Moestuinpraat

Wat word ik blij van mijn bloeiende salie!

Tot nu toe was er nog niet veel te melden over mijn tuintje. Maar langzamerhand begint het wat te worden. De salie staat uitbundig te bloeien. De akeleien zijn al bijna uitgebloeid, straks worden ze opgevolgd door de lavendel. Vorige maand heb ik een paar grote lavendelplanten gescheurd en teruggeplant en ze staan nu vol knoppen.

Met de mooie pinksterdagen heb ik behoorlijk voortgang geboekt. Eerst heb ik het schaduwhoekje aangepakt. De lelietjes-van-dalen de wacht aangezegd en er nog wat akeleien tussen geplant. De Persicaria “red dragon” en het vingerhoedskruid (Digitalis) vormen een mooie combinatie samen met een grote varen. De rabarber staat er goed bij, ik had al voldoende om een paar potjes rabarberjam te maken. 

Als tweede nam ik de strook langs het pad onder handen. De Japanse wijnbes loopt goed uit. Ik heb hem meteen tegen de schutting gebonden want er staan nu 3 pompoenplantjes in die strook. Die hebben straks ook ruimte nodig. De vrouwenmantel die tussen de aardbeien en de munt staat heb ik gehalveerd. De aardbeien hebben voorrang! Die hebben al kleine groene vruchtjes, hoog tijd om er stro tussen te leggen, zodat de rijpe aardbeien straks niet te nat worden. Zo zie je waarom de Engelsen ze “strawberries” noemen.

De crocosmia’s staan ook goed boven de grond, Er is niets meer te zien van de bruinbevroren punten die ik in maart zag. Ertussen heb ik goudsbloemen en klaprozen geplant. Die laatsten laten zich eigenlijk niet verplanten, dus ik ben benieuwd hoe dat afloopt. Ik ga ze in elk geval goed begieten. Maar zoals ik het nu voor me zie wordt het een vrolijk oranje-rood strookje. Afgemaakt met een randje afrikaantjes.

Wordt vervolgd

 

Advertenties

Mijn klimroos bloeit van armoe

Toen ik in dit huis kwam wonen, dat was in november, kreeg ik van een paar collega’s een klimroos, die ik naast de voordeur plantte.

Ik gaf hem speciale grond, mest en af en toe water. Het voorjaar daarna bloeide hij niet. Het volgende jaar gaf ik hem op nieuw extra grond, mest en water als het droog was. Ook dat jaar bloeide hij niet. Het volgende jaar zelfde verhaal. Toen werd ik ongeduldig.

Inmiddels was hij wel flink gegroeid. Ik knipte hem ver terug. Ik sprak hem boos toe: als je dit jaar nog niet bloeit, dan ga- je -er- uit! Verder deed ik er niets aan.

Ik weet niet wat precies de doorslag heeft gegeven: mijn boze woorden of de verwaarlozing. Maar dat jaar bloeide mijn klimroos. En het jaar daarop weer en weer.

Sinds die tijd krijgt hij elk jaar dezelfde behandeling: na de bloei knip ik hem flink terug. Mest krijgt hij maar om de paar jaar.

En elk jaar bloeit hij met volle roze trossen, die ook nog eens heerlijk ruiken.

Eén minpuntje: volgens het labeltje zou het een “doorbloeier” zijn, maar deze bloeit maar één keer, in mei/juni. Nu dus.

Er zijn vele boeken volgeschreven over de verzorging van rozen. Ik trek me er niks meer van aan: de mijne bloeit van armoe.

En o ja, dat labeltje ben ik allang kwijt; een naam heb ik niet voor mijn klimroos.

 

Tresco Abbey Garden

Stel je voor: noordwesten wind, ruwe zee en dan met de ferry van Penzance naar een van de Scilly eilanden. Warme jas, muts, sjaal, sommigen dragen zelfs handschoenen. Na 3 uur varen kom je aan op het eiland St. Mary’s. Daar stap je over in een open sloep voor het laatste stukje naar het eilandje Tresco.

Je gaat aan wal en belandt in een stenig duinlandschap met één weg van betonplaten die je dan maar volgt. Langs de weg staan vetplantjes met gele bloemen; het blijkt de hottentotvijg te zijn (Carpobrotus edullis). En dan een muur met om de hoek een ingang, je gaat naar binnen. Je bent in

Carpobrotus edullis (hottentotvijg)

Tresco Abbey Gardens

Je bent in een totaal andere wereld. Jas en sjaal kunnen weg. Palmen, yucca’s en andere subtropische planten geven je een warm welkom. Deze tuin werd vanaf 1841 stukje bij beetje aangelegd, te beginnen met een muur en bomen tegen de zeewind, die zout water meebracht, waar veel planten niet tegen kunnen. En als je nu denkt: “Wie bedenkt zoiets op deze plaats?” Het was “Augustus Smith, a young man in need of occupation.” Hij verkreeg in 1834 de Scilly eilanden met de voorwaarde dat hij verbeteringen moest aanbrengen. Hij legde een pier aan, herstelde de plaatselijk kerk en begon een tuin.

