Nog meer herfst……

Achter de ramen van de collegezaal wist het bladgoud van de Kievse tuinen maar van geen wijken. De herfst in Kiev liet altijd lang op zich wachten. De zuidelijke zomer had in de stadstuinen zoveel zonnewarmte, groen en bloemengeur opgehoopt dat het hem moeilijk scheen te vallen van al die rijkdom afscheid te nemen en het veld te ruimen voor de herfst. Bijna elk jaar schopte de zomer de kalender in de war door zijn vertrek nog wat uit te stellen.”

Dit citaat is uit “Verhaal van een leven“deel 1 van Konstantin Paustovski (mooi vertaald door Wim Hartog). Het is 12 oktober, ik zit in mijn hemdje in de tuin te lezen. Ik kijk om me heen. Niet vaak valt wat ik lees zo samen met de werkelijkheid. Ook nu lijkt de zomer maar niet te vertrekken. Net als je denkt dat de herfst is aangebroken met regen of nachtvorst, keert de zomer toch weer op zijn schreden terug.

De dahlia’s, leeuwenbekjes, afrikaantjes, oostindische kers bloeien onverminderd door. De courgetteplant herpakte zich en produceert toch weer een courgette. De allerlaatste kievitsbonen kleuren rood in de herfstzon. Van de aardpeer dwarrelen gele bloemblaadjes naar beneden.

Ik verwaarloos mijn huis, doe alleen de hoogstnodige klusjes, elke dag denk ik: “Naar buiten, misschien is het de laatste mooie dag”. Zo zit ik op een vrijdagmiddag Paustovski te lezen. Hij beschrijft hier de herfst van 1914. Het volgende hoofdstuk heet “Een ongewone herfst“, daarin reist hij van Kiev naar Moskou om afscheid te nemen van zijn broer, die naar het front moet.

“We hadden toen in Moskou net prachtige herfstdagen. De bomen lieten hun vergulde bladeren op de kanonnen neerdwarrelen. Een glasheldere, diepblauwe hemel – de route van de trekvogels- spande zich in de milde glans van het herfstzonnetje over de stad. En almaar dwarrelen bladeren neer.” 

Op deze mooie bladzijde probeert hij zichzelf ervan te overtuigen dat “omwille van deze aarde, om de matte glans van een spinnenweb in september (…) om het verstilde water dat door een losgeraakt stukje boomschors oprimpelde, om de geur van de vergelende wilg (….) dat omwille van dit alles alle rechtschapen mensen over de hele wereld in een reusachtige, gezamenlijke krachtsinspanning de oorlog een halt zouden toeroepen.” 

Intussen weten wij dat het zo niet ging. En ik ben een beetje bang voor wat er verder in het boek gaat gebeuren aan oorlogen en revoluties. Maar ik begrijp hem wel. Ook deze middag, in de herfstzon, lijkt alles mogelijk.

 

Verhaal van een leven” van Konstantin Paustovski, uit de Russische bibliotheek van uitgeverij Veen is opnieuw uitgebracht in 3 delen. Oorspronkelijk waren het er 6. In deel 1 zijn gebundeld: “Verre jaren“en “Onrustige jeugd”.

 

 

Advertenties

Arboretum Oudenbosch

Al honderden keren kwam ik er voorbij: Oudenbosch, bekend van de nagebouwde koepel van de Sint Pieter in Rome. Veel minder bekend is dat tegenover deze kerk een botanische tuin/arboretum ligt. Op een mooie herfstdag besloot ik om nu eens uit te stappen en er te gaan kijken.

Paters en broeders

In vergelijking met andere botanische tuinen, als die in Leiden of Utrecht, is het nog een jonge tuin. Hij begint in 1840 toen de broeders van Saint Louis zich op het terrein vestigden, gevolgd door de paters Jezuïeten in 1875. Grappig detail: er is nog steeds een paterstuin en een broedertuin op het terrein. (Ik zag overigens geen verschil.) Helaas hebben de paters en de broeders niet heel goed voor de tuin gezorgd en toen het terrein in 1983 overgedragen werd aan de gemeente Oudenbosch was het een verwilderd gebied. Sinds die tijd is de tuin beheerd door een Stichting met vele vrijwilligers en ze hebben er wat moois van gemaakt.

