Daslook (Allium ursinum)

Het is weer tijd voor daslook (Allium ursinum). Toevallig weet ik een plek waar ze zouden moeten staan. In maart had ik ze daar niet gezien. Nog maar een keer op zoek dus. En ja hoor, ik was toen gewoon niet ver genoeg doorgelopen. Want daar stonden ze, met hun witte bloemetjes.

Daslook is een voorjaarsbloeier uit de uienfamilie. In Nederland komt daslook nauwelijks nog in het wild voor. Het is een stinzenplant en in veel parken aangeplant. Daar doet hij het goed en verwildert hij. Hij staat graag in de schaduw, onder bomen bijvoorbeeld. Voorheen was het een beschermde plant. Je mocht hem niet plukken en al helemaal niet uitgraven. Uitgraven is nog steeds een slecht idee. Je kunt ook een paar plantjes of bolletjes in het tuincentrum kopen.

Maar wat blaadjes afsnijden voor eigen gebruik? Ik zie er geen kwaad meer in. Let dan wel goed op. Als het blad ruikt naar knoflook, zit je goed. Ruik je geen knoflook – en die knoflookgeur is echt niet te missen- dan is het geen daslook. Laten staan dan, ook al lijkt het blad hetzelfde! Waarschijnlijk is het dan het giftige lelietje-van-dalen. Dat wil je niet op je bord hebben.

Want je kunt daslook eten. In Engeland en Ierland komt de plant algemeen voor en zijn in april hele hellingen ermee bedekt. In het kookboek van de Ierse Darina Allen: “Ierse seizoenen” staat een recept voor daslooksoep. Je kunt het ook verwerken tot pesto of in kruidenboter, in een quiche en ik zag een recept voor salade. Maar ik betwijfel of ik dat lekker vind..

Ik plukte een bosje voor eigen gebruik, het was precies 50 gram. Voldoende voor daslooksoep.

Recept voor daslooksoep

Het originele recept is voor 6 personen. Ik rekende alles terug naar 2 personen. Dan heb je nodig:

  • 100 gram aardappels, geschild en in blokjes
    50 gram fijngehakte ui
    50 gram daslookblad, fijngesneden
    halve liter (kippen)bouillon
    eetlepel room
    eetlepel boter
    zout en peper

Was eerst de daslookbladeren goed. Zeker als je ze, net als ik, uit een park hebt gehaald.
Smelt de boter in de pan, voeg de aardappels, ui en daslook toe.
Roer goed door en bestrooi met wat zout en peper.
Laat afgedekt plm. 10 minuten “zweten”, voeg dan de bouillon toe.
Kook tot de aardappels gaar zijn en pureer de soep met de staafmixer.
Proef of er nog zout/peper bij moet.
Voeg tot slot de lepel room erbij.
Strooi er op je bord nog wat daslookbloemetjes op.

Erbij: lekker brood, grof volkoren bijvoorbeeld of Iers sodabrood, waarvan ik eerder het recept gaf.

Eet smakelijk!

 

Winterakoniet (Eranthis hyemalis)

Afgelopen zondag was een grijze, regenachtige dag. Omdat ik toch al in Leiden was, liep ik nog even naar de Hortus. Voor koffie-met-wat-erbij en om op te drogen in de kassen. Daar hoopte ik de jadebloem weer te zien, met trossen bloemen in een ongelooflijk blauwgroene kleur. Maar het meisje aan de kassa zei dat het daarvoor nog te vroeg was. Het was sowieso een beetje teleurstellend bezoek. Er was maar één kas open. De Victoriakas (die met de grote waterlelies) was gesloten wegens verbouwing. De orchideeënkas was gesloten omdat er teveel planten gestolen werden (!)

Ondanks de regen deed ik nog een rondje door de tuin. En verrassing: vrij ver achterin de tuin was een helling vol met winterakonietjes.

Winterakoniet (Eranthis hyemalis)

Winterakonieten behoren bij de allervroegst bloeiende stinzenplanten. Al in januari kun je de gele bloemen zien, soms nog onder de sneeuw. Ze gaan pas helemaal open als de zon schijnt.

Winterakoniet is niet inheems in ons land, wel in zuidelijke Europese landen. De knolletjes verwilderen gemakkelijk. Je kan ze daarom ook in het bos tegenkomen. Ze houden van schaduw en van vochtige grond. Op zandgrond hebben ze het een stuk moeilijker. Je zou in de verleiding kunnen komen om een paar knolletjes in het wild uit te graven. Pas dan wel op want alles aan dit plantje is giftig.

