Gele kornoelje (Cornus Mas)

Januari, het is weer tijd voor een winterbloeier.

Na Hamamelis, Winterzoet en Helleborus nu de gele kornoelje (Cornus mas). Een winterbloeier die je tijdens een winterse wandeling gemakkelijk kan tegenkomen.

Gele kornoelje is een lid van de grote Cornus familie. Eerder liet ik de witte kornoelje (Cornus alba) zien, die in de winter mooie rode takken heeft, maar verder kaal is, de bloemen verschijnen pas in juni. Daarnaast heb je ook nog de rode kornoelje (Cornus sanguinea), een struik die ook wit bloeit in de zomer en rode takken heeft in de winter. Alle drie zijn het struiken. Alleen de gele kornoelje kan van struik uitgroeien tot een boom van wel 6-8 meter hoog. De andere twee blijven steken op 2-3 meter.

De gele kornoelje is een beetje geval apart: hij heeft geen rode takken in de winter. In plaats daarvan bloeit hij in januari al met gele bloemen op de kale takken.

Op het eerste gezicht lijkt hij wel wat op de toverhazelaar (Hamamelis). Maar als je dichterbij komt,  zie je de verschillen. De gele kornoelje heeft  gele bolletjes. De Hamamelisbloemen lijken op franje.

De gele kornoelje is inheems. Maar de meeste die je ziet zijn toch gewoon aangeplant. Je ziet ze in parken en tuinen. Vogels zijn vooral dol op de rode bessen van de gele kornoelje, die ook voor de mens eetbaar zijn.

 

 

“The Arrival of Spring”

Mijn eerste blog in 2020. Hoe spreken jullie dat eigenlijk uit? Ik vind “twintig-twintig” wel mooi klinken. Want wanneer heb je dat nou, twee gelijke getallen? Maar ik hoorde ook “twee-nul-twintig” zeggen en “tweeduizend twintig”.

Ik wil 2020 beginnen met iets moois, iets waar ik blij van werd, toen ik het zag: “The Arrival of Spring in Woldgate” van David Hockney.

1 april, 12 april (nr,1), 12 april (nr.2)

David Hockney 

is een Engelse kunstenaar, geboren in Bradford in 1937, die vooral bekend is geworden met zijn “zwembadschilderijen”. Hij is een van de duurst verkochte, nog levende kunstenaars. In de jaren ´90 kwam hij terug naar zijn “roots” in Yorkshire. Hij woont nu in California en in Yorkshire.

Hockney wordt meestal genoemd als vertegenwoordiger van de Popart. Maar eenmaal terug in Yorkshire gooide hij het roer drastisch om. Hij ging het landschap schilderen en tekenen. Dat leverde een stroom aan schetsen, tekeningen en schilderijen op.  O.a. “A Yorkshire sketchbook” , verschenen in 2012. In diezelfde periode begon hij ook met tekenen op de Ipad. Een aantal Ipad-tekeningen was afgelopen jaar ook te zien in de tentoonstelling “Hockney en Van Gogh” in het Van Goghmuseum.

 

“The Arrival of Spring in Woldgate”.

23 februari”

Dit werk ontstond tussen januari en juni 2011. Het zijn tekeningen van steeds dezelfde weg, Woldgate een landweg in Oost-Yorkshire.

Hockney beschouwt het als één werk: 49 staande Ipad-tekeningen en een groot olieverfschilderij. Ik las ergens dat het er 51 zouden zijn. Hoe dat precies zit weet ik niet. In “Gallery 1853” gevestigd in de oude Salt-mill in het dorp Saltaire bij Bradford, hangen er 49 naast elkaar in een grote ruimte.

Het is mooi om ze zo naast elkaar te zien; je ziet echt het seizoen veranderen.

 

Van de eerste op 1 januari met sneeuw op de weg en kale bomen tot de laatste op 2 juni als de bomen groen zijn, de vlier bloeit en de bloemen in de wei.

Zo hoopgevend: de lente is al onderweg!

David Hockney Foundation

over dit (en ander) werk van Hockney.

Lees hier meer over het modeldorp Saltaire, bij Bradford, genoemd naar de fabriekseigenaar Salt, en dat was geen zoutfabriek, maar een textielfabriek. Ook de moeite waard om te bezoeken.

Terug- en vooruit kijken

Terugkijken

Eind december is de tijd van de lijstjes en van terugkijken. Ik kan terugkijken op een goed “blogjaar”, waarin weer meer mensen mijn blog bezochten. Ik zeg “bezochten” omdat ik niet weet of ze ook allemaal lazen. Want het aantal reacties is juist teruggelopen ten opzichte van vorig jaar. Hoewel ik wel een aantal trouwe “reageerders” heb. Dank daarvoor! Ik kreeg er ook weer wat nieuwe volgers bij. Welkom!