Indeling naar herkomst

 

Los van die twee oorspronkelijke tuinen is het terrein sinds 1986 uitgebreid met een Europees, een Aziatisch en een Amerikaans deel. Het Amerikaanse deel is open met grote bomen, sommigen al in herfstkleuren en in de hoek een succulentenkas. Het Europese deel was bijna uitgebloeid, op deze kattensnorren (Cleome hassleriana) na. Het Aziatische deel is besloten en heeft allerlei slingerpaadjes. En dan is er nog de vijver met een theekoepeltje en waterlelies. Direct achter de heg zie je de spoorlijn lopen; dat koepeltje kende ik ook al van er langs rijden.

De bomen

Ik word altijd blij als er leesbare naambordjes bij de planten en bomen staan. Natuurlijk kun je ook van een tuin genieten zonder dat je alles bij naam kent. En ik ga ze ook echt niet allemaal lezen. Maar als ik denk: “He wat is dat nou?”, dan leer ik door die naambordjes bomen kennen waar ik nog nooit van gehoord heb. Zo ook deze keer. Deze bijenboom uit China bijvoorbeeld (Tetradium danielii var.hupehensis)

en de hanenspoordoorn (Crataegus crus-galli) uit Canada en Noord Amerika.

Hanenspoordoorn

En ook deze pindastruik, Clerodendrum trichotomum ook uit China, kende ik niet. De struik heeft niks met pinda’s te maken, behalve dat hij wel wat naar pinda’s zou ruiken. Mij is het niet opgevallen.

Clerodendrum trichotomum

Natuurlijk zag ik ook nog een aantal “oude bekenden”, zoals de esdoorn en de kastanje. Hier en daar bloeiden herfstasters in allerlei schakeringen paars/lila. En overal staan mooie rode bankjes, zodat ik heerlijk in de najaarszon kon genieten van alle kleuren. Af en toe raasde een trein voorbij en daarna was het weer stil. Zo stil, je hoorde het vallen van de eikeltjes. Nu ik gezien heb wat er behalve dat koepeltje nog meer achter die heg langs de spoorlijn ligt, weet ik zeker dat ik nog wel eens zal uitstappen op station Oudenbosch.

Arboretum Oudenbosch is nog geopend tot 31 oktober en op 25 en 26 december 2018. Daarna weer in april 2019.

Voor meer informatie zie de website

 

Hoe gaat het in mijn herfsttuin?

De zomer die bijna eindeloos leek, is dan toch afgesloten. En hoe. Met forse windstoten en stevige buien met hagelstenen. De nachten worden kouder, er was zelfs sprake van “vorst aan de grond”, voor mij alweer tijd om mijn handschoenen op te zoeken.

Terwijl sommigen planten het voor gezien houden (de courgette bijvoorbeeld) grijpen anderen hun kans om glorieus bloeiend ten onder te gaan. De afrikaantjes, bereiken hoogten van bijna een meter en bloeien maar door. De dahlia’s zijn ondanks de wind en de hagel nog steeds prachtig. De aardperen vormen een enorme wolk met gele bloemen die al van ver boven de schutting te zien is.

De tomatenplanten hangen vol met groene tomaatjes. Zolang er geen phytophtora in komt, laat ik ze staan. De paprikaplanten heb ik uit de grond gehaald en in potten gezet. Ze zitten vol met kleine vruchtjes die bij deze temperaturen niet meer gaan rijpen.  Nu staan ze in de kamer in de hoop dat ze binnen nog zullen uitgroeien en narijpen.

De bietjes groeien maar door. Soms zitten er zulke grote exemplaren tussen dat ze nauwelijks in een pan passen! Hoe kook je zoiets? Er staan ook nog pastinaken, prei en pompoenen. Dus ik heb nog volop te eten deze herfst. En dan: ik heb ze niet in de tuin, maar ze lagen al bij de groenteboer en ik kon ze niet weerstaan: spruitjes. Lieve mensen, ik eet alweer de eerste spruitjes!

Vorige week werd ik compleet verrast door de herfsttijloos, die dit jaar wel heel vroeg was. Ze liggen nu te bloeien op een schaal, maar ze zijn eigenlijk te sliertig om echt mooi te zijn. Te laat uit de grond gehaald denk ik.

De amaryllisbollen die ik binnen had overgehouden van dit voorjaar heb ik weggehaald. De hele zomer hebben hun groene bladeren voedsel kunnen verzamelen voor de nieuwe bloei. Dat groen heb ik er nu afgesneden en de bollen liggen droog en koel te wachten in de schuur. Ik hoop dat het dit jaar lukt om ze opnieuw in bloei te krijgen. Ik probeer het elk jaar, het lukt maar zelden.

