Tuin work-out

Werken in de tuin is soms net een work-out. Goed door de knieën zakken bij het bukken. Buikspieren flink aanspannen om je rug te ontzien bij zwaar werk. Met een flinke tuin hoef je niet naar de sportschool. En hoewel mijn tuin klein is, had ik deze zaterdag toch weer eens zo’n work-out.

De roodwitte dahlia was totaal verregend. De bladeren bruin, de knoppen werden bruin en gingen niet meer open. De plant kon wel opgeruimd worden. Dat kwam goed uit, want in die hoek stond ook heel veel munt, die ik weg wilde hebben. Ik begon met de dahliaknollen eruit te steken. Dat is niet al te zwaar, de knollen wortelen niet diep. Ze liggen nu te drogen voordat ze in kranten verpakt naar de zolder gaan.

DSCN8703 (2)Daarna begon ik aan de munt. Dat werd een work-out. De muntplanten waren onder de schutting door gekomen en hadden zich de afgelopen zomer flink verspreid. Stukje voor stukje stak ik de grond om met een riek om zo de wortels eruit te halen. Die wortels zaten best diep en ik moest flink kracht zetten om ze eruit te trekken. Aan elk stuk dat ik boven de grond kreeg zat nog een hele klomp wortels die veel dieper zat. Hard trekken, door de knieën, buikspieren goed aangespannen, en stukje bij beetje de wortelpakketten weghalen. De groene kliko zit nu er nu bomvol mee.

De modder zat overal. Soms zie ik bij het programma “Binnenstebuiten” een tuinvrouw in een smetteloos pakje in de tuin werken. Hoe doet ze dat? Mij lukt dat nooit. Bij “Gardeners World” ook zoiets, niemand wordt ooit vies. En over spierpijn hoor je ook niks.

Zo te zien heb ik de wortels van de munt verwijderd. Ik heb niet de illusie dat ik ze nu echt allemaal heb. Elk stukje wortel kan weer opnieuw uitlopen. De grond die ik heb schoongemaakt, dekte ik af met stukken karton. Kartonnen dozen genoeg in de schuur. Op die stukken karton gooide ik eerst een laagje grond en daarop de afgeknipte stukken van o.a. de dahlia en de munt. Natuurlijk zal het karton op den duur verteren en de planten zich er toch doorheen werken. Maar ze zullen er meer moeite voor moeten doen en ik zie straks goed waar de munt de kop opsteekt. Dan kan ik direct ingrijpen. Nou ja, dat is het plan toch.

DSCN8705 (2)

De andere dahlia’s staan er nog redelijk goed bij, die laat ik staan tot ze ook lelijk worden. Meestal is dan na de eerste nachtvorst. 

Monnikskap (Aconitum)

Afgelopen zaterdag maakte ik een wandeling. Ik stelde me in op beginnende herfstkleuren, vallende blaadjes en paddenstoelen. En die kreeg ik ook allemaal.

Toen kwam ik langs een huisje in het bos. Zo’n sprookjeshuisje met gekleurde luiken en een kleine tuin ervoor. Daar stonden opvallend helderblauwe bloemen nog volop te bloeien. Het blauw knalde eruit  tussen het stemmige groen.

DSCN8696 (2)

Het bleken monnikskapplanten te zijn. Aconitum, niet te verwarren met de winterakoniet (Eranthus hyemalis). Ook uit de Ranonkelfamilie, maar een heel ander plantje. De monnikskap kan ruim een meter hoog worden.

DSCN8699 (4)Ik twijfelde er eerst nog wat aan. Want de monnikskap die ik ken bloeit in de zomer en is donkerder, meer paarsblauw. Maar er zijn verschillende varianten: waarschijnlijk is dit de Aconitum carmichaelii Arendsii. Die is helderblauw en bloeit later, nl. september-oktober.

De monnikskap kreeg zijn naam door de vorm van de afzonderlijke bloemen, die van opzij op een monnikskap lijken. Het is een vaste plant die graag in de schaduw staat op niet te droge grond. Het bos is dus een prima plek voor hem. Hij is winterhard, na de bloei kun je hem terugknippen zodat hij volgend jaar mooi uitloopt.

Dat ze nog zo laat in het jaar voor kleur zorgen, juist op een donkere plaats, vind ik een grote plus.

