het allerbelangrijkste: laat het loof vanzelf afsterven!!! Knip de uitgebloeide bloemen af, maar laat het loof staan. Hiermee voedt de bol zich voor de bloei in het volgend jaar.

Een eigenzinnige tulp

Onlangs kocht ik een bosje witte tulpen op de markt. Ik zette ze in een vaas samen met wat rode takken en hulst uit de tuin. Na een paar dagen waren de knoppen helemaal open. En toen zag ik dit:

Eén witte tulp had een blaadje dat voor de helft rood was. Precies kaarsrecht over het midden. Alsof iemand er een onzichtbare streep langs had getrokken. Hoe kan dat? Het antwoord moest toch te vinden zijn in het dikke boek van Anna Pavord: “De Tulp”. En ik denk dat ik het heb gevonden.

Als sinds de vondst van de eerste tulpen, is men gaan experimenteren met het kruisen van verschillende soorten. Kwekers selecteerden op verschillende eigenschappen: sterkte, vroegbloeiend, vorm, kleur etc.  Dat leverde veel bijzondere variëteiten op. Hoewel het ook heel vaak niet lukte.

Aan het eind van de 19e eeuw, gingen ook wetenschappers zich ermee bezig houden. Ze probeerden te analyseren hoe het precies zat met kleuren van tulpen.

Oranje tulpen zijn combinaties van carotenoïde en (rode)cyanidine; in andere rode tulpen zit een pigment dat pelargonidine heet. Maar tulpen die op het oog dezelfde kleur hadden, bleken bij analyse in het laboratorium te zijn opgebouwd uit totaal verschillende combinaties van kleurstoffen. Ook bleek dat een gele tulp die alleen carotenoïde bevatte en gekruist werd met een andere soort gele tulp met dezelfde kleurstof, toch heel andere nakomelingen voortbrachten: ineens overheerste de rode cyanidine.”

“De onderzoekers kwamen tot de conclusie dat de rode kleur een recessieve eigenschap in de gele hybride moest zijn, die niet altijd tot uiting komt. Maar zich schuilhoudt, om op onverwachte momenten tevoorschijn te komen om de kwekers aan de wilde voorouders van de tulp te herinneren.”

Natuurlijk komen er in de natuur ook spontane mutaties voor. En ook ontdekte men bijvoorbeeld dat de grillige gevlekte tulpen die in de tijd van de “Tulpomania” zo gezocht en duur gekocht waren, last hadden van een virus, de veroorzaker van het grillige patroon.

Maar ik denk dat deze mutatie toch te danken is aan een rustend pigmentstofje dat zich verborgen hield tussen de anderen. En nu tevoorschijn komt en even de wilde haren laat zien.

De Tulp”, Anna Pavord

De tuin van kasteel Amerongen

Kasteel Amerongen

Tulipa Keizerskroon

is een kasteel met een geschiedenis van zo’n 700 jaar. Het huis dat er nu staat is vanaf de grond opnieuw gebouwd in Hollands Classicistische stijl nadat het kasteel in 1673 verwoest was door de Franse bezetting. Tegelijk werd  ook de tuin opnieuw aangelegd. Dit gebeurde onder leiding van Margaretha Turnor. Omdat deze dame tientallen brieven schreef aan haar afwezige echtgenoot (hij was diplomaat), is veel bekend over het reilen en zeilen van zo’n huishouden in die tijd. Ze begon haar brieven vaak met: “Mijn heer en liefste hartje”. In 1879 liet Graaf Bentinck het kasteel aanpassen door architect Pierre Cuypers. Vandaag de dag is het kasteel niet meer bewoond, maar wordt onderhouden door een stichting. Dagelijks zijn er in het huis rondleidingen.

De tuin van het kasteel

Er is een grote tuin met boomgaard, moestuin, bospark en bloementuin. In de 19e eeuw is de tuin nog een keer opnieuw ingericht in neo-renaissance/neo-barok stijl. De tuin wordt onderhouden door een grote groep enthousiaste vrijwilligers. Vorig jaar werden 75.000 bloembollen geplant. De bekende groenontwerper Jacqueline van der Kloet heeft het ontwerp verzorgd voor de bollenaanplant en voor een bloementuin die het hele jaar bloeit.