 

Bloemkunst Baarn 2018

Elk jaar (dit jaar van 15-23 september) is Kasteel Groeneveld in Baarn een week lang van kelder tot zolder gevuld met bloemkunst. Bloemkunstenaars maken de prachtigste arrangementen, passend bij de sfeer van de verschillende stijlkamers.

Twee jaar geleden was ik er ook. Toen viel mij het gebruik van seizoensmaterialen op: pompoenen, uitgebloeide berenklauwen, bessen en bottels. Dit jaar was de sfeer luxer, met veel orchideeën, lelies, anthurium en amaryllis. De schitterende fluwelige hanekammen (Celosia cristata) sprongen er voor mij uit. Ze stonden bij elkaar op tafels en hadden verder weinig nodig om er een feest van te maken.

 

Hier een klassiek stuk in de Mamuchetzaal die het thema barok meekreeg. In de keuken was het arrangement “Walking diner” te zien met broodjes, fruit en amaryllis. De foto helemaal boven is van het hemelbed in de slaapkamer. In de eetzaal was de tafel gedekt met tientallen orchideeën.

Ik laat jullie gewoon nog wat foto’s zien:

links Indian summer in de voortuin, midden het thema Jugendstil  en rechts het walking diner.

 

    

Nog even te zien tot en met zondag 23 september a.s. Op de website van Kasteel Groeneveld meer informatie en je kunt er alvast een kaartje kopen (scheelt toch een paar euro).

Lees hier mijn verslag van twee jaar geleden.

Daglelie (Hemerocallis)

Ze staat nog niet in mijn tuin, maar ze komt er vast wel: de daglelie (Hemerocallis).

Een van de planten die deze warme droge zomer onverwoestbaar overeind bleef, was de daglelie. Met groene bladeren en kleurige bloemen, terwijl alles om haar heen dor en verpieterd was. De bekendste daglelie is de gele, maar ze zijn er in allerlei mooie kleuren.

Ik maakte deze foto’s in het arboretum Belmonte in Wageningen. Er stonden geen naambordjes bij, dus ik plaats ze naamloos. Het is voor mij onbegonnen werk om ze te determineren. Zoveel soorten zijn er. Omdat het zo’n dankbare plant is, wordt er druk mee gekruist en gekweekt. Jaarlijks komen er vele, zo niet tientallen, varianten bij en dat zijn niet allemaal blijvertjes. Aanvulling van namen zijn welkom.

 

Ze bloeien maar een dag 

De naam daglelie klopt maar ten dele. Hoewel de bloemen op lelies lijken, is het geen lelieachtige (Lilium). Hemerocallis is een aparte plantenfamilie. Wat wel klopt is daglelie: elke bloem bloeit één dag. Omdat er elke dag nieuwe bloemen komen heb je toch al gauw een maand lang bloemen. Zoals veel van onze tuinplanten, komt ook de daglelie oorspronkelijk uit China en Japan. Er zijn vroegbloeiers, die al in juni bloeien, en er zijn soorten die tot in september bloeien. De plant  groeit uit wortelstokken, is winterhard en heeft dus laten zien heel erg goed tegen droog warm weer te kunnen. Hemerocallis stelt weinig eisen aan de grond, ze kan in allerlei grondsoorten, zelfs zandgrond. Wat bemesten helpt dan natuurlijk wel. Ze kan gedeeltelijk in de schaduw staan, maar ook in de volle zon. Na een paar jaar is de wortelstok een grote klomp geworden. Je kunt hem dan uitgraven en scheuren. Zo houd je de plant vers en krijg je bovendien meer planten. Als je daar geen plek voor hebt, toch altijd leuk om weg te geven.

Ze zijn ook nog eetbaar

Er is nog iets bijzonders met de daglelie: de bloemen en knoppen zijn eetbaar. Wel een beetje zonde natuurlijk. Dan bloei je maar één dag en dan word je ook nog opgegeten. Ik zou daar toch een beetje moeite mee hebben. Misschien als ik er echt heel veel zou hebben…. In elk geval heb ik ze nog nooit geproefd. Ze schijnen een zoetige smaak te hebben en goed in salades te kunnen. Het klinkt een beetje als de (wat pittige) bloemen van de Oostindische kers. Die eet ik zonder enige scrupules want meestal heb ik er daar maar zat van. Die zijn ook lekker in salades. Daglelies kun je ook roerbakken of frituren en vullen met roomkaas (net zoals de bloemen van de pompoen). In China en Japan worden ook de wortelstokken gekookt en gegeten.

