Je stapt gewoon je deur uit: Nieuwe Stad en Wagenwerkplaats

Amersfoort is bekend om zijn mooie oude binnenstad. Toch zijn er meer bijzondere plekken waar oud en nieuw goed samengaan. Deze keer wandel ik naar twee van zulke terreinen.

Via de Schimmelpenninckstraat loop ik naar het Eemplein. Ik passeer de overbekende Koppelpoort, een middeleeuwse land-waterpoort die toegang geeft tot de binnenstad. Ik ga juist de andere kant op, langs de Eem. Hier zijn oude industriële gebouwen in gebruik genomen door nieuwe kleine bedrijven, met behoud van het oude. In de oude Prodentfabriek zit “De Nieuwe Stad”. Langs halfoverdekte straatjes zitten creatieve bedrijfjes, een restaurant, een architect en een kappersschool. Het gebied is opgezet als “een stad met eigen regels en vrijheden” en daarin is het geslaagd. Het heeft een lossere sfeer dan het Eemplein.

De oude fabriek is er nog goed te zien en via een doorgebroken muur kom je op de Oliemolenhof, waar “Het Lokaal” zit. Alleen het winkeldeel met biologische en streekproducten is open. Voor het eetgedeelte is een kraampje met koffie en soep to go.

Even verderop zit de werkplaats van Thijs Trompert en Marisja Smit, twee kunstenaars die werken met hout en staal en bekend zijn van het grote beeld “De Stier”.

Ik passeer het strandje van “Zandfoort aan de Eem”, dat er verlaten bijligt. Daarna steek ik de drukke Amsterdamsestraatweg over en ga via een nieuw Caspar van Wittelplantsoen naar de achteringang van het station bij de oude Soesterweg. Er wordt blijkbaar een groenstrook ingeplant. Vlak naast het spoor staat zomaar een insectenhotel.

Langs het Mondriaanplein loop ik het oude NS-terrein “De Wagenwerkplaats” op. Ook hier kregen oude gebouwen een nieuwe bestemming, zonder ze te slopen. Als eerste passeer ik de “Rijtuigenloods”, te huren voor grootschalige evenementen. Maar nu zit er de GGD-teststraat. Het hek en de ingangsdeuren zitten dicht, blijkbaar geen testen vandaag.

Even verderop zit restaurant “Centraal Ketelhuis”, ook gesloten. Het is een stoer gebouw en ik ben altijd nog eens van plan om hier te gaan lunchen. (’s avonds zijn ze gesloten).

Ik loop verder over het terrein langs “De Veerensmederij” Dit is de thuisplaats van Holland Opera, die hier bijzondere opera-uitvoeringen geven, waarbij ze creatief gebruik maken van de locatie. Na een aantal kleine bedrijven (glas-in-lood, laswerkplaats, verkeerstuin etc.) verlaat ik het terrein langs de portiersloge aan de Soesterweg.

Langs de Soesterweg loop ik weer terug. Om toch nog wat groens te zien, ga ik onderweg even de begraafplaats op, met behalve familiegraven ook een aantal oorlogsgraven. Altijd onthutsend om te zien hoe jong die mannen waren. Even verderop zit een Joodse begraafplaats, maar die is niet toegankelijk.

Ik loop de Soesterweg uit en steek dan weer door via het plantsoen. Onder een tunneltje kom ik op het Smalle Pad en zo weer terug naar huis.

 

 

Over spruiten en spruitjeslucht

Spruitjeslucht staat voor alles wat je niet wil. De geur die vrijkomt als je kool te lang doorkookt is spreekwoordelijk geworden voor bekrompenheid en burgerlijkheid. Het is een zwavelgeur die ontstaat bij alle koolsoorten die je te lang doorkookt. Dus niet alleen bij spruiten. Toch heeft het spruitje de naam, wat nogal oneerlijk is.

Spruitkool is een Brassica oleracea  en hoort tot de grote familie van de kruisbloemigen. (Ook rucola en radijs horen hierbij). Samen met boerenkool is het een van de makkelijkste koolsoorten om te kweken. Je moet wel op tijd beginnen met zaaien, ze hebben een lange groeiperiode nodig. Zelf koop ik spruitenplanten op de markt. Dat scheelt veel tijd.

Oorspronkelijk komen alle Brassicasoorten uit het gebied rond de Middellandse Zee. Maar ze worden hier al verbouwd en gegeten sinds de Middeleeuwen. Het is een echte wintergroente, vol vitamine C en volledig winterhard. De meeste kolen moet je oogsten vóór de vorst, maar van spruiten en boerenkool wordt gezegd dat “de vorst er overheen moet” omdat ze dan beter smaken. Dat komt omdat ze glucose aanmaken als bescherming tegen vorstschade, daar worden ze net wat zoeter van. Het is geen enorm verschil en je kan spruitjes ook vroeger eten, maar het klopt wel.

