Hoe gaat het in de tuin?

Ja, hoe gaat het intussen in de tuin? Zoals je ziet, staat mijn voortuintje er fleurig bij. Met blauwe druifjes, ouwe wijfjes, muurbloemen, en judaspenning. De hoge temperaturen zorgen er voor een uitbarsting van kleur. De moestuin is (nog) een ander verhaal.

In maart heb ik een en ander gezaaid: peultjes, meiraapjes en bietjes. Er staat nog niks boven de grond. Dat komt waarschijnlijk door de combinatie van droogte en nachtvorst. Nu het warmer is geworden ben ik flink gaan gieten. Als er eind van de week nog geen groene puntjes boven de grond staan, denk ik dat ik opnieuw moet zaaien.

Veel vaste planten zijn er natuurlijk al wel: de bieslook, de marjolein, de roomse kervel en de citroenmelisse. Ook de munt komt alweer naar boven en ik zie een andere muntsoort, met net iets donkerder blad, tevoorschijn komen in een hoekje langs de schutting. Ik vermoed dat het Marokkaanse munt is. De salie- en de lavendelstruikjes heb ik teruggesnoeid, de rozemarijn begint te bloeien. Alleen de tijm staat er verpieterd bij en de maggiplant is helaas niet teruggekomen.

De maagdenpalm bloeide gewoon de hele winter door. Muurbloemen staan te bloeien en akeleien staan in de startblokken.  Ook lelietjes-van-dalen steken hun groene punten boven de grond. Vooral op de muurbloemen vliegen heel veel insecten als bijen en hommels. Het boomblauwtje heb ik niet meer gezien.

En kijk, zo ziet een spruitenplant er uit als je hem laat staan tot hij gaat bloeien.

Mijn zaaisels in de vensterbank doen het intussen goed. De courgettes en de boontjes en de koriander gaan straks in de schuur om aan koelere temperaturen te wennen. De broccoli en de tomaten gaan wat langzamer, maar ze groeien wel.

Echt in de volle grond mag alles pas vanaf half mei. Ik houd me toch altijd aan de “ijsheiligen“, klimaatverandering of niet!

 

April is the cruellest month

April is the cruellest month“. Deze dichtregel zit deze dagen in mijn hoofd. Juist nu het voorjaar wordt en alles tot leven komt, waart een dodelijk virus rond en zitten we binnen. Het is de eerste regel van “The waste land” (Het barre land) een gedicht van T.S. Elliot. Waar gaat het eigenlijk over? Omdat ik nu tijd heb, ben ik me er eens in gaan verdiepen.

Het paginaslange gedicht meandert langs allerlei ondoorgrondelijke zijpaden en metaforen en ontspoort aan het eind volledig. Het verscheen in 1922, hetzelfde jaar als  “Ulyssus” van James Joyce. Ook zo’n meesterwerk dat onleesbaar of geniaal wordt gevonden. Ik heb me er in elk geval nog nooit aan gewaagd. Zoiets geldt ook voor “The waste land”. Het schijnt dat Virginia Woolf niet wist wat ze ervan moest vinden toen het verscheen. Ik bevind me dus in goed gezelschap, als ik het ook niet weet;)

Het begin is nog tamelijk goed te volgen:

April is the cruellest month, breeding
Lilacs out of the dead land, mixing
Memory and desire, stirring
Dull roots with spring rain.
Winter kept us warm, covering
Earth in forgetful snow, feeding
A little life with dried tubers.

Hier de vertaling van Paul Claes (uit. Bezige Bij).

‘April is de grimmigste maand, hij wekt
Seringen uit het dode land, vermengt
Herinneringen en verlangen, port
Lome wortels op met lenteregen.
De winter hield ons warm, hulde
De aarde in vergetele sneeuw, voedde
Een restje leven met verdorde knollen.’

Dit eerste vers beschrijft hoe het voorjaar begint en alles in de natuur tot leven komt. T.S. Elliot was in elk geval geen groot plantenkenner: seringen komen niet op uit het dode land of  verdorde knollen. Een sering is een struik. Ik dacht bij deze regel altijd aan narcissen, maar lilacs zijn toch echt seringen. Dichterlijke vrijheid! Want vul eens “daffodils” in en het klinkt meteen een stuk minder. In de vertaling zou “narcissen” weer wel kunnen. Er is natuurlijk niks op tegen om toch aan narcissen te denken die uit het droge land tevoorschijn komen. Of een andere plant, misschien vind je krokussen nog toepasselijker. Elliot dacht aan seringen of vond het in elk geval goed klinken.