Ik ben vast van plan om dit voorjaar een paar wortelstokken van de daglelie te gaan kopen voor in de voortuin. (wordt vervolgd dus)

 

Wat een zomer

Mensen, mensen wat een zomer hebben we achter de rug. Het was zo warm en droog dat Eric in zijn blog verzuchtte: “Tuinieren is niet leuk meer”. Ook ik liep elke dag met een grote gieter door de tuin en oogstte bergen bietjes en courgettes; voor mijn doen dan. Iemand met een grote moestuin zou dit peanuts noemen. Maar voor mij was het een geweldig tuinjaar. Ik oogstte al 5 komkommers van de komkommerplant. Eén komkommer heb ik in schijfjes ingelegd in potjes. Ik kon al vroeg tomaten eten en ze staan er nog steeds goed bij.

De dahlia’s bloeien al vanaf eind juli al en de tithonia die ik gekregen had deed het ook wonderwel. Tithonia wordt ook wel Mexicaanse zonnebloem genoemd en moet veel zon hebben (foto links). In de voortuin bloeide de hibiscus als nooit tevoren.

Toen kwam de regen

Toen in augustus de regen kwam, zullen veel mensen die met gejuich begroet hebben. Ik zag het met gemengde gevoelens: het werd weer bussiness-as-usual. Een kolonne slakken rukte op uit hun schuilplaats en marcheerde de tuin in. Al snel ontdekten ze het rijtje Chinese koolplantjes. Er bleef niet veel van over, ondanks de vergruisde eierschalen die ik eromheen gestrooid had. Ik moest denken aan “Maartens moestuin”, de serie die de VPRO deze zomer maar weer eens in de herhaling uitzond. Ergens zegt hij (Maarten ’t Hart) dat hij een extra rijtje Chinese kool plant voor de slakken, want ze zijn er dol op en dan eten ze geen andere koolplanten. Nog steeds vang ik elke dag wel een paar grote naaktslakken. In de courgettes en pompoenen verscheen meeldauw. Gauw de aangetaste bladeren weggeknipt. En ook nogal bijzonder: in de voortuin komt het groene loof van de blauwe druifjes royaal boven de grond.

Vakantietijd

Een aantal bloggers bleef dapper de hele zomer door nieuwe berichten posten. Vera met jaloersmakende wandelingen en Jeannine ging rennen en hield ons op de hoogte van haar vorderingen. Op mijn blog had ik tot mijn verrassing nog steeds behoorlijk wat bezoekers. Op 4 augustus was alweer de tweede “verjaardag” van Stiensbuitenblog.

Mijn vakantie duurde vier weken en laveerde tussen ziekenhuisafspraken, werklui, bezoek aan mijn moeder en af en toe wat leuks. Ik heb veel gelezen. Eén boek wil ik noemen: “Over oude wegen” van Mathijs Deen. Een boek over lange doorgaande routes in Europa. Over een grote trek uit 800.000 v Chr. die eindigde in Engeland, een bedevaart vanuit Groenland naar Rome, een veldtocht van Napoleon naar Smolensk en een autorace dwars door Frankrijk. Verhalen gebaseerd op bestaande routes en bestaande gebeurtenissen.

Door de warmte had ik minder energie om er op uit te gaan Maar toch: Ik ging naar museum Twente voor schilderijen van Paula Modersohn, zag de landschappen van Sean Scully in De Pont, ging naar museum Voorlinden, waar de tuin er verdord bijlag, en Japanse foto’s kijken in Amsterdam. Ik ging fietsen in de Achterhoek, waarbij ik een gekneusde rib opliep, en zag in Kasteel Ruurlo de schilderijen van Carel Willink en de extravagante jurken van Mathilde Willink (ontwerpen van Fong Leng). Ik zag de tuin van Piet Oudolf en wandelde over landgoed Hackfort. Ik hoorde mooie concerten bij het Festival Oude Muziek in Utrecht. Sommigen activiteiten kwamen terug in een blog.

Meteorologische herfst

Nu is alweer de meteorologische herfst aangebroken met regen en onweersbuien. De nachten zijn kouder geworden en dat merk je. Aan de courgettes bijvoorbeeld, die groeien nu erg langzaam. De hibiscus in de voortuin staat nog vol knoppen, maar bloeit nauwelijks meer. Ik hoop nog steeds op een paar mooie warme septemberweken. Maar de herfst nadert onmiskenbaar, ik zag al paddenstoelen en spinnenwebben. En ach de herfst heeft ook zijn mooie kanten. Maar deze zomer zal ik niet gauw vergeten.