Spruitjes hebben best een bijzondere groeiwijze. In plaats van één kool in het midden, groeien er piepkleine kooltjes in de bladoksels. Ze zitten behoorlijk stevig vast. Ze hebben voedzame vochthoudende grond nodig en een beetje zon. Na het uitplanten beschermen tegen slakkenvraat. Als ze lang staan, hebben ze de neiging om scheef te gaan hangen. Je moet ze dan stutten.

In het voorjaar bloeien ze met kleine gele bloemetjes. Dan zijn de spruitjes niet lekker meer, maar die bloemetjes kun je wel eten. Strooi ze eens over een salade of over de pasta.

Spruitjesrecept

Spruitjes worden al lang niet meer doorgekookt. De spuitjeslucht is niet helemaal te vermijden, maar het scheelt een heleboel als je ze kort kookt, zodat ze nog beet hebben. Je kunt ze ook roerbakken, zelfs rauw eten eten of kort blancheren.

Hierbij mijn recept voor spruitjes met pompoen. 

Het mooiste is het met zo’n knaloranje Hokkaidopompoen, maar een flessenpompoen kan ook. De eerste keer maakte ik dit zonder de cranberry’s. Toen miste ik een zuurtje. Het handjevol cranberry’s gaf precies die frisheid die ik wilde.

Voor 2 personen:

200 gram spruitjes
halve pompoen (middelgroot)
2 aardappels
1 kleine uit

handvol noten (pecannoten, hazelnoten of walnoten)
handvol gedroogde cranberry’s
stukje blauwschimmelkaas of zachte geitenkaas

De uit fijn snipperen.
De aardappel en de pompoen schillen en in blokjes snijden. Pompoenzaden eruit halen. Die hoef je niet weg te gooien. Je kunt ze gedroogd bewaren en later roosteren(zoals pijnboompitten).
Spruitjes schoonmaken.

De ui (event. met wat kerriepoeder) zachtjes fruiten in olijfolie. Na 5 minuten pompoen en aardappelblokjes erbij doen en kort roerbakken.
Water toevoegen zodat alles onder staat, aan de kook brengen en ca.7 min. zachtjes laten doorkoken.
Dan de spruitjes toevoegen. Koken tot de spruitjes beetgaar zijn.

Restant water afgieten. Dan de noten, gedroogde cranberry’s en blauwe kaas of zachte geitenkaas erdoor roeren. Nog heel kort doorwarmen, maar niet meer laten koken.

Eet smakelijk!

 

NS wandeling Beukenburg

NS wandeling van Bilthoven naar Utrecht

Het had ’s nachts gevroren en het was glad toen ik uit station Bilthoven kwam. Ik was vroeg met mijn wandeling begonnen om de grootste drukte wat voor te zijn. Behalve gladheid leverde mijn vroege start ook mooie plaatjes op van bevroren grassen en planten in de tuinen.

“Ken u zelve” staat er op een bord achter het station. Geen idee waarom het daar staat. Bij mij riep het op deze zondagmorgen allerlei bespiegelingen op. Hoe goed ken je jezelf echt? Kennen anderen je zoals je jezelf ziet? Waarschijnlijk niet. Ik val mezelf nog regelmatig tegen. En soms ook verbaas ik mezelf weer.

Er waren vooral veel renners op pad en toen ik een hardloopster bijna onderuit zag gaan, koos ik ervoor om zoveel mogelijk over het gras te gaan lopen. Zo goed ken ik mezelf dan weer wel.

De route gaat al vrij snel een bosgebied in en ik kwam langs het “Verloren Kerkhof”. Dat is een kleine begraafplaats voor verschoppelingen. Tijdens de oorlog zijn er ook enkele onderduikers begraven. Het was in gebruik van 1874 tot 1946.

Via natuurgebied De Leyen ging ik Landgoed Beukenburg in. Inmiddels kwam de zon er bij en hoorde ik het om me heen overal druppen. Beukenburg is een landgoed met brede slingerende paden. De zon viel af en toe prachtig tussen de bomen door.

Een beetje jammer dat de route het bos al vrij snel uit loopt en dan via het buitengebied van Groenekan verder gaat. Het was hier op sommige plekken toch nog steeds glad.

Ik zag een groepje schapen in de wei. Die kunnen wel tegen de kou, ze hebben hun warme vacht aan. De paarden verderop hadden allemaal een dekentje over hun rug.