Er is ook een min: de monnikskap is bijzonder giftig! Dat geldt voor alle delen van de plant, zowel onder als boven de grond. Ook het sap van de plant is giftig. Echt een plant om met handschoenen aan te pakken. Vroeger werd hij nog een tijdje gebruikt bij oogklachten. Maar dat gebeurt nu niet meer. Het is ook een plant die ik me herinner uit een detectiveserie, om de ideale moord mee te plegen als de detective niet toevallig ook een plantenkenner was……

Moerputten en halve zolen

Naar de Moerputten.

De Moerputten is een natuurgebied bij Den Bosch. “Moer” is drassige grond. Denk aan “moeras”. Op een mooie oktoberdag wandelden we door dit bijzondere natuurgebied. We namen de bus naar het Transferium Deutersestraat, waar we begonnen. Al snel waren we bij de Moerputten. 

DSCN8652 (2)

De Moerputten is een drassig laagveengebied van in totaal 120 ha. Het is eigendom van Staatsbosbeheer. Er zijn een paar korte wandelroutes uitgezet die over een brug dwars over het drassige gebied gaan. De Moerputtenbrug is een oude spoorbrug. Vroeger reed hier 

De “halvezolenlijn”.

De spoorlijn is aangelegd rond 1890. Toen ging over deze spoorbrug een trein om materialen te vervoeren voor de leerindustrie in de omgeving van Waalwijk. Daar dankt hij zijn bijnaam aan. Die spoorlijn liep van Den Bosch via Waalwijk door tot in Lage Zwaluwe. Over een groot deel van de oude spoordijk is een fietspad aangelegd. Hier is dat niet zo, hier kun je er alleen overheen wandelen. 

DSCN8651 (3)

Wij kozen de bruggenroute van 5 km. Eerst ging het over de Moerputtenbrug, links en rechts was water.

DSCN8650 (2) Aan één kant dreven plantenresten waarschijnlijk waren ze van de waterlelies. Maar helemaal zeker weet ik het niet. 

Het was een mooie dag en aan het eind van de Moerputtenburg besloten we verder door te lopen over de Venkantbrug. Eenzelfde soort brug, maar veel korter. Bovendien stond er een bordje dat een theetuin aankondigde.

In de verte zagen we de kerktorens van Vlijmen. Aan het einde van de spoordijk liepen we Vlijmen binnen, onderaan de dijk lag theetuin “de pimpernel”.  waar we lunchten. 

DSCN8660 (2)

Na de lunch liepen we terug naar de spoordijk, waar we de route weer oppikten. Die ging met een trap naar beneden over een zandweg. Langs het pad staan uitkijkpunten, niet voor vogels maar voor een vlindertje.

Het pimpernelblauwtje

Je kunt hier het pimpernelblauwtje zien, een vlindertje dat uitgestorven was in ons land. In de Moerputten is het opnieuw uitgezet vanuit Polen. Nu zijn de Moerputten het enige gebied in Nederland waar de vlinder voorkomt. Het blijft spannend want de vlinder heeft de grote pimpernel (Sanguisorba officinalis) als waardplant en die is hier ook zeldzaam. Op een aantal plekken in het gebied is hij weer aangeplant. We zagen de blauwe vlinder niet. Het was dan ook al oktober. 

DSCN8667Daarna gingen we echt het moerasgebied in, eerst nog door wat drassig land, maar al snel over een vlonderpad. Links en rechts van de vlonders was het moerassig. Met bomen en planten half in het water. Het zag er bijzonder uit met dikbemoste en grilliggevormde takken.

Het vlonderpad slingert door het moeras en eindigt weer bij de spoordijk. Na nog een stuk spoordijk waren we weer terug bij de weg en liepen we terug naar het Transferium.

Het was een leuke wandeling door een verrassend gebied. 

 

Lees hier meer over de Moerputten

Lees over het pimpernelblauwtje bij de vlinderstichting

Dagpauwoog (Inachis io)

DSCN8105 (2)In maart van dit jaar zag ik de eerste vlinder in mijn tuin. Voor mij een teken dat de lente er aan kwam. Het was de dagpauwoog.

En nu, in oktober, was de dagpauwoog er opnieuw. Kwam hij even langs om afscheid te nemen? Ik vind het een mooie gedachte.

