Amelisweerd, landgoed en museum, update

Afgelopen winter zag ik in Oud Amelisweerd het Chinese behang gecombineerd met het werk van Armando. Gisteren kwam plotselinge het bericht dat het museum failliet is en per direct, zondag 19 augustus 2018, is gesloten. Museum Voorlinden in Wassenaar bereidt een tentoonstelling voor over het werk van Armando, die op 1 juli jl overleed. De tentoonstelling is te zien van 3 november tot 10 maart 2019. Lees hier meer.

—————————————————————————————————————————————

 

stiensbuitenblog

Het weekend van de eerste sneeuw. Het witte bos glijdt voorbij mijn treinraampje. Achter mij klinkt heel zacht meerstemmig gezang. Nog even oefenen voor een optreden? Zo wil je elke morgen wel beginnen. 

We lopen vandaag de “pannenkoekenwissel” Amelisweerd. Een wandeling over de landgoederen Oud- en Nieuw Amelisweerd en langs de Kromme Rijn. Het is koud, er ligt een dun laagje sneeuw, het is soms glibberen over bruggetjes. Afgezien van het geluid van de weg is het heel rustig. Een groepje ganzen zwemt voorbij, later zien we ze grazen in het weiland. We passeren landhuis Nieuw Amelisweerd en een boerderij met biologische tuin. We ontdekken nog een late inktzwam en drinken koffie en warme chocolademelk in de “Veldkeuken”, het ruikt er naar versgebakken brood.

Voor de eerste bui regen-en-natte-sneeuw schuilen we in het landhuis Oud Amelisweerd, een klein, bijzonder museum. Het huis is ongemeubileerd, alleen het oude behang is bewaard…

View original post 261 woorden meer

Advertenties

De tuin van Piet Oudolf

Vele tuinen heeft hij ontworpen overal ter wereld van Utrecht tot New York. Maar in Hummelo heeft hij zijn eigen tuin. Daar hoeft hij geen rekening te houden met wensen van gebruikers. Hoe ziet zo’n tuin er dan uit? Nou zo dus…..

Een tuin met planten die hebben bewezen tegen een stootje te kunnen: droogte, wind, zon en regen. Een tuin ook die betere jaren heeft gekend, getekend door weer en tijd. Dit jaar stelt Oudolf zijn tuin voor de laatste keer open voor bezoekers. En wat een jaar om afscheid te nemen!

Voor mij een tuin om me in te verliezen:

“Wat staat daar…,

o kijk, daar heb je….,

voor een hommel is dit luilekkerland

bloemen, grassen, gedempte kleuren, zaden,

zo hoog dat je er kunt verdwijnen en even geen andere mensen meer ziet.”

 

In 1982 begon Piet Oudolf een kwekerij voor vaste planten. Door het experimenteren met en verzamelen van wilde zaden en de veredeling van planten kwam hij steeds dichterbij wat nu zijn stijl is en wat in het buitenland “Dutch Wave” wordt genoemd. Hij paste nieuw ontdekte en gekweekte planten direct toe in zijn eigen tuin en men kwam kijken naar dit nieuwe tuinieren. Sommigen laaiend enthousiast, anderen vonden het maar een rommeltje. Nu lijkt het misschien gewoon, je ziet steeds vaker plantsoentjes met grassen en planten in plaats van een keurig perkje. Toen stond het haaks op wat in het algemeen als tuinieren werd gedaan. Nog steeds komen mensen van heinde en ver kijken. Ik hoorde Frans, Engels, Scandinavisch. Waarschijnlijk Deens want er stond een auto met Deens kenteken.

Hoe zou het verder gaan met deze tuin? Wordt het onderhoud te veel? Welke planten gaan overheersen? Welke planten zullen  verdwijnen? Of is alleen het openstellen te belastend en wordt de tuin ook volgende jaren nog steeds bijgehouden? Hoe natuurlijk en wild de tuin ook oogt, het is hard werken om hem zo te krijgen en te houden.

De tuin is nog te bezoeken tot 27 oktober 2018, op donderdag-vrijdag-zaterdag.

Website en meer informatie      (o.a. een korte film over zijn werkwijze)

 

 

 

Hoe gaat het in de tuin?

Hoe gaat het in je tuin?

Die vraag krijg ik regelmatig de afgelopen tijd. En ja, het gaat goed, ondanks de droogte. Natuurlijk moet ik elke dag gieten. Maar ik geniet ook echt van mijn paradijsje. Vanmorgen zat ik buiten met mijn kom muesli, het was heerlijk rustig. Geen tetterende muziek, alleen het geluid van kinderen spelend in een badje. Vlinders fladderden rond, vooral veel koolwitjes en in de aardperen zitten kwetterende musjes. Achterin de tuin heb ik een schaaltje water voor ze staan.