Via de spoorwegovergang kwam ik bij de Hooge Kampse Plas, ontstaan door afgraven van zand dat gebruikt werd voor de vele viaducten hier. Want je vergeet nooit dat je in stedelijk gebied loopt. Twee spoorlijnen, snelwegen en viaducten te over. Het verkeer is hier luid te horen.

De  plas is nu natuurgebied en er zitten veel soorten vogels. Ik zag kuifeenden, meerkoeten, aalscholvers en deze reiger.

Na de plas gaat de route verder langs Fort Voordorp. Inmiddels liep ik al even met een volle blaas. En tot mijn grote vreugde stond er bij Fort Voordorp een pipowagen met koffie, thee, chocomel en toilet. “Koffie bij Maria”. Het zag er schattig uit (kan er geen ander woord voor bedenken) met bloemetjesbehang en geborduurde kussentjes. Er staat een waterkoker en een koffiezetapparaat. Je stop een euro in het geldkistje en bedient jezelf. Ik trof er nog een wandelaarster die ook zeer opgelucht was. Na een warme choco liep ik verder en stak een paar grote wegen over.

Vervolgens ging het door Park Voorveldse Polder en Park Bloeyendael. Twee parken met veel water en veel bruggetjes. Het was inmiddels middag en er waren hier veel wandelaars op pad.

In park Bloeyendael ontdekte ik de eerste sneeuwklokjes alweer. Ze bloeiden nog niet voluit, maar dat zal vast niet lang meer duren.

Aan de rand van Utrecht nam ik de bus naar het station. De route gaat dan nog zo’n 4 km door de stad, maar daar had ik geen zin meer in.

 

Winterjasmijn (Jasminum nudiflorum)

Het is weer tijd voor een winterbloeier

In januari begin ik altijd met een winterbloeier. Na helleborus, gele kornoelje, winterzoet en toverhazelaar is het deze keer de winterjasmijn (Jasminum nudiflorum).

De winterjasmijn bloeit van december tot in februari met kleine gele bloemetjes. De Latijnse naam (nudiflorum) zegt het al: naaktbloeier, hij bloeit op het kale hout. De bladeren verschijnen pas na de bloei. Dat is bij veel winterbloeiers zo, ook de gele kornoelje, de hamamelis en winterzoet bloeien op kale takken.

De winterjasmijn hoort bij de familie van de Oleaceae, dat is de familie van de olijven. De Forsythia hoort hier ook bij en die bloemetjes lijken ook op elkaar, al is de winterjasmijn lichtergeel. De planten uit deze familie zijn niet allemaal winterhard, maar de winterjasmijn kan temperaturen tot verder onder nul hebben.

Zoals heel veel van onze tuinplanten komt ook deze uit China. Waar zouden we zijn met onze tuinplanten zonder die plantenpioniers van vroeger die plantenexpedities ondernamen naar China en Japan en met kistenvol plantensoorten terug kwamen?

De gele bloemetjes geuren licht, niet zo sterk als de veel bekendere witte jasmijn (Jasminum officinale) die in de zomer bloeit. Er is ook nog een Toscaanse jasmijn. Dat is geen Jasminum, maar Trachelospermum jasminoides, uit een andere plantenfamilie, die net zo lekker ruikt als de Jasmijn en daarom jasminoides als toevoeging kreeg.

Genoeg over de jasmijnfamiliestamboom!

Hoewel de plant winterhard is, geeft hij de voorkeur aan een plek tegen een beschutte muur. Het is een klimplant. Hij heeft daarbij wel hulp nodig. Als je hem niet aanbindt wordt het al gauw een bodembedekker. Twijgjes die op de grond vallen, en als dat een beetje voedzame grond is, gaan gemakkelijk wortelen. Hij heeft een slordige groei en moet regelmatig gesnoeid worden, want de takken groeien kriskras door elkaar heen. Snoeien is het beste na de bloei.

Deze winterjasmijn kwam ik onderweg tegen, die is wel heel groot geworden. Hij staat achter de muur en groeit er helemaal overheen, zodat ik hem aan de staatkant in volle glorie zag.

Als je er de komende dagen op uit gaat let dan ook eens op de winterbloeiers. Voor mij zijn het alweer de eerste voorbodes van de lente.

