Plantaardigheden

Ik heb best veel planten in huis. Ik zal een kamerplant niet snel afschrijven. Ik probeer het eerst met een andere pot, nieuwe grond, een andere plek  Tot slot, als niks helpt, gewoon afknippen en opnieuw beginnen. Maar er zijn uitzonderingen.

De yucca

20220628_204125

Deze yucca bijvoorbeeld. Ik heb een grote yucca in de kamer en daarvan afgeleid stond deze “stek” die inmiddels ook al weer heel groot was op de overloop. ’s Zomers zette ik hem in de tuin, Dat ging goed. Maar zodra ik hem in het najaar weer naar boven deed, kreeg hij luis. Vieze plakkerige luis. Daar had ik geen zin meer in en vorig najaar liet ik hem gewoon buiten staan. Hij overleefde de winter maar het blad zag er te lelijk uit. Ik zaagde hem af; ja dat moest met een zaag, zo dik was de stam inmiddels. Ik zette hem in een hoekje van de tuin en vergat hem. Tot ik hem onlangs weer tegen kwam en kijk: hij leeft nog steeds en begint gewoon opnieuw.

De yucca wordt ook palmlelie genoemd en komt voor in Amerika.

De cactus

20220708_093521kopOf deze cactus, ik heb hem al jaren. Hij werd groter en groter, maar bloeide nooit.

Het werd een sta-in-de-weg. Eigenlijk was ik hem zat. Af en toe kieperde hij om, omdat hij te zwaar was voor de pot. Maar hij is te moeilijk om te verplanten. Ook naar buiten dus. Nadat hij de hele winter buiten had gestaan reageerde hij met bloemen!

De bloemen zijn inmiddels verdord en ik vind het nog steeds een lelijk geval voor in huis. Voorlopig blijft hij in de tuin staan.

Er zijn heel veel soorten cactussen. Ze zijn vooral afkomstig uit de droge gebieden in Zuid Amerika.

De hoya

Deze hoya (wasbloem) was ik nog niet zat, maar ik had er drie. De hoya is een plant uit de maagdenpalmfamilie en komt voor in veel landen in Azië.

DSCN9460kopIk hing er één buiten om eens te zien wat hij zou doen. Ik liet hem overwinteren in de schuur. En nu hangt hij weer buiten te bloeien. De bladeren zijn wel lelijk geworden. De hoya’s in huis hebben donker en glanzend blad. Deze bladeren zijn lichter en doffer. Waarschijnlijk omdat hij te veel direct zonlicht krijgt.

Maar hij bloeit, ongeveer gelijk met de bloei van de hoya in huis.

Deze exotische planten zijn vaak te zien in de kassen van een botanische tuin. Dan zie je hoe groot ze echt kunnen worden.

Moraal van dit verhaal: schrijf je planten niet te snel af, meestal zit er nog leven in.

Dublin: Botanische tuin en Glasnevin Cemetry

“National Botanic Gardens of Ireland”.

Als het even kan, dan ga ik in het buitenland ook naar botanische tuinen. Deze tuin in Dublin ligt midden in de stad. Toen ik er was, was lekker druk. De toegang is gratis, dus mensen lopen er gemakkelijk binnen. Het lijkt op een park met brede verharde paden en veel banken. Toch is het uitdrukkelijk niet bedoeld als park: honden, picknicks, joggen en fietsen zijn niet toegestaan.

De tuin is ruim 20 ha. groot en ik was er niet al te lang, dus ik moest kiezen.

Het bosgedeelte met allerlei soorten inheemse bomen heb ik overgeslagen. De kassen zijn indrukwekkend groot. Ik wierp een snelle blik in de kleinste kas het Palmtree House (foto).

Ik wandelde langs de uitgestrekte borders en langs de veldjes met plantenfamilies. Wat ik altijd weer heel verrassend vind is dat planten die er totaal verschillend uitzien, toch tot dezelfde plantenfamilie blijken te horen.