Alles is vroeger dan in andere jaren. Vorige week heb ik de eerste tomaatjes en komkommer gegeten. De dahlia’s staan al vol in bloei. En de bietjes zijn voor mijn doen gigantisch! Was ik eerder al blij met een formaat pingpongbal, nu zijn ze minsten zo groot als een tennisbal en nog groter. Het is jammer dat mijn rozemarijnplant de winter niet heeft overleefd, anders had ze het nu ontzettend naar haar zin gehad. Een paar jaar geleden had ik verbena bonariensis geplant, met het idee dat ze zich de volgende jaren opnieuw zouden uitzaaien. Maar niks meer van gezien, tot dit jaar. Ineens zijn ze her en der boven de grond gekomen. Blijkbaar is het zaad al die tijd in de grond blijven wachten tot het warm genoeg was.

De peultjes zijn op en op die plek heb ik chinese kool geplant. Het zijn nog kleine plantjes, ik ben benieuwd of ze nog tot een grote kool uitgroeien. In de pot waar pluksla stond heb ik roodlof gezaaid. Dat kon tot eind juli en ik zie nu al puntjes boven de grond komen.

Weet je wat? Ik laat jullie gewoon nog een foto zien en dat is het dan wel voor deze keer.

 

 

Bloeiende groente

de gele bloemen van raapsteeltjes met akelei en judaspenning (voorjaar 2017)

Wie een groentetuin heeft doet dat om er uit te eten. Bij groente is smaak, grootte, houdbaarheid allemaal belangrijker dan sierwaarde. Sommige groentes bloeien voor ze iets eetbaars produceren, zoals bonen, courgettes of aubergines. Veel mensen weten niet dat vrijwel alle groentes kunnen bloeien. Meestal laten we het niet zover komen. Bij de meeste groentes betekent bloei dat ze niet meer eetbaar/lekker zijn. Toch zit het in de natuur: een plant, ook een groente, moet bloeien en zaad vormen om zich voort te planten. Als een plant eenmaal zaad heeft gevormd is hij “klaar”. Daarom is het een goed idee om bij eenjarige sierplanten, de uitgebloeide bloemen weg te halen. Alleen dan blijft de plant doorbloeien om opnieuw en opnieuw te proberen zaad te vormen.

de witte bloemetjes en peulen van de rucola

Broccoli bloeit met kleine gele bloempjes. Die bloempjes kun je eten, bijvoorbeeld in de kruidenboter. De broccoli is nog wel eetbaar tijdens de bloei, maar gaat in smaak achteruit. Datzelfde geldt voor rabarber, de grote witte bloemschermen nemen de energie op die anders in het vormen van nieuwe stelen zit. Je kunt de stelen nog prima eten, er zullen er alleen minder voor terugkomen. De plant geeft voorrang aan bloei en zaadvorming. Wie wil blijven oogsten, moet de bloem weghalen.

Bij andere groentes is bloei echt het einde van de eetbaarheid. Als radijs bloeit, met kleine roze bloemetjes, is het knolletje in de grond hard en houtig geworden. Niet meer te eten. Die bloemetjes vormen later peulen die zaad bevatten waaruit je nieuwe radijs kunt zaaien. Die peulen hebben een radijssmaak en kun je dan nog wel eten, bijv. door ze over een salade te strooien. Rucola lijkt in de bloei sprekend op radijs, dan met witte bloempjes. Zodra de bloemetjes/peulen er zijn is het rucolablad verhout en niet lekker meer. Zo ook pastinaken, zodra je de mooie gele bloemschermen ziet is de wortel houtig en oneetbaar.

  

In mijn pot gemengde pluksla staan nu deze blauwe bloemen. Dit is geen sla, maar een andijviesoort, niet meer te eten want bitter. Maar wat zijn ze mooi! Natuurlijk ga ik de pot opnieuw inzaaien, maar die bloemen houd ik nog even. Ook ui en prei zijn totaal oneetbaar als ze gaan bloeien, maar kijk eens wat een mooie witte of lichtroze bollen ze vormen. Ik laat er altijd een paar staan voor de sier. En dan tot slot dit bietje (middelste foto), dat als enige geen knol vormde maar direct de hoogte in schoot en nu een mooi compositie vormt met de klaprozen en barstensvol zaadjes zit.

 

 

 

Buitenbeelden in Laren en Wageningen

Nieuwe beeldentuin Singer Laren en
Beelden op de Berg, Belmonte Wageningen

De zomer is bij uitstek de tijd dat je overal in de open lucht beelden tegenkomt. Het is een laagdrempelige manier om kunst te zien. Hier een impressie van twee plaatsen waar ik was.

