Ceiba en Melia

Ik wilde jullie nog iets laten zien van de bomen die ik zag tijdens mijn vakantie. Twee bomen in het bijzonder. Ze zijn niet speciaal Spaans. Je ziet ze in het hele gebied rond de Middellandse Zee, van Spanje en Portugal tot in Griekenland.

Melia Azedarach

Het is niet bepaald een zeldzame boom, ze staan gewoon langs de kant van de weg. De boom bloeit in mei en nu hingen er vruchten in. Daar dankt hij zijn Nederlandse naam aan, aan die ronde geel tot bruingekleurde vruchten. Melia wordt namelijk ook wel Paternosterboom genoemd: de harde vruchten werden vroeger als kralen voor rozenkransen gebruikt.

Ceiba

De mooiste bom die ik zag was deze in een park in Malaga. Het was de Ceiba.

Volgens het bordje dat er naast stond was het de Ceiba pubiflora. Maar iemand zei dat het de kapokboom was, de Ceiba petandra. Dat zou ook best kunnen. Want het bordje was niet heel erg zorgvuldig: er stond nl. ook op dat de familie Cycadacea was. Dat klopt niet, want dat is de familie van Palmvarens. (Die heb ik ook nog gezien trouwens). De Ceiba is uit de familie Malvaceae.

Als iemand de oplossing heeft, dan hoor ik het graag!  Hoe dan ook, als je de boom van een afstandje ziet, lijkt het bloesem. Dat verwachtte ik niet in november. Van dichtbij gezien waren het grote bloemen.

 

 

Tot slot, nog even die Boomvaren: deze stond in een bloempot. Zo kon ik hem goed van bovenaf zien.

 

Andalusische herfstbloei

Ik was dus vanaf half november een week in Andalusië. Ik heb er prachtige gebouwen gezien De mezquita van Cordoba, prachtige betegelde paleizen; maar natuurlijk was ik ook benieuwd naar wat er nog er nog bloeit in november.

Allereerst natuurlijk de Bougainvillea, die bloeide nog overal, met paarse bloemen die iedereen wel kent. Eigenlijk zijn het geen bloemen, maar gekleurde bladeren om een onooglijk bloemetje heen. En dan de Canna´s  in verschillende kleuren. De  foto boven maakte ik in het Park Maria Louisa, in Sevilla.

In een tuin, ook in Sevilla, zag ik een muur geheel begroeid met Plumbago, ook wel mannentrouw genoemd, dat bij ons de winter niet overleeft. Tja. Maar het is wel een mooi blauw bloemetje.

 

 

 

 

 

 

Deze Strelitzia , met zijn mooie hanekammen, zag ik overal in Malaga, bij ons is het een kamerplant, daar waren het struiken.

Volgende keer iets over bomen.

 

Het Alhambra, strategisch spel van licht en donker

Vorige week was ik in het Alhambra in Granada. Ik heb geaarzeld om er een blog over te maken. Want er zijn boeken vol geschreven over de geschiedenis, over de verschillende bouwstijlen, over de heersers die er woonden enz. enz. Daar valt niks meer aan toe te voegen. Bovendien, als je het over de vroege Arabische (Moorse) geschiedenis van Spanje hebt, vallen er al gauw woorden die nu een heel andere betekenis hebben gekregen. Het Kalifaat van Cordoba bijvoorbeeld. Toch, het blijft een feit dat in het jaar 750 wat we nu kennen als Spanje tot aan de Pyreneeën onder Arabisch bestuur stond en dat dat een hoogstaande cultuur was.

Verzameling paleizen gebouwd vanaf 1232

Het Alhambra is een verzameling gebouwen in oosterse (moorse) stijl, vooral paleizen, aan de rand van Granada. Men begon met de bouw in 1232, toen de invloed van de machthebbers (Nazrieden) al afbrokkelde. Na de val van Granada in 1492 kwam er ook nog een Renaissance paleis bij voor Karel V, dat naast de andere gebouwen behoorlijk lomp oogt. Hij heeft er nooit gewoond. In later eeuwen raakte het Alhambra totaal in verval. Totdat in 1828 de Amerikaan Washington Irving er een tijdje logeerde en zijn boek “Tales of the Alhambra” schreef. Dit bracht het toerisme naar het Alhambra op gang.