Oliebollenrestverwerkingsrecept

Vroeger, thuis, bakten we zelf oliebollen. Vaak hadden ze dan van die uitsteeksels waarin wij pootjes, handjes, oren, neuzen etc. zagen. Nu koop ik ze bij de bakker of de oliebollenkraam. Zelfs toen er deze zomer een oliebollenkraam in het winkelcentrum stond, heb ik er een paar gekocht, hoewel de mussen van het dak vielen van de hitte. Maar dan op 2 januari heb ik er ineens genoeg van. Daarom bedacht ik een manier om oude oliebollen op te maken. Hieronder mijn

Oliebollenrestverwerkingsrecept

Nodig: oliebollen en appels in gelijke hoeveelheid en min of meer even groot.
Kookroom (light), (poeder)suiker en kaneel.

Oven voorverwarmen op 175º ; ovenschaal invetten met wat boter.

De appels schillen en klokhuizen eruit halen. Oliebollen en appels in plakjes snijden van gelijke dikte. Leg ze om en om dakpansgewijs in de ovenschaal. Bestrooi met poedersuiker en kaneel. Giet er kookroom (light) over. Gewone melk gaat ook.

Zet de schaal in de oven en bak tot de appels zacht zijn. Dat duurt ongeveer 20 minuten, afhankelijk van de soort. Controleer na 10 minuten en dek eventueel af met wat aluminiumfolie als het te droog wordt.

Dit is op elk moment van de dag lekker: als ontbijt, bij de koffie en als toetje.

Ook je restje kerststol kun je op deze manier opmaken.

 

 

Terug- en vooruit kijken 2020

Terugkijken…….

December, het is weer de tijd van terug- en vooruit kijken. Dit jaar was geen gemakkelijk jaar en eigenlijk had ik weinig zin om terug te kijken. Maar ik wil naar de lichtpuntjes kijken. In relatie tot Stiensbuitenblog waren die er zeker.

Er kwamen weer wat volgers bij: Van harte welkom! Ook over lezers heb ik niets te klagen, het aantal bezoekers steeg enorm. In de zomer zat ik al op het aantal van eind vorig jaar. Dat kwam natuurlijk ook omdat vrijwel iedereen thuis zat en meer tijd had. En heel leuk dat die bezoekers ook regelmatig een reactie achterlieten.

In januari wist ik nog van niks; ik ging naar museum Gouda en zag er mooie stillevens, ik plaatste gedichten van Toon Tellegen, ging op zoek naar de bloeiende Hamamelis in het arboretum in Doorn. Toen kwam dat virus dat alles veranderde. Thuiswerken, thuis blijven en alles dicht. Nou ja, niet echt alles. We konden nog steeds kopen, kopen kopen. Maar musea, concerten, zelfs uit eten, allemaal taboe. Gelukkig gingen musea later weer een poosje aangepast open met reserveren en een tijdslot.

En ik had de tuin, voor mij een rustpunt, zeker dit jaar. De tuin gaat gewoon door en daar moet je in mee. Je zaait, je schoffelt, je oogst. En je giet vooral heel veel water, want wat was het droog! Daarom valt de lock down waarin we nu zitten me zwaarder. Er is vrijwel niets meer te doen in de tuin. De potplanten staan binnen, de dahliaknollen liggen op zolder, bijna alles is op.

Om mezelf in beweging te houden, letterlijk en figuurlijk, begon ik in maart met “Je stapt gewoon je deur uit”. Tussen maart en oktober liet ik regelmatig wandelingen zien langs onbekendere Amersfoortse plekken. En tussendoor kwam ik natuurlijk weer van alles tegen. Van heel gewone planten, zoals het Groot Hoefblad, tot bijzondere als de Zwanenbloem. Soms pakte ik de fiets, bijvoorbeeld om op zoek te gaan naar de ooievaars van Vathorst.

Het meest gelezen waren toch weer de oudere blogs “Surinaamse spinazie” en “Roze mimosa (Albizia Julibrissin)“. De blog  “Zeehondensafari” , werd in 2020 vaker bezocht dan ooit te voren. Vorig jaar zei ik nog dat poëzie het altijd met minder lezers moest doen. Dit jaar staan “Daglicht” van Judith Herzberg en de gedichten van Pessoa verrassend hoog.

Ook leuk om te zien dat mijn receptenpagina werd gevonden.

Vooruit kijken

Bij terugkijken hoort ook vooruit kijken. Ik heb wel wat om naar uit te kijken. Ik stop dit voorjaar met werken. Dat zal even wennen zijn. Maar ik heb mijn tuin. Plannen genoeg: wat ga ik niet meer doen wat houd ik er in en wat ga ik eens uitproberen. Ik ga alle sonnetten van Shakespeare lezen (in het Engels en in vertaling). Elke week één. Ik blijf natuurlijk wandelen en zal wat vaker gaan fietsen. Jullie horen nog van mij!