De borders waren al echt in nazomerkleuren. Heel leuk vond ik om zoveel pluimpapavers (Macleaya cordata) te zien. Ook zo’n plant, die in niets lijkt op een papaver, maar toch behoort bij de familie Papavaracea. Ik heb hem ooit een jaar in de tuin gehad, maar hij is niet teruggekomen, terwijl het toch een zeer sterke plant is met zelfs een neiging tot woekeren. Nu ik hem weer zag, ben ik vast van plan om het volgend jaar nog eens te proberen. Hij wordt tot 2 m. hoog, bloeit met meestal roze naar roodbruin verkleurende aren en is winterhard. Het zou een goede plant voor tegen mijn schuttingen zijn. Zo word ik altijd weer op ideeën gebracht.

de roodbruine aren van de metershoge pluimpapavers

Glasnevin Cemetry

Het bijzondere aan deze Botanische tuin is dat één uitgang uitkomt op een kerkhof: Glasnevin Cemetry, waarvan gezegd wordt dat er meer Ieren liggen dan er in de stad wonen. Veel graven zijn van Ierse vrijheidsstrijders o.a. Michael Collins en Eamon de Valera, die allebei een belangrijke rol speelden bij het ontstaan van de Ierse Republiek zoals die nu is. Het werd Michael Collins niet in dank afgenomen dat hij niet alle counties meekreeg in de “Treaty” van 1922, maar dat het noorden Brits bleef. Niet lang daarna (ca. 9 maanden) werd hij doodgeschoten in een hinderlaag. Helemaal zeker is het niet, maar algemeen wordt aangenomen dat dit een IRA hinderlaag was.

De Treaty bracht de vrijheid voor het grootste deel van Ierland, maar tegelijk de burgeroorlog in het noorden. In dit mooie land zijn het geweld en de “troubles” nooit ver weg. We hadden een buschauffeur die onderweg nog weleens een verlaten boerderij aanwees waar een wapenopslag was geweest of een rij heuvels waar gevochten was. Alsof het gisteren was. En zo lang geleden is het nu ook weer niet. Sommigen houden hun hart vast voor de Brexit. En als je daar bent dan is het toch minder makkelijk om lacherig te doen over Brexit.

monument voor leden van “The Irish Brotherhood”

Er is weinig groen op dit kerkhof, de grafstenen en kruisen staan erg dicht op elkaar. Daarnaast is er een gedenkmuur voor gevallenen in de beide Wereldoorlogen.

Een van de reden dat ik te weinig tijd had om de Botanische tuin helemaal te zien, is dat ik hier een tijdje heb rondgelopen. Het was er best druk, met bezoekers die net als ik gewoon wat rondwandelden, maar ook mensen met een plattegrond die heel gericht op zoek waren naar bepaalde graven.

Dan eindig ik nu met een mooie gemengde border met o.a. palmkool, snijbiet, canna’s  en zonnebloemen.

Over Michael Collins en de Treaty, kun je hier meer lezen.

 

Botanische tuin Zuidas

De Botanische tuin op de Zuidas

Hij stond al een hele tijd op mijn “to-do-lijstje”, deze tuin, maar ik was er nog niet aan toe gekomen. Tot nu, de tuin deed nl. dit weekend mee met Openmonumentendag. Een monument op de Zuidas? Ja, een vrijwilligster vertelde dat je de tuin gerust een monument kan noemen: hij is al zo’n vijftig jaar oud. Tja, zo bekeken ben ik ook een monument. Wat meer hout snijdt is dat er hele oude planten en bomen staan. Veel ouder dan 50 jaar, uit de 18e en 19e eeuw. Dat kun je gerust levende monumenten noemen! De tuin hoorde oorspronkelijk bij de VU en ontstond tegelijk met de bouw van de VU-Campus op toen nog een kale vlakte in Buitenveldert. Omdat de biologische en ecologische studies later geen gebruik meer maakten van de tuin is hij verzelfstandigd, maar kleiner. Nu is hij nog ca. 1 ha. De kale vlakte staat nu vol kantorenflats met veel glas. Ik stapte uit de bus voor het VU medisch centrum en nam voorbij het ziekenhuis de eerste zijstraat. Je loopt dan nog steeds langs het ziekenhuis. Zou hier echt een tuin zijn? Maar dan zie ik ineens het groen en zelfs Tithonia’s langs de weg. Daar was het. Terwijl ik het langs het hoofdpad verder naar achter liep werd me al drie keer “Goedemorgen” gewenst. Het hoofdpad komt uit bij een kleine systeemtuin en een plantenwinkeltje. 