De twee meest bezochte blogs in 2019 zijn niet van dit jaar. De blog over “Roze  mimosa, Albizia Julibrissin” uit 2018 staat bovenaan, gevolgd door de “Surinaamse spinazie” (2017). “Museum Insel Hombroich” is de hoogste van dit jaar. Insel Hombroich zette het op zijn Facebookpagina, wat ongetwijfeld geholpen heeft.

Soms is er geen peil op te trekken. Over een tuinreis naar Ierland maakte ik drie blogs. “Ierse tuinen” werd goed gelezen. “Ierland, het groene eiland” minder en die over de Botanisch tuin in Dublin nog minder. Hoe het komt, ik heb geen idee. Soms is het wel voorspelbaar. Blogs over wandelingen van bijvoorbeeld Groene Wissels worden vaak bezocht. Poëzie steevast veel minder. Behalve dan “In ons leven tallozen” over Fernando Pessoa, dat meer bezoekers kreeg dan enig ander gedicht. Aantallen zeggen niet alles, ik schrijf ook voor mijn eigen plezier. Maar ik wil natuurlijk wel gelezen worden.

Persoonlijke favorieten heb ik ook: “Oost-Indische kers” bijvoorbeeld en “De Anna Paulownaboom”, kleine plantenportretjes die ik leuk vind om te maken. En dat blijf ik ook doen. Net als blogs over mijn wel en wee in de moestuin. “Moestuinkrabbels” en “Hoe gaat het in de tuin?” waren ook dit jaar weer een plezier om te maken. Het gaat nl. altijd anders dan je denkt.

Vooruitkijken

Het is mijn bedoeling dat de “blogmolen” ook volgend jaar blijft draaien. Ik ben net terug uit Yorkshire, het land van de Brontë-zusters. Binnenkort ga ik kijken in het Gimborn Arboretum, dat onlangs een collectie Hamamelis gekregen heeft (en ze hadden er al een paar). Ik hoop ook weer een paar mooie wandelingen te kunnen maken het komende jaar. Voor poëzie blijft er een hoekje. En natuurlijk is er een plaats voor mijn ups en downs in de moestuin. Ik ben benieuwd wat voor tuinjaar 2020 wordt.

Met een variatie op “Liedje” van Judith Herzberg:

Het gaat altijd anders dan je denkt;
ook als je denkt het zal wel heel anders gaan dan ik denk.

Dan nog gaat het het heel anders dan je denkt.

 

Ik dank jullie voor het lezen en ik hoop dat jullie dat blijven doen.

Ik wens iedereen een mooi, gelukkig en gezond 2020.

 

 

 

North & South

In Utrecht is nu een mooie tentoonstelling: te zien “North and South“, waarin religieuze kunst uit Scandinavië en Noord Spanje (Catalonie) naast elkaar is gezet. En dan zie je verrassende overeenkomsten.

Altaarschildering uit Catalonië (12e eeuw)

Het zijn eenvoudige beelden uit de vroege middeleeuwen (1100-1300). Uit de begintijd van het christendom. Toen geloof nog zorgde voor basisbehoeften als veiligheid, voedsel, onderdak. In de eeuwen die daarop volgden kwamen er steeds meer regeltjes bij en dogma’s. De kerken werden opgetuigd met pracht en praal en gingen steeds verder af staan van dat eenvoudige begin. Die vroege, bijna primitieve, voorstellingen spreken mij altijd erg aan.

Europa zonder grenzen 

Anders dan je misschien zou denken,werd er de Middeleeuwen veel gereisd. Door pelgrims, kooplieden, geestelijken en geleerden bijvoorbeeld. Overal dwars door Europa liepen oude pelgrimsroutes. Denk bijvoorbeeld aan de route Naar Santiago de Compostela. Reizigers die in een ander land kwamen, zagen daar  in de kerk de beelden die ze van thuis ook herkenden. Aangenomen wordt dat er in de vroege kerken van IJsland tot in Spanje één religieuze beeldtaal bestond.

 

Altaarpaneel over het leven van de heilige Olav (Trondheim, 1300)

Zo kan het dat er nu in musea in Catalonië beelden en altaarschilderingen te zien zijn vergelijkbaar met die uit musea in Noorwegen. Waarom zijn ze juist daar zo goed bewaard? De theorie is dat de beelden goed beschermd zijn gebleven door de ontoegankelijke ligging: de fjorden in het noorden en de Pyreneeën in het zuiden. In landen als Frankrijk en Duitsland zijn die oudste beelden veelal verdwenen en vervangen door nieuwere beelden. Die latere beelden hebben veel meer regionale verschillen.