De dichter past hier een “personificatie” toe: hij beschrijft April als de handelende persoon: April wekt de seringen uit het land en wekt lome wortels op met lenteregen. Waarom is het dan toch een cruel, wrede of grimmige maand? Dat staat in de laatste drie regels. In de winter zijn we bezig met overleven, de Winter hield ons ingekapseld in “forgetful snow”. Maar dan komt April, die alles tot leven wekt: ook “memory and desire”. Alles komt weer boven, wordt opgepord. Het wrede is dat dit verlangens zijn waar de dichter/men niets mee kan en herinneringen die de dichter/men liever was vergeten.

In die zin kun je het nu ook zo beleven: het wordt voorjaar, maar je zit binnen en kan geen kant op. Voor wie het hele gedicht wil lezen, hieronder de link. (ik heb geen vertaling van het hele gedicht gevonden) En hoewel ik niemand wil beïnvloeden, want dichterlijke vrijheid en zo… toch een foto van narcissen.

https://www.poetryfoundation.org/poems/47311/the-waste-land

De thuisblijf-wandeltag

Een paar jaar geleden startte Vera de Wandeltag. Vera deelt haar wandelbelevenissen op haar blog `VeraWandelt`. Nu het wandelen zich beperkt tot rondjes om het huis, lanceert ze de Thuiswandeltag, over hoe je omgaat met het niet wandelen. Ik vul hem graag voor haar in.

Maak je nog een ommetje of blijf je binnen? 

Ik blijf hoofdzakelijk binnen en maak ommetjes, korte wandelingen en fietstochtjes vanuit huis. Dat deed ik eerder ook al af en toe onder het motto: “Je stapt gewoon je deur uit”.

Wat doe je nu je geen lange wandelingen maakt?

Eigenlijk is er niet zo heel veel veranderd. Ik werk ’s morgens vanuit huis. ’s Middags doe ik wat in de tuin, maak een wandelingetje of fiets een stukje. De afgelopen week zat ik in de zon met een boek. Eén keer per week naar de groenteboer en de supermarkt en onlangs naar de kapel om een kaarsje op te steken voor mensen die ik ken en het moeilijk hebben. Ik was de enige en heb daar een tijdje in stilte gezeten.

Ik besteed meer tijd aan eten koken. Recepten uitproberen deed ik eigenlijk alleen in het weekend, doordeweeks kookte ik op de automatische piloot. Nu ik meer tijd heb, heb ik van alles uitgeprobeerd. Quiche met ui, champignons en blauwe kaas. (Lekker maar ik miste de bite van spek). Soep van een rest zuurkool met zoete aardappel. (apart, maar niet meer doen). Ovenschotel met aardappels, verse groene asperges en diepvrieserwtjes (verrukkelijk). Bananenbrood met chocolade als toetje (dat is eigenlijk gewoon snoepen). En een toetje uit de oven met de allereerste rabarber uit eigen tuin. (Lekker met aardbeien erbij)

Hoe blijf je fit nu je minder wandelt? / Wat mis je het meest nu je minder wandelt?

Behalve wat rek- en strekoefeningen doe ik niet zoveel. Wat ik mis, is de beweging, je hoofd leegmaken en de stilte. Al is het nu hier in de straat ook erg stil. Ik had net weer wandelconditie opgebouwd en merkte dat het lopen goed ging. Ik voerde de afstanden langzaam op. Ik denk dat ik straks weer opnieuw moet beginnen. Vooral hoop ik dat ik niet ziek wordt.

Welke websites bezoek je nu?

Geen. En ik beperk ook het tv-kijken. Ik vind dat ik mezelf niet steeds hoef bloot te stellen aan al dat Coronagepraat. Ik ben blij dat de krant nog steeds komt en ik heb nog best veel ongelezen boeken in de kast staan.

Welke wandeling wil je het eerst maken als het weer kan?

Ik zou al heel lang gaan wandelen in Noord Limburg, bij Swalmen, maar daar kwam het elke keer niet van. Maar of dat de eerste wandeling wordt?

Welk wandelevenement moet je missen?

