Grond, Antjie Krog

RSCN6187 (1)hoe duidelijk spreekt de grond ons 
niet toe: hij behoort niet aan ons,
wij behoren aan de grond zoals de lucht
behoort de grond niemand toe

onteigen de grond bevrijd hem van
erfgoedmanie wij zijn met drogbeelden
vervloekt: deze grond is van mij
hie duidelijk spreekt de grond ons niet toe:

we heersen niet over planten
en dieren we moeten niet
langer denken dat de aarde
op knechting gegrond is
zoals de lucht behoort de grond
niemand toe

kijk eens hoe de herfst
zich uit haar knieholtes terug begint te trekken
de knotwilg een giftige waterklont
wurgt hoe duidelijk spreekt
de grond ons niet toe

orkanen   stormen   bergen
die vuurnesten spuwen we moeten
ons overgeven om door de grond geclaimd
te worden zoals de lucht behoort
de grond niemand toe

het idee dat grondbezit een mens van je 
maakt is gelul dat grond alleen sommigen toebehoort
moet uit mijn bek worden gespoeld hoe
duidelijk spreekt de grond ons niet toe: zoals
de lucht hoort grond niemand toe    te behoren

DSCN0300

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Antjie Krog , uit “Medeweten gedichten”, 2014

 

 

Over fado en saudade; J.J. Slauerhoff

De “Portugese Fries” J.J. Slauerhoff (1898-1936)

DSCN9627slauerhoffSoms begrijp ik niet waarom wij onze literatuur zo onachtzaam behandelen. Alsof alleen nieuw verschenen boeken het nog verdienen te worden uitgegeven en gelezen. Zelfs de CPNB directeur, die het Nederlandse boek zou moeten promoten, doet hier aan mee. 

Neem nou Slauerhoff; wie heeft er nog van hem gehoord, laat staan iets gelezen? (Ik dus toevallig.)

Reizen

J.J. Slauerhoff, geboren in 1898 in Leeuwarden, studeerde medicijnen en werd scheepsarts. Zo kon hij zijn reislust combineren met zijn beroep. Zijn eerste reis ging naar Portugal, zijn eerste gedicht over Porto.

Daarna volgende nog vele reizen, naar Macao (toen een Portugese enclave), naar Zuid Amerika en naar China. Zijn eerste roman “Het verborgen rijk” speelt zich af op Macao en ik vind het nog steeds een mooi en leesbaar boek. Het gaat over een zeevarende avonturier die terecht komt in een mysterieus (droom?)rijk. Hij baseerde het verhaal losjes op Luis de Camōes (1524-1580), één van Portugals grote dichters. In 1990 is “Het verborgen rijk” opnieuw uitgegeven in de serie Grote Lijsters. 

Liefde voor Portugal

Altijd kwam hij weer terug in Portugal. “In Nederland wil ik niet leven” heet één van zijn gedichten. Want: “Er nooit, nee nooit gebeurt een mooie passiemoord“. Met zijn rusteloze ziel en en zijn verlangen naar verre landen, voelde hij zich veel meer thuis bij fado en saudade. Soms gaf hij een gedicht een Portugese titel: “Fado”, “O Engeitado” (de verstotene) of “Saudade”. Maar hij dichtte in het Nederlands.

DSCN9624kop

Fado

Het duurde tot 1997 voor er wat gedichten van hem werden vertaald in het Portugees door Mila Vidal Peletti. Die vertaling had een bijzonder doel: ze was bedoeld om gezongen te worden door de bekende fadozangeres Cristina Branco. Met muziek van Custódio Castelo. In 2000 trad zij op in Nederland met haar programma “Cristina Branco canta Slauerhoff”. Ik hoorde haar in Vredenburg in Utrecht en heb onmiddellijk de CD aangeschaft. Ik hield al van fado en dan deze bijzondere combinatie!

Voor de verre prinses

Wij komen nooit meer saam:
De wereld drong zich tussenbeide.
Soms staan wij beiden ’s nachts aan ’t raam.
Maar andre sterren zien we in andre tijden.

Uw land is zoo ver van mijn land verwijderd:
Van licht tot verste duisternis – dat ik
Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,
U zou begroeten met mijn stervenssnik.

Maar als het waar is dat door groote droomen
Het zwaarst verlangen over wordt gebracht
Tot op de verste ster: dan zal ik komen,
Dan zal ik komen, iedren nacht.

