Ierland, het groene eiland

Ierland, maar daar regent het toch altijd?

Ja, het regent veel in Ierland, maar het duurt nooit lang en dan schijnt de zon alweer. “Four seasons in a day“. En echt koud is het er niet. Het was vijf jaar geleden dat ik in Ierland was en ik was blij er weer te zijn.

Het is een land om van te houden, met aardige mensen, veel schapen en inderdaad weelderig groen. Groene heuvels, weilanden, bossen en ook met rotsige kusten. In de Wicklow Mountains bloeide de paarse heide. Ik zag veel mooie tuinen, die heel verschillend van karakter zijn. Sommige tuinen sluiten helemaal aan op het landschap. Zoals bijvoorbeeld

De tuin van Blarney Castle (County Cork)

De geschiedenis van dit kasteel gaat terug tot 1210, de toren die er nu staat is uit 1446. Het kasteel is allereerst beroemd vanwege de “Blarney Stone”, maar de tuinen zijn zeker de moeite waard.

De enthousiaste headgardener leidde ons al snel weg van de bloemenborders vooraan, die al mooi genoeg zijn, naar de interessantere en ruigere stukken verderop. Het lijkt alsof je in het bos loopt, groen, groener, groenst. Watervallen, smalle paadjes, uitgesleten trappen. En “onkruid”, want brandnetels zijn bijvoorbeeld goed voor vlinders.

Maar als je goed oplet dan zie je dat er wel degelijk getuinierd wordt op grote schaal. Bomen die gestut worden, exotische bomen en struiken uit Mexico en Zuid Afrika, een Himalayatuin die pas is aangelegd.

Er is een varentuin met boomvarens en een watertuin waar je komt via de “Wishing Steps“, waarbij je je maar net tussen de rotswanden door kunt wringen. Het zou een oude plaats zijn van de vroegere druïdes.

Ook dat hoort bij Ierland: plaatsen met een mystiek verhaal en je weet nooit zeker of men het ook echt gelooft. Laat men dingen achter bij de “Witches Stone” just for fun of omdat men denkt “je kan niet weten…. ”

 

Derreen Garden, Lauragh (County Kerry)

Deze tuin ligt pal aan de kust, wat verder naar het zuiden. De eerste indruk bedriegt: een theetuin met fleurige bloembakken. Maar daarachter begint het groene mysterie. Nergens heb ik me zo “down to earth” gevoeld als in deze tuin, ik had er de hele dag kunnen blijven. Hoewel deze woodland garden aangelegd is in 1870, lijkt hij eeuwen ouder, prehistorisch bijna. Dat komt vooral door de vele boomvarens (Dicksonia antarctica) die zo groot zijn dat ze een oerwoud lijken te vormen, sommige 150 jaar oud. Maar ook door alle soorten mossen, die  zorgen voor dat gevoel dat deze tuin al vele eeuwen heeft gezien.

De tuin heeft in totaal 12 km aan paden en ligt langs het water op een soort schiereiland. As je het pad langs het water neemt dan zie je van tijd tot tijd de oceaan. We kregen een gidsje met 35 bijzondere bomen en struiken die er te vinden zijn. Het is geen vlak terrein, je klimt en daalt en overal is het groen van de bomen en het mos. Hier en daar een omgevallen boom, als hij niet over het pad ligt, dan blijft hij liggen.

Als je de trapleuningen en goed onderhouden bruggen even wegdenkt, dan waan je je ver terug in de tijd. Heden en verleden gaan in elkaar over. Veel verhalen uit de Keltische mythologie springen heen en weer in de tijd, dat doen deze bostuinen eigenlijk ook. Dan geloof je bijna ook in elfjes.

Ja, ik weet het, ik heb een zeer levendige fantasie.

 

 

Natuurlijk zag ik in Ierland ook andere tuinen met juist veel bloemen en kleur. Daarover een volgende keer.

 

 

Advertenties

Weer thuis en hoe gaat het in de tuin? (2)

Intussen ben ik opnieuw een week met vakantie geweest. Naar Ierland deze keer. Daar gaan jullie nog over lezen want ik heb veel moois gezien.