Naast de brug over de slotgracht zijn stroken met een bijenvriendelijk bollenmengsel geplant: o.a. blauwe en witte druifjes, sneeuwroem (Chionodoxa) en narcissen.

Over de slotgracht liggen de bloementuin en de moestuin. Oorspronkelijk was dit allemaal moestuin, nu is het ongeveer half om half. Van de moestuin was nog niet veel te zien, wel stonden er al fruitbomen in bloei.Voor wie het zich nog herinnert: een paar jaar geleden werd hier het tuin-en kookprogramma “Van Hollandse bodem” opgenomen. Maar daar is nu niets meer van te zien.

Behalve de door Jacqueline van der Kloet ontworpen tuin,liggen hier ook de veldjes met klassieke tulpen, waaronder nazaten van Tulipa Keizerskroon (foto boven)) die teruggaat tot 1760.

Het bospark

Het bospark is maar klein. Er staan wel wat oude bomen, maar het is niet echt een productiebos. Behalve de klassieke, in mijn ogen, wat stijve tulpen in de moestuin, zijn er in het gras van het bospark recent bostulpen voor verwildering aangeplant. Zoals de gele Tulipa Sylvestris. Ze zijn kleiner, maar ogen veel natuurlijker.

In het bospark staan ook verschillende stinsenplanten. Naast de bekende witte bosanemoon groeit hier ook de zeldzame gele bosanemoon. In het gras slingeren zich stroken met verschillende soorten narcissen (op de foto:Jetfire en Thalia) en er staan Camassia’s die nog niet bloeiden. Het is een goed doordacht schema. De sneeuwklokjes en de kleine iris reticulata waren uitgebloeid. De grote irissen rond de vijver moesten nog beginnen een ook de bluebells bloeiden nog niet. Zo bloeit er het hele voorjaar iets.

De speciale bloembollenrondleiding is er nog op 13 en 20 april 2019 om 14.00 uur.

 

 

De kasteeltuin is nu echt jaarrond te bezoeken. En zeker op zo’n lentedag wanneer over alles die lichtgroene waas ligt en de fruitbomen in bloei staan, is het absoluut een aanrader.

website: Kasteel Amerongen

website: Jacqueline van der Kloet

 

Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis)

Een lieflijk plantje

In een schaduwhoekje in mijn tuin, waar veel planten het niet fijn vinden, staat het lelietje van dalen. Het is een plantje met vrij grote bladeren. Om deze tijd van het jaar bloeit het met trosjes witte, heerlijk geurende bloemetjes. Je vindt het lelietje van dalen ook wel in het bos onder de bomen.  

Het lelietje van dalen lijkt een klein bescheiden plantje. Toch zijn veel tuiniers er niet blij mee. Het is nogal een woekeraar. Onder de grond vertakken de wortelstokken zich steeds verder de tuin in. Doe je daar niets tegen, dan krijg je binnen een paar jaar een tapijt van lelietjes van dalen. In het bos is dat leuk, maar in je tuin wil je wat variatie.

In Frankrijk geef je je geliefde(n) op 1 mei een boeketje lelietjes van dalen (muguet) als symbool van liefde en vriendschap. Dit gebruik dateert al uit de Middeleeuwen, toen de meimaand nog als begin van de lente beschouwd werd. Dat zou dan weer terug te voeren zijn op voorchristelijke Keltische gebruiken. Er zijn veel middeleeuwse liedjes die de meimaand bezingen, zoals het bekende “Die winter is verganghen, ic sie des meien schijn.” 