DSCN9630kop(Dit gedicht is overgenomen uit het boekje bij de CD) 

Het einde

Slauerhoff was dan wel arts, hij was niet gezond. hij leed aan astma en bronchitis en liep in Zuid-Amerika malaria op. Na een zoveelste vergeefse kuur in Italië stierf hij dan toch gewoon in bed in een Hilversums verzorgingshuis. Hij was nog maar 38 jaar. Ik had hem een langer leven en een mooiere dood gewenst. 

Woningloze

Alleen in mij gedichten kan ik wonen,
Nooit vond ik ergens anders onderdak;
Voor de eigen haard gevoelde ik nooit een zwak,
Een tent werd door den stormwind meegenomen.

Alleen in mijn gedichten kan ik wonen.
Zolang ik weet dat ik in wildernis,
In steppen, stad en woud dat onderkomen
Kan vinden, deert mij geen bekommernis.

Het zal lang duren, maar de tijd zal komen
Dat vóór den nacht mij de oude kracht ontbreekt
En tevergeefs om zachte woorden smeekt,
Waarmee ‘k weleer kon bouwen, en de aarde
Mij bergen moet en ik mij neerbuig naar de
Plek waar mijn graf in’t donker openbreekt.

(Uit: verzamelde gedichten)

De portretfoto van Slauerhoff is uit het CD-boekje. 

 

Supermaan

Er was een supermaan beloofd en ik zat in een huis in de polder.
Thuis kan ik de maan bijna nooit goed zien: er staat een straatlantaarn voor mijn raam. Het is te licht.
Maar hier buiten hing hij boven het weiland.
Hij was zo groot als een strandbal, wit/grijs en zo helder.

Ik wilde een foto maken maar het lukte niet.
Toen bleef ik maar staan kijken naar dat witte licht.
Met mijn blote voeten op de plavuizen.
Tot ik het koud kreeg en afscheid moest nemen.

Nog steeds ben ik het niet vergeten.

Nu staat het zwart op wit.

Poëzieweek 2022

Op 27 januari is het weer gedichtendag, het begin van de poëzieweek. Dit jaar van 27 januari tot 2 februari. Het thema is “Natuur”, een breed begrip. Ik neem nu even de tuin erbij. Dat is weliswaar “getemde natuur”. Maar in feite is alle natuur in ons land getemd en aangelegd. Zelfs de nieuwe wildernissen die her en der ontstaan.

In Arboretum Kalmthout, waar ik pas ben geweest, zag ik dit gedicht:DSCN5281kopieBij sommige tuinen heb je dat: je ziet hoe hij ontstaan is. De geslaagde en de minder geslaagde hoekjes. De prille groene puntjes die net boven de grond komen. De bomen waaraan de ouderdom te zien is of juist hoe jong ze nog zijn.

Dwalen in een ruim geheugen“. O ja, hier stond dat, maar heeft het niet overleefd. Dit was een stekje van een vriend en dat bracht ik mee als zaad uit Engeland. Die plant is misschien niet zo mooi. maar krijgt het voordeel van de twijfel.

De tuin ben jij”. Soms kun je dat zien: een tuin en een persoon die helemaal bij elkaar passen.

Daarom is het zo leuk om in een privétuin rond te lopen. Je krijgt ook een glimp te zien van de tuinman/-vrouw.

DSCN1274

Dick Hillenius (1927-1987) was bioloog en schrijver/dichter.

Lees hier meer info over de Poëzieweek

De eerste week van januari

Wat doet een mens in de eerste week van januari? Voor de werkzamen onder mijn lezers was dit geen vraag. Weer aan het werk met meer of minder zin. Thuis achter de laptop waarschijnlijk. Ik hoop dat het jullie is meegevallen.

20211216_210901Voor mij was het een klusjesweek.

De kerstboom is opgeruimd. Elk jaar zaag ik een stuk uit de hulst in de voortuin en versier hem als kerstboom. Geen milieubelasting en ook geen uitvallende naalden in de kamer. De hulst is groot genoeg, ik kon er ook nog takken van uitdelen.

De kaarsen laat ik nog staan, hoor. Zeker in deze sombere, regenachtige dagen geven ze mooi, warm licht.

Ik haalde een pot hyacinten uit de schuur, nu geurt de hele kamer ernaar.