Toen ik thuis kwam was het al donker. Pas de volgende dag zag ik hoe het met de tuin gesteld was. Dat viel een beetje (nogal) tegen. Ik kon zien dat het hard gewaaid heeft in de afgelopen week. Mijn bouwseltje voor de pompoenen staat nog overeind. Maar de bonenstaken zijn omgewaaid. Waarschijnlijk omdat ze boven de schutting uit komen. Ze hingen helemaal scheef in de clematis. Gisteren was ik de hele dag bezig om van alles opnieuw aan te binden en te steunen. Helemaal rechtop kreeg ik de bonen niet, maar het is nu wel beter zoals je kunt zien. Er hangen nog niet veel boontjes aan, daarvoor moet er weer wat zon komen, denk ik.

Ook plantte ik een nieuwe plant die ik meebracht uit de tuin van June Blake in Ierland, een Leontodon rigens. Leeuwentand, een composiet met heldergele bloemen en grote stevige bladeren. (vooraan op de foto) Ik ben erg benieuwd, hij is in elk geval winterhard, maar heeft wel droge grond nodig. En ja, het wil nog wel eens nat worden bij mij. Afwachten dus, hoewel het ook in Ierland nogal vaak nat is…..

De tithonia heeft een eerste bloem, zelfs die in een pot staat is gaan bloeien!. De crocosmia’s bloeien nog steeds niet, maar ik hoorde van een kenner dat ze wel eens een jaar overslaan. In Ierland zie je crocosmia’s echt overal, niet alleen in tuinen, maar ook in het bos en in de berm. Ierland heeft toch net een iets ander klimaat dan wij hebben.

De tomaten zijn nog steeds groen, ze waren niet omgewaaid en zien er nog goed uit. Ik heb ze wel extra aan gebonden. De pluksla is gaan schieten; maar daar heb ik dan ook heel lang van kunnen eten. Dat kan ik deze maand nog zaaien.

Van Jannie kreeg ik de vraag of de groentes bij mij door elkaar staan. Het antwoord is: ja. Ik ben ooit begonnen met een moestuin op een landje met keurige nette rijtjes groente. (Die tuin heb ik nu niet meer). Daarna ging ik me verdiepen in de invloed die planten op elkaar hebben. Zo houden uien of prei de wortelvlieg weg bij worteltjes. Dus zette ik om en om een rijtje wortels en een rijtje prei. De volgende stap was het toevoegen van nuttige planten als goudsbloem. afrikaantje en oost-Indische kers. Geïnspireerd door tuinbezoeken ben ik steeds meer gaan combineren met bloemen en planten. En nu staat alles vrolijk door elkaar. Ik houd wel een schriftje bij met aantekeningen zodat groentes niet steeds op dezelfde plek staan.

Omdat ik moet woekeren met de ruimte, zet ik ook veel planten in potten. Die kan ik dan verplaatsen als er een lege plek valt bijvoorbeeld. Zo staat er nu een hibiscus in een pot tussen de aardbeien, want die zijn op. En een paprikaplant in een pot kan ik door te verplaatsen extra lang zon geven. Je moet natuurlijk wel veel gieten als het warm is.

Tithonia, hortensia, alstroemeria, geranium in potten.

Weer thuis en hoe gaat het in de tuin?

Na een heerlijke week in de Meije ben ik weer terug in mijn eigen tuintje. Met een fietstas vol souvenirs: een doosje eieren, bramen, een zakje pruimen (die tamelijk geplet uit de fietstas kwamen) en pruimenjam. Nu moet ik er weer aan wennen dat ik niet zomaar het weiland in kan kijken, zo ver als ik wil. Geen zwaluwen en geen wandelingen meer langs het water. Nu kijk ik weer tegen schuttingen aan. Hoewel die nu redelijk aan het oog onttrokken zijn, door deze rode melde bijvoorbeeld.

De tuin heeft zich verrassend goed gehouden tijdens mijn afwezigheid. Ik kan zien dat er af en toe een bui is gevallen. Alle bloempotten had ik bij elkaar in de schaduw gezet en de planten leven allemaal nog. Tabaksplanten, viooltjes, geraniums en een fuchsia. De pompoenen zijn dan toch eindelijk gaan bloeien. En ook de dahlia’s krijgen de eerste bloemen. De bietjes staan er goed bij, ik laat ze nog even zitten. De spruitenplanten zijn nog wat klein.

