Planten van het veen, de Nieuwkoopse Plassen

Vorige week was ik in de Meije, vlakbij de Nieuwkoopse plassen. Ik kom hier al best lang. Elk jaar is het wel weer een beetje veranderd. Het fietspad is verbreed en verhard, er is een recreatieveld aangelegd en sinds een paar jaar staat er een strandtent (!) De plassen zijn vanaf de 17e eeuw ontstaan door veenwinning.

Thuis gekomen pakte ik er de dikke boeken  “Wilde planten, flora en fauna in onze natuurgebieden”  weer eens bij. De serie is uit 1971 en het is verrassend wat er toen over dit gebied vermeld werd. “We bevinden ons hier op de oorspronkelijke veenbodem.”  “De moerasgebieden van Nieuwkoop en Noorden vormen een centrale schakel in de reeks van zoete naar brakke wateren.”  DSCN5920

Een aantal zoetwaterplanten kwam toen weinig of niet voor, zoals de gele plomp, een drijvende plant uit  de waterleliefamilie.

Nu zie je ze overal, net als de waterlelie.

Er is dan nu ook geen sprake meer van brak water.

Over die grazende brandganzen wordt in 1971 nog niets gezegd. Ik denk dat er toen nog niet zoveel graslandjes waren, dus was het voor de ganzen geen nuttig gebied.

Andere bekende zoetwaterplanten die je hier overal ziet zijn de Lisdodde (Typha latifolia) met de bekende bruine rietsigaren en de Gele Lis (Iris pseudacorus).

DSCN9249DSCN9252

Je vindt ze in  de begroeiing op de aanslibsels van de oevers. Hier zie je planten die met hun voeten in het water willen staan. Het Wildeplantenboek noemt het zelfs “spectaculaire begroeiing op de aanwassen of drijftillen”: Moerasandoorn, harig wilgenroosje, haagwinde, lisdodde. Ze staan er nog steeds. En ook de watermunt (Mentha aquatica) met lila bloemetjes.

RSCN5953

Op de wat vastere bodem, waar je als wandelaar ook kan komen, zag ik de echte Valeriaan (Valeriana officinalis) met roze bloemschermen en de Moerasspirea (Fillipendula ulmaria), die wit bloeit met iets tussen pluimen en schermen in.

DSCN9211
moerasspirea (Fillipendula ulmaria)

Bij een van de plassen ligt nu een vlonder waardoor je over het water vlak langs de begroeiing kan lopen. Zo kun je veel planten van heel dichtbij zien (en fotograferen).

RSCN5950

Echte valeriaan (Valeriana officinalis) met een Atalanta.

DSCN5941Wat ik ook veel zag was bitterzoet (Solanum dulcamara) uit de nachtschadefamilie. Dit is niet speciaal een plant van het veen. Op zandgrond komt hij ook voor, maar dan blijft hij kleiner. Hier slingert hij zich tussen de andere planten door.

Iets wat nu zeker niet meer gebeurt, maar wat in het boek wel genoemd wordt is het “mostrekken”: de exploitatie van veenmos ten behoeve van bloemisterijen. Hoewel veenmos snel aangroeit, werd het toen toch verboden. Het zal indertijd voor bewoners een aardige bijverdienste zijn geweest.

Een groot deel van de Nieuwkoopse plassen is eigendom van Natuurmonumenten en is openbaar toegankelijk, per boot, kano, fiets of wandelend.DSCN9250Daarnaast zijn er stukken verboden. Je kunt daar wel in met een vaarexcursie. Ik kan dat aanbevelen. Je komt dan door sloten die zo nauw zijn en zo verborgen door overgroeiend groen dat je er gemakkelijk kan verdwalen. 

Zie hier de website  voor alle activiteiten.

Vakantie in de Meije

Mijn eerste vakantieweek is bijna op de helft. En wat een mooi begin! Ik mag weer in het huis van Jan en Marja in de Meije. Zondag op de fiets vertrokken: De Bilt, Utrecht, Harmelen, Woerden, Zegveld, ik ken het uit mijn hoofd. Daar heb ik geen kaart voor nodig. Ik was eigenlijk van plan om niet te bloggen deze vakantie. Maar er zitten nog te veel woorden in mijn hoofd. Dit is een soort afkickblog, moet je maar denken. Geen nieuwe foto’s. Een van mijn eerste blogs ging over de Meije en die foto’s kunnen best nog een keer, het is tenslotte vakantie.

Het voelt als altijd weer vertrouwd. Dat er een flesje wijn klaar staat en een stapeltje boeken. En dat het dan de boeken zijn die ik wil lezen, omdat ik daar een half jaar geleden uitgebreid met Jan over aan de telefoon heb gehangen. Allebei zijn we fan van Robert Macfarlane en zijn nieuwste boek “Benedenwereld” is weer even bijzonder. Daar begin ik mee.