Spel van licht en donker

Heb vooral geen romantische ideeën bij de opzet van de gebouwen: het hoofddoel was imponeren. Daarvoor werd slim gebruik gemaakt van licht en donker. De bezoeker kwam vanuit het daglicht binnen via een donkere gang. In de ontvangstzaal zat de heerser met de rug naar het raam, waardoor je zijn gezicht nauwelijks zag. De gast was dus steeds in het nadeel. Het is nog steeds bijzonder om te zien hoe knap er gebruik gemaakt is van licht en donker.

Tegels en gips

De versieringen van de paleizen waren uitbundig en kleurrijk, bedoeld om indruk te maken. Daar is nu weinig van terug te zien omdat veel kleur op de gipsen versieringen verbleekt of verdwenen is. Dat geeft een ingetogen sfeer, maar het was oorspronkelijk veel uitbundiger! De gekleurde tegels zijn nog wel goed te zien. Het schijnt dat Escher een aantal keer het Alhambra heeft bezocht en geïnspireerd werd door de tegelmotieven. Veel versieringen zijn in de vorm van teksten uit de koran.

De tuinen

Er zijn een paar binnentuinen, met o.a. sinaasappelbomen. De sinaasappels waren (en zijn) niet voor consumptie, maar voor de sier. Vooral in het voorjaar geurde de tuin heerlijk naar de sinaasappelbloesem. Het is een ander soort dan de eetbare, het verschil zit (behalve in de smaak) in de bladvorm. Verder is er altijd water: een vijver of een fontein. De tuinen zagen er niet bijzonder goed onderhouden uit.

Het grootste tuinencomplex ligt buiten de gebouwen: het Generalife. Een verbastering van de Arabische naam die “paradijs van God” kan betekenen. Dit was het buitenverblijf van de sultan, door het gebruik van water en bomen was het er koeler.

Je kon er beschut wandelen. Er is een verhaal over een van de vrouwen van de sultan die in de tuin betrapt werd met een minnaar. De arme man werd met zijn familie uitgenodigd voor een etentje ten paleize. Hoe kon je weigeren? Ze werden allemaal vermoord.

Zo wandel je door een bitterzoet paradijs.

De tuinen zijn in de loop der jaren uitgebreid, veranderd en aangepast en worden goed onderhouden. Er is een moestuin, ik zag nog asperges, snijbiet en kruiden. Er zijn rozenperken, hier en daar bloeide er nog een roos. Langs paden met bloemen kwam je in tuinen met heggen en rozenbogen.

Het is november en ook al waren we in Spanje, toch was veel al uitgebloeid. Hier nog wat bloei in de borders langs de paden.

Tot zover mijn hoogstpersoonlijke impressie van mijn bezoek aan het Alhambra in een regenachtig Granada.

Een volgende keer nog meer Spaanse natuur.

Door het land van Don Quichot

Don Quichot (of Don Quijote)

Vorige maand was ik in het hart van Spanje. Dit is de streek waar Don Quichot/Quijote rondtrok, op zoek naar heldendaden. Don Quichot is geschreven door Miguel de Cervantes en verscheen tussen 1605 en 1615. In Madrid staat een groot standbeeld van hem (foto), hij wordt beschouwd als de grootste Spaanse schrijver aller tijden. Hij is alleen bekend door zijn roman (in 2 delen) over Don Quichot. Het is een persiflage op de ridderromans die in de Middeleeuwen verschenen waren: verhalen over rondtrekkende ridders die streden voor de eer van hun dame, goede daden verrichtten en arme jonkvrouwen bevrijdden. Don Quichot heeft zoveel ridderromans gelezen dat hij zich inbeeldt ook een ridder te zijn. Zijn “schildknaap”, Sancho Panza is degene die met boerenslimheid zijn “ridder” uit de nesten helpt.