Ik ben vandaag meteen aan de slag gegaan. Ik plukte het laatste handje Japanse wijnbessen en knipte de struik flink terug. Ik oogstte klaprooszaad omdat iemand erom gevraagd heeft en pastinaakzaad omdat ik die volgend jaar wil zaaien. Ik knipte alle uitgebloeide bloemen uit de geraniums. Er waren courgettes. Ik bracht er een paar bij de buren. De tomaten zijn nog klein en groen, ze hadden flinke uitlopers gekregen, dus meteen gediefd. Tip: was altijd direct je handen nadat je tomatenplanten hebt aangeraakt want ze geven een gele stof af die nare vlekken geeft aan o.a. kleding. Vorig jaar verknalde ik een witte bloes. Hij hing aan de waslijn en woei met de mouwen tegen een tomatenplant aan. De gele vlekken kreeg ik er niet meer uit.

De pronkbonen vallen me tegen. Ze bloeiden uitbundig, nu nog steeds, maar er zijn nog nauwelijks boontjes aan gekomen. Ik zie nog geen bloemknoppen in de crocosmia’s. Ook de tithonia heeft nog geen knoppen, maar die was vorig jaar ook laat.

Maar al met al heeft mijn tuin het goed gedaan de afgelopen week. Dat geeft goede hoop voor de volgende vakantieweek die er aan komt.

 

Vakantie in de Meije

Mijn eerste vakantieweek is bijna op de helft. En wat een mooi begin! Ik mag weer in het huis van Jan en Marja in de Meije. Zondag op de fiets vertrokken: De Bilt, Utrecht, Harmelen, Woerden, Zegveld, ik ken het uit mijn hoofd. Daar heb ik geen kaart voor nodig. Ik was eigenlijk van plan om niet te bloggen deze vakantie. Maar er zitten nog te veel woorden in mijn hoofd. Dit is een soort afkickblog, moet je maar denken. Geen nieuwe foto’s. Een van mijn eerste blogs ging over de Meije en die foto’s kunnen best nog een keer, het is tenslotte vakantie.

Het voelt als altijd weer vertrouwd. Dat er een flesje wijn klaar staat en een stapeltje boeken. En dat het dan de boeken zijn die ik wil lezen, omdat ik daar een half jaar geleden uitgebreid met Jan over aan de telefoon heb gehangen. Allebei zijn we fan van Robert Macfarlane en zijn nieuwste boek “Benedenwereld” is weer even bijzonder. Daar begin ik mee.

De volgende dag: ontbijten in de tuin met versgeplukte bramen en een zelf geraapt eitje. Dan pruimen plukken en courgettes oogsten, tomaten water geven, konijn voeren etc. etc.  En in de tuin zitten, koffie, een hoofdstuk lezen en dan weer een poosje kijken. Natuurlijk heb ik plannen: met een boot van Natuurmonumenten over de Nieuwkoopse Plassen, pruimenjam maken en aan het eind van de week komt er een vriendin langs. Maar eerst hier zitten en aankomen. Ik heb nog alle tijd…….

Rond de pruimenboom gonst het van insecten. Er cirkelen zwaluwen hoog rond de watertoren. En dan ineens boven de tuin, boven mijn hoofd. Ik kan hun witte buikjes zien, zo dichtbij zijn ze. Even zweven en dan ook weer weg. Rond de Verbena fladderen koolwitjes. Ik weersta de impuls om de camera te pakken. Gewoon kijkend valt me op hoe onrustig ze rondfladderen, nerveus bijna. Ze zitten geen moment stil. Er is ook een kleine vos bij, die doet juist rustig aan en neemt de tijd voor elke bloem. Zouden vlinders ook verschillende karakters hebben? Het ongedurige koolwitje, de bedachtzame kleine vos?

In de verte loeit een koe en klinkt het geluid van een trekker: 12.00 uur de boer gaat op huis aan.

De vakantie is goed begonnen.

Boek: “Benedenwereld” (Underland), Robert Macfarlane. Een boek waarin de schrijver afdaalt in grotten en onderaardse gangen om de natuurverschijnselen daar te ondergaan.

Eerder besprak ik: “De laatste wildernis” (The wild Places 2007), waarin hij op zoek gaat naar de laatste ongerepte natuurgebieden. Dit boek ontdekte ik in 2016 en vorig jaar las ik ” De oude wegen” (The old Ways 2012) over oeroude routes door het landschap.