Chinese tuin en Japanse invloeden

Direct als je aankomt lopen valt de bamboe op en de tuin met slingerende paadjes en Japanse invloeden. Verderop, verstopt achter een muurtje, is de Chinese tuin, (tuintje), ingericht met penjing. Dit is de voorloper van de bonsai. Het tuintje is stenig en is ingericht volgens oude Chinese principes. De penjing zijn ontstaan in Chinese keizerlijke tuinen. De planten worden klein gehouden door wortelsnoei en door het wegknijpen van uitlopers en naaldjes. Later is dit idee overgenomen en verder geperfectioneerd door de Japanners. Leuk detail: de penjing in deze tuin worden onderhouden door twee Japanse vrijwilligsters.

De tuin aan de wegkant heeft wel de Japanse invloeden: water, Japanse esdoorns, bamboe en een stenen lantaarn. Er slingeren paden doorheen, toch oogt hij niet echt Japans. Er staat een Katsura (karamelboom) en kijk eens hoe mooi de zon valt op deze papieresdoorn (Acer griseum). 

Succulenten en cactussen

Je kijkt je ogen uit, zo vreselijk veel succulenten er zijn. In de kassen, maar ook in potten buiten. Vooral de enorme hoeveelheid Tillandsiasoorten valt op. Dit zijn luchtplanten (epifythen), ze hangen op aan kabels langs de kas. ’s Winters moeten ze naar binnen en ’s zomers moeten ze regelmatig verneveld worden. Omdat het zo droog is geweest gebeurt dat nu met kraanwater, niet echt optimaal.

De tuin beheert de Nationale Collectie van de Clivia’s, die we nog wel kennen als ouderwetse kamerplant met oranje bloemen. Dat is juist een piepkleine collectie, er bestaan maar 8 soorten, ze hebben er 6. Bovendien zijn ze ook nog gespecialiseerd in planten uit Australië.

Bankjes en zithoekjes

De toegang tot de tuin is gratis. Ik kan me voorstellen dat je hier in je lunchpauze even binnenloopt. Overal zijn zitjes gemaakt. Ik vond een lekker beschut bankje op een vlonder aan het water. De tuin zit wel in de gevarenzone. Het ziekenhuis wil uitbreiden en grond op de Zuidas, dat kost wat. Er is een overeenkomst afgesloten tussen VU-MC en het stadsdeel, daarin is de toekomst gegarandeerd tot 2023. En dat duurt al niet zo lang meer….

De tuin werkt met een grote ploeg vrijwilligers en moet woekeren met geld: de meeste labels zijn onleesbaar geworden. Maar pas kreeg men een gift die de aanschaf van een printapparaat voor labels in de kassen mogelijk maakt.

 

Na deze tuin nam ik nog wat tijd om iets van Art-Zuid te zien,  dat kon alleen dit weekend nog. (Beeld “armen omhoog”van Eja Siepman).

Meer info over de botanische tuin op de website

 

 

 

Groen dagje Leiden

Ik was in Leiden voor de tentoonstelling over middeleeuwse tuinen in het Rijksmuseum voor Oudheden. Maar die viel me wat tegen, ik was er vrij snel doorheen. In hetzelfde museum is ook een mooie verzameling glas te zien. Als je er toch bent, ga zeker naar “Glas” kijken. Dat heb ik wel eens vaker: ik ga voor een speciale tentoonstelling, maar dan ontdek ik als “bijvangst” iets wat ik eigenlijk veel leuker, mooier of interessanter vind.

Hortus botanicus

Ik had nogal wat tijd over en ging lunchen in de Hortus, een stukje verderop aan het Rapenburg. Het hortusrestaurant is net verbouwd. Het was altijd een beetje krappe bedoening, maar nu kun je er heerlijk ruim zitten. Na de groentequiche liep ik de tuinen in. De Leidse hortus is de oudste in ons land. Hij heeft een heel eigen sfeer. Dat komt vooral. door de Japanse-Chinese connectie die er van oudsher is.

Zo is er een “Sieboldgedenktuin” in Japanse stijl. Von Siebold was een Duitse arts die tussen 1821 en 1829 op het Japanse eiland Deshima woonde en in die periode enorm veel planten ( plm.700 !) uit Japan naar ons land heeft gestuurd. Een stukje terug aan het Rapenburg ligt het “Sieboldhuis”, een klein maar fijn Japanmuseum. Daar schreef ik deze winter al eens over: “De poëzie van de Japanse natuur”.