Maar het is niet waarschijnlijk. Zolang leeft de dagpauwoog niet. Hoogstens is het één van zijn nakomelingen.

Het leven van de dagpauwoog

De dagpauwoog (Inachis io) is een van de bekendste vlinders. Hij komt overal, in tuinen, parken, bermen, bos. Hij drinkt nectar uit alle bloemen die voorhanden zijn. Alleen in de zomer geeft hij voorkeur aan rode en paarse bloemen. Maar om eitjes af te zetten, de zgn. waardplant, is alleen de brandnetel geschikt. En die moet dan ook nog op een droge plaats staan.

De vlinder die ik in maart zag was een overwinteraar. In beschutte plekken (boomstam, zolder of schuur) overwinteren ze als vlinder. In het voorjaar komen ze weer tevoorschijn. Hij was waarschijnlijk op zoek naar een vrouwtje. In het vlinderboekje lees ik dat ze in het voorjaar op kale stukjes grond wachten op een vrouwtje. De dagpauwoog leeft dan nog tot juni.

20211007_115922Daarna, vanaf half juli komt de volgende generatie uit hun cocon tevoorschijn. Zij vliegen tot eind september en gaan dan overwinteren.

De vlinder die ik in oktober zag was van juli. Hij zal nu snel op zoek gaan naar een plek om te  overwinteren.

Toch blijf ik het een mooie gedachte vinden dat hij even langs kwam fladderen.

Want tussentijds heb ik bijna geen dagpauwoog in de tuin gezien. Ik denk dat mijn brandnetelpolletje te donker en te nat staat.

Ik hoop nu al dat ik in maart volgend jaar deze weer zie!

Herfst in de tuin

20210928_130050

Vandaag was ik in de tuin om te zien wat de harde wind en de zware regen van de afgelopen week met de planten had gedaan. Dat viel wel en niet mee.

20211002_145102De bloeiende aardperen hebben het goed doorstaan.

De sedum was helemaal uit elkaar gevallen. Niet heel erg, want ze leven toch nog wel. Bij de dahlia’s waren wat stelen geknakt. Ook niet heel erg, want de meeste bloemen had ik al geplukt en op een vaas gezet. Er waren een paar planten omgewaaid, die kon ik gemakkelijk weer aanbinden.

Ik zag dat de prikneusjes al royaal uitgezaaid zijn. Ik stak er flink wat uit en zette ze in een boomspiegel. Ben benieuwd of ze het gaan redden. Ze kunnen ook zomaar weer worden weg geschoffeld. Terwijl ik daarmee bezig was vond ik een paar bietjes van het formaat knikker. Dat was meteen de hele bietenoogst.

Wel erg: de saliestruik is ernstig ingescheurd. Ik heb het losse stuk er uit gezaagd, maar ik betwijfel of de plant het overleeft. De stam is flink beschadigd, als er water inkomt zal hij gaan rotten. Ik moest er echt een traantje om laten: hij was zo mooi groot, elke keer als ik er langs liep rook ik die warme geur. In het voorjaar bloeide hij uitbundig. Ik zet hem hier nog één keer in volle glorie. Ik zal hem missen.

DSCN4413

Het afgezaagde stuk staat nog even in de woonkamer. voor zolang als dat duurt.

Daarna heb ik in de schuur plaats gemaakt voor de planten die straks naar binnen moeten. De eerste planten staan er alweer. Het tuinjaar loopt ten einde. Al met al geen tuinjaar waar ik met plezier op terugkijk.

Norderpad

klompenpad bij Putten (12/10/8 km)

DSCN8580Op alweer zo’n mooie septemberdag liep ik het Norderpad, genoemd naar het buurtschap Norden bij Putten. Beginpunt van de route is in het centrum van Putten, maar hij komt ook langs het station. Al snel liep ik langs een bosrand. Ik besloot het dorp Putten links (eigenlijk rechts) te laten liggen en koos voor de routeverkorting. 

DSCN8583Het werd een gevarieerde wandeling, langs bosranden, weilanden en landgoederen. En ook nog een heideveldje, daar kon je goed zien dan het ’s nachts koud was geweest. 

Na het heideveldje ging het over een oud kerkenpad langs landgoed Volenbeek, eerst onverhard, maar later over asfalt. Dat is een beetje jammer, lopen over asfalt vind ik nooit fijn. Even verderop was een museumboerderij met theeschenkerij, die was helaas gesloten. Ook de andere horeca op de route was gesloten. Gelukkig had ik water en eten bij me. 