De Singertuin

Het Singermuseum in Laren was oorspronkelijk een villa met tuin van William en Anna Singer. Later kwam er een museum voor hun verzameling en concertzaal bij.  In het museum zijn tekeningen en schilderijen van de tuin te zien, die ontworpen is door landschapsarchitect L.A. Springer. Oorspronkelijk was het geen beeldentuin. Aan Piet Oudolf werd gevraagd om een nieuwe beeldentuin te ontwerpen. Over wie Piet Oudolf is heb ik al vaker geschreven, dat sla ik nu over. In de documentaire die ook te zien, is wordt Oudolf gevraagd of hij rekening heeft gehouden met die oorspronkelijke tuin? Zijn antwoord: “Nee, je ontwerpt vanuit het nu, niet vanuit het verleden”. Dit voorjaar is de tuin geopend en hij is drastisch omgegooid. Wel hield hij, naar eigen zeggen, rekening met het gegeven dat het een beeldentuin werd. De beplanting is nergens hoog, je kunt de tuin in een oogopslag overzien.

Daktuin

Ik begon met de kleine daktuin, die voor een visuele verbinding moet zorgen. Van bovenaf werkte dat wel, maar van beneden vond ik hem te ver weg om verbindend te zijn. Zoals te verwachten was het erg droog. Het beeld dat leek te zweven boven het gras paste er goed (ik ben vergeten van wie het is). Ik denk wel dat er planten moeten worden vervangen, omdat ze de droogte niet overleven.

De beeldentuin

Deze tuin is opgedeeld in vrij grote plantvlakken met paden ertussen met achterin een grasveld. De kleuren paars en roze overheersten nu, dat kan in een ander seizoen anders zijn. Ik zag verschillende salvia’s, geraniumsoorten, liatris, rode zonnehoed en een mooie bosachtige lila-roze plant: Lythrum “swirl”, een soort kattenstaart, maar wel veel mooier dan de gewone. In totaal zijn er zo’n 100 soorten planten gebruikt. Binnen zijn tekeningen van het ontwerp te zien met alle plantennamen. In elk vlak staat een beeld. Voor mij sprongen er twee uit: de glazen “Compositie drie balansen met water” van Bert Frijns en “Braamboot” van Maria Roosen, een oude roeiboot bekleed met glazen bollen, die op het grasveld ligt. Op deze foto is van allebei een deel te zien.

Jammer vind ik de vele bijgebouwtjes die langs de kant staan, het geeft een rommelig beeld en dan moet er ook nog een nieuwe vleugel aangebouwd worden. Het terras is waarschijnlijk gericht op feesten en partijen want het is in verhouding erg groot.

Beelden op de berg

Terwijl ik door de beeldentuin van Singer liep, moest ik denken aan “Beelden op de Berg” in arboretum Belmonte. Daar is precies het omgekeerde gebeurd.  Een aantal kunstenaars heeft werk gemaakt speciaal voor deze locatie en dat geeft verrassende combinaties.  Zoals “Pit” van Karin van Dam (foto onder). Je kunt er in staan, door een gat bovenin kijk je zo door de boomkruin naar de lucht.

Natuurlijk waren er ook enkele objecten die overal wel hadden kunnen staan. Maar dat geldt niet voor het “Flower Labyrinth” van Aeneas Wilder, een grote bloemencirkel waar je tussendoor kunt lopen. Hier raakten we in gesprek met een man die in de plantsoenendienst werkte. Dat stelde volgens hem weinig meer voor, “allemaal makkelijk spul want het mag niks kosten”.  Terwijl je aan alles merkte dat deze man van planten en bloemen hield. Hij vroeg naar de naam van de Liatris, omdat hij hem mooi vond voor in zijn eigen tuin.

Ook “Arboreta” van Anne Geene, was echt op zijn plaats: een bloemenkasje met planten, gedroogd of op sterk water en in blokken geplante jonge boompjes. Ik had eerst niet eens door dat die boompjes ook bij het kunstwerk hoorden.

Vergelijken is altijd oneerlijk, vind ik. De Singertuin is nog jong. Ik ben benieuwd hoe hij zich zal ontwikkelen en hoe beelden en planten dan met elkaar communiceren en of ze elkaar versterken. Belmonte bestaat al jaren, heeft juist veel bomen en is niet opgezet als beeldentuin. Qua sfeer zijn ze niet vergelijkbaar.

Zowel de Singertuin als Belmonte zijn gratis te bezoeken. “Beelden op de berg” nog tot 23 september 2018; voor de beelden in de Singertuin zag ik geen einddatum.

In het Singermuseum is een kleine expositie te zien van andere ontwerpen van Piet Oudolf, maar dan moet je wel een toegangskaartje kopen. Meer over zijn werk in bijv. The Oudolf effect of op zijn eigen website.