De volgende dag: ontbijten in de tuin met versgeplukte bramen en een zelf geraapt eitje. Dan pruimen plukken en courgettes oogsten, tomaten water geven, konijn voeren etc. etc.  En in de tuin zitten, koffie, een hoofdstuk lezen en dan weer een poosje kijken. Natuurlijk heb ik plannen: met een boot van Natuurmonumenten over de Nieuwkoopse Plassen, pruimenjam maken en aan het eind van de week komt er een vriendin langs. Maar eerst hier zitten en aankomen. Ik heb nog alle tijd…….

Rond de pruimenboom gonst het van insecten. Er cirkelen zwaluwen hoog rond de watertoren. En dan ineens boven de tuin, boven mijn hoofd. Ik kan hun witte buikjes zien, zo dichtbij zijn ze. Even zweven en dan ook weer weg. Rond de Verbena fladderen koolwitjes. Ik weersta de impuls om de camera te pakken. Gewoon kijkend valt me op hoe onrustig ze rondfladderen, nerveus bijna. Ze zitten geen moment stil. Er is ook een kleine vos bij, die doet juist rustig aan en neemt de tijd voor elke bloem. Zouden vlinders ook verschillende karakters hebben? Het ongedurige koolwitje, de bedachtzame kleine vos?

In de verte loeit een koe en klinkt het geluid van een trekker: 12.00 uur de boer gaat op huis aan.

De vakantie is goed begonnen.

Boek: “Benedenwereld” (Underland), Robert Macfarlane. Een boek waarin de schrijver afdaalt in grotten en onderaardse gangen om de natuurverschijnselen daar te ondergaan.

Eerder besprak ik: “De laatste wildernis” (The wild Places 2007), waarin hij op zoek gaat naar de laatste ongerepte natuurgebieden. Dit boek ontdekte ik in 2016 en vorig jaar las ik ” De oude wegen” (The old Ways 2012) over oeroude routes door het landschap.

“De laatste wildernis” lezen in de Meije

Naar de Meije

En dan is het zover: ik ga naar de Meije. Eerst wacht ik thuis nog een flinke regenbui af en dan stap ik op de fiets. Tussen Amersfoort en Den Dolder zit een buizerd in een boom. Pas als we een tijdje naar elkaar hebben gekeken, vliegt hij op.  Als ik even later de bouwput Utrecht CS ben gepasseerd en de Leidse Kade opdraai, begint het vakantiegevoel echt: water, ophaalbruggetjes, een molen. En dat midden in de stad. Via de Meernbrug verlaat ik Utrecht en rijd  de Zandweg op. Nu hoef ik tot Woerden alleen nog maar de Rijn te volgen.  De laatste 10 km. na Woerden zijn pittig, ik heb de wind pal tegen. Ik ben blij als ik vanaf de Hazekade bij café de Halve Maan de Meije inrijd. (een dorstig hart, vermoeid van het gaan, rust wat uit bij de Halve Maan).

De Meije is van alles: een polder, een kronkelend riviertje en een buurtschap met een lange weg die ook al Meije heet. Het herkenningspunt in de Meije is de watertoren (Piet Potlood) die je al van ver ziet.

DSCN1421

Dan rijd ik het erf op van Marja en Jan, die mij uitnodigden om in de vakantie weer in hun huis te komen. Op tafel staan bloemen, een fles wijn met een glas en een briefje met instructies (schapen tellen, tomaten dieven, wanneer vuilnis aan de weg). Als ik mijn fietstassen heb leeggemaakt, loop ik een rondje over het erf.  He, geen pruimen, maar wel bramen (was vorig jaar andersom), de groentetuin heeft zijn beste tijd gehad en verrassing, er liggen nog eieren in het kippenhok. Dan schenk ik een glas wijn en ga in de tuin zitten uitkijken over het weiland. Er lopen wat koeien, een trekker rijdt op huis aan, er komt een vliegtuig over en dan is het weer stil. Ik ben aangekomen.

Robert Macfarlane “De laatste wildernis”

De volgende morgen begin ik met bramen plukken voor mijn ontbijt. Schapen tellen is niet moeilijk: ze staan vooraan bij het hek. Nieuwsgierig naar de nieuwkomer? Ik ontbijt uitgebreid met de bramen, een eitje en de krant erbij. Omdat er stevige buien vallen ga ik met een boek op de veranda zitten. Ik neem altijd boeken mee, maar er liggen vaak ook boeken die ik wil lezen. Het wordt “De laatste wildernis” van Robert Macfarlane. Het boek beschrijft landschappen in Schotland en Ierland die je nog tot echte wildernis zou kunnen rekenen. Hij begin in woeste en onherbergzame gebieden, die hij als oernatuur, maar ook als ongenaakbaar ervaart. Over zijn verblijf op de top van de Ben Hope (in het noorden van Schotland) schrijft hij: “Het was een van de onaangenaamste plekken waar ik ooit was geweest. De zee, het gesteente, de nacht en het weer gingen gewoon hun eigen gang, zoals ze dat al duizenden jaren deden en nog duizenden jaren zouden doen. (…) Geen enkele andere plek dan deze voldeed beter aan mijn visioen van wilde natuur waarmee ik mijn omzwervingen was begonnen. (…) Ik wist niet hoe snel ik het weer moest verlaten. (…) De troosteloze sneeuwvelden, de bevroren rotsen, het gebied was me niet vijandig gezind, verre van dat. Het stond alleen maar onverschillig tegenover me, maar dan ook volstrekt onverschillig.”