Als je nu denkt: “Het lijken wel lage boterbloemen”. Dan kan dat kloppen: het is verre familie. Allebei horen ze bij de best wel grote Ranonkelfamilie (Ranunculacea).

Lees hier meer over stinzenplanten.

Info over Hortus Leiden

Die jadebloem hebben jullie nog tegoed.

Kievitsbloem (Fritillaria meleagris)

Ineens is er een explosie van bloeiende planten. Alsof de natuur een inhaalslag maakt na die laatste koude periode. Het geeft ook aparte combinaties in de tuin: planten die normaal niet tegelijk bloeien en nu ineens wel. Ik weet even niet waar ik moet beginnen, er is zoveel. Hier een “plantenportretje” van een plantje waar ik altijd blij van word als ik het eens zie. Maar dat ik niet in mijn tuin kan hebben omdat het absoluut niet van zandgrond houdt.

De kievitsbloem (Fritillaria meleagris)

De kievitsbloem is een klein bolgewasje dat houdt van vochtige grond, grasland bijvoorbeeld en bij voorkeur veengrond. In het wild zijn ze zeer zeldzaam en zijn ze beschermd. Maar ze worden ook uitgeplant als stinzenplanten en als ze op een plek staan waar ze het naar hun zin hebben, verwilderen ze snel. Het plantje heeft hangende klokjes, die zachtjes deinen in de wind. De meest gangbare is paarsgevlekt, er is ook een witte soort (Fritillaria meleagris alba).

Kievit, slang of nog iets anders? 

Dat paarsgevlekte klokje spreekt tot de verbeelding. In Nederland heet het plantje kievitsbloem, omdat de bloemen wel iets weg hebben van een gespikkeld kievitseitje. In Engeland denken ze aan iets heel anders en heet hij snake’s head. Daar associëren ze die paarse vlekjes met schubben van een slang. In Duitsland is het een Schachbrettblume en zien ze er blijkbaar vakjes van een schaakbord in. Tot slot: meleagris betekent parelhoen en ook dat zegt iets over het klokje: met vlekjes als van een parelhoen.  

Lees hier meer over stinzenplanten.

Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis)

Een lieflijk plantje

In een schaduwhoekje in mijn tuin, waar veel planten het niet fijn vinden, staat het lelietje van dalen. Het is een plantje met vrij grote bladeren. Om deze tijd van het jaar bloeit het met trosjes witte, heerlijk geurende bloemetjes. Je vindt het lelietje van dalen ook wel in het bos onder de bomen.  

Het lelietje van dalen lijkt een klein bescheiden plantje. Toch zijn veel tuiniers er niet blij mee. Het is nogal een woekeraar. Onder de grond vertakken de wortelstokken zich steeds verder de tuin in. Doe je daar niets tegen, dan krijg je binnen een paar jaar een tapijt van lelietjes van dalen. In het bos is dat leuk, maar in je tuin wil je wat variatie.

In Frankrijk geef je je geliefde(n) op 1 mei een boeketje lelietjes van dalen (muguet) als symbool van liefde en vriendschap. Dit gebruik dateert al uit de Middeleeuwen, toen de meimaand nog als begin van de lente beschouwd werd. Dat zou dan weer terug te voeren zijn op voorchristelijke Keltische gebruiken. Er zijn veel middeleeuwse liedjes die de meimaand bezingen, zoals het bekende “Die winter is verganghen, ic sie des meien schijn.” 

 

Gelijkenis met daslook

Het blad lijkt erg op dat van het daslook (Allium ursinum). Dit bloeit om dezelfde tijd van het jaar en ook met witte bloemetjes, hoewel die niet heerlijk geuren en er net iets anders uitzien. Het zijn nl. geen trosjes. Daslook staat zowel in tuinen als in het bos en het woekert ook nogal. Maar daslook is een bolgewas en familie van de ui. Het blad is eetbaar. Je kunt daslookblad in een recept gebruiken in plaats van lente-uitjes. Of je kunt er daslooksoep van maken. Let op dat je de goede plant voor je hebt, want ook al lijken ze op elkaar: het lelietje van dalen is giftig; niet alleen het blad, maar alle delen van de plant. Een overduidelijke uiengeur wijst op daslook.  Tot 1 januari 2017 was daslook  in Nederland nog een beschermde plant. Over daslook blogde ik twee jaar geleden op moesblog (april 2016) zie Daslook 

daslook (Allium ursinum)

 

Lente in de Overtuin

   

Regelmatig fiets ik van Zutphen naar Vorden. Dat kun je langs verschillende routes doen. Vorige week fietste ik via Warnsveld,  een dorp met een oude dorpskern. Tegenover de kerk ligt, een beetje verstopt, buitenplaats Welgelegen, een herenhuis met een historische tuin. Huize Welgelegen heeft al veel bestemmingen gehad: een herberg, een meisjeskostschool, een woonhuis en op dit moment zit er een woonzorgcentrum in.