Ik deed wat administratieve dingen, hing  mijn nieuwe poëziekalender op en gooide een stapel oude kranten weg. Over opruimen gesproken: ik kwam in “De Groene” dit gedicht van Judith Herzberg tegen, het heet

Dozen

Omdat je in de oorlog altijd hoorde
van voor de oorlog, hoe argeloos
ze waren, ben ik nu heel voorzichtig.
Gooi ik iets weg, bijvoorbeeld
een kartonnen doos, dan hoop ik
dat die doos mij nooit meer zal
heroveren in de vorm van zelfverwijt;
weet je nog wel, hoe zorgeloos,
we gooiden gewoon dozen weg!
Als we er één hadden bewaard,
één hadden bewaard!

20220104_155935 (2)Ik vulde mijn lavendelzakjes opnieuw met de gedroogde lavendel uit de tuin. Ze hangen in de kledingkast. In december ontdekte ik een paar mottengaatjes. De geur van lavendel houdt motten op afstand, maar dan moet er nog wel voldoende geur in zitten.

Het was niet echt wandelweer, met al die regen. Op de enige droge dag in de week liepen we een stuk van een kunstroute. Kunst in de tuinen van het Bergkwartier. En tja, het was kunst in tuinen. Maar we liepen er allebei niet echt warm voor. Toch is het altijd leuk om hier de huizen en tuinen te bekijken.

Dit kunstwerk op de Berkenweg vonden we nog het mooiste, al moet je het eigenlijk bij avond zien als het uitgelicht is. Het zijn nylon draden die vanaf het balkon de tuin in gespannen waren. Afhankelijk van waar je staat, ziet het er steeds iets anders uit.

kunst

kunst 2Er waren ook verschillende versies van totempalen met vetbollen. Ze stonden in wel 7 tuinen, maar na een stuk of 3 hielden wij het voor gezien.

Ik dacht dat die vetbollen een vogelvriendelijke aanvulling was van de bewoners. Maar nee, ze hoorden er echt bij.

Eerlijkheidshalve moet ik hier bij vermelden dat het audiokunst was, je moest er een koptelefoon bij op doen. Maar die hadden wij niet. Om er zo langs te lopen, werkte het eigenlijk vooral op onze lachspieren.

Echt blij werd ik pas toen ik een Hamamelis (toverhazelaar) zag bloeien. Ze zijn er weer!

20220106_135731

Poëzie is overal

Als je er oog voor hebt is  poëzie overal te vinden. K. Schippers dichtte eens: “Als je goed kijkt zie je dat alles gekleurd is“.

En als je goed kijkt, kan alles poëzie zijn. Zo las ik vanmorgen dit in de krant onder de kop “Eerst grijs en zacht“.

RSCN7127 (2)

Eerst grijs en zacht

Het wordt laat licht en vroeg donker.
De dagen worden steeds korter.
De daglichtperiode duurt
in deze fase
van november
ongeveer achtenhalf uur.

(Het weerbericht in Trouw 19 november 2021)

November

 

20211103_140508 (2)
Het regent en het is November: 
Weer keert het najaar en belaagt
Het hart, dat droef, maar steeds gewender,
Zijn heimelijke pijnen draagt.
 
En in de kamer, waar gelaten
Het daaglijksch leven wordt verricht,
Schijnt uit de troostelooze straten
Een ongekleurd namiddaglicht.
 
De jaren gaan zooals zij gingen,
Er is allengs geen onderscheid
Meer tusschen doove erinneringen
En wat geleefd wordt en verbeid.
 
Verloren zijn de prille wegen
Om te ontkomen aan den tijd;
Altijd November, altijd regen,
Altijd dit leege hart, altijd.
 
 
J.C.Bloem (1887 -1966) 
uit “Media vita”, 1931

Spinnenwebben

DSCN8546 (2)

Spinnenwebben
kunstwerkjes
geweven met toewijding.
Zachtjes wiegend in de wind.

Spinnenwebben
ijle draden
geweven om te vangen.
Zachtjes wiegend in de wind.

Spinnenwebben
wrede schoonheid
gestrikt en gevangen.
Zachtjes wiegend in de wind.

(september, herfst 2021)

Uitzicht

RSCN8401 (2)

Uitzicht

Dat
we daar dan zitten
en dat we dan
geen betonnen schutting zien
geen flat
geen opbouw van geen buren
geen bankgebouw
geen VGZ

alleen maar
wij
koeien
wei

en dat er dan
eentje
naar ons zwaait

Elle van Lieshout, 2016

Dit denk ik ook vaak als ik thuis tussen de -houten-  schuttingen zit. En ik zou er aan toe willen voegen: geen muziek die niet mijn muziek is. Dromen mag altijd!

RSCN8442 (2)