De hortus heeft ook een Chinese kruidentuin, met geneeskrachtige Chinese kruiden omheind door dikke bamboestokken. Deze tuin is er nog niet zo lang en moet nog wat doorgroeien. Maar het ziet er wel leuk uit en er zijn duidelijke naambordjes (ook in het Chinees).

Het oudste gedeelte is de Clusiustuin; ontworpen door de plantkundige Carolus Clusius in 1590. Het is een vierkante tuin, verdeeld in vakken, traditioneel ingeplant met kruiden die in de oudheid gebruikt werden in de keuken of als geneeskruid.

Er is ook een grote varentuin, met veel soorten varens. Dit is de grootste collectie winterharde varens van Europa. Het was er prachtig groen, mede dankzij de regen van de laatste dagen.

De kassen sloeg ik deze keer over. Ze zijn zeker de moeite waard, maar ik was er een paar maanden geleden nog geweest toen er buiten nog niet veel te zien was. Langs de groentebedden en de veldjes met plantenfamilies liep ik terug.

Ik verliet de hortus aan de achterkant en wandelde over de Groenhazengracht en andere straatjes met geveltuintjes en via een bruggetje over het Galgenwater met woonschepen. Langs de Morspoort en door een klein park (Park de Put). Uiteindelijk via de tuin van het Volkenkundig Museum terug naar het station.

Website Hortus Leiden

Oude hortus Utrecht

Update:

In februari schreef ik dat de oude Hortus zou sluiten wegens verbouwing. Hij blijkt nu, april 2018, nog steeds open en er is nu een bloeiende zakdoekjesboom te zien(Davidia involucrata). Met dank aan Suzanne voor de tip! Verbouwing is uitgesteld omdat er een monumentenstatus voor het gebouw is aangevraagd. En dan moet verbouwing aan andere eisen voldoen. Maar voorlopig kun je er nog gewoon terecht.

In de binnenstad van Utrecht, achter het universiteitsmuseum, ligt de oude hortus. Een mooie stilteplek midden in de stad. Het was  alweer even geleden dat ik er was, maar deze maand wilde ik er nog even heen. Want vanaf 5 maart a.s. gaat de tuin ruim een jaar dicht. Het universiteitsmuseum gaat ingrijpend verbouwen en de hortus wordt meteen meegenomen. Zo moet de kas een nieuw dak krijgen. En er komt vanaf de straat meer zicht op de tuin. Daarmee is de oude hortus misschien straks niet meer “een goed bewaard geheim” in de stad.

De oude hortus werd in 1723 op de huidige plaats aangelegd. Een deel van de tuin was bestemd voor onderricht aan de apothekersopleiding. Er is nog steeds een kruidentuin. Vanaf ongeveer 1850 veranderde de opzet, er werd veel onderzoek gedaan naar plantensystemen en er werden practicaruimtes bijgebouwd. In 1963 werd de hortus overgeplaatst naar Fort Hoofddijk, vlakbij de nieuwe Uithof. De oude hortus werd ontmanteld en raakte in verval. In de jaren ’90 namen buurtbewoners het initiatief om de oude hortus te herstellen. De tuin heeft nu een kas en twee oranjerieën. De kleine oranjerie is nog in gebruik voor het overwinteren van (citrus)planten. In de grote zit het “Ginkgo-café”. In de tuin staat een oude ginkgo, die nu natuurlijk nog kaal was. Het is geen grote tuin, maar door slingerpaadjes lijkt hij ruim. Er loopt ook altijd  minstens één kat rond, die vanuit de aanliggende huizen komt buurten.

 

stinsenplanten: winterakoniet (Eranthis) met krokus en dwergiris (Iris Reticulata)

Het is nog vroeg in het jaar, toch bloeit er al van alles. Ik zag helleborus, toverhazelaar en winterjasmijn en verschillende stinsenplanten. En, ik kon mijn ogen en neus nauwelijks geloven, er bloeide een kamperfoelie.

de vroegbloeiende kamperfoelie (Lonicera fragrantissima)

De oude hortus is nog open tot 4 maart a.s. In het weekend van 24/25 februari zijn er allerlei activiteiten: op zaterdag een stekjesmarkt en op zondag muziek in de oranjerie en poëzie van Ingmar Heytze. Gratis toegang met museumjaarkaart. Bij de koffie kan ik de wortelcake aanbevelen.