Ik ben niet van de evenementen. Ik wandel het liefst alleen of met z’n tweeën. Ik wilde graag de NS wandeling Belmonte gaan doen, die eindigt in Wageningen bij het Arbortum Belmonte. Daar staan nu veel magnolia’s in bloei. Gelukkig zie ik veel magnolia´s in de tuinen onderweg.

Wat voor moois heb je in de buurt al ontdekt?

Teveel om op te noemen eigenlijk. Het voorjaar is een prachtige tijd van het jaar. Er valt elke dag zoveel te ontdekken. Zelfs in mijn eigen voortuintje. Daar bloeien blauwe druifjes, muurbloemen, oude wijfjes en zelfs de judaspenning bloeit al. De roos loopt uit en ik heb takken van de meidoorn in de kamer gezet. De hulst heeft al gebloeid, maar zit ook nog steeds vol rode bessen.

De paddentrek is weer begonnen. Ik zag onderweg afzettingen langs de slootkant met emmers om de padden op te vangen. Erbij bordjes met het verzoek de padden toch vooral in de emmers te laten zitten. Ze worden ´s avonds overgezet om te voorkomen dat ze platgereden worden.

Bij de schaapskooi liepen al weer veel lammetjes, altijd mooi.

Vera, ik hoop snel weer je wandelverhalen te lezen.

 

 

 

 

Boomblauwtje (Celastrina argiolus)

Vandaag, 26 maart, zag ik het boomblauwtje (Celastrina argiolus)  in de tuin. Het fladderde een tijdje rond. Ging dan eens hier, dan eens daar zitten. Maar kwam elke keer terug bij de maagdenpalm. Uiteindelijk kon ik dan toch een paar foto’s maken. Ik had het nog nooit in mijn tuin gezien.

Het boomblauwtje is een piepklein vlindertje, niet groter dan de nagel van mijn duim. Het vliegt laag boven de grond en is herkenbaar aan de lichtblauwe kleur en de zwarte stipjes. Ze vliegen vanaf april, deze is aan de vroege kant.

Ik vond het wel bijzonder dat het alsmaar terugkwam bij de bladeren van de bonte maagdenpalm. Je zou verwachten dat bloemen aantrekkelijker zijn. Maar het vlindergidsje zegt dat het boomblauwtje zelden op bloemen gaat zitten en voorkeur heeft voor klimop of vuilboom. De bontbladige maagdenpalm lijkt op klimop qua kleur. Bovendien heb ik een beetje atypische maagdenpalm. Hoewel het een bodembedekker is, klimt hij bij mij tegen de schutting.

 

De Anna Paulownaboom (Paulownia tomentosa)

Vanmorgen stond in “Trouw” een artikel over de Oxytree. Ik zag het niet meteen, maar het bleek de Anna Paulownaboom te zijn. In Polen wordt geëxperimenteerd met deze boom omdat het zo’n snelle groeier is. Bovendien groeit de stronk opnieuw uit na het afzagen. Prima productiehout dus. Bijkomend voordeel is dat de boom door zijn enorm grote bladeren veel meer CO2 opneemt dan andere bomen. Daarom wordt hij nu de “Oxytree” genoemd. Het is nog een experiment, de boomstekjes komen uit Zuid Europa. Het is dus nog maar de vraag hoe ze het doen in Polen. Vorig jaar maakte ik een blog over deze boom.

stiensbuitenblog

Deze week maakte ik een uitstapje naar Duitsland, o.a. naar het Raketenstation Hombroich in Neuss (Noordrijn Westfalen). Van 1976 tot 1990 was dit een raketbasis van de NAVO met raketten gericht op het oosten. Na de val van de muur en het einde van de Koude Oorlog werd de basis ontmanteld. In 1994 werd het terrein eigendom van de stichter van het museumeiland Hombroich. Hij gaf de gebouwen van vroeger een andere functie. Nu is het een terrein met ateliers, een logeerhuis, een concertzaal etc. en veel ruimte voor de natuur.

De Anna Paulownaboom (Paulownia tomentosa)

Op dit terrein zag ik deze exotische bloeiende bomen, wel een stuk of 6-7 bij elkaar. Iemand zei dat het de Jacaranda was. Maar dat kon haast niet kloppen. De Jacaranda is een tropische plant uit Zuid-Amerika, die bij ons niet winterhard is.