Vanaf het hoogste terras kijk je uit over zee

Voor die tuin haalde hij planten van over de hele wereld. Ook die planten zijn ooit aangevoerd met de ferry. Zo ontstond een warme luwe tuin met terrassen waar planten staan uit Zuid Afrika, Australië, Nieuw Zeeland, Chili, Mexico etc.

Voor het eerst zag ik de grote protea’s in het echt. (Ik kende ze alleen van de bloemist). Ik zag zoveel planten, struiken en bomen die ik nog nooit had gezien. Zittend op een bankje in de warme tuin waande ik me in een ver warm land. De rode bottlebrushbomen (Metrosideros robusta), de vele hoge blauwe Echiumbloemen (Echium x Scilloniensis) van de Canarische eilanden; bloeiende yucca’s, enorme agave’s, boomvarens, palmen, teveel om op te noemen. Er tussendoor liepen exotische vogels, die leken op fazanten. Allemaal in de open lucht.

  

Van links naar rechts: Protea compacta uit Zuid Afrika; Echium x scilloniensis Canarische eilanden; Clianthus puniceus uit Nieuw-Zeeland.

En dan te bedenken dat ze ook hier in maart nog een flinke koude periode hadden, waarbij zelfs sneeuw is gevallen. Als je goed keek, zag je wel dat er schade was van de kou. Hier en daar stonden dode bomen en zaten er gaten in de beplanting. Maar de natuur was zich alweer aan het herstellen. De tuin overleefde eerder in 1990 een orkaan. Toen was de schade enorm omdat de beschermende bomenrand omver ging en veel planten schade kregen toen ze besproeid werden door zout water dat met de storm meekwam.

Het was een bijzondere ervaring, deze tuin op deze plaats.

Zakdoekjesboom (Davidia involucrata)

De zakdoekjesboom (Davidia involucrata) is een boom waar je gemakkelijk aan voorbij gaat als hij niet bloeit. Zodra hij bloeit is hij echter niet te missen. Hij bloeit eind april/mei met losse flodderige bloemen, die inderdaad wel wat op zakdoekjes lijken. Vaantjesboom is een andere naam. Vlak voor mijn vakantie kreeg ik een berichtje van Suzanne dat in de Oude Hortus in Utrecht een zakdoekjesboom stond te bloeien. Ik had toen geen tijd om te gaan kijken. Maar ook in Cornwall zag ik er een in bloei staan in de tuin “Trebah”.

Eigenlijk is dat kleine paarskleurige bolletje de echte bloem. Het “zakdoekje” zijn de twee schutbladen die eromheen zitten.  In het bos zul je hem niet tegenkomen. Het is een boom die in tuinen en parken wordt geplant. Ik denk dat er in elk arboretum wel een staat. Oorspronkelijk komt de boom uit het westen van China. Als je hem op een beschutte plaats zet is hij redelijk winterhard.

Dus heb je even, ga dan naar een arboretum in de buurt om hem in bloei te zien, het is nu de tijd!

Het is een klein bloemetje met wapperende schutbladen eromheen.

 

Tussen bluebells en rododendrons

Rododendrons in Knightshayes Court

Vorige week maakte ik een tuinenreis door Cornwall. We vertrokken in de stromende regen en kwamen terug in hoogzomerse temperaturen. Mijn tuin had in die week tijd een kleine metamorfose ondergaan. Er had zich van alles uitgezaaid, gewenst en ongewenst: klaprozen, afrikaantjes, borage, melganzevoet, goudsbloemen, viooltjes etc. Van de melganzevoet of groene melde (Chenopodium album) was er genoeg om een stamppotje van te maken, met zoete aardappel. Smaakte prima. De meer gewenste plantjes verzette ik naar plekken waar ze beter van pas zijn.

Grassen in Wild Side

Het is eigenlijk geen doen: in het voorjaar op vakantie gaan. Maar ja, in Cornwall zijn de tuinen dan op hun mooist, dat wilde ik graag eens zien. Het was een bijzondere reis: met een valse start door uren wachten voor de trein door de tunnel. Toen we om half 7 nog stonden te wachten vroeg ik me af waarom ik ook weer zo nodig weg moest. Gelukkig had ik een dik boek bij me: “De oude wegen” van Robert Macfarlane. Het is min of meer een vervolg op “De laatste wildernis“, dat ik in zomer 2016  besproken heb. Enerzijds is het een verhaal over wandeltochten langs historische paden met beschrijving van de geologische ontstaansgeschiedenis en ontmoetingen met schilderachtige personen. Zijn bespiegelingen en citaten zetten mij regelmatig aan tot denken. Tegelijk is het een soort stoerejongensboek. Een ideaal boek om de wachttijd door te komen.

De volgende dag was het opgeklaard en reden we door Devon tussen velden die geel zagen van het koolzaad, weilanden met schapen en bermen, ook geel maar dan van de gaspeldoorn.

Die gedachte “Waar ben ik aan begonnen” had ik opnieuw toen ik op de ferry naar Tresco (een van de Scilly eilanden) voor het eerst in mijn leven zeeziek werd. Als excuus: noordwesten wind, kracht 5-6 en ruwe zee. Maar toch.