Ik ben erg benieuwd hoe de nieuwe oude hortus er uit zal zien. Ik ga dat volgend jaar bekijken en zal er verslag van uitbrengen. Beloofd. De planning is nu dat de tuin in het voorjaar van 2019 weer open gaat. Gelukkig gaan de botanische tuinen in de Uithof op 1 maart a.s. weer open.

het programma voor het weekend 24/25 februari 2018.

El jardín botánico in Valencia en Madrid

Als ik in een stad ben, ook in het buitenland, kijk ik altijd of er een botanische tuin is. Zo langzamerhand heb ik er al veel gezien. In Kyoto bijvoorbeeld, Akureyri of Kopenhagen en vorige week in Madrid en Valencia. De botanische tuin in Valencia is een van de oudste in Spanje: gesticht in 1567 en sinds 1802 op de huidige locatie aan de Calle Quart. Die van Madrid dateert “pas” uit 1755 (verplaatst in 1774 naar Paseo del Prado) en zou de grootste van Spanje zijn. Voor mijn beleving ontlopen ze elkaar niet zoveel qua grootte.

Madrid ligt op de meseta, de Spaanse hoogvlakte, met ijzige winters en droge hete zomers. Valencia ligt aan de kust en heeft een milder, subtropisch klimaat. Dat verschil was duidelijk te zien in de tuinen. In de tuin in Madrid was vrijwel alles al uitgebloeid en verdord, het zag er daardoor wat troosteloos uit.

 

De dahlia’s bloeiden er nog wel. Ooit zijn in deze tuin in Madrid de allereerste dahlia’s in Europa opgekweekt uit zaad meegebracht uit Mexico. In Valencia was de tuin minder dor en alles stond er wat beter bij; ook al was ook hier natuurlijk het meeste al uitgebloeid. Beide tuinen hebben een afdeling kruiden en eetbare planten, zoals een collectie druivenrassen en citrusbomen (foto Citrus maxima pomelo). In Madrid was oorspronkelijk de helft van de tuin bestemd voor kruidenteelt. De koning had bepaald dat inwoners van Madrid die een medicinaal kruid nodig hadden, dit hier gratis kon halen. Beide tuinen hebben een warme kas. In Madrid stonden daar behalve tropische planten ook heel veel cactussen in. In Valencia stonden de cactussen gewoon in de open lucht en dat zag er toch veel mooier uit.

In Valencia was de grootste kas een schaduwkas: met o.a. rozen. De kas is opzij open en heeft een overkapping met zonneschermen. Veel planten die je in de tuinen ziet staan zijn enorm groot. Zie bijvoorbeeld deze Kalanchoe beharensis Drake. Het blijft apart om te zien hoe groot onze kamerplanten in werkelijkheid worden onder optimale omstandigheden.

 

De maand oktober blijkt niet de beste maand te zijn om de tuinen op hun waarde te kunnen schatten. Ik vermoed dat beide tuinen in het voorjaar veel mooier en kleurrijker zullen zijn. Dus laat je niet weerhouden mocht je er in de buurt komen.

Er zijn meer tuinen te bezoeken, parken natuurlijk, maar ook paleistuinen zijn vaak openbaar toegankelijk. Daarover een volgende keer.

PS: ik wil iedereen heel erg bedanken voor de aardige reacties op mijn vorige blog.

 

 

Surinaamse spinazie

Af en toe verschijnt er spontaan een plant in mijn tuin. En ik ben altijd in voor een verrassing. Dus als ik de plant niet (her)ken, zet ik hem in een bloempot om te kijken wat het wordt. Deze keer was het een plant met donkergroene blaadjes. Eenmaal in de pot, schoot hij omhoog en in juli begon hij te bloeien met groene aren. Nog steeds leek hij nergens op.

Surinaamse spinazie

Ik vermoedde dat het een uitzaaier was die bij de buren vandaan kwam. Dus toen hij in bloei stond, riep ik mijn Surinaamse buurvrouw erbij. En ja, zij kende hem wel: het was Surinaamse spinazie. Het was niet de bedoeling dat hij zo hoog werd; om de blaadjes te eten knip je ze steeds af tot 5 cm. boven de grond. Maar nu hij zaad ging zetten, moest ik dat zaad zeker voor volgend jaar bewaren. Twee dagen later bracht ze een bakje eten: aardappeltjes met Surinaamse spinazie. Het was lekker pittig, zo pittig dat ik nog steeds niet weet hoe Surinaamse spinazie van zichzelf smaakt. En ik had ook nog geen naam kunnen vinden voor die Surinaamse spinazie.