 

Gelijkenis met daslook

Het blad lijkt erg op dat van het daslook (Allium ursinum). Dit bloeit om dezelfde tijd van het jaar en ook met witte bloemetjes, hoewel die niet heerlijk geuren en er net iets anders uitzien. Het zijn nl. geen trosjes. Daslook staat zowel in tuinen als in het bos en het woekert ook nogal. Maar daslook is een bolgewas en familie van de ui. Het blad is eetbaar. Je kunt daslookblad in een recept gebruiken in plaats van lente-uitjes. Of je kunt er daslooksoep van maken. Let op dat je de goede plant voor je hebt, want ook al lijken ze op elkaar: het lelietje van dalen is giftig; niet alleen het blad, maar alle delen van de plant. Een overduidelijke uiengeur wijst op daslook.  Tot 1 januari 2017 was daslook  in Nederland nog een beschermde plant. Over daslook blogde ik twee jaar geleden op moesblog (april 2016) zie Daslook 

daslook (Allium ursinum)

 

De avontuurlijke tulp

Geen enkele andere bloem is, denk ik, zo verbonden met allerlei politieke ontwikkelingen: de Franse revolutie, de Engels-Hollandse zeeoorlogen, de opmars van de Turken tot voor Wenen. De tulp was overal bij. Anna Pavord, een Engelse tuinjournaliste heeft het allemaal uitgezocht en opgeschreven in “De Tulp”. anna-p

Een “koffietafelboek” heet zoiets. Een dik boek, mooi geïllustreerd en leuk om op te pakken en in te bladeren. En eerlijk, ik viel indertijd ook voor de uitvoering, mooi gebonden, mooie bladspiegel en veel botanische tekeningen van tulpen door de eeuwen heen. Daar komt bij dat ik gek ben op tulpen. Maar het boek is meer dan een kijkboek. Anna Pavord houdt van tulpen: in de inleiding beschrijft ze een zoektocht naar een kleine wilde tulp (Tulipa bakeri) die alleen op Kreta te vinden zou zijn. “Ik vermoed dat er enkele mensen zijn die ervoor kiezen om niet van tulpen te houden. Maar zo’n afwijking valt nauwelijks te begrijpen”.

Natuurlijk gaat het over de Hollandse tulpengekte die tussen 1634 en 1637 op zijn hoogtepunt was. Tulpenbollen werden toen verhandeld voor enorme bedragen, te vergelijken met de prijs van een grachtenpand. De meest gewilde tulpen in die tijd waren de zgn. “gebroken” tulpen, d.w.z. tulpen die een gekleurde tekening van dunne strepen hadden. Die tulpen zagen er uit alsof ze met een fijn penseel beschilderd waren met verschillende kleuren. Dat het niet te verklaren was hoe dat kwam, dreef de prijs nog meer op. Pas in de vorige  eeuw ontdekte men dat een virus de oorzaak was, een virus dat verspreid werd door de bladluis…….

Het oosterse avontuur.

Als je teruggaat naar de oorsprong van de tulp, dan moet je ver. Ver in de tijd en ver op reis. Tenminste naar de 15e eeuw en naar Centraal Azië, Irak, de Kaukasus, Koerdistan. Daar groeien kleine wilde botanische tulpen. (Tulipa bukkkovii en T.schrenkii). Misschien zou ik ze niet eens herkennen: ze zijn totaal verschillend van de gekweekte exemplaren die je nu op de markt ziet. Rond 1800 werd in het noorden van Italië een steviger en grovere tulp gevonden (Tulipa preacox). Maar was dit wel echt een wilde tulp? Dat weten we niet. In Turkije was deze tulp al eerder bekend en de tulp reisde heel wat af. Ze breidde haar terrein uit tot aan de Himalaya en de Balkan. Veel verdere reizen maakte ze ook, gebruikmakend van de oude routes van handelskaravanen tot in Noord-Afrika. Om uiteindelijk terecht te komen in o.a. Nederland, Frankrijk en Engeland. turkse_tulp_150dpi