De tuin is 1 hectare groot en in 1832 aangelegd in Engelse landschapsstijl: slingerende paadjes, bijzondere bomen en hier en daar zitjes. Later is de tuin uitgebreid met een moestuin.

Toen ik er langs fietste zag ik eerst de gele kornoelje in bloei (Cornus Mas) en toen een bordje “tuin open”.  Ik besloot even te gaan kijken. De tuin was al in lentesfeer. Veel sneeuwklokjes, akonietjes, krokussen, verschillende soorten helleborus  en kleine witte cyclamen (Cyclamen coum sp. album).

 

Het was leuk om er even rond te lopen, ook al was een groot deel van de tuin nog kaal. Elke keer is het weer fijn om die eerste lentebloemen te zien. Bescheiden, klein, een beetje verscholen dicht bij de grond. Maar ze staan er wel en ze trotseren kou en regen.

Achter een van de  ramen zat een mevrouw warm ingepakt in een dekentje. Zat ze zomaar wat te dutten?  Of genoot ze van het uitzicht? Ik hoop het laatste, want wat is het fijn als je op zo’n mooie tuin kunt uitkijken naar de sneeuwklokjes, de gele hamamelis en de krokussen.

De tuin kreeg de naam”Overtuin” rond 1897 toen de twee zussen Verloren van Themaat de tuin uitbreidden met o.a. fruitbomen. De ene zus woonde in het huis naast de kerk, de andere aan de overkant, in huize Welgelegen. En daar was dus de “Overtuin”.

De Overtuin in Warnsveld is één of twee keer per maand open, meestal op zondag. Kijk hier voor de openingstijden.

 

 

 

Klokjes, klokjes, lenteboden

Februari, langzamerhand steken de eerste bloemetjes hun kopjes boven de grond. Als eerste en meest bekende:

Het sneeuwklokje

Vrijwel iedereen kent het sneeuwklokje (Galanthus). Niet iedereen weet dat er ontzettend veel soorten sneeuwklokjes zijn. Kwekerijen, als de Boschoeve in Wolfsheze, maar ook het Arboretum Kalmthout hebben nu sneeuwklokjesshows. Voor de echte liefhebbers, de “galantofielen”, zijn er sneeuwklokjesreizen naar Engeland. Engeland, waar tuinen tot kunst zijn verheven en tuinieren een lifstyle is. Engeland, waar keurige ladies elkaar te lijf gaan om juist die ene, bijzondere sneeuwklokjesvariëteit te bemachtigen. Zo’n reisje zou ik nog wel eens willen maken, niet zozeer vanwege de sneeuwklokjes, maar vooral vanwege die meppende dames…..

 

Het lenteklokje

Tegelijk met het sneeuwklokje bloeit nog een ander klokje. Ook wit, veel minder bekend, maar minstens zo mooi: het lenteklokje (Leucojum vernum) Tot voor een paar jaar kende ik het eigenlijk niet. Maar sinds de dag dat ik het leerde kennen, ben ik een beetje verliefd geworden op het lenteklokje.

Als je goed kijkt, zie je duidelijk de verschillen met het sneeuwklokje. Het loof van het lenteklokje is glimmend frisgroen, dat van het sneeuwklokje is doffer en neigt naar blauwgroen. Het bloemetje van het lenteklokje heeft altijd groene puntjes (zie bovenste foto). Het verschil is goed te zien op deze foto waar ze samen op staan.

 

 

Het zomerklokje

Jawel, ik ga nog even door: als het lenteklokje is uitgebloeid, ongeveer in maart/april, verschijnt het zomerklokje (Leucojum aestivum) Het is groter dan het lenteklokje, maar lijkt er sprekend op. Er is nog een verschil: het lenteklokje bloeit met een of hooguit twee bloemen per steel; het zomerklokje heeft meer bloemen per steel. Ik citeer nu van de website van De Warande (dè kwekerij voor stinsenplanten). Want het verschil van die bloemen per steel wist ik ook nog niet. Zo leer ik elke keer wat bij.

 

 

 

 

 

Oude hortus Utrecht

Update:

In februari schreef ik dat de oude Hortus zou sluiten wegens verbouwing. Hij blijkt nu, april 2018, nog steeds open en er is nu een bloeiende zakdoekjesboom te zien(Davidia involucrata). Met dank aan Suzanne voor de tip! Verbouwing is uitgesteld omdat er een monumentenstatus voor het gebouw is aangevraagd. En dan moet verbouwing aan andere eisen voldoen. Maar voorlopig kun je er nog gewoon terecht.