En ik hoop natuurlijk dat ik toch weer wat verder weg kan: een mooie tuinreis in het buitenland maken bijvoorbeeld. Of in elk geval een paar tuinen wat verder weg in Nederland bezoeken. Maar dat blijft ongewis.

Eerst dit jaar nog uitluiden. Voor wie straks nog oliebollen over heeft, volgt binnenkort mijn oliebollenrestverwerkingsrecept.

Fijne dagen allemaal!

Alfred Schaffer krijgt P.C. Hooftprijs

Alfred Schaffer, ik kende zijn naam, maar ik herinner me niet dat ik iets (een gedicht) van hem gelezen heb. Hij schrijft regelmatig over poëzie van anderen in “De Groene Amsterdammer“. En hij stelde de verzamelbundel gedichten van Elisabeth Eybers samen, de Zuid-Afrikaanse dichteres van wie ik eerder twee gedichten plaatste. Zoeken in de catalogus van de bieb, leverde geen dichtbundel van hem op.

De P.C. Hooftprijs is genoemd naar P.C. Hooft (1581-1647), dichter, toneelschrijver en historicus. De Nederlandse Shakespeare zeg maar. of is dat Vondel? Tegenwoordig denkt iedereen nu aan die Amsterdamse winkelstraat. De prijs die naar hem genoemd is, wordt toegekend voor een oeuvre. Dus niet voor één boek of bundel.

Alfred Schaffer schrijft in het Nederlands, maar woont en werkt in Zuid Afrika. Hij geeft daar Nederlands aan de universiteit van Stellenbosch. Gelukkig plaatste dagblad “Trouw” vandaag een artikel met gedicht van hem. Dat ik geen gedichten van hem kende is eigenlijk erg raar, want hij publiceert zo ongeveer elk jaar een bundel. Hij begon in 2000 met zijn eerste. Zijn laatste bundel “Wie was ik (Strafregels)” verscheen dit jaar bij de Bezige Bij.

Daaruit komt dit gedicht (dat ik dus overschrijf uit Trouw)

TIJD DAG PLAATS – MENSEN WAT EEN DRAMA

ik weet wel wat de bromvlieg drijft
die continu tegen mijn vensterraam blijft vliegen.

zijn geblokte bewegingen.
een kleine zwarte held die lak heeft aan censuur.

het is zo lang geleden allemaal.

ik hoop dat hij snel vrijkomt.

Alfred Schaffer, na deze prijs gaan we vast veel over hem lezen. Ik hoop dat er ook veel van hem te lezen zal zijn.

Lichtjeswandeling

Eind van het jaar. De dagen worden steeds korter. Om vijf uur is het al weer donker. Waarom zou ik niet eens een lichtjeswandeling maken?

Bij mij in de straat zijn alweer veel ramen verlicht. Hoe zou het verder in de stad zijn, vroeg ik me af. Nu de horeca gesloten is? Het verraste me: veel cafés en restaurants waren toch volop verlicht. Boven de winkelstraten hangen mooie lichtslingers.

Ik maakte foto’s, niet allemaal even goed. Misschien ontbreekt het me aan technische vaardigheid, misschien is het de beperking van de camera. Misschien ken ik de mogelijkheden van mijn camera onvoldoende. Ik weet het niet. Voor nu toch wat plaatjes voor het sfeerbeeld.

Veel mensen hebben een verlichte boom in de tuin staan. Ook in de winkelstraten zijn veel bomen verlicht.

Het leukste vind ik toch wat mensen van hun huis maken. Ik laat een paar voorbeelden zien. Dan hoop ik maar dat sommigen zonnepanelen op hun dak hebben, want het moet soms een vermogen aan energie kosten! Dan vind ik die grote strik op de voordeur, hoewel niet verlicht, ook leuk gevonden.

Heb je nog wat tijd over deze dagen? Maak dan eens een lichtjeswandeling. Je zal verrast worden.

 

 

 

Wat is dit nou weer?

Tijdens mijn wandelingen zie ik van alles. Nu dit weer:

Maar wat is het? Ik vind het toch echt lijken op een narcis. Er bestaat een herfstbloeiende narcis: de Sternbergia lutea, maar die is geel. Dus is het dan een narcis die in de war is en veel te vroeg tevoorschijn komt?

29 November mensen en ik vind een bloeiende narcis?!

Herfstbloeiende krokussen zijn algemener. Is dit misschien toch een krokus? Het lijkt er niet echt op, hoewel het trompetje er nogal verfrommeld uit ziet. Wat heb ik gezien?

Voorlopig houd ik het op een verdwaalde narcis.