Lupines

Lupines zijn er in heel veel kleuren: roze, blauw, oranje, paars, geel, lila etc. en dan zijn er ook nog tweekleurige. Ze bloeien lang: van juni tot september/oktober. Er zijn eenjarige lupines, die kun je zaaien. En er zijn vaste planten. De vaste lupine (Lupinus polyphylus) komt in ons deel van Europa ook in de vrije natuur voor. Het is me nog nooit gelukt om een lupineplant in de tuin te houden. Ik heb het vaak geprobeerd met zaaien en ook met een vaste plant. Maar helaas.

DSCN1181kopLupines houden van een zanderige, beetje zurige, niet al te voedzame grond. Nou dat heb ik. Ze hebben een zonnige plek nodig, daar zit waarschijnlijk het probleem. Mijn tuin op het noorden is vast niet zonnig genoeg. 

Lupine is een vlinderbloemige (Fabaceae). De bloem is als het ware een grote tros met aparte bloemetjes. Bij de tweekleurige soorten heeft elk bloemetje twee kleuren. Op de foto hierboven is dat goed te zien. Het bovenste stukje van elk bloemetje heet “de vlag” en het onderste stukje “de kiel”. Na de bloei vormt elk bloemetje een peul waar het zaad in zit. Zoals bij bonen, die ook vlinderbloemig zijn.

De Alaska-lupine (Lupinus nootkatensis)

In IJsland zag ik een lupinesoort uit Alaska. Ooit werd die in IJsland ingevoerd om erosie tegen te gaan. Het klimaat is vergelijkbaar en deze Lupinus nootkatensis sloeg goed aan. Iets te goed eigenlijk. Nu zijn er hele velden vol met de blauwe lupine en dreigt hij de andere, inheemse, flora te verdringen.

Ik nam wat zaad mee, maar het kwam nauwelijks op. Na een paar weken waren ze weer weg.  DSCN0277kop

Eetbare lupines

Lupines uit de siertuin zijn niet eetbaar, ze zijn zelfs licht giftig. Maar er zijn een paar eetbare soorten: de witte lupine (Lupinus albus) en Lupinus angustifolius die blauw is. Na de bloei krijgen deze lupines peulen waar grote zaden als bonen in zitten. Deze zijn eetbaar, ze bevatten veel eiwit, net als alle peulvruchten eigenlijk. Ze worden gebruikt als alternatief voor sojabonen. Dat is milieuvriendelijker, want je kan ze verbouwen in Nederland. Dat gebeurt nu nog op kleine schaal.

De lupinebonen worden gemalen tot meel. Het wordt gebruikt als veevoer. Maar er zijn ook veel andere producten waar lupinemeel in zit. Vleesvervangers bijvoorbeeld. Kijk maar eens op de verpakking, bijvoorbeeld van producten in de natuurwinkel. Daar verkopen ze ook lupinebonen in pot. Wel goed om te weten dat je er een allergische reactie van kan krijgen, zoals bij die bij noten.

De Judasboom (Cercis siliquastrum)

De Judasboom (Cercis siliquastrum) kan je nu in volle glorie tegenkomen in parken en tuinen. Oorspronkelijk komt de boom uit zuidelijker streken, zoals zuid Europa. Maar als hij hier aangeplant wordt, overleeft hij onze winters goed. Mits hij niet vol in de wind op het noorden staat. Deze bomen staan in Amersfoort in Park Randenbroek op een wat beschutte plaats en het is een feest om ze te zien bloeien.

De Judasboom bloeit in mei op het kale hout. Pas na de bloei verschijnen de bladeren. Behalve als boom komt hij ook voor als struik.

Als hij is uitgebloeid maakt hij roodbruine zaadpeulen. Hij komt uit de familie van de vlinderbloemigen (Fabaceae). Je zouhet niet denken, maar bonen horen daar ook bij. Van dichtbij is dat aan de bloemen wel te zien.

 

Waar komt de naam vandaan?

Ja, waarom heet de Cercis Judasboom? Het (volks)verhaal wil dat dit de boom is waaraan Judas zich na zijn verraad heeft verhangen. Daarop voortbordurend: eerst waren de bloemen wit, maar na het verraad van Judas verkleurden ze van schaamte.

Ik stel me voor hoe zoiets ontstaat in de tijd dat verhalen nog van mond-tot-mond gingen. Op één van die lange avonden zit een groepje mensen bij het vuur. Iemand vertelt een verhaal over een boom die op het kale hout bloeit met paarse bloemen. En, om het interessanter te maken, vertelt hij dat dit zou komen omdat Judas, jeweetwel……. enz. De volgende dag vertelt iemand het verder, blij met een mooi verhaal. En vele jaren later, eeuwen later misschien wel, staat het overal in de boekjes!

 

 

Lente in de lucht! (en stikstof)

Eind februari en de lente zit in de lucht. Natuurlijk, het kan nog steeds gaan vriezen. Toch heb ik vandaag al een stukje van de moestuin omgespit. Ja, ik weet wel dat er mensen zijn die nooit meer spitten. Maar ik vind het een fijn werkje, je ziet de grond echt mooi los, zwart worden. Tot die tijd laat ik zoveel mogelijk liggen, het houdt de grond wat bedekt. Tegen het voorjaar is het meeste inmiddels verteerd. Ik haal nu de harde stukken weg en de zachte spit ik onder.

Zo had ik de pronkbonen in de grond gelaten. De stokken waaraan ze vast zaten staan al in de schuur, maar de rest had ik laten zitten. De ranken lagen op de grond en de wortels zaten nog in de grond. Dat wordt altijd aangeraden omdat bonen stikstof in de bodem brengen, waar de volgende teelt profijt van heeft.

Tijdens het spitten kwam ik die wortels tegen. Ik was verbaasd hoe groot ze waren. Van gewone bonen is na de winter nauwelijks nog wat terug te vinden. Maar deze moest ik er uit spitten. Boven de grond waren de pronkbonen vorig jaar ook erg groot…

Stikstof….

Intussen, met alle discussies over stikstof, begon ik me af te vragen: is er al niet genoeg stikstof? Is het nog steeds zo aanbevelenswaardig om bonen voor stikstof in de grond te laten zorgen?

Wat ik ervan begrepen heb zit het zo. Alle bonenplanten vormen wortelknolletjes. In die knolletjes zit de Rhizobium-bacterie. Deze bacterie stelt de plant in staat om stikstof uit de lucht op te nemen en vast te leggen in de wortelknolletjes. Het is dus geen extra stikstofvorming in de bodem. Stikstof die al aanwezig is in de lucht wordt vastgelegd in de bodem en dient dan voor de volgende teelt als meststof.

Bovendien is het zo dat als er al veel stikstof in de grond zit, de wortelknolletjes kleiner zijn of bijna helemaal afwezig.

Toen ik nog eens goed ging kijken zag ik eigenlijk geen wortelknolletjes bij deze pronkbonenwortels. Waren ze er nooit geweest? Of waren ze in de winter verdwenen? Iets om dit najaar eens op te gaan letten. Maar voorlopig is het nog te koud om bonen te leggen.

Tijd om weer naar binnen te gaan voor een kopje thee en een boek: “Moord op de moestuin“. (Nicolien Mizee). Er is net een schedel gevonden in een bamboebosje. Dat zal mij dan weer niet gauw overkomen.