Ik passeerde “Puttense hooglanders”. Hé? Het blijken Schotse hooglanders. In de verte zag ik de oerkoeien grazen. Eén slimmerik had een baal hooi voor het hek ontdekt. Hij kon er net bij.

DSCN8592 (3)

Toen was daar Kasteel De Vanenburg, een landgoed uit 1648. Nu een hotel met een bordje “Terras open”. Tijd voor koffie! Het kasteel lijkt meer op een landhuis met een goed onderhouden tuin, zowel voor als achter.

DSCN8598 (2)

Het huis dat er nu staat is gebouwd in 1870. Het landgoed als geheel heeft nog steeds de 17e eeuwse indeling. De tuin is een paar keer opnieuw ingericht, met behoud van de monumentale bomen. Ik zag een Ginkgo, een Tulpenboom (Liriodendron)en een Tamme Kastanje. Deze perken met rozen en sedum vind ik een verrassende, best gewaagde kleurencombinatie. Het kan net. In de potten staan dadelpalmen. 

20210921_135238 (2)
tamme kastanje

Toen ik bij het afrekenen iets zei over de grote kastanjeboom, reageerde de medewerkster enthousiast. Haar lievelingsboom was de Ginkgo, die straks weer zo mooi zou verkleuren. Ze haalde een foldertje voor me over de geschiedenis van de tuinen en een rondwandeling met toelichting bij de bijzondere bomen die er staan. Dat was aan mij welbesteed en natuurlijk liep ik een extra rondje door de tuin. 

DSCN8595 (2)

Tegenover De Vanenburg waren een vijver en beukenhagen. In de coulissen liepen koeien. Daarna was het niet ver meer naar het station. 

Spinnenwebben

DSCN8546 (2)

Spinnenwebben
kunstwerkjes
geweven met toewijding.
Zachtjes wiegend in de wind.

Spinnenwebben
ijle draden
geweven om te vangen.
Zachtjes wiegend in de wind.

Spinnenwebben
wrede schoonheid
gestrikt en gevangen.
Zachtjes wiegend in de wind.

(september, herfst 2021)

Ik noem het nog steeds nazomer….

Mijn wens voor een mooie september gaat echt in vervulling! Het is mooi weer en niet koud. Af en toe een bui, maar ook veel zon. Al noem ik het nog steeds “nazomer”,  ik kan er niet meer omheen: de herfst komt er aan.

Je ziet het aan alles. Dat het alweer zo lang donker is. De vele spinnenwebben die ik in de tuin zie. Er hangt een groot web van de kruisspin tussen een dahlia en mijn compostbak. Elke dag als ik mijn emmertje leeggooi in de compostbak, maak ik dat web stuk. En elke dag maakt de spin het weer opnieuw. Ik verbeeld me dat de kruisspin steeds bozer naar me kijkt als ik er langs moet.

20210914_121405

Deze week zag ik tijdens een fietstocht twee keer een vlucht ganzen in V-vorm over vliegen, dat is toch echt het teken dat de herfst er aan komt. In Spakenburg werd druk getimmerd aan de botters, het seizoen voor de vaartochten zit er bijna op. Maar ik zat in een hemdje aan de haven mijn krentenbol te eten.

Ook in mijn tuin is het bijna einde seizoen. De dahlia’s bloeien nog uitbundig. Ik heb de laatste tomaat geoogst. Wonder boven wonder had ik dit jaar geen last van phytophtora. Maar de opbrengst tomaten was gering, in totaal een paar handen vol. Tot nu toe oogstte ik één courgette. De rest werd voortijdig opgegeten door de slakken. Ze staan nog te bloeien, maar of er nog een vrucht van komt, is zeer de vraag. Ook van de bonen is niks terechtgekomen.

DSCN8467 - kopie

De palmkool doet het goed, ik heb ze al een paar keer verwerkt in een stevige, gevulde soep. De Japanse wijnbes is flink teruggesnoeid. Ik had dit jaar behoorlijk veel bessen, meer dan in het vorige, droge jaar.