De Spaanse meseta

De Spaanse meseta (hoogvlakte) is kaal en onherbergzaam. De winters zijn er ijzig koud en de zomers verzengend heet. Als je zo door het landschap reist, dan is het goed voor te stellen dat je dingen gaat zien die er niet zijn. Zoals Don Quichot windmolens aanzag voor reuzen. We wandelden door een gebied vol rotsformaties, met namen als “de hond”.of “de stenen zee”. We kwamen in Teruel, waar ze een museum-met-tombe hebben gebouwd rondom een Romeo-en-Julia-achtig verhaal uit de Middeleeuwen. We overnachtten in stadjes als Albarracin, met huizen die tegen de bergwand geplakt zijn. Of Cuenca, met hangende huizen die deels over de rand van een ravijn hangen.

Een paar van die huizen waren bij elkaar gevoegd tot museum voor moderne kunst. Dit was het allereerste museum in Spanje waar moderne kunst te zien was al in de tijd van Franco. (Franco had niks met moderne kunst). Grappig was dat die kunst, uit 1960 en 1970, nu alweer gedateerd aandeed. We wandelden er over een loopbrug over het ravijn.

We eindigden in Monasterio de Piedra. Een tot hotel verbouwd klooster dat midden in een natuurgebied ligt met grotten, watervallen en beekjes met water dat uit de bergen komt. En dat verwacht je dan weer helemaal niet in dit droge gebied.

 

El jardín botánico in Valencia en Madrid

Als ik in een stad ben, ook in het buitenland, kijk ik altijd of er een botanische tuin is. Zo langzamerhand heb ik er al veel gezien. In Kyoto bijvoorbeeld, Akureyri of Kopenhagen en vorige week in Madrid en Valencia. De botanische tuin in Valencia is een van de oudste in Spanje: gesticht in 1567 en sinds 1802 op de huidige locatie aan de Calle Quart. Die van Madrid dateert “pas” uit 1755 (verplaatst in 1774 naar Paseo del Prado) en zou de grootste van Spanje zijn. Voor mijn beleving ontlopen ze elkaar niet zoveel qua grootte.

Madrid ligt op de meseta, de Spaanse hoogvlakte, met ijzige winters en droge hete zomers. Valencia ligt aan de kust en heeft een milder, subtropisch klimaat. Dat verschil was duidelijk te zien in de tuinen. In de tuin in Madrid was vrijwel alles al uitgebloeid en verdord, het zag er daardoor wat troosteloos uit.

 

De dahlia’s bloeiden er nog wel. Ooit zijn in deze tuin in Madrid de allereerste dahlia’s in Europa opgekweekt uit zaad meegebracht uit Mexico. In Valencia was de tuin minder dor en alles stond er wat beter bij; ook al was ook hier natuurlijk het meeste al uitgebloeid. Beide tuinen hebben een afdeling kruiden en eetbare planten, zoals een collectie druivenrassen en citrusbomen (foto Citrus maxima pomelo). In Madrid was oorspronkelijk de helft van de tuin bestemd voor kruidenteelt. De koning had bepaald dat inwoners van Madrid die een medicinaal kruid nodig hadden, dit hier gratis kon halen. Beide tuinen hebben een warme kas. In Madrid stonden daar behalve tropische planten ook heel veel cactussen in. In Valencia stonden de cactussen gewoon in de open lucht en dat zag er toch veel mooier uit.

In Valencia was de grootste kas een schaduwkas: met o.a. rozen. De kas is opzij open en heeft een overkapping met zonneschermen. Veel planten die je in de tuinen ziet staan zijn enorm groot. Zie bijvoorbeeld deze Kalanchoe beharensis Drake. Het blijft apart om te zien hoe groot onze kamerplanten in werkelijkheid worden onder optimale omstandigheden.

 

De maand oktober blijkt niet de beste maand te zijn om de tuinen op hun waarde te kunnen schatten. Ik vermoed dat beide tuinen in het voorjaar veel mooier en kleurrijker zullen zijn. Dus laat je niet weerhouden mocht je er in de buurt komen.

Er zijn meer tuinen te bezoeken, parken natuurlijk, maar ook paleistuinen zijn vaak openbaar toegankelijk. Daarover een volgende keer.

PS: ik wil iedereen heel erg bedanken voor de aardige reacties op mijn vorige blog.