Bluebells en rododendrons

De reis bewoog zich globaal tussen de vele bluebells (Hyacintoides non-scripta) die overal in de  berm en in het veld stonden en de grote rododendrons. Beide waren alomtegenwoordig. Je kunt je geen groter verschil voorstellen dan tussen die twee: de losse verwilderende bluebells en de gecultiveerde joekels van rododendrons. Natuurlijk, ze bloeien indrukwekkend met grote wolken bloemen. Ik was al nooit dol op ze, nu waren ze zo massief aanwezig dat ik voorlopig geen rododendron meer kan zien. 

Lamorran Garden met uitzicht over Falmouth Bay

Bijzondere tuinen

De mooie tuinen die ik heb gezien maakten veel goed. Een paar van die tuinen zijn wel een aparte blogpost waard, daarover een volgende keer. Verder was er een tuin die ons verwelkomde met vrolijke krokussen en een uitbundig bloeiende Wisteria (blauwe regen) van….. plastic. Wat bleek: huis en tuin waren voor een deel in gebruik als filmset. Er was een dame die ons rondleidde door haar huis waar een spook woonde. Ze had hem een keer gezien, hij was niet angstaanjagend. Er was een tuin met veel beelden, palmen en doorkijkjes naar zee. Hier hadden ze de beste koffie, de eigenaar was dan ook getrouwd met een Italiaanse. We bezochten het Eden Project, waar ik mezelf bijna niet kon losrukken uit de tropische kas.

Bijzondere planten

Ik ontdekte ook deze reis weer allerlei planten die ik nog niet (goed) kende. Niet alleen de bijzondere (sub)tropische die je niet verwacht, zoals de Protea’s in Tresco Abbey garden.

Ik werd op slag verliefd op de kleine elfenbloem (Epimedium). Er waren twee tuinen waar heel veel verschillende van die elfenbloemetjes stonden. Zowel bloemen als blad in verschillende kleuren. Het is een plantje voor in de schaduw en als ze uitgebloeid zijn heb je er nog veel plezier van door het mooie blad.

Bluebells in Hole Park

Oude hortus Utrecht

stiensbuitenblog

De oude Hortus blijkt nu, april 2018, nog steeds open; en er is nu een bloeiende zakdoekjesboom te zien(Davidia involucrata). Met dank aan Suzanne voor de tip! Verbouwing is uitgesteld omdat er een monumentenstatus voor het gebouw is aangevraagd. En dan moet verbouwing aan andere eisen voldoen. Maar voorlopig kun je er nog gewoon terecht.

In de binnenstad van Utrecht, achter het universiteitsmuseum, ligt de oude hortus. Een mooie stilteplek midden in de stad. Het was  alweer even geleden dat ik er was, maar deze maand wilde ik er nog even heen. Want vanaf 5 maart a.s. gaat de tuin ruim een jaar dicht. Het universiteitsmuseum gaat ingrijpend verbouwen en de hortus wordt meteen meegenomen. Zo moet de kas een nieuw dak krijgen. En er komt vanaf de straat meer zicht op de tuin. Daarmee is de oude hortus misschien straks niet meer “een goed bewaard geheim” in de…

View original post 317 woorden meer

Kievitsbloem (Fritillaria meleagris)

Ineens is er een explosie van bloeiende planten. Alsof de natuur een inhaalslag maakt na die laatste koude periode. Het geeft ook aparte combinaties in de tuin: planten die normaal niet tegelijk bloeien en nu ineens wel. Ik weet even niet waar ik moet beginnen, er is zoveel. Hier een “plantenportretje” van een plantje waar ik altijd blij van word als ik het eens zie. Maar dat ik niet in mijn tuin kan hebben omdat het absoluut niet van zandgrond houdt.

De kievitsbloem (Fritillaria meleagris)

De kievitsbloem is een klein bolgewasje dat houdt van vochtige grond, grasland bijvoorbeeld en bij voorkeur veengrond. In het wild zijn ze zeer zeldzaam en zijn ze beschermd. Maar ze worden ook uitgeplant als stinzenplanten en als ze op een plek staan waar ze het naar hun zin hebben, verwilderen ze snel. Het plantje heeft hangende klokjes, die zachtjes deinen in de wind. De meest gangbare is paarsgevlekt, er is ook een witte soort (Fritillaria meleagris alba).

Kievit, slang of nog iets anders? 

Dat paarsgevlekte klokje spreekt tot de verbeelding. In Nederland heet het plantje kievitsbloem, omdat de bloemen wel iets weg hebben van een gespikkeld kievitseitje. In Engeland denken ze aan iets heel anders en heet hij snake’s head. Daar associëren ze die paarse vlekjes met schubben van een slang. In Duitsland is het een Schachbrettblume en zien ze er blijkbaar vakjes van een schaakbord in. Tot slot: meleagris betekent parelhoen en ook dat zegt iets over het klokje: met vlekjes als van een parelhoen.  

Lees hier meer over stinzenplanten.