Na een bezoek aan de Burren (Ierland) verandert zijn visie op wilde natuur, als hij liggend op zijn buik over de rand van een kalksteenplateau in een beschutte spleet kijkt: “ Van het ene op het andere moment staarden we in een oerwoud. (…) in de paar meter die we konden zien gedijden honderden planten in de beschutte omgeving. (..) Zelfs op deze winterdag was het gevoel dat alles leefde overweldigend. (…) Dit is nu echt ongerept gebied. Het is even mooi en ongrijpbaar als welke glen, baai of top ook, misschien nog wel mooier en ongrijpbaarder. Een miniatuur, maar puur natuur.”

Tussen de buien door probeer ik foto’s te maken van vlinders en waterdruppels, met wisselend succes.

koolwitje
koolwitje

argusvlinder
argusvlinder

kleine vos
kleine vos

Getemde wildernis, voor hoelang?

s Middags klaart het op en fiets ik over het Meijepad tussen de Zuid- en de Noordeinderplas naar Nieuwkoop. Dit stuk kon je tot vorig jaar met zeer veel fantasie een wildernis noemen. Na een flinke regenbui was het pad vrijwel onbegaanbaar en moest je bij elke tegenligger afstappen om niet weg te zakken in het veen ernaast. Links en rechts groeiden elzenstruiken, wilgenroosjes, riet,  moerasspirea en brandnetels dicht langs het pad en ontnamen je het uitzicht op de plas. Nu is dit stuk natuur getemd door een fietspad van betonplaten, een vlonder voor wandelaars en iemand kwam op het idee om er een strandtent neer te zetten. Allemaal hartstikke leuk, maar toch…  Ik denk aan een citaat in het boek van een man (onderzoeker James Baker) die van 1953 tot 1963 slechtvalken volgde in een gebied in Essex. “Baker vond de vermindering van het aantal roofvogels en de schade aan het landschap bijna ondragelijk. (…) Het uitzicht was prachtig. Het gras was diepgroen, hele velden waren groen en verzadigd met water(..) gras dat ons uiteindelijk allemaal zal overmeesteren en ons beschamende puin gelijkmatig zal bedekken.”

DSCN1467

Gelukkig is  er aan de Noordse kant van de Nieuwkoopse plassen nog een veel ruiger gebied,  Je kunt er met de “zonneboot” (op zon-energie) meevaren naar het dorp Noorden. Meer over de Nieuwkoopse Plassen op de website van Natuurmonumenten.

’s Nachts slaap ik als een roos. Als ik wakker word, wil ik naar de aangekondigde Perseidenzwerm kijken, maar er is geen ster te zien. ’s Morgens lees ik in de krant dat ik een nacht te vroeg was. Het is die morgen koud, grijs en het regent aan een stuk door. Het was een koude nacht, de schapen hebben de schuur opgezocht. Ik lees het boek uit en besluit alvast met dit blog te beginnen.

Nog een laatste citaat: “Mijn oorspronkelijke beeld van een stuk wilde natuur als iets afgelegens, iets wat geen geschiedenis had, waar geen sporen op waren nagelaten, leek me inmiddels hopeloos eenzijdig.(…) Ik had andere soorten ongerepte natuur leren kennen:  de tomeloosheid van de groene natuur (….) die had niets van doen met onherbergzaamheid. Maar alles met volheid, vitaliteit en plezier. Onkruid dat opschiet uit een barst in een stoep, een boomwortel die onbeschaamd door het asfaltpantser heen breekt.”  Ik leg het boek weg en denk aan een wandeling onlangs in een bos bij Bilthoven met veel varens. Een prachtig heldergroene golvende zee van varens. Zonder menselijke inbreng zouden zij dit terrein in korte tijd overgroeien. Het zou opnieuw wildernis worden.

De volgende dagen is het droog en warmer. Nog even tijd om veel buiten te zijn, in de tuin te werken, te fietsen en aan het eind van de dag uitkijken over het weiland. Dan fiets ik terug naar huis, het was weer een fijne week.

DSCN1455

 

Boek: De laatste wildernis,  (The wild Places) Robert Macfarlane .