 

Het is een kleine tentoonstelling en je kunt er zo doorheen zijn. Maar ik vond het ontzettend boeiend en er is tegelijk veel te zien. De altaarschilderingen, zoals die met voorstellingen over het leven van de heilige Olav uit Noorwegen, lijken wel stripverhalen. Daar kan ik dan weer heel lang naar kijken.

Nog te zien t/m 26 januari 2020 in Museum Catharijne Convent, Utrecht. Ook open met de kerstdagen.

 

 

 

 

 

 

I

Ceiba en Melia

Ik wilde jullie nog iets laten zien van de bomen die ik zag tijdens mijn vakantie. Twee bomen in het bijzonder. Ze zijn niet speciaal Spaans. Je ziet ze in het hele gebied rond de Middellandse Zee, van Spanje en Portugal tot in Griekenland.

Melia Azedarach

Het is niet bepaald een zeldzame boom, ze staan gewoon langs de kant van de weg. De boom bloeit in mei en nu hingen er vruchten in. Daar dankt hij zijn Nederlandse naam aan, aan die ronde geel tot bruingekleurde vruchten. Melia wordt namelijk ook wel Paternosterboom genoemd: de harde vruchten werden vroeger als kralen voor rozenkransen gebruikt.

Ceiba

De mooiste bom die ik zag was deze in een park in Malaga. Het was de Ceiba.

Volgens het bordje dat er naast stond was het de Ceiba pubiflora. Maar iemand zei dat het de kapokboom was, de Ceiba petandra. Dat zou ook best kunnen. Want het bordje was niet heel erg zorgvuldig: er stond nl. ook op dat de familie Cycadacea was. Dat klopt niet, want dat is de familie van Palmvarens. (Die heb ik ook nog gezien trouwens). De Ceiba is uit de familie Malvaceae.

Als iemand de oplossing heeft, dan hoor ik het graag!  Hoe dan ook, als je de boom van een afstandje ziet, lijkt het bloesem. Dat verwachtte ik niet in november. Van dichtbij gezien waren het grote bloemen.

 

 

Tot slot, nog even die Boomvaren: deze stond in een bloempot. Zo kon ik hem goed van bovenaf zien.

 

Winter in de tuin

Terwijl ik met mijn hoofd nog in Spanje zat, brak ineens de winter uit. Gelukkig waren de dahlia´s al uit de grond. Verder laat ik zoveel mogelijk liggen, zodat de bodem bedekt blijft. De meeste plantenresten verteren toch wel en komen zo als organisch materiaal in de grond.

Wat er nog staat had deze week een mooi wit laagje. En ineens zie ik hoe mooi een spruitenplant is met zo´n suikerlaagje.

Het duurde maar even. Zodra het begon te regenen was het ook weer weg. Maar even was het sprookjesachtig mooi. Ik houd van dit heldere vriesweer.

De tuin is nog niet leeg….

Vanmorgen heb ik de eerste aardperen opgegraven. Vanavond maar eens aardperensoep maken. Iets wat voor mij bij de winter hoort.

Behalve de spruiten, staan er nog een paar kleine preitjes en er zitten nog wat pastinaken in de grond. Ik heb geen idee hoe groot die zijn. Het loof is niet erg groot, dus misschien is het in de grond ook niet veel. De grootste heb ik al op, geroosterd in de oven vind ik ze het lekkerst.

Terwijl ik dit schrijf is het heel ander weer geworden. De heldere vrieslucht is nu grijs bewolkt en het regent ongeveer de hele dag. Dat vraagt om wat kleur in huis.

Deze bos rozen helpt daar goed bij. En wat kaarsjes natuurlijk.

Voor iedereen die het nodig heeft, wat kleur in grijze dagen.

Mijn recept voor aardperensoep staat hier.

 

Andalusische herfstbloei

Ik was dus vanaf half november een week in Andalusië. Ik heb er prachtige gebouwen gezien De mezquita van Cordoba, prachtige betegelde paleizen; maar natuurlijk was ik ook benieuwd naar wat er nog er nog bloeit in november.

Allereerst natuurlijk de Bougainvillea, die bloeide nog overal, met paarse bloemen die iedereen wel kent. Eigenlijk zijn het geen bloemen, maar gekleurde bladeren om een onooglijk bloemetje heen. En dan de Canna´s  in verschillende kleuren. De  foto boven maakte ik in het Park Maria Louisa, in Sevilla.

In een tuin, ook in Sevilla, zag ik een muur geheel begroeid met Plumbago, ook wel mannentrouw genoemd, dat bij ons de winter niet overleeft. Tja. Maar het is wel een mooi blauw bloemetje.

 

 

 

 

 

 

Deze Strelitzia , met zijn mooie hanekammen, zag ik overal in Malaga, bij ons is het een kamerplant, daar waren het struiken.

Volgende keer iets over bomen.