Grappig is dat planten die al uitgebloeid leken, weer zijn gaan bloeien. De stokroos bijvoorbeeld, een kale steel waar alle blaadjes afgegeten zijn, bloeit weer. Misschien voelt hij dat hij niet zal overleven en wil hij nog zaad produceren. De Hemerocallis (daglelie) die al volop zaad had, bloeit weer. Ook de tabaksplant is opnieuw begonnen.

Ik heb nog wat rucola en veldsla gezaaid en knoflook geplant. Ik wil nog een plek maken om postelein te zaaien. Verder is het nu vooral opruimen van planten die zich erg overvloedig gaan uitzaaien (tuinmelde, goudsbloem, Oost-Indische kers, marjolein).

Zoals elk jaar neemt de Oost-Indische kers langzaam de tuin over. Ik heb een paar potjes zaden ingelegd, want zaad hebben ze in overvloed. Van elke bloem komt een cluster van drie zaden.

Langzaam begin ik al weer plannen voor het volgend jaar te maken. Nu ik nog vers in mijn geheugen heb wat ik anders wil, noteer ik dat in mijn schrift.

Een moderne oude meester in Harderwijk

Foto’s van Saskia Boelsums in Stadsmuseum Harderwijk

Onlangs was ik in het Stadsmuseum Harderwijk. Een klein museum over de geschiedenis van de stad, die ik in vogelvlucht bekeek. Over de stad is een heleboel te vertellen en misschien doe ik dat ook nog een volgende keer. Want Harderwijk was vroeger een welvarende Hanzestad met een eigen universiteit.

Maar ik kwam speciaal voor een tentoonstelling van Saskia Boelsums.

landschappen

Saskia Boelsums maakt foto’s van landschappen. Ze hangen in het Stadsmuseum, in drie zalen. Het zijn zonder uitzondering vierkante foto’s van luchten en landschappen. Zo maakte ze een reeks foto’s geïnspireerd op het werk van Hollandse luchten zoals die van Ruysdael. Of landschappen als de Haagse School. Ook de landschappen van Turner en Constable inspireerden haar. En er is een serie over bloemen.

20210911_140835 (2)

Toen ik de foto’s zo zag, vond ik ze prachtig. Dat zei ik tegen iemand die daar ook rondliep. Hoe mooi het licht viel op een kudde schapen die daardoor uitgelicht werd. Hij zei “Ja maar er zitten veel trucjes in hoor. Ze zijn bewerkt”. Het klonk bijna een beetje misprijzend. Ik betrapte mezelf ook even op die gedachte, dat een foto eigenlijk “naturel” moet zijn en niet bewerkt.

Zelf zegt Saskia Boelsums dit over haar werkwijze:

20210911_142025 (2)Net als een schilder gebruik ik heel eenvoudige middelen om het door mij gewenste resultaat te behalen. Een schilder doet dat met penseel en verf en ik doe hetzelfde maar dan digitaal. Ik bekijk de foto, verdiep me in de beleving die ik zoek en speel dan met uitsnede, compositie, licht en donker. Dat doe ik niet met filters die een hele foto beïnvloeden, want dat werkt voor mij niet. Ik doe het volledig handmatig en voor ieder detail maak ik nieuwe keuzes. Dus ik werk bijna op pixelniveau. Als de foto af is, ken ik dan ook ieder grassprietje en ieder wolkje. Misschien doe ik voor één foto die de juiste beleving oproept en de juiste zeggingskracht heeft wel tachtigduizend handelingen. Alleen zo wordt het hoe ik het hebben wil.”

20210911_140808 (2)Een aardige medewerkster in het museum vertelde me dat de fotografe de foto neemt en die dan zo bewerkt tot hij het gevoel weergeeft dat ze had toen ze de foto maakte.

Het is niet “fotoshoppend” hier nog een boompje en daar nog een wolk erbij.

Zo beschouwd is dit eigenlijk een moderne interpretatie van het ambacht van de oude meesters. Want ook zij gooiden niet in één keer hét schilderij op het doek. Ook zij verbeterden, poetsten en overschilderden, totdat het in hun ogen goed was.

Zo zijn het ook geen “trucjes”, maar is het digitaal, ambachtelijk werken. Want zie ook dan maar eens een lucht zo te krijgen als deze hierboven, die je toch zo aan Turner zou toeschrijven.