In de binnenstad van Utrecht, achter het universiteitsmuseum, ligt de oude hortus. Een mooie stilteplek midden in de stad. Het was  alweer even geleden dat ik er was, maar deze maand wilde ik er nog even heen. Want vanaf 5 maart a.s. gaat de tuin ruim een jaar dicht. Het universiteitsmuseum gaat ingrijpend verbouwen en de hortus wordt meteen meegenomen. Zo moet de kas een nieuw dak krijgen. En er komt vanaf de straat meer zicht op de tuin. Daarmee is de oude hortus misschien straks niet meer “een goed bewaard geheim” in de stad.

De oude hortus werd in 1723 op de huidige plaats aangelegd. Een deel van de tuin was bestemd voor onderricht aan de apothekersopleiding. Er is nog steeds een kruidentuin. Vanaf ongeveer 1850 veranderde de opzet, er werd veel onderzoek gedaan naar plantensystemen en er werden practicaruimtes bijgebouwd. In 1963 werd de hortus overgeplaatst naar Fort Hoofddijk, vlakbij de nieuwe Uithof. De oude hortus werd ontmanteld en raakte in verval. In de jaren ’90 namen buurtbewoners het initiatief om de oude hortus te herstellen. De tuin heeft nu een kas en twee oranjerieën. De kleine oranjerie is nog in gebruik voor het overwinteren van (citrus)planten. In de grote zit het “Ginkgo-café”. In de tuin staat een oude ginkgo, die nu natuurlijk nog kaal was. Het is geen grote tuin, maar door slingerpaadjes lijkt hij ruim. Er loopt ook altijd  minstens één kat rond, die vanuit de aanliggende huizen komt buurten.

 

stinsenplanten: winterakoniet (Eranthis) met krokus en dwergiris (Iris Reticulata)

Het is nog vroeg in het jaar, toch bloeit er al van alles. Ik zag helleborus, toverhazelaar en winterjasmijn en verschillende stinsenplanten. En, ik kon mijn ogen en neus nauwelijks geloven, er bloeide een kamperfoelie.

de vroegbloeiende kamperfoelie (Lonicera fragrantissima)

De oude hortus is nog open tot 4 maart a.s. In het weekend van 24/25 februari zijn er allerlei activiteiten: op zaterdag een stekjesmarkt en op zondag muziek in de oranjerie en poëzie van Ingmar Heytze. Gratis toegang met museumjaarkaart. Bij de koffie kan ik de wortelcake aanbevelen.

Ik ben erg benieuwd hoe de nieuwe oude hortus er uit zal zien. Ik ga dat volgend jaar bekijken en zal er verslag van uitbrengen. Beloofd. De planning is nu dat de tuin in het voorjaar van 2019 weer open gaat. Gelukkig gaan de botanische tuinen in de Uithof op 1 maart a.s. weer open.

het programma voor het weekend 24/25 februari 2018.

Winterklaar

Dit weekend verzetten we de klok naar de wintertijd. Het gaat kouder worden en het stormde. Op kousenvoeten sluipt de winter dichterbij. Sommige mensen gaan dan hun tuin “winterklaar” maken. Ik vind dat niet zo nodig, na een nachtvorstje is de tuin vanzelf winterklaar. Wel heb ik in de schuur plaats gemaakt voor de planten in potten. Die moesten langzamerhand naar binnen. Het weer was lekker droog en de planten waren niet zo door-en-door nat. Al met al een goede dag om dat te doen. De bijna winterharde fuchsia staat nog buiten. Die redt zich voorlopig nog wel. Hij bloeit ook nog steeds.

Leuk om te zien dat er nog steeds kleur is in de tuin. De afrikaantjes bloeien dapper door. Ze worden alsmaar hoger, in een poging boven de oostindische kers uit te komen? Die bedekken nu het grootste deel van de tuin met grote uitlopers alle kanten op.  Er staan nog wat blauwe bloemetjes van de borage en hier en daar bloeit een leeuwenbekje.

Een van de dahlia’s is omgewaaid. De stokken stonden blijkbaar niet stevig genoeg in de grond en nu ligt hij helemaal ondersteboven. Ik heb nog een bosje dahlia’s kunnen plukken, maar ze worden minder en minder. De aardperen hebben ook last gehad van de harde wind, ze hingen dor en bruin tegen de schutting. Omdat ze toch zijn uitgebloeid knipte ik ze flink terug. Binnenkort maar eens aardperensoep maken. Ook staan er nog wat pastinaken.