Lees hier meer over Beelden op de Berg   Deze editie heet “Zomersneeuw”, waarom wordt uitgelegd in de toelichting op de website.

 

Geschilderde tuinen in Singermuseum Laren

meisje in hangmat (1910) Rob Graafland

Deze zomer staat het Singermuseum in Laren in het teken van de tuin. Piet Oudolf ontwierp een nieuwe beeldentuin en binnen hangen geschilderde tuinen. De tentoonstelling knalt er meteen in met “Zomerweelde” van Jac. van Looy (1900). Of heet het toch “Juli“? In de catalogus en op de flyer kom ik twee verschillende namen tegen. Een groot schilderij met knalblauwe bloemen. Het deed me denken aan de bluebells die ik dit voorjaar in Cornwall zag. Het zouden violieren zijn, die ken ik niet zo blauw, misschien een schilderachtige vrijheid? Van hem hangt er ook een groot veld met oostindische kers. Die oostindische kers komt op meer schilderijen voor. Blijkbaar was dat vroeger een geliefde plant. Dat snap ik wel, ik vind ze ook erg leuk, al mopper ik wel vaak op die “woekeraars”, zonder zou ik niet willen.

Er hangen woeste “Rozen” van Charley Toorop (1940) en twee totaal verschillende schilderijen van Leo Gestel. Een bijna klassieke “Stamroos“(1905) en het veel vrijere “Bloemen voor een gebloemde lap” uit 1913 (foto links) Het is jammer dat het Singer zich beperkt tot een bepaalde periode want een bloemenveld van Marc Mulders had hier goed gepast.

Impressionisten

Een volgende zaal gaat over mensen in de tuin. Veel theedrinkende dames. Maar werken in de tuin wordt ook verbeeld, op een tamelijk romantische manier dat wel. Tuinieren is soms ook ploeteren en vies worden.

Een aparte zaal is gewijd aan “de tuin van de kunstenaar”,Claude Monet natuurlijk. Maar ook andere impressionisten legden zelf een tuin aan en schilderden die vooral in de zomer. Zoals de voor mij onbekende Emile Claus, van wie verschillende doeken te zien zijn. Dan zijn er de mystieke tuinen met een etherisch schilderij van Gustave De Smet “Zomer“.

Bij de impressionisten zijn de verschillende planten niet te onderscheiden. Bij de andere schilders zie ik vooral de gewone tuinbloemen: hortensia, zonnebloem, roos en papaver.

De seizoenen

De laatste zaal zoomt in op de tuin in de verschillende seizoenen. Lieten de andere zalen toch vooral zomerse taferelen zien met bloemenweelde, hier vallen juist de andere seizoenen op. Tuinen in de sneeuw en een onheilspellende “Tuin in de winter” van Carel Willink (1959). Bij de herfst vond ik de “Takken met appels” (foto rechts) erg mooi. Het is een krachtig beeld en je denkt meteen aan die heel eigen stijl van Charley Toorop. En jawel, het is ook van haar hand (1952-53).

Daarnaast zijn er ook nog de Larense tuinen en specifiek de tuin van Anna en William Singer. Daarover binnenkort meer, wanneer ik het over de beeldentuin ga hebben.

Al met al een leuke zomerse tentoonstelling die veel mensen zal aanspreken en niet al te veel moeite van de kijker vraagt.

Te zien t/m 26 augustus 2018

Roze mimosa (Albizia julibrissin)

Afgelopen woensdag wandelde ik over de Wageningse berg naar arboretum Belmonte. Het was er een dorre en droge boel, zoals overal. Opeens zagen we deze boom staan. De enige boom zonder ook maar één enkel geel blaadje en met vrolijke roze pluizebollen. Wat was dit voor boom? We wisten het niet. Vast stond dat een boom die nu zo fris en groen is zeer goed tegen de droogte kan.

Thuisgekomen zocht ik het op, maar ik twijfelde nog wat. Vrijdag wist ik het zeker, toen ik een “bloeialert” kreeg van het Von Gimborn arboretum. Daar staat deze boom nu ook te bloeien. Het is een mimosasoort en hij heet Albizia julibrissin. De naam zegt het al: hij bloeit in juli. Het Von Gimborn noemt hem Roze zijdeboom, op internet vond ik ook de naam Perzische slaapboom. De boom is inheems in China, Japan, Korea, Iran, de Himalaya etc. In Nederland wordt hij aangeplant in parken. Met deze droge zomers zou je iedereen zo’n boom in zijn tuin toewensen. Hij wordt niet al te groot en is redelijk winterhard.

Nu te zien in arboretum Belmonte in Wageningen en Von Gimborn arboretum in Doorn. En vast ook wel op andere plaatsen.