 

 

 

 

Wandelen met meester Li

Over de Tao van het landschap

“Meester Li” is in de Chinese filosofie een wijze die zich bezighoudt met wijsbegeerte en dan met name de Tao. De schrijver wandelt met een Nederlandse meester Li door het Nederlandse landschap. Meester Li bekijkt dit met een oosterse blik en geeft lessen in waarnemen volgens de Tao. Dat ze dit al wandelend doen is niet zo gek want de Tao is nogal lichamelijk ingesteld. Je zit niet in stilte te proberen de kramp in je kuiten los te laten. Je beweegt en beweegt niet. Je handelt en handelt niet. Dat is “WuWei” een begrip dat zoiets betekent als “doen door niet te doen”. De Tao zit vol met deze tegenstrijdigheden.

Wat is de Tao?

Tao betekent zoiets als “de weg”. Het is geen religie maar een oude Chinese filosofie, opgeschreven door Lao Tze die leefde in de zesde eeuw voor Christus. Maar misschien ook niet, want er wordt aan getwijfeld of er wel één auteur is. Behalve wijze teksten staan er ook politieke en praktische adviezen in. De natuur (bomen, bergen, stromen) wordt beschouwd als bezield.

Omdat ik een paar jaar geleden een korte cursus over Taoïstische levenskunst heb gevolgd, was ik erg benieuwd naar dit boek.

Taoïstisch wandelen

In het boek worden 5 wandelingen benoemd door verschillende gebieden of landschappen. Dat was de opzet van de schrijver. Meester Li trekt  zich van deze opzet niets aan en gaat zijn eigen gang. Tijdens het wandelen wordt er gekleid, er worden stenen verzameld en vele gesprekken gevoerd.

Al wandelend geeft meester Li oefeningen in het kijken. Kijk niet naar het pad en naar je voeten, maar kijk hoger of verder. Meester Li wijst op een bijzondere bomenrij en een bepaalde ordening in het landschap die je zou ontgaan als je gewoon maar wat voort wandelt. Kijk hoe het licht valt, kijk die structuur, kijk die vorm. En kijk ook vooral naar de ruimte tussen de dingen. Een lege ruimte is nooit echt leeg.

Het is geen pageturner

Het is geen boek dat je achter elkaar uitleest, dat moet je ook niet willen. Af en toe is meester Li nogal belerend. En de schrijver probeert voortdurend verbindingen te leggen tussen oosterse en westerse filosofie. Hij refereert aan Kant en Nietzsche en de wandelende Goethe. Dat maakt het boek niet erg toegankelijk en komt op mij soms nogal gekunsteld over. Waarom zouden die twee niet gewoon naast elkaar kunnen bestaan?

Tot slot

Als je belangstelling hebt voor het Taoïsme of voor oosterse filosofie meer in het algemeen, dan is dit een leuk en leesbaar boek. En met 220 pagina’s niet al te dik. Achterin staat een handig begrippenlijstje. De invalshoek van het wandelen en het landschap maakt het minder abstract.

Tijdens je wandeling af en toe stilstaan om de omgeving eens goed te zien, is zeker het proberen waard. Met aandacht zie je altijd meer, met of zonder Tao.

Foto’s: Eric van Oevelen, Moesblog

Boek: “Wandelen met meester Li”, Eric Brinckmann, uitg. KNNV

Tuinhibiscus (Hibiscus syriacus)

In mijn postzegelvoortuintje staan twee hibiscusplanten. Nou ja, beter gezegd: bomen. Want in de loop der jaren zijn ze van kleine struik uitgegroeid tot boom. Jaar op jaar geniet ik de hele zomer van de grote bloemen. Als je nu denkt: ze lijken sprekend op die van de stokroos, waarover ik het vorige maand had, dan kan dat kloppen. Want ook de tuinhibiscus is lid van de kaasjeskruidfamilie (Malvaceae).

De tuinhibiscus, die ook wel Altheaplant genoemd wordt, komt oorspronkelijk uit Azië. Het is zelfs de nationale bloem van Zuid-Korea. De Hibiscus syriacus is de enige soort die bij ons winterhard is en daarom ook uit kan groeien tot een boom. Een ander bekend familielid is de Chinese roos, die het hier alleen als kamerplant doet.

Een makkelijke plant...

Net als de stokroos zaait ook de hibiscus zich royaal uit. In het voorjaar trek ik ze er altijd bij bosjes uit. Ik heb al veel mensen blij gemaakt met een zaailing in een pot, die dan langzaam ook weer uitgroeit tot struik. Zelf heb ik er ook een in een pot staan, die bloeit wel met kleinere bloemen. Omdat planten in pot gevoelig zijn voor bevriezen zet ik ze ’s winters in de schuur.