De botanische tuin bracht de oplossing

Afgelopen vrijdag fietste ik weer eens naar de botanische tuinen in Utrecht. Ik zag de bloeiende grassen, de bessen en de bottels. En opeens stond hij daar: mijn Surinaamse spinazie. Amaranthus retroflexus, subtropisch, uit Amerika. Ernaast stond een andere, prachtig dieprode,  Amaranthus hybridus. 

Er blijken heel veel amarantsoorten te zijn. Een groot aantal is vooral geschikt om te eten.  Engelsen noemen het Chinese spinach, ook kwam ik de naam klaroen tegen. Andere soorten, vooral de dieprode,  hebben een geweldige sierwaarde.

Volgend jaar wil ik Surinaamse spinazie, ofwel amarant in de tuin. De zaadjes begonnen te vallen, ik heb de eerste eraf gehaald, ervan uitgaand dat ze rijp genoeg zijn. Het zaad ziet er uit als couscous en ik las dat het op die manier ook gegeten kan worden. Daarvoor heb ik lang niet genoeg en ik wil zaaien! Misschien eerst nog onder glas. Hoewel, mijn buurvrouw strooit het zaad ook zo in de volle grond.

Ik ben zo benieuwd, ik kan bijna niet wachten tot volgend jaar. Het zaad van de amarant (verschillende soorten) is overigens ook gewoon te koop bij de zaadhandel.

Amaranthus hybridus

 

 

 

 

Heidetuin Von Gimborn arboretum in Doorn

Augustus, de heide bloeit weer paars. Want heide is paars toch? Natuurlijk, er zijn ook witte heideplantjes, maar het algemene beeld (ook het mijne) van de heide is een paarse vlakte. Totdat ik onlangs een bezoek bracht aan de heidetuin in het Von Gimborn arboretum in Doorn. Er ging een wereld voor me open, zoveel soorten heide. 

de heidetuin; niet alleen paarse heide

Droge en natte heide

De meeste heidevelden in ons land zijn droog en liggen op zandgrond; de gewone witte of paarse struikheide (Calluna vulgaris) doet het daar goed. Daartussen staat soms wat dopheide (Erica tetralix). Van oudsher zijn er in ons land ook natte heidegebieden, op veengrond. Je vindt ze vnl. nog in Drenthe. Veel zijn verdwenen: door ontginning, want ze leverden goede landbouwgrond op, maar ook door de lage grondwaterstand. Op een nat heideveld groeit geen struikheide, maar hoofdzakelijk dopheide. Op sommige plaatsen probeert men door vernatting deze heide weer terug te brengen. Zie ook mijn blog orchideeën op de hei?

De heidetuin

In de heidetuin staan ook soorten die je niet zomaar langs de weg vindt. Het informatiepanel noemt behalve de struik- en de dopheide de volgende hoofdsoorten: lavendelheide (Andromeda), kraaiheide (Empetrum), Ierse heide (Daboecia). Van deze soorten zijn er dan ook weer ondersoorten te zien. Ik zag vooral veel Ericasoorten. Bijvoorbeeld voorjaarsheide (Erica x darleyensis) die bloeit in het vroege voorjaar. En sneeuwheide (Erica carnea) bloeitijd november-februari.  

Af en toe duizelde het me, al die namen van soorten en ondersoorten. Echt verwarrend vond ik de Ierse heide (Daboecia), nauw verwant aan de dopheide, en de Irish lemon (Erica x stuartii). Allebei komen ze oorspronkelijk uit Ierland, waarom dan die 2 soortnamen? Ik heb het niet kunnen ontdekken. Als iemand het wel weet, hoor ik het graag.

  

Ierse heide (Daboecia) en Irish lemon (Erica x stuartii)

Een soort wil ik nog laten zien, omdat hij zo anders is dan de anderen: de boomheide (Erica arborea). Afkomstig uit het gebied rond de Middellandse Zee en Afrika. Het waren meer struikjes dan bomen; maar wel hoger dan de struikheide. 

boomheide (Erica arborea)

Ik blijf de paarse heide prachtig vinden. Wil je eens wat anders zien, dan is een heidetuin een goed alternatief. Er zijn natuurlijk meer heidetuinen, bijvoorbeeld in Driebergen en Bergen op Zoom. Die in het Von Gimborn arboretum is een van de grootste in ons land.