Behalve dat het gewoon heel mooi werk is om te zien, (waar mijn foto’s-van-foto’s geen recht aan doen), heeft het me ook op een heel nieuwe manier naar foto’s laten kijken.

Op 6 oktober en 1 december a.s. geeft Saskia Boelsums in Stadsmuseum Harderwijk een lezing over haar werkwijze. De tentoonstelling is nog het hele jaar te zien tot 9 januari 2022.

Kijk verder op haar eigen website: 

Polderen

Netelenburchpad (klompenpad 5 km)

Voor deze wandeling fiets ik via Hoogland-West naar Baarn. Eerst nog tussen de bomen en langs boerderijen, vaak verbouwd tot woonhuis. Maar eenmaal in de polder Zeldert is het links en rechts kaal. Weilanden met af en toe koeien. Dit is de polder zoals je je een polder voorstelt. De Krachtwijkerweg heet hier officieus “Vogelboulevard”; er leven hier veel weidevogels. Ik parkeer mijn fiets bij het Gemaal Zeldert, even voor Baarn.

Gemaal Zeldert (1896)

DSCN8507 (2) - kopie

De polder Zeldert ligt onder zeeniveau. Dat verwacht je niet zo midden in Nederland! Het gemaal Zeldert houdt 10.000 ha. land droog. Eerder stond er een stoomgemaal. Dat werd in 1895 verwoest tijdens een stormvloed. Toen ontstond ook het “wiel” dat ernaast ligt. Een wiel is een ronde plas die ontstaat naast een rivier, maar er niet mee in verbinding staat. Er leven veel watervogels, ik zag jonge futen. Rondom het gemaal staan hoge hekken, ik maak een foto door de spijlen van het hek heen.

Het Netelenburchpad. 

Dit klompenpad is genoemd naar de boerderij Netelenburch, hier in de buurt. Het eerste stuk van de wandeling gaat langs de Eem. Het graspad naar de rivier toe is goed gemaaid, links en rechts staan riet en wilgen hoog opgeschoten.

DSCN8491 (3)DSCN8487 (3)

Aan  het eind van het pad heb ik een goed uitzicht op de Eem met langsvarende schepen en bootjes. Aan de overkant de nieuwbouw van Baarn. Je ziet dat de herfst in aantocht is, veel planten zijn uitgebloeid en verdroogd. Maar vandaag is het stralend zomers weer. Een trekker is gras aan het keren, verder is het rustig.

Even voor de brug buigt het pad van de Eem af en dan volgt een stukje asfalt. Echt een minpuntje is dat dit stuk parallel loopt aan de A1; je hoort het geluid van het verkeer heel goed. Gelukkig gaat de route snel het weiland in. Al na een paar meter zie en hoor ik de weg niet meer. Ik heb hem achter mijn rug. Als je de route in tegengestelde richting zou lopen, dan zie je de A1 langer, je loopt er dan op af. 

DSCN8501 (2)

Vanaf hier gaat de route vrijwel alleen nog door weilanden, sommige met koeien. Die nieuwsgierig opkijken wie er aan komt, maar het niet de moeite vinden om te stoppen met kauwen. Dit is de polder op zijn polderst!

RSCN8508 (2)Via loopplankjes kom je van het ene weiland in het andere. Op een van die plankjes zit een kikkertje te zonnen. Pas als ik een voet op de plank zet, springt hij weg. 

Het is niet altijd even goed te zien waar ik precies naar het volgende weiland moet. In het laatste stukje moet ik echt een paar keer heen en weer lopen om te zien waar het is. Het loopplankje is nl. aan beide kanten goed afgesloten. Het klompenpadbordje heeft geen pijl. Verderop in het weiland staat een hek open. Dus daardoor kan ik toch verder. Hoewel je natuurlijk in zo’n open gebied niet kan verdwalen, heb ik het toch gemeld via de website. 

Broedseizoen

Je kan de route ook in het broedseizoen lopen. Maar dan mis je alle weilanden en loop je in plaats daarvan over de weg eromheen. Dat is een stuk minder fijn, want veel asfalt. Het broedseizoen van weidevogels is van 15 maart – 15 juni; van de kleine zwaan van 15 november – 15 februari. 

DSCN8494 (2)

In de polder Zeldert loopt nog een klompenpad: het Zeldertsepad, je kunt beide paden aan elkaar plakken.