Het zijn gemakkelijke planten. Aan de grond stellen ze nauwelijks eisen, als hij maar doorlatend is. Ze willen wel een plaats in de zon. Als ze te donker staan vallen de knoppen af. Ik lees overal dat hij vochtige grond verlangt. Maar bij mij in de voortuin heeft hij de vorige superdroge zomer overleefd zonder al te veel gieten.

Je hebt er weinig werk aan…

Een nadeel is dat de uitgebloeide bloemen vrij snel afvallen. Ze rollen zich op en dan liggen er op de stoep overal paarse rolletjes. Als het gaat regenen wordt dat een vieze drab. Ik moet ze dus regelmatig opvegen. Maar dat weegt niet op tegen de bloemenpracht die, afhankelijk van de temperatuur, door kan gaan tot in november.

Voor de plant is snoeien eigenlijk niet nodig. Maar als hij de stoep dreigt te versperren of mijn brievenbus onbereikbaar wordt, dan moet hij natuurlijk wel teruggesnoeid worden. Dat doe ik dan in maart/april. Dat geldt voor alle bomen en struiken die bloeien in de nazomer. Die snoei je in het voorjaar. Voorjaarsbloeiers moeten in het najaar gesnoeid worden. Er zullen vast wel uitzonderingen zijn, maar dit is een goede vuistregel.

Voor de rest heb je er geen omkijken naar.

 

Groen dagje Leiden

Ik was in Leiden voor de tentoonstelling over middeleeuwse tuinen in het Rijksmuseum voor Oudheden. Maar die viel me wat tegen, ik was er vrij snel doorheen. In hetzelfde museum is ook een mooie verzameling glas te zien. Als je er toch bent, ga zeker naar “Glas” kijken. Dat heb ik wel eens vaker: ik ga voor een speciale tentoonstelling, maar dan ontdek ik als “bijvangst” iets wat ik eigenlijk veel leuker, mooier of interessanter vind.

Hortus botanicus

Ik had nogal wat tijd over en ging lunchen in de Hortus, een stukje verderop aan het Rapenburg. Het hortusrestaurant is net verbouwd. Het was altijd een beetje krappe bedoening, maar nu kun je er heerlijk ruim zitten. Na de groentequiche liep ik de tuinen in. De Leidse hortus is de oudste in ons land. Hij heeft een heel eigen sfeer. Dat komt vooral. door de Japanse-Chinese connectie die er van oudsher is.

Zo is er een “Sieboldgedenktuin” in Japanse stijl. Von Siebold was een Duitse arts die tussen 1821 en 1829 op het Japanse eiland Deshima woonde en in die periode enorm veel planten ( plm.700 !) uit Japan naar ons land heeft gestuurd. Een stukje terug aan het Rapenburg ligt het “Sieboldhuis”, een klein maar fijn Japanmuseum. Daar schreef ik deze winter al eens over: “De poëzie van de Japanse natuur”.

De hortus heeft ook een Chinese kruidentuin, met geneeskrachtige Chinese kruiden omheind door dikke bamboestokken. Deze tuin is er nog niet zo lang en moet nog wat doorgroeien. Maar het ziet er wel leuk uit en er zijn duidelijke naambordjes (ook in het Chinees).

Het oudste gedeelte is de Clusiustuin; ontworpen door de plantkundige Carolus Clusius in 1590. Het is een vierkante tuin, verdeeld in vakken, traditioneel ingeplant met kruiden die in de oudheid gebruikt werden in de keuken of als geneeskruid.

Er is ook een grote varentuin, met veel soorten varens. Dit is de grootste collectie winterharde varens van Europa. Het was er prachtig groen, mede dankzij de regen van de laatste dagen.

De kassen sloeg ik deze keer over. Ze zijn zeker de moeite waard, maar ik was er een paar maanden geleden nog geweest toen er buiten nog niet veel te zien was. Langs de groentebedden en de veldjes met plantenfamilies liep ik terug.

Ik verliet de hortus aan de achterkant en wandelde over de Groenhazengracht en andere straatjes met geveltuintjes en via een bruggetje over het Galgenwater met woonschepen. Langs de Morspoort en door een klein park (Park de Put). Uiteindelijk via de tuin van het Volkenkundig Museum terug naar het station.

Website Hortus Leiden