Website: Von Gimborn Arboretum

 

 

 

Bloesem

 

Kersenbloesem valt
achter de lege takken
ziet men de tempel 

( haiku van Taniguchi Buson 1715-1783)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bloesemblaadjes nog
even voor ze loslaten
dwarrelen als sneeuw

(haiku van mij)

De foto’s heb ik gemaakt in Arboretum Belmonte te Wageningen, Von Gimborn Arboretum in Doorn (prunus en magnolia) en de boomgaard bij Kasteel Erenstein in Kerkrade (appel- of perenbloesem).

 

Botanische Tuinen Utrecht

Op 1 maart gingen de Botanische Tuinen in Utrecht weer open en ik ben meteen gaan kijken. Natuurlijk was er buiten nog niet zoveel te zien. De stinsenhelling stond vol met sneeuwklokjes en krokussen, maar verder was alles nog vrij kaal.

De tuinen

In 2014  bestonden de Utrechtse Botanische Tuinen 375 jaar. De tuinen zijn onderdeel van de Utrechtse Universiteit. Oorspronkelijk lagen ze in het centrum van Utrecht. Nog steeds is er een kleine oude hortus in de binnenstad te bezoeken, achter het Universiteitsmuseum. Ook heel leuk en je kunt er lunchen tussen het groen. In 1963 verhuisden de tuinen naar de Uithof op het terrein van Fort Hoofddijk. Het fort is nog steeds goed te herkennen en opgenomen in de tuinen. Als eerste werd een rotstuin aangelegd tegen de helling van het fort. Daarna volgende andere tuinen:

dscn2278-kopie

  • de systeemtuin, ingericht op basis van plantenfamilies en specifieke kenmerken.
  • de thematuinen, ingericht op thema’s als verfplanten, textielplanten, eetbare planten, geneeskrachtige planten etc.
  • een moeras (het taximodiummoeras)
  • een bamboebosje
  • het “buitenfort” waar inheemse planten staan

Ik kom graag in deze botanische tuin, je kunt er heerlijk rondwandelen. De wandelpaden slingeren zich tussen de tuinen door en er staan bankjes zodat je ’s zomers lekker met een boek kun gaan zitten.

Door de verschillende tuinen zijn er even zoveel verschillende sferen: de groene dijk van het fort is totaal anders van sfeer dan de tuinen met de pergola’s en bankjes, die weer heel anders is dan de rotstuin.

De kassen

En dan zijn er nog de kassen. Omdat het niet de hele tijd droog was ging ik de warme kas in. Daar was het weelderig groen en bloeide ook van alles. Veel orchideeën zag ik en bomen met grote bladeren. De universitaire tuinen hebben onderling afgesproken waarop ze zich specialiseren. Utrecht is gespecialiseerd in neotropische planten, uit de tropische streken in Zuid- en Midden-Amerika.

Heliamphora
Heliamphora

De tuinen zijn gericht op universitair onderzoek. Dus je ziet er ook regelmatig groepjes studenten bezig. Daarnaast hebben ze zeker een publieksfunctie: wetenschapsvoorlichting voor een breed publiek. De bordjes in de systeemtuin en thematuinen zijn zeer toegankelijk geschreven. Steeds meer komt hierbij de noodzaak van bescherming. Er staan plantensoorten die op hun oorspronkelijke plek ernstig bedreigd zijn.

bloem van de Heliamphora
bloem van de Heliamphora hierboven

Een van de kleine kassen was gericht op vleesetende planten. Ik zag er een heel mooie uitgelicht in bloei staan (een heliamphorasoort). Er zaten piepkleine roodgestreepte kikkertjes, hun gekwaak klonk als een vogelgeluidje, prrt: hard en hoog. De vlinderkas was nog gesloten tot juni. Alleen dat al is een goede reden om dan terug te gaan.

Nepenthens "bloody Mary"
Nepenthens “bloody Mary”

2017 is het Jaar van de Botanische Tuinen. In verband daarmee verschijnt er binnenkort een boek waarin alle botanische tuinen en arboreta staan. (aangesloten bij de Vereniging voor botanische Tuinen).  Ik ben benieuwd hoeveel ik er dit jaar kan bezoeken.

Website Botanische Tuinen