Nu de anderen naar binnen zijn, krijgen de potten waar ik bollen in heb geplant een prominentere plaats. Ik heb tulpen, narcissen en blauwe druifjes. Voor binnen heb ik amaryllissen geplant.

Dit is een goede tijd om bollen te planten. Bij mezelf heb ik niet veel plek voor bollen. Zaterdag plantten we met de werkgroep stinsenplanten 2000 (!) nieuwe bollen in park Randenbroek. Ik ben benieuwd hoe ze het gaan doen. In het voorjaar gaan we dat monitoren.

 

 

 

 

 

Stinzenplanten

Wat zijn stinzenplanten?

De eerste bloemen die hun kopjes boven de nog koude grond steken zijn heel vaak stinzenplanten. Sneeuwklokjes bijvoorbeeld, de eerste, bescheiden, lentebodes. Van oudsher zijn stinzenplanten te vinden op oude buitenplaatsen. (Stinzen in het Fries). Maar je ziet ze nu ook vaak in parken. Voor een deel zijn het inheemse planten. Sommige planten zijn ooit hierheen gehaald en voelden zich zo thuis dat ze verwilderd zijn en we ze nu ook als “inheems” beschouwen. Vaak zijn het bolgewassen, maar ook weer niet altijd. Eén ding hebben ze gemeenschappelijk: ze bloeien allemaal in het voorjaar, van sneeuwklokje en winterakoniet in januari tot de boshyacintjes in mei.

 
kievitsbloem (fritillaria meleagris) + narcis;    knikkende vogelmelk(ornithogalum nutans)+hondstand (erythronium)

Vreugde van een vroege lente.

In haar boek “Tuinieren met stinzenplanten. Vreugde van een vroege lente”  geeft Trudi Woerdeman een overzicht van stinzenplanten en hun geschiedenis. (Het boek is in herdruk, in de loop van dit jaar zal een herziene druk verschijnen). Trudi Woerdeman is een expert op het gebied van stinzenplanten. Ze laat tuinen zien die door haar zijn ingeplant, bijvoorbeeld de tuin bij kasteel Hackfort in Vorden Ze bespreekt sneeuwklokjes, daslook, kievitsbloem, knikkende vogelmelk, primula, verschillende soorten hyacintjes enz. enz. Zelf heeft Trudi Woerdeman een tuin met kwekerij “De Warande” in Laag Keppel. Haar tuin is volledig ingericht met stinzenplanten en is af en toe open voor bezoekers. Ik was er vorig jaar -op een koude aprildag-  en heb er een heleboel geleerd.

Stinzenplanten in Park Randenbroek in Amersfoort.

Onlangs wandelde ik met een IVN-excursie door het vernieuwde park Randenbroek. Het park is recent heringericht en teruggebracht in Engelse landschapsstijl, zoals het ooit door tuinarchitect Hendrik van Lunteren (1780-1848) was ontworpen. Rond het huis stonden altijd al stinzenplanten. In het kader van de renovatie heeft de gemeente weer ca. 250.000 stinzenplanten aangeplant. Dat lijkt enorm veel, maar het viel ons nog niet mee. Omdat ze zo recent waren aangeplant,waren de plantjes nog niet verwilderd en daardoor zag de grond er nogal kaal uit, heel wat anders dan de tuin in Laag Keppel! Wel zagen we veel soorten: naast de vele narcissen en krokussen ook (bos)anemoon, sneeuwroem, sterhyacint en helmbloem. Leuk om het geleerde van vorig jaar weer op te halen. Ik was ook verrast door de nieuwe inrichting van het park. En wat ik bijvoorbeeld ook niet wist was dat er al jarenlang een kolonie blauwe reigers in de bomen nestelt. Ze zitten er alleen in het voorjaar, zodra de jongen uit het nest zijn, vertrekken ze naar de polder om pas het volgende voorjaar terug te komen.

    
met de klok mee:
sneeuwroem (chionodoxa); sterhyacint (scilla); slanke sleutelbloem (primula elatior) +kievitsbloemen wit en paars; helmbloem (corydalis + bosanemoon (anemone nemorosa);

Nu is het dè tijd om van stinzenplanten te genieten. Vanaf mei zijn ze verdwenen en zie je alleen nog het groene loof. Onder de grond verzamelen ze dan nieuwe groeikracht voor de volgende vroege lente. Je moet er misschien af en toe voor door de knieën, maar het is de moeite waard.
Verder lezen: De Warande: Warande ; ook voor data van opentuindagen.
Park Randenbroek: Randenbroek