Ik wist niet zo gauw wat het wel was. Ik moest…

View original post 170 woorden meer

Je stapt gewoon je deur uit: Amersfoorts waterwingebied

Onder het motto:”Je stapt gewoon je deur uit.” maakte ik eerder een blog over het `Heiligenbergerbeekpad` en over `Wandelen langs de Eem`. Deze keer wandelde ik naar het Waterwingebied.

Het waterwingebied is een langgerekte  groenstrook, tot 2003 gebruikt voor de waterwinning voor Amersfoort. Af en toe kom je er nog een waterbekken tegen. Sinds  2003 is het bestemd als natuurgebied. Het is een verrassend stukje natuur tussen een rij flats, een spoorlijn en de A 28.

Bloeiende bomen

Zodra ik mijn tuinpoort uitstap zie ik al de bloeiende  bomen. Zomaar langs de straat en op het schoolplein staat de kersenbloesem (Prunus). In een tuin verderop een grote bloeiende Magnolia. Zachtjes dwarrelen kleine roze blaadjes naar de grond. De lente is nu echt begonnen!

Met een grote glimlach op mijn gezicht loop ik langs de kersenbloesem en via een klein parkje, omhoog naar de nieuwe huizen langs het spoor. Hier loopt een fiets- en voetpad langs de spoorlijn.

Even verderop zijn de volkstuintjes. Omdat de weg hoog loopt, heb je een goed overzicht over de tuintjes. Hier en daar is een stukje omgespit, maar er is nog niet veel activiteit.

Weer een stuk verder is het terrein van het oude zwembad. Ik kijk er altijd met weemoed naar: hier heb ik leren zwemmen en daarna zwom ik er jarenlang elke week. Het zwembad is gesloopt. Ergens anders is een groot nieuw zwembad gebouwd, met voor mij ongunstige tijden. Ik ben er nog nooit geweest.

Het waterwingebied

Aan het eind gaat de spoorlijn rechtdoor, het pad buigt naar rechts, naar het waterwingebied. Dit is iets tussen park en natuur in. Er wordt onderhoud gedaan, er zijn verharde en onverharde paden, er is een speelplaats. Maar de planten en bomen zijn niet speciaal aangeplant. Het zijn de gangbare planten die je ook in het bos tegenkomt: wilgen, bramen, krentenboompjes,eiken.

Er zijn meer wandelaars, maar het is niet druk. Afstand houden is gelukkig goed mogelijk. Ik hoor de vogels. Merels, mezen en duiven natuurlijk en ik zag ook een (appel)vink opvliegen.

Er dendert een trein langs en op het pannaveldje wordt gevoetbald. Echt idyllisch wil het niet worden. Maar ik ben buiten en er bloeit al van alles:

  • ik zie de gele sterretjes van het speenkruid,
  • een veldje vol met groot hoefblad,
  • klein hoefblad langs de waterkant,
  • maar ook zie ik al bloeiend fluitenkruid, dat is echt vroeg, het staat nog laag, maar toch het bloeit al wel (zie foto).

In een kamperfoeliestruik hangen verdroogde hopbellen, terwijl de nieuwe scheuten van de hop zich alweer door de kamperfoelie vlechten.

Hop is een enorme woekeraar. Ik heb hem in de tuin gehad, spontaan aan komen waaien. Het was een mannelijk exemplaar met kleine wat onooglijke bloemen, niet zulke mooie bellen. Hij bedekte de schutting, maar was niet goed in toom te houden en de buren klaagden erover. Het kostte veel moeite om hem eruit te krijgen. Elk jaar kwamen er toch weer hopscheuten boven de grond. Als het een vrouwelijk exemplaar was geweest, met die echte hopbellen, dan had ik haar vast toch laten staan. Ik vind het nog steeds leuk om een hopplant tegen te komen in het bos.

 

Ik steek een straat over, aan de overkant loopt het waterwingebied nog een eind door. Het is wat smaller en ook rustiger. Vorig jaar zag ik hier daslook, maar nu zie ik het niet. Daarvoor is het blijkbaar toch nog te vroeg.

De schapen zijn er ook nog niet. In de zomer loopt hier een kudde schapen die het gras kort houdt. Ook nog te vroeg zeker.

Dan langs een bloeiende wilg (waterwilg?) en een stapel hakhout weer terug naar huis. Het was niet de mooiste wandeling, maar ik heb in  korte tijd veel gezien en een frisse neus gehaald. Toch goed dat dit stukje natuur bewaard is gebleven, er hadden ook zomaar flats kunnen staan.