In Turkije werd de tulp zeer gewild in paleistuinen. Het begon allemaal rond 1400 met de tuinen van het Topkapi Paleis in Istanboel. De tulpen voor deze tuinen werden eerst uit het wild gehaald. Er zijn bevelschriften teruggevonden waarin de bevolking honderden tulpenbollen moest leveren als belasting in natura. Later ging men ertoe over om zelf tulpen te gaan kweken, zo had men meer invloed op vorm en kleur. Er verscheen een handboek waarin precies is vastgelegd waaraan een tulp moest voldoen. Een spitse vorm was het ideaalbeeld. Overtollige bollen werden op de markt verkocht en in 1615 schreef een Engelse botanicus: “Je kunt je hier niet buiten begeven of je krijgt van derwisjen en janitsaren tulpen en prullen opgedrongen.” Toen nog niet bepaald een luxe-artikel dus. Sultan Ahmed III besteedde kapitalen aan zijn tuinen en organiseerde grote feesten als de tulpen bloeiden. Met het eind van zijn regering in 1730 was dit ook meteen afgelopen en verdween de tulp in de marge.

De sprong naar Noord-Europa.

In de 16e en 17e eeuw was er druk diplomatiek- en handelsverkeer tussen Turkije en Europa. Het was dan ook in die tijd dat de tulp in Europa aankwam. In 1562 vindt een Antwerpse koopman een aantal tulpenbollen bij zijn balen stof. Hij dacht dat het uien waren en at ze gepoft. Een paar ervan plantte hij in zijn tuin. Ze trokken de aandacht van Carolus Clusius, die zich in eerste instantie richtte op de eetbaarheid en toepasbaarheid als geneeskruid. Clusius legde o.a. de keizerlijke botanische tuin in Wenen aan en in 1593 kreeg hij opdracht om in Leiden een medicinale kruidhof aan te leggen. (Nog steeds te zien in de Hortus in Leiden). De naam “tulp” was toen nog niet algemeen. Sommige handboeken spraken van “lelieachtige planten zonder geur”. Anderen dachten dat het een variant van de narcis was. Hieruit kwam de naam van “Lilionarcissus”. Lang staat het zoeken naar de geneeskrachtige functie voorop. Pas rond 1590 komt het verzamelen vanwege de sierwaarde in beeld. Vooral de zgn. “gebroken” tulpen waren gewild. Iedereen die iets voorstelt (of dat wil) plant tulpen in zijn tuin: vorsten, bisschoppen, kooplui.

Ook Frankrijk kende zijn tulpengekte: in 1608 ruilde een molenaar zijn molen voor één tulpenbol en in 1611 ging een welvarende brouwerij voor een tulpenbol van de hand. Lodewijk XIV plantte de tuin van het Grand Trianon vol met tulpen. Frankrijk had lange tijd het grootste deel van de tulpenhandel in handen. Met de Franse revolutie kwam hier een eind aan. Toen verschoof de tulpenhandel naar Nederland. In Engeland was de tulp populair in de tuinen bij landhuizen. De Engelsen haalden hun tulpenbollen uit Nederland. Maar tijdens de Engels-Hollandse zeeoorlogen stagneerde de handel en gingen Engelse floristen zelf tulpen kweken.Er werden Society’s of Florists opgericht, er kwamen tulpententoonstellingen en -feesten.

dscn0177-kopie

Tulpen werden vooral toegepast in grote kleurvlakken in de tuin. Dit veranderde in de 18e eeuw. Aan de ene kant kwamen toen veel verschillende exotische planten uit de koloniën, tegelijk met de opkomst van tuinkassen. Ook de smaak veranderde, de Engelse landschapstuin kwam in de mode. In plaats van de kleurige tulpenvlakken werd er gecombineerd, bijvoorbeeld met onderbeplanting van primula’s en vergeetmenietjes.

Tot slot

Dit is maar een bloemlezing uit het dikke boek. Er staat ontzetten veel meer in te lezen. Over de toepassing van de tulp in de schilderkunst, op tegels en Perzische tapijten etc. Over de Hollandse bollenvelden en -kwekers die niet alleen steeds op zoek zijn naar nieuwe soorten. Er worden ook weer tulpen gekweekt met mooie fijne strepen, die sprekend lijken op de “gebroken” tulpen van een paar eeuwen geleden. Binnenkort naar de Keukenhof? In elk geval gauw weer eens naar de markt voor een bosje tulpen.